Seoul Sista deel 2: Noord en Zuid

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Seoul en al zijn indrukken zijn nieuw voor iedereen: Koreaanse overbeleefdheid, smogmondkapjes en verwarmde wc-brillen. Dat Koreanen geen Haags kwartiertje kennen, ervaren we tijdens onze excursie naar de gedemilitariseerde zone tussen noord en zuid. De militairen bewaken streng de grens en onze reisleidster met militaire precisie de tijd. Wanneer we drie minuten te laat bij de bus arriveren, kan ze haar irritatie amper verbergen. Te laat komen, doe je dus niet in Zuid-Korea.

IMG_1019Tijdens ons verblijf leren we niet alleen meer over de Koreaanse cultuur, maar bezoeken ook diverse instanties. We krijgen overal een warm welkom, al moeten de Koreanen wel wennen aan de Nederlandse directheid. Bij de Bank of Korea spreken we over prijsstabiliteit, financiële markten en omgang met Noord-Korea en in het nationale parlement krijgen we een inkijkje in de historie van het land. Tijdens ons bezoek aan de National Tax Service (NTS) gaat het over de Koreaanse belastingmoraal die net als in Nederland hoog ligt. De NTS verhuisde in 2014 van Seoul naar Sejong, omdat de Koreaanse overheid de dominantie van Seoul wil inperken en de bedrijvigheid van andere regio’s bevorderen.

Op de Yonsei Universiteit vertelt professor Sang-young Rhyu over de chaebols, grote, door families gecontroleerde conglomeraten zoals Samsung, Hyundai en LG. De chaebols dragen de groei van de Zuid-Koreaanse economie, maar er is ook kritiek. Zo maken chaebols het ondernemerschap moeilijk en verdringen ze kleinere bedrijven. Bovendien oefenen de chaebols van oudsher veel invloed uit op de politiek en dit leidt regelmatig tot schandalen. Zo trad president Park Geun-hye in 2017 af vanwege corruptie en werd veroordeeld tot 24 jaar cel.

IMG_0840

Het werkbezoek aan Saejowi maakt  de meeste indruk. Saejowi is een ngo die streeft naar een verenigd Korea en daanaast Noord-Koreaanse ‘overlopers’ helpt met het inburgeringproces in Zuid-Korea. Sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) zijn ruim 30.000 Noord-Koreanen overgelopen naar het zuiden. Ongeveer tien keer zo velen zijn naar China gevlucht. De cijfers zijn verre van volledig, want van veel vluchtelingen wordt niks meer vernomen.

Wij maken kennis met drie van hen. Als de dames openhartig vertellen, luistert de groep ademloos. Een van de vrouwen stak in 2009 via China de grens over, op zoek naar haar vermiste zoon en dochter. Na bijna tien jaar heeft ze hen nog altijd niet gevonden. Haar buurvrouw kon haar ogen niet geloven toen ze in Zuid-Korea arriveerde: ‘We leerden op school dat Zuid-Korea bestond uit alleen maar daklozen. Toen bleek ik plots in een land met schone straten en verlichte gebouwen te zijn.’

De oudste dame had een goede positie in het leger, maar keerde samen met haar vader het communistische regime de rug toe. ‘Mijn vader wilde voor zijn dood terugkeren naar zijn geboortedorp in Zuid-Korea, maar dat mocht niet van het regime. Daarop besloten we in China familie te ontmoeten. Alleen de Noord-Koreanen kwamen hier achter en sloten ons samen op.’ In de gevangenis moest ze toezien hoe haar vader gemarteld werd. Een maand later overleed hij.

3185fc0c-491d-4788-9a2f-de18ef3a8d70Spijt van haar vlucht heeft ze niet. Wel dat ze nooit Engels heeft geleerd. In het leger kon ze alleen Russisch volgen. ‘Ik zou zo graag mijn verhaal met jullie willen delen, zonder vertaling van de tolk.’

 In de derde en laatste blog lees je meer over onze indrukken van Shanghai.

