Jackpot

Er was eens een meisje met een roze rokje. Ze hield van hardlopen, zat vol ambitie en was niet vies van hard werken. Natuurlijk fantaseerde ze weleens over het winnen van de jackpot om vervolgens te emigreren naar een klein paradijsje op aarde. Een beetje dromerig was het meisje wel, maar niet geheel onrealistisch. Dit jaar wilde ze graag knallen tijdens de marathon. Om precies te zijn die in Rotterdam. Haar favoriete marathon.

Als het meisje ergens haar zinnen op had gezet, ging ze voortvarend aan de slag. Aan half werk deed ze niet, behalve aan halve marathons. Ze schreef zich op 1 oktober direct in voor de marathon in de Maasstad. Diezelfde week klopte ze aan bij haar trainer Harrie. ‘Wil je me helpen met het lopen van een goede tijd’, vroeg ze. ‘Wat is je streeftijd’, wilde hij weten. ‘Ik droom van een 3.40 op de klok’, antwoordde het meisje. ‘Daarvoor moet je flink aan de bak. Mits je daartoe bereid bent, acht ik het niet onmogelijk’, concludeerde hij.

Blog Jackpot - op de Erasmusbrug

Rotterdam bounce!

Op de grote dag zelf verliep alles lange tijd op rolletjes. Tot de 35 kilometer holde het meisjes keurig volgens schema. Toen gingen haar benen verzuren. En hoe. Ze kreeg lichte kramp en haar rondetijden zakten als een kaartenhuis ineen. Opgeven kon ze echter niet. ‘Voor Leentje, Harrie en de jongens’, spookte het de laatste 7 kilometer en 195 meter door haar hoofd. Hiermee doelde ze op Lee Towers, haar trainer, haar vriend & haar hond. Een grapje van haar en haar lief. Daarmee refereerden de twee aan de hoofdpersoon van de film De Marathon. ‘Ik doe het voor hen. Die marathon zal ik godverdomme uitlopen.’

Er was dus maar één optie: doorgaan. Tot aan de laatste snik. Het meisje zette haar verstand op nul en versloeg zo de ‘Man de Hamer’. Na 3 uur, 42 minuten en 16 seconden kwam ze over de finish. Met een prachtig nieuw PR. Niet de gewenste streeftijd, maar dat vond ze niet erg. Nee, die lag dit jaar net buiten bereik. Desondanks had ze een super mooie tijd neergezet. Toch? Of was het beenvriendelijker geweest als ze de eerste helft iets langzamer had gelopen? Dan hield ze meer energie over om de laatste 10 kilometer een extra tandje bij te zetten. Hey stop! Niet doen. Dat was achteraf geklets. Als het niet gaat zoals het moet, gaat het zoals het gaat. Iets wat het meisje ook besefte.

Na de wedstrijd belde ze met haar trainer. ‘Gefeliciteerd! Ik ben trots op je’, zei hij. ‘Wat heb je een mooie vlakke race gelopen. Moet je wel iets bekennen. Toen ik je eindtijd zag, kreeg ik een brok in mijn keel.’ Stilte. Het meisje knikte ondertussen instemmend. Nog vol van haar geleverde prestatie, besefte ze niet dat niemand dit kon zien. ‘Ben je teleurgesteld dat je niet je gedroomde 3.40 hebt gehaald’, klonk het aan de andere kant van de lijn. ‘Nee, absoluut niet. Dit is wat er vandaag in zat. Meer kon ik niet doen. Ik ben een gelukkig mens’, kakelde ze terug.

Terwijl ze dit zei, constateerde ze dat ze in clichés sprak. Iets wat ze doorgaans verafschuwde. Soit, soms zijn die clichés nu eenmaal waar. Ooit had ze er eentje in een tijdschrift gelezen die haar sindsdien was bijgebleven. Van Oprah nota bene. De talkshow koningin zei: ‘Running is the greatest metaphor for life, because you get out of it what you put into it.’

Blog Jackpot Metafoor

Een uitspraak waarmee het meisje zich kon identificeren. Tuurlijk, ze had 16 weken hard gezwoegd om zich klaar te stomen voor de marathon. Maar ze wist ook dat veel afhankelijk was van de vorm van de dag. Soms heb je ook een beetje geluk nodig. En op 10 april 2016 leek alles te lukken.

