Seoul Sista deel 2: Noord en Zuid

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Seoul en al zijn indrukken zijn nieuw voor iedereen: Koreaanse overbeleefdheid, smogmondkapjes en verwarmde wc-brillen. Dat Koreanen geen Haags kwartiertje kennen, ervaren we tijdens onze excursie naar de gedemilitariseerde zone tussen noord en zuid. De militairen bewaken streng de grens en onze reisleidster met militaire precisie de tijd. Wanneer we drie minuten te laat bij de bus arriveren, kan ze haar irritatie amper verbergen. Te laat komen, doe je dus niet in Zuid-Korea.

IMG_1019Tijdens ons verblijf leren we niet alleen meer over de Koreaanse cultuur, maar bezoeken ook diverse instanties. We krijgen overal een warm welkom, al moeten de Koreanen wel wennen aan de Nederlandse directheid. Bij de Bank of Korea spreken we over prijsstabiliteit, financiële markten en omgang met Noord-Korea en in het nationale parlement krijgen we een inkijkje in de historie van het land. Tijdens ons bezoek aan de National Tax Service (NTS) gaat het over de Koreaanse belastingmoraal die net als in Nederland hoog ligt. De NTS verhuisde in 2014 van Seoul naar Sejong, omdat de Koreaanse overheid de dominantie van Seoul wil inperken en de bedrijvigheid van andere regio’s bevorderen.

Op de Yonsei Universiteit vertelt professor Sang-young Rhyu over de chaebols, grote, door families gecontroleerde conglomeraten zoals Samsung, Hyundai en LG. De chaebols dragen de groei van de Zuid-Koreaanse economie, maar er is ook kritiek. Zo maken chaebols het ondernemerschap moeilijk en verdringen ze kleinere bedrijven. Bovendien oefenen de chaebols van oudsher veel invloed uit op de politiek en dit leidt regelmatig tot schandalen. Zo trad president Park Geun-hye in 2017 af vanwege corruptie en werd veroordeeld tot 24 jaar cel.

Het werkbezoek aan Saejowi maakt op veel reisgenoten de meeste indruk. Saejowi is een ngo die streeft naar een verenigd Korea en daanaast Noord-Koreaanse ‘overlopers’ helpt met het inburgeringproces in Zuid-Korea. Sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) zijn ruim 30.000 Noord-Koreanen overgelopen naar het zuiden. Ongeveer tien keer zo velen zijn naar China gevlucht. De cijfers zijn verre van volledig, want van veel vluchtelingen wordt niks meer vernomen.

Wij maken kennis met drie van hen. Als de dames openhartig vertellen, luistert de groep ademloos. Een van de vrouwen stak in 2009 via China de grens over, op zoek naar haar vermiste zoon en dochter. Na bijna tien jaar heeft ze hen nog altijd niet gevonden. Haar buurvrouw kon haar ogen niet geloven toen ze in Zuid-Korea arriveerde: ‘We leerden op school dat Zuid-Korea bestond uit alleen maar daklozen. Toen bleek ik plots in een land met schone straten en verlichte gebouwen te zijn.’

IMG_0834

De oudste dame had een goede positie in het leger, maar keerde samen met haar vader het communistische regime de rug toe. ‘Mijn vader wilde voor zijn dood terugkeren naar zijn geboortedorp in Zuid-Korea, maar dat mocht niet van het regime. Daarop besloten we in China familie te ontmoeten. Alleen de Noord-Koreanen kwamen hier achter en sloten ons samen op.’ In de gevangenis moest ze toezien hoe haar vader gemarteld werd. Een maand later overleed hij.

Spijt van haar vlucht heeft ze niet. Wel dat ze nooit Engels heeft geleerd. In het leger kon ze alleen Russisch volgen. ‘Ik zou zo graag mijn verhaal met jullie willen delen, zonder vertaling van de tolk.’

 In de derde en laatste blog lees je meer over onze indrukken van Shanghai.