Seoul Sista deel 1: Hereniging

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Toen ik zeven maanden was, vloog ik van Seoul naar Amsterdam. Als baby was ik te vondeling gelegd op de stoep van het politiebureau in de Koreaanse hoofdstad. Mijn Nederlandse ouders en twee grote broers ontvingen me op Schiphol met open armen. Hoewel er niemand is die meer van boerenkool houdt dan ik, verloochen ik mijn Koreaanse afkomst niet.

IMG_0768Precies veertig jaar later vlieg ik de omgekeerde route terug. Samen met dertig collega’s van het ministerie van Financiën ben ik op studiereis in Zuid-Korea. Mijn nieuwe vrienden vragen hoe ik het vind om voor het eerst weer voet op Koreaanse bodem te zetten. Het voelt bijzonder om na veertig jaar terug te zijn in mijn geboorteplaats. Voor het eerst van mijn leven zie ik duizenden mensen bij elkaar die er hetzelfde uitzien. Dat doet iets met me. Een gevoel van saamhorigheid, van ergens bij horen. De eerste dagen lach ik naar alle Koreaanse voorbijgangers op straat.

Toen ik Seoul in 1978 verliet behoorde Zuid-Korea tot de armere landen van deze wereld. Er is in vier decennia veel veranderd. Seoul heeft zich ontwikkeld tot een moderne metropool met op elke hoek van de straat een koffietentje en hippe mensen die winkelen in luxe warenhuizen. Kranten berichten volop over een mogelijke hereniging van het Koreaanse schiereiland. De Koreanen volgen de onderhandelingen met Noord-Korea op de voet. President Moon wiens ouders uit Noord-Korea kwamen, maakt zich hard voor een hereniging. Hij hoeft geen Nobelprijs, maar wil wel vrede.

IMG_0872Mijn eigen hereniging loopt nog niet zoals ik had gehoopt. Ik voel me een buitenstaander. Terwijl mijn collega’s hier op handen worden gedragen, vinden de Koreanen mij een beetje raar. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Een kaaskop met spleetogen die niet met stokjes kan eten en de taal niet spreekt. De lokale mensen praten namelijk gewoon Koreaans tegen me en ik sta dan met een mond vol tanden. Ze kijken me teleurgesteld aan als blijkt dat ik ze niet versta. Misschien moeten we gewoon nog aan elkaar wennen.

Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik zeven maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, me laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

IMG_2999Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Koreaanse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Blog familie Met papa uit SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Ben ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Het vergeten kind

Hallo moeder uit Korea,

Ik heb er een nieuwe hartsvriendin bij. Ze heet Joan. We werken allebei op het ministerie. Ja, ik denk dat je haar wel mag. Het is een lieve en goedlachse collega. Net als ik heeft ze zwarte lokken, spleetoogjes en kuiltjes in haar wangen. Joan is ook geadopteerd. Sterker nog: ze is in Zuid-Korea geboren.

De vriendschap is nog pril. Toch voelen we ons vanaf het eerste moment met elkaar verbonden. Mijn chingu Joan is deze zomer een maand naar haar familie in Korea geweest. Zij wel. Zoals je weet, hoeft dat voor mij niet. Haar vader en moeder leven niet meer. Om een lang verhaal kort te houden. De oudste broer heeft haar jaren geleden opgespoord. Daar wil ik je graag over vertellen, mailt ze me vlak voor vertrek. We spreken af na de zomer samen te lunchen.

Op een regenachtige dag in september zitten 2 vrolijke Koreaantjes tegenover elkaar. Ik verheug me op de vakantieverhalen van Joan. Ondertussen eten we samen witte rijst met hete saus. ‘Eerlijk gezegd ben ik blij hier in Nederland te wonen’, begint ze. ‘In Korea was ik huisvrouw geworden, of in ieder geval een tamme vrouw.’ Ik knik. Dat lijkt me nogal wiedes. Was jij ook gedwee mama? Mijn ogen zijn op Joan gericht. Ik verwacht een ik-ben-een-sterke-vrouw betoog. Iets wat ik uiteraard zal toejuichen. Wat ze me gaat vertellen, overdondert me totaal.