Met een groot glas Gin & Tonic genoot ze na van haar Rotterdamse triomf. Ze bleek later die avond ook haar slag te hebben geslagen bij de Staatsloterij: 20 euro. Ka-ching! Het voelde echter alsof ze de Jackpot had gewonnen. Het meisje leefde nog lang en gelukkig.

Advertenties

Me, myself & I

Toen ik 5 jaar geleden begon met hardlopen, droomde ik ervan ooit mee te kunnen doen met de grote jongens. Vandaag de dag kom ik nog steeds niet op gelijke hoogte. Letterlijk niet. Die toplopers houd ik natuurlijk niet bij, maar op een goede dag passeer ik wel een rappe recreant. Meestal op de lange afstanden. Zeg vanaf 25 kilometer of meer. Ze zijn dan weleens verbaasd. Ingehaald worden door een onderdeurtje. Zo raakte ik vorige maand bij een marathontraining voor Rotterdam in gesprek met een mede-hardloper. ‘Ik herken jou wel’, zegt hij lachend. ‘Aan je rokje. Jij had me vorig jaar ingehaald bij de 30 van Tilburg. Bij de eindsprint. Dat vergeet ik niet meer.’

Voor veel buitenstaanders ben ik die oriëntaalse hardloopster. Dat kleine meisje in het roze. Een Mega Mindy. Die rennende Ninja. Of een rare Chinees. Tenminste, dat zijn de woorden van een snotaap van een jaar of 11. Hiervoor moeten we een paar weken terug in de tijd. Het jongetje bivakkeert met zijn klas op de atletiekbaan. Elke keer wanneer ik voorbij kom joggen, klinkt er een zacht gelach. Mijn kleine plaaggeest stoot zijn klasgenootje aan. Hij roept: ‘Daar loopt een Chinees!’ Hij begint te marcheren en zwaait zijn armen overdreven de lucht in. Een stoere poging mij te imiteren. Dat hij zelf het enige getinte kind in de groep is, beschouw ik als mijn ironie.

Tussen ons gezegd: ik geniet stiekem van de verraste gezichten als ik mensen vertel dat ik aan hardlopen doe. Zelfs mijn trainer Harrie vraagt het zich weleens af. ‘Hoe krijg je die kracht toch uit dat kleine lijfje van jou geperst’, roept hij weleens gekscherend. Op een zonnige maandagochtend in maart denkt hij het antwoord te weten. Ik kom hem tegen bij ons in de wijk. We blikken samen terug op de wedstrijd van de dag ervoor. Volgens traditie deed ik mee aan de 30 van Tilburg. Een mooie test voor Rotterdam. Enfin, Harrie heeft 30 kilometer achter me gefietst waardoor hij mijn looptechniek heeft kunnen bestuderen. ‘Je landde geen enkele keer op je hielen ’, constateert hij. ‘Is dat goed’, vraag ik hem aarzelend. ‘Jazeker. Op deze manier ga je effectiever met je krachten om. Die lange afstanden liggen jou wel.’ Landen op mijn voorvoeten. Zoiets aardigs heeft nog nooit iemand over mijn lopen gezegd. Ik ben er de hele dag blij van geweest.

 

Mijn geslaagde generale repetitie komt precies op het juiste moment. Lange tijd ben ik bang dat ik tekort schiet in snelheid. Het kost me de grootste moeite om het gewenste marathontempo aan te meten. Dikwijls denk ik weemoedig terug aan vorig jaar. En het jaar daarvoor. Toen leek alles beter te gaan. De vorm laat dus op zich wachten, maar is er net op tijd. Het zelfvertrouwen heb ik terug. Kracht zit ‘m niet alleen in een fysiek perfect lichaam, maar ook in je hoofd. De weg naar Rotterdam verloopt dus met vallen en opstaan. Soms ook letterlijk. Zo beleef ik recent nog een spannend moment. Tijdens de laatste testloop van 35 kilometer maak ik een harde smak op mijn knieën. Gelukkig blijft de schade beperkt. Mijn enige prioriteit is om nu alles heel te houden.