Advertenties

Seoul Sista deel 1: Hereniging

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Toen ik zeven maanden was, vloog ik van Seoul naar Amsterdam. Als baby was ik te vondeling gelegd op de stoep van het politiebureau in de Koreaanse hoofdstad. Mijn Nederlandse ouders en twee grote broers ontvingen me op Schiphol met open armen. Hoewel er niemand is die meer van boerenkool houdt dan ik, verloochen ik mijn Koreaanse afkomst niet.

Precies veertig jaar later vlieg ik de omgekeerde route terug. Samen met 30 collega’s van het ministerie van Financiën ben ik op studiereis in Zuid-Korea. Mijn nieuwe vrienden vragen hoe ik het vind om voor het eerst weer voet op Koreaanse bodem te zetten. Het voelt bijzonder om na veertig jaar terug te zijn in mijn geboorteplaats. Voor het eerst van mijn leven zie ik duizenden mensen bij elkaar die er hetzelfde uitzien. Dat doet iets met me. Een gevoel van saamhorigheid, van ergens bij horen. De eerste dagen lach ik naar alle Koreaanse voorbijgangers op straat.

Toen ik Seoul in 1978 verliet behoorde Zuid-Korea tot de armere landen van deze wereld. Er is in vier decennia veel veranderd. Seoul heeft zich ontwikkeld tot een moderne metropool met op elke hoek van de straat een koffietentje en hippe mensen die winkelen in luxe warenhuizen. Kranten berichten volop over een mogelijke hereniging van het Koreaanse schiereiland. De Koreanen volgen de onderhandelingen met Noord-Korea op de voet. President Moon wiens ouders uit Noord-Korea kwamen, maakt zich hard voor een hereniging. Hij hoeft geen Nobelprijs, maar wil wel vrede.

Mijn eigen hereniging loopt nog niet zoals ik had gehoopt. Ik voel me een buitenstaander. Terwijl mijn collega’s hier op handen worden gedragen, vinden de Koreanen mij een beetje raar. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Een kaaskop met spleetogen die niet met stokjes kan eten en de taal niet spreekt. De lokale mensen praten namelijk gewoon Koreaans tegen me en ik sta dan met een mond vol tanden. Ze kijken me teleurgesteld aan als blijkt dat ik ze niet versta. Misschien moeten we gewoon nog aan elkaar wennen.

Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik 7 maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643

Spreken tijdens het symposium

Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365

Kleine Ninja

Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645

In de Dordtse Trinitatiskapel

Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

IMG_7648

Nieuwsbericht in het AD, katern Dordrecht

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Seoulse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Blog familie Met papa uit SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Blog familie met mama PapendrechtBen ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Het vergeten kind

Hallo moeder uit Korea,

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk op strandIk heb er een nieuwe hartsvriendin bij. Ze heet Joan. We werken allebei op het ministerie. Ja, ik denk dat je haar wel mag. Het is een lieve en goedlachse collega. Net als ik heeft ze zwarte lokken, spleetoogjes en kuiltjes in haar wangen. Joan is ook geadopteerd. Sterker nog: ze is in Zuid-Korea geboren.

De vriendschap is nog pril. Toch voelen we ons vanaf het eerste moment met elkaar verbonden. Mijn chingu Joan is deze zomer een maand naar haar familie in Korea geweest. Zij wel. Zoals je weet, hoeft dat voor mij niet. Haar vader en moeder leven niet meer. Om een lang verhaal kort te houden. De oudste broer heeft haar jaren geleden opgespoord. Daar wil ik je graag over vertellen, mailt ze me vlak voor vertrek. We spreken af na de zomer samen te lunchen.

