Seoul Sista deel 2: Noord en Zuid

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Seoul en al zijn indrukken zijn nieuw voor iedereen: Koreaanse overbeleefdheid, smogmondkapjes en verwarmde wc-brillen. Dat Koreanen geen Haags kwartiertje kennen, ervaren we tijdens onze excursie naar de gedemilitariseerde zone tussen noord en zuid. De militairen bewaken streng de grens en onze reisleidster met militaire precisie de tijd. Wanneer we drie minuten te laat bij de bus arriveren, kan ze haar irritatie amper verbergen. Te laat komen, doe je dus niet in Zuid-Korea.

IMG_1019Tijdens ons verblijf leren we niet alleen meer over de Koreaanse cultuur, maar bezoeken ook diverse instanties. We krijgen overal een warm welkom, al moeten de Koreanen wel wennen aan de Nederlandse directheid. Bij de Bank of Korea spreken we over prijsstabiliteit, financiële markten en omgang met Noord-Korea en in het nationale parlement krijgen we een inkijkje in de historie van het land. Tijdens ons bezoek aan de National Tax Service (NTS) gaat het over de Koreaanse belastingmoraal die net als in Nederland hoog ligt. De NTS verhuisde in 2014 van Seoul naar Sejong, omdat de Koreaanse overheid de dominantie van Seoul wil inperken en de bedrijvigheid van andere regio’s bevorderen.

Op de Yonsei Universiteit vertelt professor Sang-young Rhyu over de chaebols, grote, door families gecontroleerde conglomeraten zoals Samsung, Hyundai en LG. De chaebols dragen de groei van de Zuid-Koreaanse economie, maar er is ook kritiek. Zo maken chaebols het ondernemerschap moeilijk en verdringen ze kleinere bedrijven. Bovendien oefenen de chaebols van oudsher veel invloed uit op de politiek en dit leidt regelmatig tot schandalen. Zo trad president Park Geun-hye in 2017 af vanwege corruptie en werd veroordeeld tot 24 jaar cel.

Het werkbezoek aan Saejowi maakt op veel reisgenoten de meeste indruk. Saejowi is een ngo die streeft naar een verenigd Korea en daanaast Noord-Koreaanse ‘overlopers’ helpt met het inburgeringproces in Zuid-Korea. Sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) zijn ruim 30.000 Noord-Koreanen overgelopen naar het zuiden. Ongeveer tien keer zo velen zijn naar China gevlucht. De cijfers zijn verre van volledig, want van veel vluchtelingen wordt niks meer vernomen.

Wij maken kennis met drie van hen. Als de dames openhartig vertellen, luistert de groep ademloos. Een van de vrouwen stak in 2009 via China de grens over, op zoek naar haar vermiste zoon en dochter. Na bijna tien jaar heeft ze hen nog altijd niet gevonden. Haar buurvrouw kon haar ogen niet geloven toen ze in Zuid-Korea arriveerde: ‘We leerden op school dat Zuid-Korea bestond uit alleen maar daklozen. Toen bleek ik plots in een land met schone straten en verlichte gebouwen te zijn.’

IMG_0834

De oudste dame had een goede positie in het leger, maar keerde samen met haar vader het communistische regime de rug toe. ‘Mijn vader wilde voor zijn dood terugkeren naar zijn geboortedorp in Zuid-Korea, maar dat mocht niet van het regime. Daarop besloten we in China familie te ontmoeten. Alleen de Noord-Koreanen kwamen hier achter en sloten ons samen op.’ In de gevangenis moest ze toezien hoe haar vader gemarteld werd. Een maand later overleed hij.

Spijt van haar vlucht heeft ze niet. Wel dat ze nooit Engels heeft geleerd. In het leger kon ze alleen Russisch volgen. ‘Ik zou zo graag mijn verhaal met jullie willen delen, zonder vertaling van de tolk.’

 In de derde en laatste blog lees je meer over onze indrukken van Shanghai.

Advertenties

Seoul Sista deel 1: Hereniging

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Toen ik zeven maanden was, vloog ik van Seoul naar Amsterdam. Als baby was ik te vondeling gelegd op de stoep van het politiebureau in de Koreaanse hoofdstad. Mijn Nederlandse ouders en twee grote broers ontvingen me op Schiphol met open armen. Hoewel er niemand is die meer van boerenkool houdt dan ik, verloochen ik mijn Koreaanse afkomst niet.

Precies veertig jaar later vlieg ik de omgekeerde route terug. Samen met 30 collega’s van het ministerie van Financiën ben ik op studiereis in Zuid-Korea. Mijn nieuwe vrienden vragen hoe ik het vind om voor het eerst weer voet op Koreaanse bodem te zetten. Het voelt bijzonder om na veertig jaar terug te zijn in mijn geboorteplaats. Voor het eerst van mijn leven zie ik duizenden mensen bij elkaar die er hetzelfde uitzien. Dat doet iets met me. Een gevoel van saamhorigheid, van ergens bij horen. De eerste dagen lach ik naar alle Koreaanse voorbijgangers op straat.

Toen ik Seoul in 1978 verliet behoorde Zuid-Korea tot de armere landen van deze wereld. Er is in vier decennia veel veranderd. Seoul heeft zich ontwikkeld tot een moderne metropool met op elke hoek van de straat een koffietentje en hippe mensen die winkelen in luxe warenhuizen. Kranten berichten volop over een mogelijke hereniging van het Koreaanse schiereiland. De Koreanen volgen de onderhandelingen met Noord-Korea op de voet. President Moon wiens ouders uit Noord-Korea kwamen, maakt zich hard voor een hereniging. Hij hoeft geen Nobelprijs, maar wil wel vrede.

Mijn eigen hereniging loopt nog niet zoals ik had gehoopt. Ik voel me een buitenstaander. Terwijl mijn collega’s hier op handen worden gedragen, vinden de Koreanen mij een beetje raar. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Een kaaskop met spleetogen die niet met stokjes kan eten en de taal niet spreekt. De lokale mensen praten namelijk gewoon Koreaans tegen me en ik sta dan met een mond vol tanden. Ze kijken me teleurgesteld aan als blijkt dat ik ze niet versta. Misschien moeten we gewoon nog aan elkaar wennen.