Over precies een week is het eindelijk zo ver. Ik loop dan dé wedstrijd van het jaar. Daar heb ik 16 weken keihard voor getraind. Ik wil dolgraag knallen in Rotterdam. Laten zien wat ik kan. Zeker na de teleurstelling van vorig jaar. Dat betekent een extra scheut gas geven. Bij die gedachte gieren de zenuwen al door mijn lijf. Tijdens de marathon moet ik het zelf doen. Helemaal alleen. Zonder de hulp van mijn trainer. Zonder de steun van mijn loopmaatjes. Best eng. Maar ik ben er klaar voor.

De geschiedenis voltrekt zich op 10 april weliswaar voor mijn ogen, maar krijgt pas vorm in de tijd. Geen Keniaanse tijd, maar wel eentje waar ik trots op kan zijn. Ik streef naar progressie, niet naar perfectie. Hopelijk sprint ik naar een mooi PR. Kleine meisjes met grote dromen komen vaak verder dan je denkt.

Operatie sixpack

Op een dag word je wakker en weet je het: ik wil een sixpack. De kerstgedachte bleef dit jaar bij mij iets te lang hangen. Vooral aan buik en heupen. Ik vind sixpack toffer klinken dan zadeltassen. Dat heeft een nare bijsmaak. En ik ben juist dol op lekker eten. Toen ik  begon met hardlopen vlogen de kilo’s er van af. Een maand op rantsoen deed de truc. Helaas blijkt dat niet meer zo gemakkelijk te gaan.

Ik ben liever geen kiloknaller, maar een kilometerknaller. Vanaf volgende week begin ik daarom echt. Herkenbaar? Ik steek mijn hand in de lucht. Mijn buikje is niet flinterdun en super strak. Nog niet. Jazeker, in mijn dromen ben ik een XS-je. In het echte leven moet ik tienduizend uur zwoegen om mijn liflafjes te laten verdwijnen. Ik las op internet dat met 1 kilo eraf je 1 minuut sneller rent. Nog meer reden om fit, strak & verantwoord te leven. In de praktijk komt dat neer op Rust, Reinheid en Regelmaat. Oftewel op tijd naar bed, gezond eten en stress vermijden. Nieuwe energie voor lichaam, hoofd en hart.

Aan ambitie ontbreekt het bij mij niet. Ik ben een meisje met een missie. Er valt in mijn ogen altijd iets te wensen. Mijn honger naar een groots en meeslepend leven is niet te stillen. Meer, beter, mooier, gekker, interessanter. Dus niet alleen die 6 blokjes in mijn buik. Nee, ik wil nog iets anders bereiken. Het begon allemaal vorige maand tijdens een informatieavond bij Run2Day in Breda. Ik was daar om meer te horen over de marathon van Berlijn. Op 25 september ga ik 42 kilometer lopen over het snelste parcours van de wereld. Samen met die van New York staat deze marathon bovenaan mijn hardloop bucket list.

Enfin, terug naar de presentatie. De mensen van de hardloopwinkel vertelden super enthousiast over de 6 grootste marathons, de zogeheten Major 6: New York, Berlijn, Chicago, Boston, Londen en Tokio. Een eliterijtje. De grand slams van de marathonsport. U voelt ‘m misschien al aankomen…. Inderdaad, ik wil ze allemaal gaan lopen. Dat is mijn ultieme droom. New York heb ik afgelopen jaar gelopen en vink ik alvast af. Berlijn komt eraan. Samen met mijn vriendin Esmah reis ik in 2017 af naar Chicago. Dan zit ik al op de helft. Een mede-hardloper vatte de informatieavond leuk samen: ‘Fijne reeks. Dat is een mooie sixpack.’

 

En zo is de cirkel rond. Nou ja, liever plat dus. Er staan mooie marathonavonturen op stapel. Ik heb zin in het nieuwe hardloopjaar. Laat ik niet op zaken vooruit lopen. Mijn focus ligt nu op de marathon van Rotterdam. Dat vergt mijn volledige aandacht. Na de lichte teleurstelling van vorig jaar wil ik me dolgraag revancheren. Ik verkeerde toen in een bloedvorm. Zo zeker was ik ervan mijn PR (3.45.42) te verbeteren. Helaas gooide een hardnekkig griepvirus mijn plannen overhoop. Tijdens de marathon liep ik op halve kracht en hoestend haalde ik de finish op de Coolsingel. Met terugwerkende kracht dringt het nu pas tot me door dat ik niet mag klagen met mijn tijd van 3.46.25, slechts 43 seconden langzamer.

