Rennen met een hart

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Blog Born to Run Michael Beenhakker

Duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers doen komend Pinksterweekend mee met de Roparun. Directeur Michael Beenhakker (41) reist het parcours af om alle kanjers te supporteren. Naast zijn werk voor de stichting trekt de Rotterdammer zelf ook regelmatig zijn hardloopschoenen aan. ‘Als ik mezelf in de spiegel zie, staart er een hardloper terug.’

Michael Beenhakker weet hoe het is om iemand te verliezen. Op 16 januari plaatste hij het volgende op Facebook:Kanker is klote. Begin dit jaar is mijn leeftijds- en middelbare schoolgenootje overleden. Op zo’n moment realiseer ik me dat kanker niets te maken heeft met winnen of verliezen, maar met wel of geen geluk hebben. Want als iemand gevochten heeft, dan is zij het wel.’

10418955_10208834527361984_625910221062755314_nSchrijnend

Hoewel Michael er nu dagelijks mee te maken krijgt, blijft de dood hem raken. De directeur van de stichting Roparun herinnert zich zijn begintijd nog goed: ‘Belde er een vader op die een vakantiebungalow moest afzeggen, omdat zijn zoontje was overleden. Heel schrijnend. Toen ik ophing, was ik echt heel emotioneel. In de loop der jaren leerde ik beter met dit soort gesprekken om te gaan, maar normaal wordt het nooit. Kinderen horen niet te sterven.’

Mooie pruik

Dat gevoel van machteloosheid vindt de Rotterdammer verschrikkelijk. Als kind kon hij al niet tegen onrecht. ‘Op de kleuterschool zat er een meisje bij me in de klas met kanker’, herinnert hij zich. ‘Ze liep rond met een kaal hoofd en de andere kinderen staarden haar aan. Dat vond ik zielig. Had ze maar een mooie pruik dacht ik.’ Misschien is het dan ook niet zo verwonderlijk dat Michel in 2007 een baantje bij de stichting Roparun vond. Een stichting die het leven van kankerpatiënten zo aangenaam mogelijk wil maken. Onder meer door het ondersteunen van ruim 200 doelen: van vakantiebungalows voor zieke kinderen tot het ontwikkelen van speelgoed en meefinancieren van hospices. ‘We kunnen deze mensen niet genezen, maar hun leven wel een beetje beter maken’, aldus Michael.

Lach en een traan

Dat is ook de gedachte achter de jaarlijkse Roparun: rennen voor het goede doel. Over een paar dagen doen er weer duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers mee. Ze leggen dan in teamverband, binnen 48 uur, meer dan 500 kilometer af van Parijs of Hamburg naar de magische Coolsingel. Michael reist het parcours af om iedereen een hart onder de riem te steken. Hij weet wat voor mooi avontuur de Roparunners beleven. Zelf deed hij van 2004 tot en met 2007 als loper mee. ‘De Roparun is echt een teamprestatie’, vindt hij. ‘Het is een reis met een lach en een traan. Veel deelnemers kennen iemand in hun omgeving die kanker heeft of eraan is overleden. Onderweg kunnen de emoties oplopen. Maar uiteindelijk is iedereen trots om samen over de finish te komen.’

Genieten

Als medewerker van de stichting kan Michael zelf niet meer meedoen aan de estafetteloop. Dat mist hij stiekem wel een beetje. Hardlopen noemt de Rotterdammer het leukste dat er is. Iets dat hij al ruim 16 jaar met veel plezier doet. Hij beschouwt het echter niet als vanzelfsprekend. Samen met een vriend was hij in 2008 aan het trainen voor de marathon van New York. Op een dag viel zijn loopmaatje neer en moest met spoed naar het ziekenhuis. Daar schrok hij van en besloot zich voor alle zekerheid ook eens te laten testen. ‘Kwamen de artsen erachter dat ik een aangeboren hartafwijking had’, vertelt hij. ‘Moesten we allebei ons loopavontuur laten schieten. Uiteindelijk heb ik ‘m twee jaar later alsnog gelopen. Ik denk hier nog vaak aan terug en waardeer het leven des te meer. Voor mij is het sleutelwoord: genieten.’

 

Advertenties

‘Met hardlopen kun je jezelf zijn’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Egmond foto Rob Glas

Losse veter moment – foto Rob Glas

Fanatiek zijn is geen zonde. Jop van der Steen (22) droomt ervan binnen een paar jaar mee te draaien met de Nederlandse hardlooptop. Daar zet de student veel voor opzij. Zijn leven bestaat uit: trainen, studeren, eten en slapen. Voor hem voelt dit niet als een opoffering. ‘Hardlopen haalt het beste bij me naar boven.’  