Blog Het vergeten kind - Met JoanOp een regenachtige dag in september zitten 2 vrolijke Koreaantjes tegenover elkaar. Ik verheug me op de vakantieverhalen van Joan. Ondertussen eten we samen witte rijst met hete saus. ‘Eerlijk gezegd ben ik blij hier in Nederland te wonen’, begint ze. ‘In Korea was ik huisvrouw geworden, of in ieder geval een tamme vrouw.’ Ik knik. Dat lijkt me nogal wiedes. Was jij ook gedwee mama? Mijn ogen zijn op Joan gericht. Ik verwacht een ik-ben-een-sterke-vrouw betoog. Iets wat ik uiteraard zal toejuichen. Wat ze me gaat vertellen, overdondert me totaal.

Na de Koreaanse oorlog heerst er grote armoede in het land. Ouders gaan tot het uiterste om hun kinderen een betere toekomst te geven. Dat dwingt hen vaak tot drastische acties. Alles om te overleven. Daar weet jij waarschijnlijk alles van. Joan is 6 jaar als ze met haar jongere broertje en zusje naar Nederland komt. Haar 2 oudere broers en zus blijven achter in Korea, bij de biologische ouders. Mijn vriendin ziet haar familie op jonge leeftijd uiteenvallen. Dat zal niet de eerste keer zijn.

Op een ochtend zit Joan met haar ouders, broertje en zusje in de bus naar de stad. Dat is de dag dat haar leven voorgoed verandert. Joan voelt dat er iets gaat gebeuren. Haar vader en moeder gedragen zich anders dan normaal. ‘Ze vertellen ons dat de tijd is gekomen om bij een “oom en tante” in een ander land te gaan wonen’, blikt Joan terug. ‘Daar denk ik verder niet bij na. Ik ben een gehoorzaam kind. Als we bij een groot gebouw aankomen, gaan mijn ouders even naar het toilet. Ze komen ons nooit meer ophalen.’

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk met mamaMijn maag krimpt ineen. Volgens Joan moet het ook vreselijk geweest zijn voor haar moeder. Ik kijk haar verbaasd aan. Het blijft stil. Dan gaat ze verder: ‘Het afstaan van haar 3 jongste kinderen was niet haar eigen idee. Ze heeft dit nooit gewild. Je moet weten dat mijn familie erg traditioneel is. In Korea is het oudste familielid de baas. Of in ieder geval de man. De dag dat mijn moeder ons achterliet, stierf haar hart van binnen. Sindsdien heeft ze nooit meer gelachen. Dat hoorde ik later van mijn oudste broer. Hij is inmiddels zelf overleden. Mijn vader heeft op zijn manier verdriet gehad en later ook spijt.’ Werd jij ook gedwongen mij weg te geven mama?

Terug naar het kindertehuis. Joan en haar broertje en zusje zijn ‘wees’ geworden. Echt snappen doet ze het niet. Plotseling vervult ze de rol van vader, moeder en grote zus tegelijk. ‘Ik voel veel maar mag niet breken’, fluistert ze. ‘Mijn broertje is een baby en krijgt nog altijd borstvoeding. Ik moet dus voor melk zorgen. Elke dag kijk ik om me heen naar vrouwen met grote tieten. Ik vraag of hij aan de borst mag. Er werkt een vrouw in het kindertehuis die hem wel wil voeden. Dat is dan in ieder geval geregeld.’

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk babyNa een enkele weken wordt het drietal geadopteerd door een jong stel uit Nederland. Met hun nieuwe moeder klikt het niet. ‘Het voelde vanaf het begin niet goed’, vertelt Joan. ‘Moet je voorstellen dat je van de ene op de andere dag in een wildvreemd land terecht komt. Ik mis mijn eigen mama verschrikkelijk. Opeens staat er de naam Johanna in mijn paspoort. De mensen uit het dorp noemen me liefkozend Johanneke. In Korea at ik 3 keer per dag rijst en hier krijg ik boterhammen met pindakaas, en melk.’ Bij dat laatste trek ik een vies gezicht. ‘Gelukkig pas je je als kind snel aan’, zegt ze.

