Pijn

Anouk selfie zwart wit juni 2015Een brugpieper van 13 was ik, toen ik haar voor het eerst zag. Terwijl ik me het liefst verstopte achter mijn boekentas, paradeerde zij als een elegante zwaan door de gangen van de school. In mijn herinnering was ze het perfecte modellenplaatje: slank, blonde krullen en ellenlange benen. Typisch een cheerleader uit zo’n Amerikaanse film waar alle jongens verliefd op worden en met wie alle meisjes bevriend willen zijn. Ik noemde haar Goudlokje. De jaren erop volgde ik haar vanaf de zijlijn. Als je zo mooi en perfect bent, moet je wel heel gelukkig zijn. Daar was ik van overtuigd. Een naïeve maar oprechte redenering van een onzekere tiener.

Niets is wat het lijkt. Goudlokje stierf jong. Ze was pas 19 jaar. Zelfdoding, zo hoorde ik later. In haar afscheidsbrief stond dat ze er niet meer tegen kon. Het leven deed pijn, heel veel pijn. Haar dood maakte een onuitwisbare indruk op me. Nog steeds. Misschien grijpt het me zo naar de strot, omdat ik zelf ook veel verdriet heb gekend. Mijn dagen op de middelbare school waren een hel. Terwijl klasgenoten haar aanbaden, maakten ze mij het leven zo zuur mogelijk. Ik was het mikpunt van spot, gepest en getreiter. Soms gebeurden de vernederingen en plein public, maar vaker nog onderhuids. Elke dag nam ik me voor er iets tegen te doen. Dat is er nooit van gekomen. In plaats van dat ik voor mezelf opkwam, zat ik te snikken op de wc. Terwijl ik in de bloei van mijn leven hoorde te zijn, omhelsde ik de eenzaamheid. Daar kom ik nu zonder gêne voor uit.

Blog pijn foto 8Alles draaide om overleven. Dag in, dag uit. Radeloos, moedeloos en kansloos. Hoe fijn moest het zijn om dit niet meer te hoeven voelen. Bestond er geen Never Never Land, waarin ik zorgeloos kind kon blijven? Zou Goudlokje dat ook hebben gewenst? Wat zij had gedaan, leek me helemaal niet zo raar. Soms kun je beter zelf uit het leven stappen als het leven jou al heeft verlaten. Zij zag geen uitweg, ik vond er wel eentje. De dood heeft me juist laten leven. Gek genoeg ben ik doodsbang om te sterven. Daarom sta ik hier nog.

Blog pijn foto BerlijnDe jaren die volgden, verliepen met vallen en opstaan. Het pesten werd minder, maar verdwenen was het nooit. Tijdens mijn studie lachten klasgenoten me achter mijn rug om uit. Later op kantoor viste ik ook stelselmatig achter het net. De dames leken er een sport van te maken me te negeren. Vechten tegen je plaaggeesten voelde als een tijdrit zonder eindpunt. Als je elke dag met dat resultaat thuiskomt, stap je op den duur je bed niet meer uit. In stilte bouwde ik een betonnen muur om me heen. Niemand wist wat er zich in mijn hoofd afspeelde.

Het heeft lang geduurd voordat ik vrede kon sluiten met mijn verleden. Dat gebeurde pas vorig jaar. Via mijn werk regelde ik een stage van 6 weken op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Een goede vriendin leende me het boek van Isa Hoes. Hierin vertelt ze over haar grote liefde Antonie Kamerling. Hoe het was om met een man te leven die de hoogste pieken en de diepste dalen kende. Iedereen weet hoe het met hem is afgelopen. Toen ik terugkwam vertelde ik mijn vriendin over mijn melancholische gedachten. Dat had ik nog nooit met iemand gedeeld. Ze herkende zich in mijn verhaal. Samen hebben we gehuild. Met de tranen die vloeiden, slipte ook het stille verdriet langzaam weg.

IMG_0077Met dichtgeknepen ogen denk ik nog weleens terug aan Goudlokje. Ik hoop dat ze het gedroomde land aan de horizon heeft gevonden. Het leven is voor sommige mensen letterlijk een gevecht op leven en dood. Dat is haast niet voor te stellen als je zoiets nog nooit hebt gevoeld. Ik ben blij dat ik de regie over mijn eigen leven weer terug heb. Een ding staat voor mij vast. De zon komt elke dag op en gaat elke dag weer onder. Het is aan mij om te beslissen of ik daar bij wil zijn.