Hij wordt in de hardloopwereld beschouwd als één van de aanstormende talenten van ons land. Jop van der Steen is de man in vorm. Bij de Vennenloop in Oisterwijk was er afgelopen zaterdag weer winst voor de atleet uit het loopteam Runshop Greg van Hest. Hij liep een solo in 48.04. Hiermee behaalde hij zijn derde overwinning op rij in een week tijd. Op dit moment leidt hij het klassement voor de mannen senior in het Global e-wegcircuit Midden-Brabant. Uiteraard hoopt hij zijn titel van vorig jaar te prolongeren.

Thuiswedstrijd

Zo’n 5,5 jaar geleden begon Jop met hardlopen. Daarvoor heeft de pabostudent 10 jaar lang fanatiek gehockeyd, net als zijn 2 zussen. ‘Ons team in de A-jeugd bestond uiteindelijk uit 19 spelers’, blikt hij terug. ‘Dit betekende dat er elke wedstrijd 8 op de bank zaten. Hoewel ik meestal wel mocht spelen, voelde dat wisselen niet meer fijn. Toen ben ik eigenlijk per toeval in het hardlopen gerold. Ik deed elk jaar al mee aan de Tilburg Ten Miles, een thuiswedstrijd van 16,1 km die letterlijk langs mijn huis gaat. Ik was nog niet heel actief aan het rennen, maar door het hockeyen had ik wel wat snelheid en een goede conditie ontwikkeld. Toen ik 16 was liep ik ‘m ongetraind in 1:08:11. Mensen in mijn omgeving vroegen vervolgens waarom ik hier niet in verder ging.’

 

Greg van Hest

Dat leek hem wel wat. Via een omweg kwam hij in oktober 2010 terecht bij Greg van Hest. De Tilburger bracht een bezoekje aan de hardloopwinkel van de voormalig topatleet. Deze zag het talent van de jonge hardloper en nam hem op in zijn net opgerichte hardloopteam. Samen met 6 jongens van zijn leeftijd die ongeveer even snel liepen, ging Jop serieus aan de bak. ‘In principe probeer ik 9 keer per week de deur uit te gaan om te trainen’, vertelt hij. ‘Ook doe ik nog twee keer in de week aan krachttraining. Ik heb vorig jaar met mijn studie kunnen regelen dat ik extra tijd krijg om te trainen. Hierdoor hoop ik nog meer uit mijn sport te halen.’

Foto Kees Snepvangers

In de strijd van de wedstrijd met Greg van Hest – foto Kees Snepvangers

Top 8

Voor 2016 legt Jop de lat weer een beetje hoger. Zijn ambities steekt hij niet onder stoelen of banken: ooit hoopt hij de beste te worden. Samen met zijn mentor Greg heeft hij een masterplan opgesteld om over 2 jaar proberen mee te draaien met de nationale hardlooptop. Daarvoor streeft hij naar een aantal straffe tijden. Komend jaar wil hij zijn huidige persoonlijke records aanscherpen op de 5 km (15.25), 10 km (31.25), 15 km (47:30), 10 EM (52.18) en de halve marathon (1:08:53). Van daaruit wil hij ieder jaar steeds iets verder gaan opbouwen. Jop: ‘Hoe langer de afstand, hoe beter ik erin kom. Ik denk dan ook dat de halve marathon mijn sterkste afstand is. Hopelijk lukt het om de nationale top 8 te halen. Daarvoor moet ik een tijd van 1:05:30 kunnen lopen. Er is nog een lange weg te gaan, maar niks is onmogelijk. Als ik ergens voor ga, wil ik er alles uithalen wat er in zit.’

Meester Jop

De jonge loper heeft weliswaar vertrouwen in zijn eigen kunnen, maar is tegelijkertijd ook realistisch. ‘Mijn studie geef ik niet op’, zegt hij stellig. ‘Ik zit nog niet in de positie om op één paard te wedden. Als er door bijvoorbeeld een blessure iets misgaat, heb ik helemaal niks meer. Bovendien vind ik het harstikke leuk om voor de klas te staan. De interesse en waardering die ik van de leerlingen krijg, niet alleen als sporter maar ook als meester Jop, waardeer ik enorm.’