Blog Het vergeten kind - Met JoanNa de Koreaanse oorlog heerst er grote armoede in het land. Ouders gaan tot het uiterste om hun kinderen een betere toekomst te geven. Dat dwingt hen vaak tot drastische acties. Alles om te overleven. Daar weet jij waarschijnlijk alles van. Joan is 6 jaar als ze met haar jongere broertje en zusje naar Nederland komt. Haar 2 oudere broers en zus blijven achter in Korea, bij de biologische ouders. Mijn vriendin ziet haar familie op jonge leeftijd uiteenvallen. Dat zal niet de eerste keer zijn.

Op een ochtend zit Joan met haar ouders, broertje en zusje in de bus naar de stad. Dat is de dag dat haar leven voorgoed verandert. Joan voelt dat er iets gaat gebeuren. Haar vader en moeder gedragen zich anders dan normaal. ‘Ze vertellen ons dat de tijd is gekomen om bij een “oom en tante” in een ander land te gaan wonen’, blikt Joan terug. ‘Daar denk ik verder niet bij na. Ik ben een gehoorzaam kind. Als we bij een groot gebouw aankomen, gaan mijn ouders even naar het toilet. Ze komen ons nooit meer ophalen.’

Mijn maag krimpt ineen. Volgens Joan moet het ook vreselijk geweest zijn voor haar moeder. Ik kijk haar verbaasd aan. Het blijft stil. Dan gaat ze verder: ‘Het afstaan van haar 3 jongste kinderen was niet haar eigen idee. Ze heeft dit nooit gewild. Je moet weten dat mijn familie erg traditioneel is. In Korea is het oudste familielid de baas. Of in ieder geval de man. De dag dat mijn moeder ons achterliet, stierf haar hart van binnen. Sindsdien heeft ze nooit meer gelachen. Dat hoorde ik later van mijn oudste broer. Hij is inmiddels zelf overleden. Mijn vader heeft op zijn manier verdriet gehad en later ook spijt.’ Werd jij ook gedwongen mij weg te geven mama?

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk babyTerug naar het kindertehuis. Joan en haar broertje en zusje zijn ‘wees’ geworden. Echt snappen doet ze het niet. Plotseling vervult ze de rol van vader, moeder en grote zus tegelijk. ‘Ik voel veel maar mag niet breken’, fluistert ze. ‘Mijn broertje is een baby en krijgt nog altijd borstvoeding. Ik moet dus voor melk zorgen. Elke dag kijk ik om me heen naar vrouwen met grote tieten. Ik vraag of hij aan de borst mag. Er werkt een vrouw in het kindertehuis die hem wel wil voeden. Dat is dan in ieder geval geregeld.’

Na een enkele weken wordt het drietal geadopteerd door een jong stel uit Nederland. Met hun nieuwe moeder klikt het niet. ‘Het voelde vanaf het begin niet goed’, vertelt Joan. ‘Moet je voorstellen dat je van de ene op de andere dag in een wildvreemd land terecht komt. Ik mis mijn eigen mama verschrikkelijk. Opeens staat er de naam Johanna in mijn paspoort. De mensen uit het dorp noemen me liefkozend Johanneke. In Korea at ik 3 keer per dag rijst en hier krijg ik boterhammen met pindakaas, en melk.’ Bij dat laatste trek ik een vies gezicht. ‘Gelukkig pas je je als kind snel aan’, zegt ze.

Na 3 jaar gaan de nieuwe ouders van Joan scheiden. Weer wordt er een gezin uit elkaar gerukt. De vrouw neemt haar broertje mee en de meiden komen weer in een kindertehuis terecht. Deze keer in Rotterdam. Uiteindelijk brengen Joan en haar zusje de rest van hun kinderjaren door bij een oom en tante in Rijswijk. Zij nemen de 2 nichtjes liefdevol op in hun gezin. ‘Daar leer ik voor het eerst hoe het voelt om ergens bij te horen’, vertelt ze. ‘Dat familiegevoel had ik erg gemist.’