Blog operatie sixpack Erasmusbrug

Ik heb grootse plannen voor 10 april. Om te slagen in mijn ambities heb ik de hulp ingeschakeld van mijn looptrainer Harrie. De beste man heeft me al 3 keer zien finishen in Rotjeknor. Hij weet hoe ik loop. Hij kent mijn tijden. Hij kent mijn sterke en zwakke punten. Hij beseft hoe graag ik wil knallen. Maar bovenal: hij schenkt mij het vertrouwen waar ik naar verlang. Het eerste wat Harrie zei was: ‘Het is hard werken, Anouk. Je krijgt het niet voor niks.’ Zijn woorden blijven hangen. Als een tegeltjeswijsheid staan ze getatoeëerd in mijn geheugen. Niks in mijn leven komt me aanwaaien. Voor alles wat ik wil bereiken, moet ik keihard zwoegen. Dat is altijd zo geweest. Voor mijn strikdiploma, voor mijn middelbare schoolexamens, voor mijn journalistenpapiertje, voor een fit lichaam en nu weer voor een marathon.

Er is dus werk aan de winkel. Ik ging vlak voor kerstmis voortvarend van start met mijn marathonschema. Helaas had de griep me dit jaar ook te pakken. Hardlopen stond even op een lager pitje. Ik ben weer hersteld, maar begin te twijfelen. Aan mezelf. Ik voel de druk om te presteren. De persoon die terug staart in de spiegel is mijn grootste tegenstander. Het is jij tegen jezelf. Geloof in eigen kunnen is belangrijk. Ik moet het zelf doen.

Waarom ik dit dan toch allemaal doe? Simpel. Hardlopen is een verslaving. Dan voel ik dat ik leef. Het is wat je uit een wedstrijd meeneemt. Dat onoverwinnelijke gevoel. Niemand neemt dat van je af. Dat is alles dat ik ooit heb gewild: passie, trots en zelfvertrouwen. Niet voor mijn trainer, niet voor mijn ouders of vriend, maar voor mezelf.

Ik ben niet meer het schuchtere meisje dat ik ooit was. Toen zat ik dagdromend uit het klaslokaal te staren. Nu maak ik mijn dromen waar. Hardlopen staat symbool voor de vrouw die ik vandaag de dag ben. Ik wil zo lang mogelijk doen wat ik het liefste doe. Zoals Rocky Balbao zegt in de film Creed: ‘cento anni, 100 years.’ Wel graag met 6 roestvrije blokjes.

‘Een marathon lopen is een mentale race’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto aankondiging Facebook

Foto AV SPRINT

Nog 77 dagen en dan klinkt het startschot op de Coolsingel. In aanloop naar 10 april organiseert Marathon Rotterdam door heel het land gezamenlijke trainingslopen. In Breda loopt Martijn Kegler (37) zondag mee als pacer. ‘Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Zijn atletiekvereniging AV SPRINT in Breda zocht 4 jaar geleden vrijwilligers voor de Road2Rotterdam trainingslopen. Samen met een aantal loopmaatjes meldde Martijn Kegler zich aan om te helpen. ‘De eerste keer stond ik bij de drankpost in de ijzige kou en zag super enthousiaste lopers voorbij komen’, herinnert hij zich. ‘Dat wilde ik ook. Dus bij de 3 resterende lopen trok ik een geel hesje aan en liep mee als pacer. Mensen vroegen waarom ik me niet opgaf voor Rotterdam. Nee, dat vond ik toen nog te vroeg. Fysiek lukte me dat wel, maar mentaal was ik er nog niet klaar voor.’

Euforisch gevoel

In de zomer van 2012 voelde Martijn dat de tijd rijp was. Hij is toen gaan trainen voor zijn eerste marathon in Amsterdam. Het gaf hem een geestelijke voorsprong dat hij die trainingslopen had gedaan. Want zo zegt hij: ‘Na een kleine 4 uur kwam ik met een euforisch gevoel over de finish. Dit wilde ik vaker gaan doen. Ik dacht: “Wanneer mag ik weer?” Ik vind het fantastisch om lange afstanden te lopen.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler blauw

Jubileumrace

Na zijn marathondebuut in Amsterdam heeft Martijn er nog 4 gelopen: 2 keer Rotterdam, Etten-Leur en Antwerpen. Dit jaar is hij weer tempomaker (pacer) bij de Road2Rotterdam trainingslopen. Zelf is de vader van 2 zoons op 10 april niet van de partij in de Maasstad. Samen met een groepje loopmaatjes doet hij in september mee met de marathon van Berlijn. Daarom vindt hij het fijn om zo toch zijn conditie op pijl te houden. Uiteraard leeft hij mee met de lopers op weg naar hun grote dag. ‘Het is echt een feestje’, vindt Martijn. ‘We hebben super gezellige Road2Rotterdam loopgroepen. Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Tempomakers

Doel van deze trainingslopen is om je als deelnemer optimaal voor te bereiden op het succesvol lopen van de marathon. Daarnaast is het een mooie gelegenheid om de noodzakelijke lange duurlopen in groepsverband te doen. Behalve in de regio Breda vinden er ook trainingen plaats in Groningen, Brunssum, Nijmegen, Vught en de regio’s Amsterdam en Rotterdam. Het programma bestaat uit een serie van 4 duurlopen over 20, 25, 30 en 35 kilometer. Deelnemers sluiten zich aan bij een tempogroep die de gewenste marathon-streeftijd het dichtst benadert. Uitgangspunt hierbij zijn de 5 kilometer tijden, die beginnen bij 20 minuten (4:00 min/km) en oplopen tot 32:20 minuten (6:30 min/km). De trainingslopen worden aangevoerd door ervaren en goed herkenbare tempomakers (pacers). Bij elke 5 kilometer staat een drankpost met water en sportdrank. In principe wordt alles voor je geregeld en hoef je als loper alleen maar aan te sluiten.

Mentale race

In de regel gaan er 2 pacers mee in elke tempogroep. Martijn loopt dit jaar weer met hardloopmaatje Jacqueline voorop in de 5:45-groep. De vrienden zouden vorig jaar samen meedoen aan de marathon van Rotterdam. Helaas moest Jacqueline wegens een blessure afhalen. Tijdens de trainingslopen is de opdracht vlak te lopen en het tempo voor de groep aan te geven. ‘Je kunt als pacer je voorkeurstijd aangeven’, vertelt hij. ‘Ik doe altijd mee met de 6:00 of 5:45. Dat is een tempo waarvan ik weet dat ik het goed kan bijhouden. Niet dat je jezelf tijdens zo’n loop buitenspel zet en de finish niet haalt. Vergeet niet dat de marathon een andere discipline is,’ stelt hij. ‘Het is een mentale race en zit vooral tussen je oren.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto 1

Foto AV SPRINT

Vriendenteam

Hardlopen maakt hem oprecht blij. Als hij zijn hardloopschoenen aantrekt, voelt Martijn zich al een vis in het water. Hij loopt 3 tot 4 keer in de week. Dat heeft hem geholpen toen hij 8 jaar geleden van Utrecht naar Breda verhuisde. Hij hing toen zijn voetbalschoenen aan de wilgen en ging hardlopen. Hierdoor voelde hij zich al snel thuis in het Brabantse land. Martijn: ‘Goede vriend Ron vroeg of ik een keer mee ging naar AV SPRINT. Hij heeft altijd fanatiek gelopen en wilde de draad weer oppakken. Ik vond het leuk bij de club en ben er nooit meer weggegaan. Het vriendenteam van het voetballen is vervangen door een hechte hardloopgroep.’