Vriendschap

Voor zijn hardloopdroom moet Jop veel opzij zetten. Zijn leven bestaat uit trainen, studeren, eten, weer trainen en slapen. Er is weinig tijd voor andere dingen. Het voelt echter niet als een opoffering. Want zo legt hij uit: ‘Ik mis het niet dat ik niet elk weekend op stap kan gaan. Er is niet iets dat ik niet kan doen, maar wel zou willen.’ Met loopmaatjes Lauran Beijens, Dennis de Freytas en Björn Koreman heeft hij een hechte vriendschap opgebouwd. Niet alleen delen de jongens een passie voor rennen, maar ze zitten ook in hetzelfde schuitje. ‘Je maakt samen veel mee en dat schept een bijzondere band. Tijdens de duurlopen praten we ook over privé dingen. Daarnaast maken we veel lol, het is soms 12 kilometer lang lachen. Ook buiten trainingen trekken we met elkaar op.’

Met Dennis zweefmoment

Met loopmaatje Dennis de Freytas (l)

Instagram

In zijn spaarzame vrije tijd vindt Jop het leuk om zijn passie voor hardlopen te delen via social media. Op Instagram plaatst hij regelmatig een hardloopfoto. Het mooie hieraan vindt hij dat je er mensen van over de hele wereld mee kunt bereiken. Met bijna 1.050 volgers lukt hem dat al aardig. ‘Mijn sport is niet gebonden aan grenzen of niveaus’, aldus Jop. ‘Met hardlopen kun je gewoon jezelf zijn. Iedereen kan op zijn eigen manier 5 kilometer rennen. Ik geniet er elke dag weer van. Het haalt het beste in me naar boven. Je mag me er ’s nachts voor wakker maken.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Me, myself & I

Toen ik 5 jaar geleden begon met hardlopen, droomde ik ervan ooit mee te kunnen doen met de grote jongens. Vandaag de dag kom ik nog steeds niet op gelijke hoogte. Letterlijk niet. Die toplopers houd ik natuurlijk niet bij, maar op een goede dag passeer ik wel een rappe recreant. Meestal op de lange afstanden. Zeg vanaf 25 kilometer of meer. Ze zijn dan weleens verbaasd. Ingehaald worden door een onderdeurtje. Zo raakte ik vorige maand bij een marathontraining voor Rotterdam in gesprek met een mede-hardloper. ‘Ik herken jou wel’, zegt hij lachend. ‘Aan je rokje. Jij had me vorig jaar ingehaald bij de 30 van Tilburg. Bij de eindsprint. Dat vergeet ik niet meer.’

Voor veel buitenstaanders ben ik die oriëntaalse hardloopster. Dat kleine meisje in het roze. Een Mega Mindy. Die rennende Ninja. Of een rare Chinees. Tenminste, dat zijn de woorden van een snotaap van een jaar of 11. Hiervoor moeten we een paar weken terug in de tijd. Het jongetje bivakkeert met zijn klas op de atletiekbaan. Elke keer wanneer ik voorbij kom joggen, klinkt er een zacht gelach. Mijn kleine plaaggeest stoot zijn klasgenootje aan. Hij roept: ‘Daar loopt een Chinees!’ Hij begint te marcheren en zwaait zijn armen overdreven de lucht in. Een stoere poging mij te imiteren. Dat hij zelf het enige getinte kind in de groep is, beschouw ik als mijn ironie.

Tussen ons gezegd: ik geniet stiekem van de verraste gezichten als ik mensen vertel dat ik aan hardlopen doe. Zelfs mijn trainer Harrie vraagt het zich weleens af. ‘Hoe krijg je die kracht toch uit dat kleine lijfje van jou geperst’, roept hij weleens gekscherend. Op een zonnige maandagochtend in maart denkt hij het antwoord te weten. Ik kom hem tegen bij ons in de wijk. We blikken samen terug op de wedstrijd van de dag ervoor. Volgens traditie deed ik mee aan de 30 van Tilburg. Een mooie test voor Rotterdam. Enfin, Harrie heeft 30 kilometer achter me gefietst waardoor hij mijn looptechniek heeft kunnen bestuderen. ‘Je landde geen enkele keer op je hielen ’, constateert hij. ‘Is dat goed’, vraag ik hem aarzelend. ‘Jazeker. Op deze manier ga je effectiever met je krachten om. Die lange afstanden liggen jou wel.’ Landen op mijn voorvoeten. Zoiets aardigs heeft nog nooit iemand over mijn lopen gezegd. Ik ben er de hele dag blij van geweest.