Blog Het vergeten Kind - boekenleggerIk ben onder de indruk van Joan. Het verhaal van haar zoektocht naar een eigen thuis raakt me diep. Zelf heb ik geen herinneringen aan jou. Dat vind ik prima zo. De volgende dag geeft Joan me een cadeautje uit Korea. Het is een boekenlegger met daarop een traditionele Koreaanse jurk. Ik stop het in de biografie van Madeleine Albright. Een souvenir aan een geboorteland waar ik weinig van af weet. Opeens schiet me iets te binnen wat ik je nog altijd wil voorleggen. Ooit las ik ergens: ‘Het is niet de taak van een kind om van de ouders te houden. Maar van de ouders om van het kind te houden.’ Ik hoop dat jij dat ook zo voelt. Een kind afstaan doe je vast niet voor je lol.

Ik ben ervan overtuigd dat niet iedereen halsoverkop mag adopteren. Sommige mensen zijn nu eenmaal niet in de wieg gelegd voor het ouderschap. De pleegmoeder van Joan kon het niet aan. Ze besefte niet dat het hard werken is om een ontheemd kind weer een veilig thuis te geven. Je hebt daar ook een bepaald inlevingsvermogen voor nodig. Dat schattige Chineesje heeft vaak al veel meegemaakt en neemt zijn bagage mee naar Nederland. Niet alle weesjes hebben het geluk een nieuw huis te vinden. Zij brengen de rest van hun jeugd in het weeshuis door. Ook zij verdienen een kans op een beter leven. Ik ben blij dat jij me die mogelijkheid hebt gegeven, eomeoni.

Je dochter uit Nederland

Spleetoog

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is er de mooiste van heel het land? Ik was vroeger al een beetje ijdel. Verder gedroeg ik me voorbeeldig en schopte nooit stennis. Alleen als het op mode aankwam, liet ik me gelden. Ooit brulde ik als een kleine satan de hele straat bij elkaar, omdat mijn moeder wilde dat ik een bepaald kledingstuk aandeed. Enkel omdat die jurk in mijn ogen zó vorig jaar was.

Kleine-Anouk---voor-de-spiegelDe mini-fashionista in mij was geboren. Ik vind het heerlijk om me te verkleden. Het liefst honderd keer per dag. Op mijn vierde paradeerde ik in de woonkamer al rond op de hakken van mijn moeder. Ik weet nog goed dat het me in een bepaalde sfeer bracht, alsof ik in een film speelde. Er is niks zo mooi als jezelf met kleding te transformeren tot wie je wilt zijn. En ik wilde het liefste een prinses zijn met gouden lokken en lelieblanke huid.

Dit is geen lofzang op de ijdelheid, maar een voorbeeld van de zoektocht naar mijn identiteit. Op de kleuterschool begon ik me bezig te houden met mijn afkomst. Wanneer ik niet met de Barbies speelde of mijn kappersambities op onschuldige slachtoffers botvierde, zat ik achter mijn meisjeskaptafel. Urenlang kon ik naar mijn spiegelbeeld staren. Ik hield hele gesprekken met mezelf. Soms probeerde ik via mijn moeder iets meer over mezelf te weten te komen. Waarom heb ik spleetogen? Mag ik ook geel haar? Heb ik iets van jou geërfd? Daar had ik het als ukkepuk erg druk mee.

Iets waar denk ik veel adoptiekinderen in hun jeugd mee worstelen, is hun uiterlijk. Niet zozeer de wens om de knapste te zijn, maar de ijdele hoop er gewoon bij te horen. Net als iedereen om me heen voel ik me een oer-Hollands mens. Alleen ben ik een kaaskop van binnen en een spleetoog van buiten. Zoiets schept verwarring. Mijn ouders zijn blanke Nederlanders. Ik ben 100 procent NL opgevoed en voel me totaal geen Koreaanse. In onze vinexwijk was ik aanvankelijk jarenlang de enige ‘buitenlander’. Eigenlijk heb ik een hele blanke jeugd gehad. Aan Koreaanse vriendinnetjes deed ik niet. Mijn BFF’s waren keurige hockeymeisjes met Olily bloesjes en 501-spijkerbroeken. Van Koreaanse jongens moest ik niks hebben.

Misschien was dit onbewust wel onderdeel van mijn heimelijke verlangen blank te zijn. Op school hoorde ik er nooit echt bij. Klasgenoten scholden me uit voor spleetoog. Kinderen in de wijk spraken me aan met ‘rare Chinees’ en noemden me ‘vieze loempia’. Ze riepen dat mijn vader en moeder niet mijn echte ouders konden zijn. ‘Was ik maar gewoon wit’, mijmerde ik vaak tegen mijn spiegelbeeld. Want: met blonde haren en blauwe ogen kon ik gewoon opgaan in de massa. Dan hoefde ik me nooit meer zo eenzaam en verdrietig te voelen. In de ogen van een adoptiekind is een blank uiterlijk het medicijn tegen alles wat niet klopt in onze maatschappij.

IMG_5136Dit is een utopie, weet ik nu. Ik ben simpelweg niet doorsnee. Waar iedereen linksaf slaat, ga ik rechts. Gelukkig ontdek ik steeds meer wie ik ben, ook de stoere kant in mezelf. Zo liet ik twee weken geleden mijn lange lokken kortwieken. Niet iedereens kopje thee, maar wel mijn smaakje. Het leven draait voor mij nu om authenticiteit, niet meer om mooie grote blauwe kijkers. Alleen wijzelf kunnen ervoor zorgen dat we ons sterk en mooi voelen. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik alles niet meer zo zwart-wit, maar staart er een blije Ninja terug. Zoals mijn filmheldin Audrey Hepburn ooit zei: ‘I believe in pink…I believe in kissing, kissing a lot…and I believe that happy girls are the prettiest girls.’

Retour afzender

Als het over adoptie gaat hanteer ik altijd de botte bijl. Toegegeven, ik ben niet echt onder de indruk van terug-naar-mijn-roots-verhalen. Dat is wat ik mezelf jarenlang heb wijsgemaakt. Iets met dingen heel hard roepen totdat je er zelf in gaat geloven.

Als kleuter was ik namelijk wél gefascineerd door mijn afkomst. Uit het oude dagboek van mijn moeder blijkt dat Korea één van mijn favoriete gespreksonderwerpen was. Op 6 april 1981 schreef ze: ‘Anouk laat zien dat ze ook op 1 poot kan lopen, net als een ooievaar. Die ene poot intrigeert haar. Ze vraag er van alles over. Ook of hij op 1 poot staat als hij kindjes heeft. Dan zegt ze ineens: “Kindjes in Korea willen naar hun papa en mama toe. Uh (huilachtig), mijn papa en mama zijn dood. Uh, ik wil naar mijn papa en mama toe.” Geen idee wat hier de directe aanleiding voor was. Waarschijnlijk krijgt ze heel wat te horen. Ze is ook bezig met haar afkomst. Ze is het er niet mee eens dat ze niet uit mijn buik komt. Het is ook vreemd, naar mijn gevoel komt ze wel uit mijn buik. Hoewel ik toch beter zou moeten weten.’

Kleine Anouk kopie

Mensen in mijn omgeving weten dat ik blokkeer wanneer ze het onderwerp adoptie aansnijden. Doen ze dat toch dan krijgen ze een venijnige blik toegeworpen. Ze kijken dus wel uit. Mijn goede vriendin Susan trekt zich hier weinig van aan. Ze is fan van mijn killer heels, maar wars van mijn dodende blik. Een paar weken geleden mailde ze me een link van een artikel uit de New York Times. ‘Als je je verveelt…dit kwam ik tegen’, schrijft ze. ‘Als ik Korea zie staan, denk ik aan jou.’ Potverdorie, mompel ik als ik de URL open en zie dat het een lang verhaal is van 17 kantjes.