Groeten uit Holland

Every time you find some humor in a difficult situation you winHallo andere mama,

We kennen elkaar niet. Mijn naam is Anouk Bakker, je dochter. Lief spleetoogje, buitenbeentje, modemeisje, journalist, hardlooptornado. Dat is mijn tijdlijn in een notendop. In die volgorde. Net als jij had ik een fijn en onbezorgd leven gepland, maar onderweg moest ik mijn plannen veranderen. Ondanks mijn gebrek aan navigatie, rijd ik niet zomaar een doodlopende straat in. Ik keer om en rijd terug. Maar daar later meer over. Stoer als ik ben, heb ik mijn gevoelens voor jou 36 jaar geparkeerd. Het raakt me dat ik geen herinneringen aan je heb. Met een baby in je armen voelde je vast wanhoop toen je besefte dat je niet voor me kon zorgen. Je hebt me afgestaan voor adoptie en de naweeën van jouw beslissing heb ik gevoeld. Geen wraakgevoelens, wel verlatingsangst.

Iets anders waar mijn emotie van opvliegt, is onrecht. Als ik terugkijk op mijn jeugd zijn dat discriminatie en pesten. Ik groeide op in een helaas niet kleurenblinde wereld, in een land ver van jou vandaan. Ik was dat Chineesje waar iedereen een mening over had. Daardoor wist ik al jong hoe het is als je anders bent en mensen een mening over je hebben. Mijn kinderjaren waren prettig. Ik was gelukkig en had veel vrienden. Daar kwam abrupt een einde aan toen ik de naar de middelbare school ging. Van de ene op de andere dag werd ik gepest. Ik degradeerde van populair naar pispaal. Ik was een tiener die probeerde te overleven. Elke ochtend stond ik op, stapte op mijn fiets en probeerde genoeg kracht te vinden om de arena vol pestkoppen te trotseren. Schrijven hield me op het rechte pad. Het moeilijkste was dat ik geen vrienden had. Als ik een toverstafje had dan wenste ik dat ik me niet meer alleen zou voelen. ‘Snap niet dat mensen zo slecht kunnen zijn. Was ik maar in één zwiep van alle pijn af’, schreef ik in mijn dagboek. Ik was toen 14 jaar.

De ommekeer kwam tijdens mijn studie. Ik kreeg onverwacht een steuntje in de rug van mijn docent journalistiek. In mijn ogen was hij een schrijfhoogheid. Hij zei wat ik sinds mijn strikdiploma niet meer had gehoord: ‘Je hebt talent.’ Toen realiseerde ik me dat ik kon opgeven of omhoog krabbelen. Ik koos voor het laatste. Door iemand zijn fout, wilde ik niet anders over mezelf denken. Jij zou me vast een knuffel hebben gegeven, zoals moeders doen. Ondanks mijn helse schooltijd bleef ik altijd positief. Het was belangrijker om elke dag te lachen dan te huilen. De drie magische woorden van mijn docent journalistiek gaven me net dat ene zetje in de juiste richting. Ik was net 20 jaar en stond voor een kruispunt. Ik wist dat er meer was in het leven. Dus toen bedacht ik me dat ik kon opgeven of weer omhoog krabbelen. Door iemand zijn fout, ga ik niet anders over mezelf denken. Ik wil niet boos blijven op de wereld en verbitterd raken. Ik haat mijn plaaggeesten niet. Jij zou me vast wijze raad hebben gegeven. Iets van: als je het zelf niet doet, doet een ander het ook niet.

Dat ik nooit heb opgegeven is misschien wel dapperste wat ik ooit heb gedaan. En daarvoor, mam, moet ik je de hand schudden. Bedankt voor de bagage, jouw erfenis aan mij. Doordat jij niet voor mij kon zorgen, heb ik geleerd dat zelf te doen. Ik ben geen einzelgänger meer, maar een gelukkige Kaaskop met spleetoogjes. Zonder het label adoptiekind of pispaal. Jouw dochter gaat het ver schoppen. Ik draag mijn eerste Pulitzerprijs aan jou op. Ja, je mag dan best een traantje wegpinken.

Je dochter