 

Mijn geslaagde generale repetitie komt precies op het juiste moment. Lange tijd ben ik bang dat ik tekort schiet in snelheid. Het kost me de grootste moeite om het gewenste marathontempo aan te meten. Dikwijls denk ik weemoedig terug aan vorig jaar. En het jaar daarvoor. Toen leek alles beter te gaan. De vorm laat dus op zich wachten, maar is er net op tijd. Het zelfvertrouwen heb ik terug. Kracht zit ‘m niet alleen in een fysiek perfect lichaam, maar ook in je hoofd. De weg naar Rotterdam verloopt dus met vallen en opstaan. Soms ook letterlijk. Zo beleef ik recent nog een spannend moment. Tijdens de laatste testloop van 35 kilometer maak ik een harde smak op mijn knieën. Gelukkig blijft de schade beperkt. Mijn enige prioriteit is om nu alles heel te houden.

Over precies een week is het eindelijk zo ver. Ik loop dan dé wedstrijd van het jaar. Daar heb ik 16 weken keihard voor getraind. Ik wil dolgraag knallen in Rotterdam. Laten zien wat ik kan. Zeker na de teleurstelling van vorig jaar. Dat betekent een extra scheut gas geven. Bij die gedachte gieren de zenuwen al door mijn lijf. Tijdens de marathon moet ik het zelf doen. Helemaal alleen. Zonder de hulp van mijn trainer. Zonder de steun van mijn loopmaatjes. Best eng. Maar ik ben er klaar voor.

De geschiedenis voltrekt zich op 10 april weliswaar voor mijn ogen, maar krijgt pas vorm in de tijd. Geen Keniaanse tijd, maar wel eentje waar ik trots op kan zijn. Ik streef naar progressie, niet naar perfectie. Hopelijk sprint ik naar een mooi PR. Kleine meisjes met grote dromen komen vaak verder dan je denkt.

Operatie sixpack

Op een dag word je wakker en weet je het: ik wil een sixpack. De kerstgedachte bleef dit jaar bij mij iets te lang hangen. Vooral aan buik en heupen. Ik vind sixpack toffer klinken dan zadeltassen. Dat heeft een nare bijsmaak. En ik ben juist dol op lekker eten. Toen ik  begon met hardlopen vlogen de kilo’s er van af. Een maand op rantsoen deed de truc. Helaas blijkt dat niet meer zo gemakkelijk te gaan.

Ik ben liever geen kiloknaller, maar een kilometerknaller. Vanaf volgende week begin ik daarom echt. Herkenbaar? Ik steek mijn hand in de lucht. Mijn buikje is niet flinterdun en super strak. Nog niet. Jazeker, in mijn dromen ben ik een XS-je. In het echte leven moet ik tienduizend uur zwoegen om mijn liflafjes te laten verdwijnen. Ik las op internet dat met 1 kilo eraf je 1 minuut sneller rent. Nog meer reden om fit, strak & verantwoord te leven. In de praktijk komt dat neer op Rust, Reinheid en Regelmaat. Oftewel op tijd naar bed, gezond eten en stress vermijden. Nieuwe energie voor lichaam, hoofd en hart.

Aan ambitie ontbreekt het bij mij niet. Ik ben een meisje met een missie. Er valt in mijn ogen altijd iets te wensen. Mijn honger naar een groots en meeslepend leven is niet te stillen. Meer, beter, mooier, gekker, interessanter. Dus niet alleen die 6 blokjes in mijn buik. Nee, ik wil nog iets anders bereiken. Het begon allemaal vorige maand tijdens een informatieavond bij Run2Day in Breda. Ik was daar om meer te horen over de marathon van Berlijn. Op 25 september ga ik 42 kilometer lopen over het snelste parcours van de wereld. Samen met die van New York staat deze marathon bovenaan mijn hardloop bucket list.

Enfin, terug naar de presentatie. De mensen van de hardloopwinkel vertelden super enthousiast over de 6 grootste marathons, de zogeheten Major 6: New York, Berlijn, Chicago, Boston, Londen en Tokio. Een eliterijtje. De grand slams van de marathonsport. U voelt ‘m misschien al aankomen…. Inderdaad, ik wil ze allemaal gaan lopen. Dat is mijn ultieme droom. New York heb ik afgelopen jaar gelopen en vink ik alvast af. Berlijn komt eraan. Samen met mijn vriendin Esmah reis ik in 2017 af naar Chicago. Dan zit ik al op de helft. Een mede-hardloper vatte de informatieavond leuk samen: ‘Fijne reeks. Dat is een mooie sixpack.’

 

En zo is de cirkel rond. Nou ja, liever plat dus. Er staan mooie marathonavonturen op stapel. Ik heb zin in het nieuwe hardloopjaar. Laat ik niet op zaken vooruit lopen. Mijn focus ligt nu op de marathon van Rotterdam. Dat vergt mijn volledige aandacht. Na de lichte teleurstelling van vorig jaar wil ik me dolgraag revancheren. Ik verkeerde toen in een bloedvorm. Zo zeker was ik ervan mijn PR (3.45.42) te verbeteren. Helaas gooide een hardnekkig griepvirus mijn plannen overhoop. Tijdens de marathon liep ik op halve kracht en hoestend haalde ik de finish op de Coolsingel. Met terugwerkende kracht dringt het nu pas tot me door dat ik niet mag klagen met mijn tijd van 3.46.25, slechts 43 seconden langzamer.

Blog operatie sixpack Erasmusbrug

Ik heb grootse plannen voor 10 april. Om te slagen in mijn ambities heb ik de hulp ingeschakeld van mijn looptrainer Harrie. De beste man heeft me al 3 keer zien finishen in Rotjeknor. Hij weet hoe ik loop. Hij kent mijn tijden. Hij kent mijn sterke en zwakke punten. Hij beseft hoe graag ik wil knallen. Maar bovenal: hij schenkt mij het vertrouwen waar ik naar verlang. Het eerste wat Harrie zei was: ‘Het is hard werken, Anouk. Je krijgt het niet voor niks.’ Zijn woorden blijven hangen. Als een tegeltjeswijsheid staan ze getatoeëerd in mijn geheugen. Niks in mijn leven komt me aanwaaien. Voor alles wat ik wil bereiken, moet ik keihard zwoegen. Dat is altijd zo geweest. Voor mijn strikdiploma, voor mijn middelbare schoolexamens, voor mijn journalistenpapiertje, voor een fit lichaam en nu weer voor een marathon.

Er is dus werk aan de winkel. Ik ging vlak voor kerstmis voortvarend van start met mijn marathonschema. Helaas had de griep me dit jaar ook te pakken. Hardlopen stond even op een lager pitje. Ik ben weer hersteld, maar begin te twijfelen. Aan mezelf. Ik voel de druk om te presteren. De persoon die terug staart in de spiegel is mijn grootste tegenstander. Het is jij tegen jezelf. Geloof in eigen kunnen is belangrijk. Ik moet het zelf doen.

Waarom ik dit dan toch allemaal doe? Simpel. Hardlopen is een verslaving. Dan voel ik dat ik leef. Het is wat je uit een wedstrijd meeneemt. Dat onoverwinnelijke gevoel. Niemand neemt dat van je af. Dat is alles dat ik ooit heb gewild: passie, trots en zelfvertrouwen. Niet voor mijn trainer, niet voor mijn ouders of vriend, maar voor mezelf.

Ik ben niet meer het schuchtere meisje dat ik ooit was. Toen zat ik dagdromend uit het klaslokaal te staren. Nu maak ik mijn dromen waar. Hardlopen staat symbool voor de vrouw die ik vandaag de dag ben. Ik wil zo lang mogelijk doen wat ik het liefste doe. Zoals Rocky Balbao zegt in de film Creed: ‘cento anni, 100 years.’ Wel graag met 6 roestvrije blokjes.

‘Een marathon lopen is een mentale race’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto aankondiging Facebook

Foto AV SPRINT

Nog 77 dagen en dan klinkt het startschot op de Coolsingel. In aanloop naar 10 april organiseert Marathon Rotterdam door heel het land gezamenlijke trainingslopen. In Breda loopt Martijn Kegler (37) zondag mee als pacer. ‘Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Zijn atletiekvereniging AV SPRINT in Breda zocht 4 jaar geleden vrijwilligers voor de Road2Rotterdam trainingslopen. Samen met een aantal loopmaatjes meldde Martijn Kegler zich aan om te helpen. ‘De eerste keer stond ik bij de drankpost in de ijzige kou en zag super enthousiaste lopers voorbij komen’, herinnert hij zich. ‘Dat wilde ik ook. Dus bij de 3 resterende lopen trok ik een geel hesje aan en liep mee als pacer. Mensen vroegen waarom ik me niet opgaf voor Rotterdam. Nee, dat vond ik toen nog te vroeg. Fysiek lukte me dat wel, maar mentaal was ik er nog niet klaar voor.’

Euforisch gevoel

In de zomer van 2012 voelde Martijn dat de tijd rijp was. Hij is toen gaan trainen voor zijn eerste marathon in Amsterdam. Het gaf hem een geestelijke voorsprong dat hij die trainingslopen had gedaan. Want zo zegt hij: ‘Na een kleine 4 uur kwam ik met een euforisch gevoel over de finish. Dit wilde ik vaker gaan doen. Ik dacht: “Wanneer mag ik weer?” Ik vind het fantastisch om lange afstanden te lopen.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler blauw

Jubileumrace

Na zijn marathondebuut in Amsterdam heeft Martijn er nog 4 gelopen: 2 keer Rotterdam, Etten-Leur en Antwerpen. Dit jaar is hij weer tempomaker (pacer) bij de Road2Rotterdam trainingslopen. Zelf is de vader van 2 zoons op 10 april niet van de partij in de Maasstad. Samen met een groepje loopmaatjes doet hij in september mee met de marathon van Berlijn. Daarom vindt hij het fijn om zo toch zijn conditie op pijl te houden. Uiteraard leeft hij mee met de lopers op weg naar hun grote dag. ‘Het is echt een feestje’, vindt Martijn. ‘We hebben super gezellige Road2Rotterdam loopgroepen. Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Tempomakers

Doel van deze trainingslopen is om je als deelnemer optimaal voor te bereiden op het succesvol lopen van de marathon. Daarnaast is het een mooie gelegenheid om de noodzakelijke lange duurlopen in groepsverband te doen. Behalve in de regio Breda vinden er ook trainingen plaats in Groningen, Brunssum, Nijmegen, Vught en de regio’s Amsterdam en Rotterdam. Het programma bestaat uit een serie van 4 duurlopen over 20, 25, 30 en 35 kilometer. Deelnemers sluiten zich aan bij een tempogroep die de gewenste marathon-streeftijd het dichtst benadert. Uitgangspunt hierbij zijn de 5 kilometer tijden, die beginnen bij 20 minuten (4:00 min/km) en oplopen tot 32:20 minuten (6:30 min/km). De trainingslopen worden aangevoerd door ervaren en goed herkenbare tempomakers (pacers). Bij elke 5 kilometer staat een drankpost met water en sportdrank. In principe wordt alles voor je geregeld en hoef je als loper alleen maar aan te sluiten.

Mentale race

In de regel gaan er 2 pacers mee in elke tempogroep. Martijn loopt dit jaar weer met hardloopmaatje Jacqueline voorop in de 5:45-groep. De vrienden zouden vorig jaar samen meedoen aan de marathon van Rotterdam. Helaas moest Jacqueline wegens een blessure afhalen. Tijdens de trainingslopen is de opdracht vlak te lopen en het tempo voor de groep aan te geven. ‘Je kunt als pacer je voorkeurstijd aangeven’, vertelt hij. ‘Ik doe altijd mee met de 6:00 of 5:45. Dat is een tempo waarvan ik weet dat ik het goed kan bijhouden. Niet dat je jezelf tijdens zo’n loop buitenspel zet en de finish niet haalt. Vergeet niet dat de marathon een andere discipline is,’ stelt hij. ‘Het is een mentale race en zit vooral tussen je oren.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto 1

Foto AV SPRINT

Vriendenteam

Hardlopen maakt hem oprecht blij. Als hij zijn hardloopschoenen aantrekt, voelt Martijn zich al een vis in het water. Hij loopt 3 tot 4 keer in de week. Dat heeft hem geholpen toen hij 8 jaar geleden van Utrecht naar Breda verhuisde. Hij hing toen zijn voetbalschoenen aan de wilgen en ging hardlopen. Hierdoor voelde hij zich al snel thuis in het Brabantse land. Martijn: ‘Goede vriend Ron vroeg of ik een keer mee ging naar AV SPRINT. Hij heeft altijd fanatiek gelopen en wilde de draad weer oppakken. Ik vond het leuk bij de club en ben er nooit meer weggegaan. Het vriendenteam van het voetballen is vervangen door een hechte hardloopgroep.’

Bekertjes

Die saamhorigheid ziet hij ook terug in de Road2Rotterdam trainingslopen. Daar is de marathonloper blij mee. Hardlopen moet leuk blijven. ‘Er hangt een goede sfeer en lopers wisselen ervaringen uit’, aldus Martijn. ‘Dat stimuleert en motiveert. Gelukkig maar want het zijn lange afstanden. Er liep een keer een vrouw mee die de kilometers omrekende in bekertjes. Na elke 5 kilometer zei ze bijvoorbeeld: “We hoeven nog maar 2 bekertjes.” Dat klinkt toch een stuk vriendelijker. Het voelt goed om elkaar erdoor heen te slepen. Iedereen traint toch voor hetzelfde doel.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

‘Hardlopen is een fotogenieke sport’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Interview Born to Run - Kees Snepvangers foto 1 fotograaf is Kees Laurijssen

Foto Kees Laurijssen

Zelf noemt hij zijn foto’s een kijk op atletiek. Kees Snepvangers (61) uit Breda is een graag geziene toeschouwer bij loopjes in de regio. Hij is daar niet om te rennen, maar om alles in beelden vast te leggen. ‘Ik wil de atleet laten zien die met de wedstrijd bezig is.’