Na 3 jaar gaan de nieuwe ouders van Joan scheiden. Weer wordt er een gezin uit elkaar gerukt. De vrouw neemt haar broertje mee en de meiden komen weer in een kindertehuis terecht. Deze keer in Rotterdam. Uiteindelijk brengen Joan en haar zusje de rest van hun kinderjaren door bij een oom en tante in Rijswijk. Zij nemen de 2 nichtjes liefdevol op in hun gezin. ‘Daar leer ik voor het eerst hoe het voelt om ergens bij te horen’, vertelt ze. ‘Dat familiegevoel had ik erg gemist.’

Blog Het vergeten Kind - boekenleggerIk ben onder de indruk van Joan. Het verhaal van haar zoektocht naar een eigen thuis raakt me diep. Zelf heb ik geen herinneringen aan jou. Dat vind ik prima zo. De volgende dag geeft Joan me een cadeautje uit Korea. Het is een boekenlegger met daarop een traditionele Koreaanse jurk. Ik stop het in de biografie van Madeleine Albright. Een souvenir aan een geboorteland waar ik weinig van af weet. Opeens schiet me iets te binnen wat ik je nog altijd wil voorleggen. Ooit las ik ergens: ‘Het is niet de taak van een kind om van de ouders te houden. Maar van de ouders om van het kind te houden.’ Ik hoop dat jij dat ook zo voelt. Een kind afstaan doe je vast niet voor je lol.

Blog Het vergeten kind - PiushavenIk ben ervan overtuigd dat niet iedereen halsoverkop mag adopteren. Sommige mensen zijn nu eenmaal niet in de wieg gelegd voor het ouderschap. De pleegmoeder van Joan kon het niet aan. Ze besefte niet dat het hard werken is om een ontheemd kind weer een veilig thuis te geven. Je hebt daar ook een bepaald inlevingsvermogen voor nodig. Dat schattige Chineesje heeft vaak al veel meegemaakt en neemt zijn bagage mee naar Nederland. Niet alle weesjes hebben het geluk een nieuw huis te vinden. Zij brengen de rest van hun jeugd in het weeshuis door. Ook zij verdienen een kans op een beter leven. Ik ben blij dat jij me die mogelijkheid hebt gegeven, eomeoni.

Je dochter uit Nederland

Spleetoog

Kleine-Anouk---ijsprinsesSpiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is er de mooiste van heel het land? The Running Ninja was vroeger al een beetje ijdel. Ik was een lief en braaf kind dat nooit echt stennis schopte. Alleen als het op mode aankwam, liet ik me gelden. Ooit brulde ik als een kleine satan de hele straat bij elkaar, omdat mijn moeder wilde dat ik een bepaald kledingstuk aandeed. Enkel omdat die jurk in mijn ogen zó vorig jaar was.

De mini-fashionista in mij was geboren. Ik vind het heerlijk om me te verkleden. Het liefst honderd keer per dag. Op mijn 4e paradeerde ik in de woonkamer al rond op de hakken van mijn moeder. Ik weet nog goed dat het me in een bepaalde sfeer bracht, alsof ik in een film speelde. Er is niks zo mooi als jezelf met kleding te transformeren tot wie je wilt zijn. En ik wilde het liefste een prinses zijn met gouden lokken en lelieblanke huid.

Dit is geen lofzang op de ijdelheid, maar een voorbeeld van de zoektocht naar mijn identiteit. Op de kleuterschool begon ik me bezig te houden met mijn afkomst. Wanneer ik niet met de Barbies speelde of mijn kappersambities op onschuldige slachtoffers botvierde, zat ik achter mijn meisjeskaptafel. Urenlang kon ik naar mijn spiegelbeeld staren. Ik hield hele gesprekken met mezelf. Soms probeerde ik via mijn moeder iets meer over mezelf te weten te komen. Waarom heb ik spleetogen? Mag ik ook geel haar? Heb ik iets van jou geërfd? Daar had ik het als ukkepuk erg druk mee.

Iets waar denk ik veel adoptiekinderen in hun jeugd mee worstelen, is hun uiterlijk. Niet zozeer de wens om de knapste te zijn,Kleine-Anouk---voor-de-spiegel maar de ijdele hoop er gewoon bij te horen. Net als iedereen om me heen voel ik me een oer-Hollands mens. Alleen ben ik een kaaskop van binnen en een spleetoog van buiten. Zoiets schept verwarring. Mijn ouders zijn blanke Nederlanders. Ik ben 100 procent NL opgevoed en voel me totaal geen Koreaanse. In onze vinexwijk was ik aanvankelijk jarenlang de enige ‘buitenlander’. Eigenlijk heb ik een hele blanke jeugd gehad. Aan Koreaanse vriendinnetjes deed ik niet. Mijn BFF’s waren keurige hockeymeisjes met Olily bloesjes en 501-spijkerbroeken. Van Koreaanse jongens moest ik niks hebben.

Misschien was dit onbewust wel onderdeel van mijn heimelijke verlangen blank te zijn. Op school hoorde ik er nooit echt bij. Klasgenoten scholden me uit voor spleetoog. Kinderen in de wijk spraken me aan met ‘rare Chinees’ en noemden me ‘vieze loempia’. Ze riepen dat mijn vader en moeder niet mijn echte ouders konden zijn. ‘Was ik maar gewoon wit’, mijmerde ik vaak tegen mijn spiegelbeeld. Want: met blonde haren en blauwe ogen kon ik gewoon opgaan in de massa. Dan hoefde ik me nooit meer zo eenzaam en verdrietig te voelen. In de ogen van een adoptiekind is een blank uiterlijk het medicijn tegen alles wat niet klopt in onze maatschappij.

Anouk-kort-kapsel-maart-2015Dit is een utopie, weet ik nu. Ik ben simpelweg niet doorsnee. Waar iedereen linksaf slaat, ga ik rechts. Gelukkig ontdek ik steeds meer wie ik ben, ook de stoere kant in mezelf. Zo liet ik 2 weken geleden mijn lange lokken kortwieken. Niet iedereens kopje thee, maar wel mijn smaakje. Het leven draait voor mij nu om authenticiteit, niet meer om mooie grote blauwe kijkers. Alleen wijzelf kunnen ervoor zorgen dat we ons sterk en mooi voelen. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik alles niet meer zo zwart-wit, maar staart er een blije Ninja terug. Zoals mijn filmheldin Audrey Hepburn ooit zei: ‘I believe in pink…I believe in kissing, kissing a lot…and I believe that happy girls are the prettiest girls.’

Retour afzender

 

Kleine Anouk kopieAls het over adoptie gaat hanteer ik altijd de botte bijl. Toegegeven, ik ben niet echt onder de indruk van terug-naar-mijn-roots-verhalen. Dat is wat ik mezelf jarenlang heb wijsgemaakt. Iets met dingen heel hard roepen totdat je er zelf in gaat geloven.

Als kleuter was The Running Ninja namelijk wél gefascineerd door haar afkomst. Uit het oude dagboek van mijn moeder blijkt dat Korea één van mijn favoriete gespreksonderwerpen was. Op 6 april 1981 schreef ze: ‘Anouk laat zien dat ze ook op 1 poot kan lopen, net als een ooievaar. Die ene poot intrigeert haar. Ze vraag er van alles over. Ook of hij op 1 poot staat als hij kindjes heeft. Dan zegt ze ineens: “Kindjes in Korea willen naar hun papa en mama toe. Uh (huilachtig), mijn papa en mama zijn dood. Uh, ik wil naar mijn papa en mama toe.” Geen idee wat hier de directe aanleiding voor was. Waarschijnlijk krijgt ze heel wat te horen. Ze is ook bezig met haar afkomst. Ze is het er niet mee eens dat ze niet uit mijn buik komt. Het is ook vreemd, naar mijn gevoel komt ze wel uit mijn buik. Hoewel ik toch beter zou moeten weten.’

Den Haag juli 2013Mensen in mijn omgeving weten dat ik blokkeer wanneer ze het onderwerp adoptie aansnijden. Doen ze dat toch dan krijgen ze een venijnige blik toegeworpen. Ze kijken dus wel uit. Mijn goede vriendin Susan trekt zich hier weinig van aan. Ze is fan van mijn killer heels, maar wars van mijn dodende blik. Een paar weken geleden mailde ze me een link van een artikel uit de New York Times. ‘Als je je verveelt…dit kwam ik tegen’, schrijft ze. ‘Als ik Korea zie staan, denk ik aan jou.’ Potverdorie, mompel ik als ik de URL open en zie dat het een lang verhaal is van 17 kantjes.

Het artikel gaat over een generatie geadopteerde mensen uit Zuid-Korea die niet kunnen aarden in hun ‘nieuwe’ land. Het merendeel van deze twintigers en dertigers komt uit de VS. Ze emigreren terug naar Seoul in de hoop daar wel een connectie te vinden. Met de Koreaanse cultuur, met hun biologische familie en met andere geadopteerde lotgenoten. Korea is hun echte thuis. Als je in hun hart kon kijken zie je pijn. De pijn van er niet toe doen, van niet goed genoeg zijn, van verstoten zijn. Ze verlangen naar hun ‘echte’ moeder en voelen een soort van loyaliteit jegens haar. Dat snap ik. Ook ik voel soms een onbekend en onontdekt verdriet. Mijn biologische moeder heeft me tenslotte 37 jaar geleden in de steek gelaten. Als ik toen kon praten, zou ik vast schreeuwen: ‘Blijf bij me! Laat me niet in de steek.’ Natuurlijk doet dat iets met je, maar mijn hart breekt echt niet met een droge knak.

Na het lezen van het artikel was ik met stomheid geslagen. Waarom wil je in hemelsnaam terug emigreren naar Zuid-Korea? IkKleine Anouk 8 voel geen drang om een vreemd alfabet te bestuderen, taekwondo te leren of Koreaanse karaoke te zingen. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om een ticket te kopen. Voor mij geen retour afzender. Natuurlijk realiseer ik me dat mijn Koreaanse broeders en zusters het hele adoptiegebeuren anders ervaren en behoefte hebben aan nazorg. Ik probeer me oprecht in hen te verplaatsen. Een ultieme poging om mezelf open te stellen voor andere ideeën.

Vroeger drinkpauze met mamaMaar toch. Stel je voor dat ik me wel zou interesseren voor mijn adoptie en de hele mikmak. Dan moet ik toch hoognodig het volgende afvragen. Los je dingen op door een enkele reis naar Korea te boeken? Wil je iets tastbaars dat je in een doosje kunt stoppen en af en toe tevoorschijn haalt wanneer je het moeilijk hebt. Dat is toch volstrekt zinloos. Moet ik verlamd van angst en narigheid zijn omdat de vrouw die me heeft gebaard mijn leven uitliep en ik niks kon doen? Je kunt niet eeuwig op zoek gaan naar antwoorden die er niet zijn. Wat heb je eraan? Niets. Kop op en wees niet langer dat zielige weesje met verlatingsangst.

Soms moeten dingen zo zijn. Het is zoals het is, en daar ben ik blij mee. Ik wil het leven van nu vieren. Mijn moeder de oren van haar kop af kletsen of samen met mijn vader onze lievelingsserie House of Cards analyseren. Vroeger droomde ik dat ik stiekem een prinsesje was en ooit werd opgehaald door mijn moeder, de koningin. Als ik mijn ouders nu zie denk ik: fijn dat ze er nog zijn. Ik heb zin om van de week boerenkool bij ze te gaan eten.