Bekertjes

Die saamhorigheid ziet hij ook terug in de Road2Rotterdam trainingslopen. Daar is de marathonloper blij mee. Hardlopen moet leuk blijven. ‘Er hangt een goede sfeer en lopers wisselen ervaringen uit’, aldus Martijn. ‘Dat stimuleert en motiveert. Gelukkig maar want het zijn lange afstanden. Er liep een keer een vrouw mee die de kilometers omrekende in bekertjes. Na elke 5 kilometer zei ze bijvoorbeeld: “We hoeven nog maar 2 bekertjes.” Dat klinkt toch een stuk vriendelijker. Het voelt goed om elkaar erdoor heen te slepen. Iedereen traint toch voor hetzelfde doel.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Juichen

Running Honeycomb rokje april 2015 Yowza! Het voorjaar is nu echt begonnen. Mijn lievelingsseizoen, al jarenlang torenhoog favoriet. Van de eerste zonnestralen geniet ik tot en met. Ik heb niet alleen lentekriebels, maar ook wedstrijdkriebels. Mijn hart maakt een sprongetje, ieder jaar dat-ie weer nadert: de marathon van Rotterdam. De laatste dagen voelen als een snelle Oriënt Express. Eindbestemming: een vreugdedansje over de magische Coolsingel.

The Running Ninja loopt zondag voor de 3e keer mee. De weg naar Rotterdam kendeRoad2Rotterdam - testloop 35 km dit jaar, op een winterse start na, weinig hobbels. Tot vorige maand dan. Net na de 35 kilometer testloop, in de vorm van het moment, sloeg de marathonkoorts toe. Letterlijk. Lag ik bijna 2 weken knock-out in bed. Tijd genoeg om te slapen en eindeloos na te denken. Allerlei doembeelden spookten er door mijn hoofd. Mijn grootste angst was dat ik niet op tijd beter zou worden. Geen droomvorm, geen droomtijd, geen droomrace.

Bovendien klonk de echo van de vorige editie nog door. Toen liep ik mijn perfecte marathon en met afstand de beste wedstrijd ooit. Ik liep 42,195 km pijnvrij en het voelde alsof mijn voeten de grond nauwelijks aanraakten. Maar misschien kwam dat wel omdat ik op een roze wolk zweefde. Ik had net mijn vriend leren kennen. Een verliefde high-five in het Kralingse Bos. De kers op de taart kwam na het 35 kilometer punt. Voorbij het tweede viaduct stonden mijn ouders enthousiast te juichen. Ik ging er spontaan sneller van hollen. Helaas zijn ze dit jaar verhinderd. Echt heel erg jammer. Hoe kan ik nu mijn droommarathon evenaren? De twijfel sloeg toe. Running grijs rokje april 2015

Dat kon zo niet langer, dus besloot ik mezelf gisteren streng toe te spreken: ‘Potverdorie Ninja, herpak jezelf! Je hebt niet 16 weken als een malle getraind om een beetje zelfmedelijden te hebben.’ Misschien moest ik anders gaan denken, meer out-of the box. Als het stormt, heeft het geen zin om tegen de wind in te zeilen. Daar ging ik eerst eens een nachtje over slapen. Ik droomde die nacht waanzinnig. Ik liep in mijn roze rokje over een landweggetje. Het was in de middle of nowhere. Opeens hoorde ik gejoel, luid en duidelijk. De gedachte van enthousiaste supporters aan de kant, maakte me blij. Het voelde net echt. The Running Ninja heeft blijkbaar een zucht naar applaus.

Toen ik vanochtend wakker werd, kon ik een glimlach niet onderdrukken. Laat ik Road 2 Rotterdam 2015eens gek doen, dacht ik, en een oproep doen aan jullie allemaal. Kom naar Rotterdam om me aan te moedigen! Voor de liefhebbers natuurlijk, voelt u zich niet verplicht. Het is een win-win situatie: mijn behoefte aan morele steun wordt opgepept door uw gejuich. En ik beloof u, dat ik zal lachen en enthousiast ga zwaaien.

Ik ben niet alleen weer beter, maar heb ook mijn zelfvertrouwen terug. Het kan alleen maar beter worden als je ergens in gelooft. Op naar de marathon, zonder twijfel. Wie normaal al ongeduldig is (vingers omhoog) kan niet wachten tot het startschot om klokslag 10:00 uur afgaat. Misschien heb ik mazzel en snoep ik wat van die 3:45:42 van vorig jaar af. Ik las ergens: ga altijd van start in de wetenschap dat de zon schijnt waar jij verschijnt. Dus ik adem diep in, zet mijn iPod op volume 10 en ga plankgas door Rotterdam. ‘Stand by me’ van Ben E. King staat op repeat.

Ctr + Alt + Delete

Runner GirlIk kom er gewoon maar rond vooruit: hardlopen is niet altijd even makkelijk. Natuurlijk zou ik willen zeggen dat alles altijd op rolletjes loopt, maar dat is niet zo. Elke loper krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag. Ik praat dan niet alleen over de fysieke pijntjes, maar ook over de dingen waar niemand graag over praat: de twijfel in je hoofd, het gebrek aan zelfvertrouwen, de faalangst, de druk om te presteren.

Achter de blije foto’s, PR-verhalen en schoenenparades op social media schuilt ongezien ook klein verdriet. Op sommige ochtenden word je wakker en lukt het gewoon niet. Het liefst kruip je weer onder de wol en wens je dat je een lange winterslaap mag houden. Nee, dan staat het huilen je nader dan het lachen. Soms is hardlopen gewoon kilometers maken. Niks meer en niks minder.

Daar kan The Running Ninja over meepraten. Zeker in aanloop naar de marathon van RotterdamRunning - 30 van Tilburg 2015 is het echt afzien. De vorm van de dag is net zo veranderlijk als het Nederlandse weer. Vorige week rende ik nog de sterren van de hemel tijdens de 30 van Tilburg. Afgelopen zondag had ik een gigantische off-day. Ik liep de wekelijkse lange duurloop met lood in mijn benen, en dat 32 km lang. Het komt niet vaak voor, maar de gevreesde ‘Man met de Hamer’ stond me mooi op te wachten. Bij de 20 km sloeg hij keihard toe. Toen ik na ruim 3 uur zwoegen thuiskwam, was ik blij dat ik deze marteling kon afvinken op mijn trainingsschema. Eentje die al maanden braaf op mijn koelkast hangt en die ik trouw afwerk. Deze training was een duidelijk geval van Ctr + Alt + Delete. Dat kon ik overigens pas doen na een lang dutje op de bank.

Running - ZeelandNa een mindere dag moet ik mezelf echt oppeppen om de moed niet te verliezen. Maar hé, niks mis met af en toe een uitdaging. Je word alleen beter als je ook een keer voelt hoe het niet moet. Als iets de eerste keer niet lukt, probeer het dan nog een keer. Tegenslag maakt elke loper sterker. Want hoe naar we ons soms ook voelen, opgeven is geen optie. Vallen, opstaan en weer doorgaan, is mijn motto.

Wat ik in mijn 4-jarige loopcarrière heb geleerd is niet alleen snel hollen, maar vooral dat er meer is dan alleen dat. Hardlopen is belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Het is gebaseerd op passie en die komt bij mij in pieken en dalen. Op weg naar Rotterdam heb ik fysieke kracht nodig, maar zeker ook een mentale boost. In deze uitdagende tijden leun ik op vriendschap en vriendelijkheid. Gelukkig heb ik een vangnet van lieve loopmaatjes. We moeten elkaar er soms letterlijk doorheen trekken. Als er iemand in de put zit, zorgt de rest ervoor dat deze het gevoel voor lopen weer terugkrijgt. Dat noem ik oprechte bezorgdheid en raakt me dan ook tot op het hardloopbot.

Dus kop op, Ninja! Hou vol! De eindstreep is in zicht. De magische Coolsingel lonkt voor jou en je hardloopvrienden. Focus jeZeeland lopen op de positieve dingen. Wakker die gelukshormonen aan. Niets geeft bijvoorbeeld meer voldoening dan joggen op een mooie lenteochtend. Je huid krijgt een gezonde glow en de rest van de dag doen die blije stofjes wonderen voor je humeur. Hardlopen is bovendien de goedkoopste en meest effectieve manier om perfecte billen te kweken.

Om deze peptalk af te sluiten, citeer ik een van mijn loopmaatje. Hij zegt altijd: ‘Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus.’ Deze wijze woorden draag ik elke dag bij me. Ik gooi de handdoek dus nog niet in de ring. Die strakke billen zie ik namelijk wel zitten.

Ninja-tastic

‘Eenzaamheid is iets moois’, aldus de Franse schrijver Honoré de Balzac (1799-1850), ‘maar je hebt iemand nodig om je te vertellen dat eenzaamheid iets moois is.’

Running - Met PaolaHet is vandaag precies 4 jaar geleden dat ik ben begonnen met hardlopen. Sindsdien voel ik me minder eenzaam. Ik heb de meest lieve, grappige en enthousiaste lopers ontmoet. En de meeste van hen groet ik regelmatig bij wedstrijden in de regio, zomaar in de bossen of soms zelfs aan de andere kant van het land. Een paar van mijn beste vrienden heb ik op de baan, tijdens een loopje of gewoon onderweg leren kennen. Wat ik zo fijn vind aan hardlopen, is dat ik puur vooruitkijk. Je ziet alleen de weg voor je. Als ik hardloop, leef ik in het nu.

Ik maak geen geheim van mijn hardloopverslaving. Sinds The Running Ninja lijk ik anderen ook aan te steken. Alsof er Ninja-tastic op mijn voorhoofd staat getatoeëerd. Kennissen, collega’s of vrienden van vrienden die weten dat ik hardloop, vragen mij tegenwoordig om advies. ‘Wat moet je kunnen om goed te lopen?’, is een veelgehoorde openingszin op feestjes en partijen. Tuurlijk moet je een basisconditie hebben of in ieder geval kweken om 5 kilometer onafgebroken vol te houden. Maar voor mij is het vooral een mind game. Mensen roepen al snel: ‘Ik kan niet meer’ en als ze dan toch verdergaan, ervaren en echt voelen dat er nog meer mogelijk is, rennen ze pas echt. Je luistert naar je ademhaling, voelt je energie en weet wat er nog mogelijk is. De wil om te lopen en de bereidheid er hard voor te werken is er.

Running - 2013 naar 2014Bij mij is die wil er zeker. Ik wil dit jaar onderzoeken hoe snel ik écht kan gaan. Ik streef ernaar de 5 kilometer in 22 minuten te sprinten, op de 10 kilometer een 45 rond neer te zetten en de marathon onder de 3 uur en 45 minuten te lopen, Maar ik denk niet meer in wedstrijdformule, want dan gaat het mis. Gewoon in jezelf geloven, maakt soms juist net het verschil. Hopelijk is mijn zelfvertrouwen op 12 april op peil, want dan sta ik klaar op de Coolsingel. Alweer. Ik copy paste niet graag. Liever zoek ik steeds een nieuwe uitdaging. Maar voor de marathon van Rotterdam maak ik een uitzondering. Driemaal is scheepsrecht, hoop ik. Als ik mijn zinnen op iets zet, beweeg ik hemel en aarde om hierin te slagen. Eén doel per keer, één marathon per jaar. Ik geloof in goed, in plaats van veel.

Al kost het me deze keer wel meer moeite om me te focussen. Gelukkig heb ik het voorrecht te trainen met een toffe groep hardloopvrienden. Wat een feestje om elk jaar te doen. Ik ervaar elke week een intense uitwisseling van energie waarmee we elkaar steunen. Dat geldt niet alleen voor deze marathongroep, maar voor al mijn sportieve maatjes.

Running - Marathongroep 2013Vanochtend om 9:00 uur startte ik samen met 27 enthousiastelingen voor onze eerste gezamenlijke marathontraining. Ik zag vrienden die ik de afgelopen 2 jaar heb gemaakt en nieuwe gezichten met wie ik vast en zeker nog mooie gesprekken ga hebben. Ik wou dat ik kon omschrijven hoe het voelt om met de leukste hardlopers van Tilburg te lopen. Ik ben dankbaar, voel me vereerd en ben ontroerd. Niets is blijvend, ook niet deze groep. Harmonie, dat is het woord dat me bijblijft na elke training. Eigenlijk gaat het ook niet om iets blijvendst. Het gaat om individuele kanjers die een ogenblik bij elkaar komen. En dat moment blijft een ademtocht lang.