Het crossseizoen is in volle gang. De kans is groot dat Kees Snepvangers ergens rondloopt. Vanaf de zijlijn ziet hij de wedstrijd vanuit een ander perspectief. Met zijn camera in de hand legt hij de lopers op de gevoelige lens vast. Het liefst fotografeert de Bredanaar tijdens crosswedstrijden in de winter. ‘Ik probeer de focus van de atleet vast te leggen’, legt hij uit. ‘Bij de crossen kun je dat heel goed zien op de gezichten van de atleten. Dat laat ik op mijn foto’s terugkomen. Ik zie in één pas verschillende gelaatstuitdrukkingen. Het gevecht met zichzelf, de concentratie, de gezichtsuitdrukking. Dat zijn sportfoto’s in de puurste vorm.’

Interview Born to Run - Kees Snepvangers reserve foto

Foto Kees Snepvangers

Duimen omhoog

Een sportfotograaf wil Kees zichzelf niet noemen. Met zijn beeldmateriaal geeft hij zijn kijk op atletiek. Hij wil de plaatjes klikken die niemand verwacht. Je ziet hem zelden bij de finish of de prijsuitreiking. Voor hem ook geen kiekjes van lopers die lachend in de lens zwaaien. Of erger, 2 duimen omhoog steken. ‘Dat mogen ze achteraf doen’, vindt hij. ‘Het is zonde van de energie tijdens het lopen. Ik wil juist de atleet laten zien die met de wedstrijd bezig is. De lichaamshouding zegt vaak meer dan duizend woorden.’

 Perfectionist

Fotograferen is een hobby die hij al 10 jaar uitoefent. In 2006 doet Kees zich met kerstmis een digitale camera cadeau. Zijn eerste maar zeker niet zijn laatste. Om het vak onder de knie te krijgen, oefent hij jaren op zijn techniek. Hij maakt duizenden kiekjes tijdens diverse loopjes in de regio van zijn woonplaats Breda. Als rasechte perfectionist is hij niet snel tevreden. Steeds bedenkt hij hoe hij zichzelf kan verbeteren. Daarvoor gaat hij in 2010 te rade bij een professionele fotograaf om daar privélessen te volgen.

DSC_4419

Foto Kees Snepvangers

Voetbalwedstrijd

Pas in 2012 vindt Kees dat hij meer grip heeft op de fotografie. De teller staat dan op 200.000 foto’s. Hij krijgt er ook steeds meer plezier in en besluit zijn foto’s ook op Facebook te plaatsen. De enthousiaste reacties zijn het duwtje om zijn eigen website te gaan bouwen. Vorig jaar was hij bij een cursus sportfotografie. ‘Dat was bij Tim Ras, sportfotograaf van het AD’, weet hij nog goed. ‘We gingen naar een voetbalwedstrijd. Daar had ik niets mee. Het spelletje snap ik niet. De foto’s waren dan ook niets.’

Risico

Atletiek en in het bijzonder hardlopen past wél bij wat Kees wil fotograferen. Atleten leest hij feilloos. Hardlopen noemt hij een fotogenieke sport voor zijn lens. Zijn favoriete camerastandpunt? Hij heeft een voorkeur om schuin van voren te fotograferen. Dan heeft hij een beter perspectief. Verder kijkt de fotograaf uit Breda bijna altijd iets naar boven gericht. ‘Ik ben voortdurend zoekende en pas me aan de situatie aan’, vertelt hij. ‘Ik fotografeer de lopers van relatief dichtbij. Soms zit ik weleens op mijn knieën om de goede foto te maken. Dat is risicovol, want er mislukken er veel. Maar als ik slaag, zitten er vaak een paar bijzondere exemplaren tussen.’

DSC_8443

Foto: Kees Snepvangers

Liefhebbers

Na al die jaren blijft fotograferen voor Kees puur een hobby. Zijn beeldmateriaal plaatst hij op zijn website. Hij schiet plaatjes om te delen, niet om te verkopen. ‘Het proces van foto’s uitzoeken en bewerken vind ik fascinerend’, zegt hij. ‘Als ik commercieel werk, moet ik het razendsnel online zetten. Ik neem er liever wat meer de tijd voor. Daar geniet ik zelf ook meer van. Als liefhebber maak ik foto’s voor liefhebbers. Dat is mijn verslag van de wedstrijd.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

‘Hardlopen is een hobby, geen competitie’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

IMG_0550Het rennen van wedstrijden staat lange tijd centraal in het leven van Lianne Ivens. Ze traint jaren fanatiek om fitter, sneller en beter te worden. De druk om elke week te presteren, voelt de loopster uit Waalwijk niet meer. ‘Dat streberige ben ik kwijt. Alles draait nu om het genieten.’