Het artikel gaat over een generatie geadopteerde mensen uit Zuid-Korea die niet kunnen aarden in hun ‘nieuwe’ land. Het merendeel van deze twintigers en dertigers komt uit de VS. Ze emigreren terug naar Seoul in de hoop daar wel een connectie te vinden. Met de Koreaanse cultuur, met hun biologische familie en met andere geadopteerde lotgenoten. Korea is hun echte thuis. Als je in hun hart kon kijken zie je pijn. De pijn van er niet toe doen, van niet goed genoeg zijn, van verstoten zijn. Ze verlangen naar hun ‘echte’ moeder en voelen een soort van loyaliteit jegens haar. Dat snap ik. Ook ik voel soms een onbekend en onontdekt verdriet. Mijn biologische moeder heeft me tenslotte 37 jaar geleden in de steek gelaten. Als ik toen kon praten, zou ik vast schreeuwen: ‘Blijf bij me! Laat me niet in de steek.’ Natuurlijk doet dat iets met je, maar mijn hart breekt echt niet met een droge knak.

Den Haag juli 2013Na het lezen van het artikel was ik met stomheid geslagen. Waarom wil je in hemelsnaam terug emigreren naar Zuid-Korea? Ik voel geen drang om een vreemd alfabet te bestuderen, taekwondo te leren of Koreaanse karaoke te zingen. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om een ticket te kopen. Voor mij geen retour afzender. Natuurlijk realiseer ik me dat mijn Koreaanse broeders en zusters het hele adoptiegebeuren anders ervaren en behoefte hebben aan nazorg. Ik probeer me oprecht in hen te verplaatsen. Een ultieme poging om mezelf open te stellen voor andere ideeën.

Maar toch. Stel je voor dat ik me wel zou interesseren voor mijn adoptie en de hele mikmak. Dan moet ik toch hoognodig het volgende afvragen. Los je dingen op door een enkele reis naar Korea te boeken? Wil je iets tastbaars dat je in een doosje kunt stoppen en af en toe tevoorschijn haalt wanneer je het moeilijk hebt. Dat is toch volstrekt zinloos. Moet ik verlamd van angst en narigheid zijn omdat de vrouw die me heeft gebaard mijn leven uitliep en ik niks kon doen? Je kunt niet eeuwig op zoek gaan naar antwoorden die er niet zijn. Wat heb je eraan? Niets. Kop op en wees niet langer dat zielige weesje met verlatingsangst.

Soms moeten dingen zo zijn. Het is zoals het is, en daar ben ik blij mee. Ik wil het leven van nu vieren. Mijn moeder de oren van haar kop af kletsen of samen met mijn vader onze lievelingsserie House of Cards analyseren. Vroeger droomde ik dat ik stiekem een prinsesje was en ooit werd opgehaald door mijn moeder, de koningin. Als ik mijn ouders nu zie denk ik: fijn dat ze er nog zijn. Ik heb zin om van de week boerenkool bij ze te gaan eten.

Zielig

Er is in mijn leven altijd de vraag die nooit wordt uitgesproken, maar die onder-de-radar toch blijft hangen: is het niet zielig dat je bent geadopteerd? En of ik me hier wel thuis voel, krijg ik er als bonusvraag vaak bij.

Met dit soort prangende vragen hield ik me nooit bezig. Tot vorige maand. Ik krijg een mailtje van oud-collega Ingrid. We hebben in een ver verleden samen op het secretariaat van een farmaceut gewerkt. Allebei beoefenen we nu een andere tak van sport: ik in de journalistiek, zij in de wereld van interieur & design. In haar vrije tijd is ze vrijwilliger bij de Beschermde Wieg. Deze stichting zet zich in voor de opening van babyhuizen en vondelingenkamers. In een speciale ruimte staat een wiegje waar wanhopige moeders die geen andere uitweg meer zien, anoniem hun baby kunnen achterlaten. Jawel, u leest het goed. Ook in ons land wonen vrouwen die hun kind noodgedwongen in alle eenzaamheid en onder slechte omstandigheden ter wereld brengen.

Vroeger Zandvoort met grote pantoffelsEnfin, Ingrid overrompelt me met de directheid van haar mailtje. Om met de deur in huis te vallen: wat vind ik van dit initiatief? Eronder staat een linkje van een YouTube filmpje waarin bekende Nederlanders vertellen waar de stichting voor staat. