Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik 7 maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643

Spreken tijdens het symposium

Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365

Kleine Ninja

Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645

In de Dordtse Trinitatiskapel

Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

IMG_7648

Nieuwsbericht in het AD, katern Dordrecht

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Seoulse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.
Advertenties

De stilte voorbij

Ik ben geen moeder. Een kinderwens heb ik ook niet. Dat broedgevoel heeft er bij mij nooit ingezeten. Toch doet het iets met me als ik lees dat er ergens een baby is gevonden. In Nederland. Zomaar in een vuilnisbak, op straat of in een park. Koud en alleen.Kleine Anouk 2Dat raakt mij recht in het hart. Ik ril bij de gedachte dat er baby’s onnodig kunnen sterven. Misschien omdat ik weet dat het anders kan. Zelf ben ik ook een vondeling. Geboren in Zuid-Korea en herboren in Nederland. Mijn ouders gaven me hier niet alleen een huis, maar bovenal een thuis. Als ik denk aan ‘lotgenoten’ die minder gelukkig terecht zijn gekomen, voel ik een steek in mijn maag. Die machteloosheid verpulvert me.

Ik wil graag helpen. Zoals schrijfster Griet Op de Beeck in haar boek Kom hier dat ik u kus schreef: ‘Ik wou dat ik de baby’s mee kon nemen, naar daar waar levens lang en breed waren, en zinnen glinsterden op zeeën en nachten wonderlijk warm bleven.’ Een utopie? Wellicht. Maar beter dan de rauwe werkelijkheid: vondelingen die eindigen op de stort.

Wat is een vondeling precies? Een vondeling is een baby of jong kind dat door zijn of haar ouders wordt achtergelaten. Er worden in Nederland per jaar gemiddeld 1,5 kind te vondeling gelegd. Vaak gaat het om alleenstaande en jonge vrouwen die niet voor hun baby kunnen zorgen. Veroordeel ze niet te snel. Zoiets doen ze niet voor de lol. Ze zijn wanhopig en kunnen nergens heen. Ik voel het panikeren van deze radeloze vrouwen. Zo jammer allemaal, zo verschrikkelijk jammer. Was er maar iets dat ik kon doen.

Gezin Bakker thuisIk wil dat er iets verandert in Nederland. Een baby anoniem te vondeling leggen is hier strafbaar, maar is dat terecht? Dat moet anders. De Nederlandse wet zegt dat een kind recht heeft om te weten wie zijn of haar biologische ouders zijn. Wat een onzin! Ik ken mijn geboorte-ouders niet. Ben ik daardoor beschadigd? Welnee! Bovendien gaat het hier om leven en dood en niet om juridisch getouwtrek. Niet blijven bij wat ooit zo is beslist, omdat het ooit zo is beslist. Tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Mulder is zo’n revolutionair. Zij richtte in 2014 Stichting Beschermde Wieg op. Samen met haar team biedt ze een oplossing voor moeders die geen andere uitweg zien. Zij kunnen hun baby anoniem en met vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer. Ik onderstreep dat het om uitzonderlijke gevallen gaat. Zomaar je baby wegdoen is natuurlijk niet de norm.

Nu wordt de Beschermde Wieg mogelijk vervolgd. Een malicieus spel met een groep vrijwilligers die niets hebben misdaan. We hoeven de moeders in kwestie geen absolutie te verlenen. Maar we moeten de dingen niet gewoon laten gebeuren en voorbij laten gaan. Het rechtssysteem in Nederland zal niet van de ene op de andere dag veranderen. Om het bespreekbaar te maken in de Tweede Kamer zijn er 40.000 handtekeningen nodig. Ik hoop dat die handtekeningen er komen.

Recente portretfoto Anouk - fotocredit Aad MeijerIk strijd nu voor het eerst mee voor iets wat me na aan het hart ligt. Ook wel een beetje eng. Maar toch. Sommige verlangens zijn sterker dan alle angsten. Misschien dat er ooit een dag komt dat alles anders is. Een wereld waarin moeders hun baby niet in de vuilnisbak of een sporttas hoeven achter te laten, maar een uitweg hebben. Dat vondeling zijn niet meer iets raars is. Mensen geen gezichten meer trekken alsof je examen doet in het vak waar je echt niet sterk in bent. Babykamers legaal worden gemaakt. En het niet meer strafbaar is om baby’s te redden van een onnodige dood. Hoe mooi zou het zijn als er nergens meer een taboe op rust. Hopelijk zijn we de stilte snel voorbij.

Help je ons mee 40.000 handtekeningen op te halen? Teken hier de petitie. Vervolg moeder en Stichting Beschermde Wieg niet!

Wees gelukkig

Apple Announces Launch Of New Tablet Computer

Samen met mijn bioscoopvriendin Dewi ging ik vorige week naar de film Steve Jobs. Verrassend genoeg raakte de biografie over boegbeeld en medeoprichter van Apple me. Poef, recht in het hart. Niet zijn weg naar de top intrigeerde me, maar de worsteling met zijn verlatings- en bindingsangst. Voor wie het misschien nog niet wist: Steve Jobs was geadopteerd. Onder druk van haar ouders stond zijn biologische moeder hem direct na zijn geboorte af. Ze studeerde nog en wist dat ze niet voor haar baby kon zorgen. Dat gegeven liep als een rode draad door zijn leven. Op een gegeven moment vraagt hij zich in de film hardop af: ‘Waarom voelen geadopteerde mensen zich vaak in de steek gelaten in plaats van uitgekozen?’

De woorden van Steve Jobs dwarrelen na de voorstelling nog door mijn hoofd. Ook ik voel me anders, wat aparter dan de rest. Adoptie blijft voor veel mensen toch iets bijzonders. Daar heb ik nu vrede mee. Als ik thuis in de spiegel kijk, staart er een gelukkig weesje terug. Mijn vader en moeder liepen over van liefde. Nog steeds. Als ze me zien, denken ze net als bij mijn broers: je bent van ons, hoort bij ons. Dat geeft elke ouder een onbeschrijflijk gevoel. Ik mag mezelf gelukkig prijzen.

Te vondeling worden gelegd is voor iedereen anders. Elke vondeling beleeft dit op zijn of haar eigen manier. Het onderwerp is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Integendeel: ook in Nederland worden baby’s op straat gedumpt. In de krant lees ik regelmatig dat wanhopige vrouwen hun baby achterlaten in een vuilnisbak. Met de komst van de eerste babykamers in Nederland storten journalisten zich op vondelingen die hun verhaal willen vertellen. Deze verhalen komen recht uit hun hart. Ze stellen zich kwetsbaar op. Ze spreken over het meeste persoonlijke: zichzelf.

Journalisten weten ook mij te vinden. Via Google komen ze terecht op mijn blog. Het afgelopen jaar krijg ik drie keer een interviewverzoek. Zo ontvang ik vorige maand een mailtje van een studente journalistiek. Of ze me vragen mag stellen over mijn adoptie. Ze schrijft een groot achtergrondartikel over de opening van de babykamer in Zwolle. Haar stelling komt neer op: zijn babykamers wel of niet oké? Ze belicht netjes alle partijen in deze verhitte discussie. Het verbaast me dat ze mij wil spreken. Ik heb geen zielig verhaal, ben niet ontwricht en ook niet blijvend op zoek naar mijn ‘echte’ moeder.

Wat wil ze dan horen? Hoe goed en gelukkig ik terecht ben gekomen? Ik ben van de generatie vrouwen voor wie werk een baan is, die nooit zijn uitgeleerd, ambitie hebben, wat van de wereld hebben gezien en stijl belangrijker vinden dan mode. Is dat typisch westers? Waarschijnlijk wel. Het is in ieder geval wel wie ik ben. Koreanen schijnen nogal competitief te zijn ingesteld en happig om zich te blijven ontwikkelen. Laten dat net twee van mijn kerneigenschappen te zijn. Dat ben ik dus ook.

Enfin, ik dwaal af. Ik stem toe met het interview. Eén van de redenen dat ik meewerk is de grondige aanpak van de studente journalistiek. Dat lijkt me niet zo eenvoudig bij zo’n beladen onderwerp. Tot mijn verbazing lees, hoor en zie ik mensen van betrokken partijen met elkaar bakkeleien. De emoties lopen hoog op. Er lijkt zich een tweestrijd te ontwikkelen. Partijen die zich in mijn ogen aan dezelfde zijde horen te scharen, staan opeens lijnrecht tegenover elkaar. Babykamers moeten worden verboden, vindt ook de Kinderombudsman. Want: als vrouwen anoniem bevallen zijn ze niet meer te traceren. Kinderen hebben het recht om te weten wie hun biologische moeder is.

Blog wees gelukkig 8In dit soort heikele kwesties is het nooit zwart-wit. De kortste afstand tussen twee punten is niet altijd een rechte lijn. Discussies juich ik toe, maar deze keer uit ik mijn twijfels. Waarom redetwisten over leven en dood? Een baby heeft het recht op een leven. Dat moet niet teniet worden gedaan, omdat de naam van de moeder niet bekend is. Je creëert zo nare situaties. Liefde betekent soms opoffering. Mijn eigen adoptie zie ik als een herinnering aan het verlies van de moeder die ik nooit heb gekend.

Veroordeel de moeder dus niet te snel. Dat ze haar kind afstaat, betekent niet dat ze er niet van houdt. Je kind weggeven doet een moeder niet zomaar. Wanhoop drijft mensen soms tot rare acties. Hoe kun je nu rationeel handelen in een emotionele toestand? Laat haar bevallen in een veilige omgeving. En ja, dat mag wat mij betreft anoniem. Moet een baby dan kort na de geboorte in een vuilnisbak gedumpt worden omdat de radeloze moeder geen uitweg ziet? Stelt u zich toch eens voor wat het betekent als je te horen krijgt dat je de eerste uren van je leven op een dump moest doorbrengen in plaats van in een beschermde wieg.

Begrijpt u me niet verkeerd. Het afstammingsrecht is mooi, maar de wereld vergaat niet als je niet weet wie je biologische ouders zijn. Ik hoef mijn bloedlijn niet te kennen om mezelf beter te voelen. Mijn moeder zegt altijd: wees gelukkig. En dat ben ik ook. Je hebt geen invloed op het nest waarin je terecht komt. Wat je er vervolgens mee doet, is wel aan jou. Maak er dus het beste van.

BLog wees gelukkig 16Dat doe ik zeker. Ik ben één van die vondelingen die zich voelt uitgekozen en niet verstoten. Adoptie kan je leven veranderen, vond ook Steve Jobs. Want zo zei hij: ‘I wanted to meet my biological mother… mostly to thank her, because I’m glad I didn’t end up as an abortion. She was twenty-three and she went through a lot to have me.’

Zielig

Er is in mijn leven altijd de vraag die misschien nooit wordt uitgesproken, maar die onder-de-radar toch blijft hangen: is het niet zielig dat je bent geadopteerd? En of ik me hier wel thuis voel, krijg ik er als bonusvraag vaak bij.

Vroeger Zandvoort met grote pantoffels

Met dit soort prangende vragen hield ik me nooit bezig. Tot vorige maand. Ik krijg dan een mailtje van oud-collegaatje Ingrid. We hebben in een ver verleden samen op het secretariaat van een farmaceut gewerkt. Allebei bedrijven we nu een andere tak van sport: ik in de journalistiek, zij in de wereld van interieur & design. In haar vrije tijd is ze vrijwilliger bij de Beschermde Wieg. Deze stichting zet zich in voor de opening van babyhuizen en vondelingenkamers. In een speciale ruimte staat een wiegje waar wanhopige moeders die geen andere uitweg meer zien, anoniem hun baby kunnen achterlaten. Jawel, u leest het goed. Ook in ons land wonen vrouwen die hun kind noodgedwongen in alle eenzaamheid en onder slechte omstandigheden ter wereld brengen.

Enfin, Ingrid overrompelt me met de directheid van haar mailtje. Om met de deur in huis te vallen: wat vind ik van dit initiatief? Eronder staat een linkje van een YouTube filmpje waarin bekende Nederlanders vertellen waar de stichting voor staat. Daar word ik wel even stil van. Het onderwerp kruipt steeds dieper onder mijn huid. Een baby in een vuilnisbak breekt elk mensenhart in duizend stukken. Ook die van mij. Het gebeurt niet snel dat iets me zo bij de keel grijpt. Een soort babyluikje, wat moet ik daar nou van vinden?

Anouk in De PontZelf ben ik 37 jaar geleden in Zuid-Korea te vondeling gelegd. Op de stoep van het politiebureau. Zie het als het babyluikje van de jaren ‘70. In die tijd waren er veel ongehuwde moeders die hun baby afstonden. Volgens een artikel in de New York Times deden ze dit vaak niet uit vrije wil, maar onder druk van hun familie. Soms bracht een oma of tante de baby naar het kindertehuis of naar een, vaak illegaal, adoptiebureau. Er ging veel geld om in deze wereld vol geheimen. De jonge Koreaanse vrouwen lieten het allemaal met een stalen gezicht gebeuren. Er is nu eenmaal geen ruimte voor gevoel als je je kind afstaat. Ik denk oprecht dat informatie en veilige plekken de kans op dumpen van een baby verkleinen. Natuurlijk kun je niet iedereen helpen, maar wat de Beschermde Wieg doet is een nobel begin. Er zullen altijd moeders zijn die hun pasgeboren kind te vondeling leggen of zomaar ergens achterlaten. Mijn ‘omma’ wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een veilige plek. Wat zij heeft gedaan, zie ik als een daad van liefde, moed en zorg.

De afgelopen weken spookte die ene gevreesde zin weer door mijn hoofd: ben ik zielig? Na het contact met Ingrid, is mijn hoofd als een gek gaan malen. Als een echte weegschaal heb ik gewikt en gewogen, gemaald en getobd. Er is voor beide kanten iets te zeggen. Ik kom tot het volgende ‘poldermodel’:

Anouk op redactieJPGNee < Hier in Nederland ben ik uitgegroeid tot een nieuwsgierige journalist met de liefste ouders en een leuk leven. Als ik in Zuid-Korea was gebleven, had ik bijvoorbeeld nooit kennis gemaakt met het Nederlands. Niet Nederland, maar de Nederlandse taal bleek mijn land te zijn. Het is mijn taal. Het is zo mooi dat je een vehikel hebt waarmee je jezelf kenbaar kunt maken. Waarin je al zoekende naar het juiste woord, kunt overbrengen wie je bent, wat je voelt, waarnaar je verlangt, wat je mist. Ik besefte pas vorig jaar dat ik toch iets heftigs had meegemaakt. Ik ben toen woorden gaan opschrijven, die woorden werden Facebookberichten: vervolgens schreef ik voor mijn blog en ging ik echt over mijn leven vertellen. De behoefte om te schrijven werd groter dan ikzelf. Ik moest woorden vinden, anders zou ik verdrinken. Ik ben niet vernederlandst, ik ben Nederlands.

Vroeger met mamaJa < Ik heb verlatingsangst. In het kwadraat. Typisch iets voor geadopteerde kinderen. Hoewel ik pas 7 maanden was toen ik naar Nederland kwam, nam ik toch een klein rugzakje bagage mee. Ach, baby’s en kleuters, die hebben geen idee zeggen ze, die weten nog niet wat afscheid is. Ik wel. Loslaten is niet echt mijn ding. Ik vond het als ukkepuk al niet fijn wanneer mijn moeder wegging. Naar de keuken, naar de supermarkt, naar de wc. Niet realiserend dat dit maar eventjes was, liep ik haar als een puppy achterna. Ook durfde ik lange tijd geen innige relaties of vriendschappen aan te gaan, want dat kon zomaar voorbij zijn. Mensen zag ik als passanten, niet als blijvertjes. Dus ja, ik ben bang om in de steek te worden gelaten. Dat is soms wel even slikken, maar dat hoort erbij. Ook de mensen die je voortdurend om je heen wilt hebben, zijn er soms een poosje niet. Geen wonden op mijn huid, wel littekens op mijn ziel. Je voelt het aan de knuffel die ik je zal geven.

Naar een eenduidig antwoord gis ik nog steeds. Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Het is zoals het is. Dat bedenk ik me terwijl ik in de trein naar buiten staar. ‘Every little thing is gonna be alright’, zingt Bob Marley door mijn koptelefoon. Het KNMI waarschuwt die dag voor gevaarlijk en onstuimig weer in het hele land. Ik maak me geen zorgen. Sterke bomen buigen niet, die blijven bij weer en wind staan.

Made in Korea

Kleine Anouk babyWeten waar je vandaan komt, is de manier om je identiteit te behouden. Ik ben Anouk Bakker, 37 jaar en een vondeling. Als baby van drie maanden ben ik afgestaan door mijn biologische moeder. Dat stond in mijn adoptiepapieren. Ik werd gevonden op de stoep voor het politiebureau in Seoel. Keurig verpakt in een schoon setje kleren en een polsbandje met daarop mijn naam en geboortedatum. Ik heette Hye-Jin Kwon en was geboren op 14 oktober 1977 in de Koreaanse hoofdstad. Mevrouw Kwon kon opgelucht adem halen: ik was veilig, ik werd gevonden. Ze wist dat ik naar het kindertehuis zou worden gebracht.

Ik was zeven maanden toen ik werd geadopteerd en heb altijd geweten dat ik een vondeling ben. Boosheid naar mijn geboortemoeder heb ik niet. Hoe kun je nu slecht praten over ouders die je nooit hebt gekend? Ze heeft het gedaan met de intentie dat ik gevonden werd, dat het goed zou komen met me. Daar ben ik van overtuigd. Het is heus niet zo dat een moeder haar kind achterlaat en nooit meer aan dat kind denkt. Die gedachte heb ik op de kleuterschool al weggebonjourd naar het land der fabelen.

Met het feit dat ik een vondeling ben, heb ik nooit problemen gehad. Ik vond het ook nooit moeilijk om erover te praten. Het is gewoon zo gebeurd en het is misschien wel mijn redding geweest. Die gedachte flitste ook door mijn hoofd toen ik vorige week het nieuwsbericht las over de twintig dagen oude baby die in Amsterdam werd gevonden in een vuilniscontainer. Een ondergrondse vuilniscontainer nota bene. Er moest iets verschrikkelijks aan de hand zijn geweest, dit kon niet zomaar gebeuren. Je kind te vondeling leggen doe je niet zomaar. Dat is een niet te bevatten noodsituatie.

Gelukkig voor mij, heeft mijn biologische moeder dat toch gedaan. Want hoe had mijn leven eruit gezien als ik niet was geadopteerd? Daar wil ik nog niet eens over nadenken. Waarschijnlijk krijg ik dan een blik in een andere wereld. Brr, het idee alleen al. Ik hou van Holland. Er is geen plek op aarde waar ik liever zou zijn opgegroeid. Ik heb u lief heerlijk landje. Toen ik hier als baby arriveerde, stond er een onzichtbaar bordje: welkom!

Kleine Anouk op schaatsenNederland ontving me met open armen en ik integreerde snel. Ik voelde me in no time thuis. Alleen mijn spleetogen herinnerden me nog aan Korea. Daarvoor moest ik een reality check doen in de spiegel. Begrijp me niet verkeerd, ik ben trots op mijn Koreaanse roots, maar diep in mijn hart ben ik toch meer een Kaaskop.

Maar hoe je het ook wendt of keert, adoptie is een verlengstuk van mijn persoonlijkheid. Het is dus maar goed dat er genoeg vrouwen op aarde zijn die kiezen voor een kind uit een vliegtuig en niet voor een kind uit hun buik. Dat is niet egoïstisch, maar realistisch. Waarom moet je per se zelf zwanger worden om je moeder te kunnen voelen? Ik vind het juist onbaatzuchtig om een weesje uit een minder bedeeld land een eerlijke kans te geven in het leven.

Enfin, ik heb dus geen zielig verhaal te vertellen. Als dreumes koketteerde ik overigens wel dagelijks dat kindjes uit Korea zielig waren. Maar daar sprak de drama Queen in mij, niet de waarheid. Adoptiekinderen zijn niet sneu, evenmin als weesjes die te vondeling zijn gelegd. Uit iets triest, ontstaat soms ook iets moois. Het is namelijk niet altijd een kwestie van geluk waar je wieg staat, maar vooral wie je uiteindelijk onder hun vleugels nemen. Als kinderen hun ouders konden kiezen, koos ik voor mijn vader en moeder. Zoals ze in Brabant zeggen: Niks mis mi.