‘Goed lopen gebeurt bij vlagen. Ik verkeer tegenwoordig in een wat minder snelle fase. Een paar jaar geleden zette ik het ene PR na het andere neer. Op de 10 km zat ik rond de 45 minuten en de 5 km kwam nooit boven de 23 minuten uit. Je kunt echter niet altijd toptijden rennen. Dat besef ik inmiddels ook. Ik ben nu gewoon lekker bezig met mijn grote hobby.’

Excelleren

Meedoen aan wedstrijden staat lange tijd centraal in het leven van Lianne Ivens. De loopster uit Waalwijk traint jaren fanatiek om fitter, sneller en beter te worden. Ondertussen voelt ze de druk om elke week te presteren. Nee, liever nog excelleren. ‘Een goede tijd rennen gebeurt niet zomaar’, zegt ze. ‘Dat vergt zweet, doorzettingsvermogen en keihard werken. In mijn gedrevenheid legde ik mezelf te veel druk op. Ik kreeg er zelfs rugpijn van.’

Losse veters

Lianne begint 12 jaar geleden met hardlopen. Via haar man raakt ze besmet met het renvirus. Het gaat haar gemakkelijk af. Wel heeft ze last van wedstrijdstress. Door regelmatig mee te doen aan wedstrijden, krijgt ze haar zenuwen beter onder controle. Ze loopt vooral kortere afstanden: 5 km, 7,5 km en soms een 10 km wedstrijd. ‘Na 10 km gaan mijn veters los’, grapt ze. ‘Dan heb ik geen tijd meer om ze te strikken. Ik heb ooit meegedaan met de Dam tot Damloop. Dat was eens maar nooit meer.’

Crossen

Fanatiek is de moeder van 2 kinderen (14 en 17) nog steeds, maar ze draaft niet meer door. Ze loopt 4 keer per week. Op dit moment geniet ze extra. Het is haar seizoen: guur weer en crossen door de bossen. Dan leeft ze helemaal op. Ze doet in het weekend regelmatig mee met een crosswedstrijd in de regio. Een mooi weer loper is ze dus niet. In de zomer houdt ze zich wat rustiger.

Loopmaatjes

Tijdens wedstrijden blijft Lianne gefocust, maar het trainen doet ze voortaan meer ontspannen. Lekker sparren en gek doen met andere lopers, dat vindt ze leuk. ‘Het is gezellig om bij te kletsen onder het rennen’, roept ze enthousiast. ‘Dat hoeven geen diepgaande gesprekken te zijn. Ik ben niet op de hoogte van het privéleven van iedereen. Integendeel zelfs. Zo kwam ik er pas na jaren achter dat 2 van mijn loopmaatjes met elkaar waren getrouwd.’

Liberty Run 2015

Foto Kees Snepvangers

Serene rust

Om meer relaxed te lopen, sluit Lianne zich een paar jaar geleden aan bij Go Run. Dit is een hardloopgroep in Kaatsheuvel. Niks moet daar, alles mag. Ze holt het liefst door de natuur. ‘Als ik daar ren, besef ik weer waarom ik hardlopen zo leuk vind’, aldus de Brabantse. ‘Zelf woon ik vlakbij de Loonse en Drunense Duinen. Het is fantastisch om daar te lopen. Soms zie ik vossen, reeën en konijntjes voorbij komen. Het klinkt soft, maar dan voel ik een serene rust.’

11889492_10203938886745986_8280039634916080338_n

Genieten

Door alleen nog maar dingen te doen waar ze blij van wordt, staat ze met haar beide benen steviger op de grond. Hardlopen is geen competitie meer, maar een hobby. Of ze het nog een keer zou kunnen, de drang om steeds de beste te zijn? Ze denkt hard na, en spreekt dan zacht: ‘Ik denk het niet. Niet zó. Dat streberige ben ik kwijt. Heel hard rennen is niet meer het belangrijkste. Alles draait nu om het genieten. Ik wil vooral finishen met een fijn gevoel. Uiteindelijk ben ik een recreant die toevallig verslaafd is aan hardlopen.’

De hardloopfoto’s van Lianne zijn gemaakt door Kees Snepvangers
Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl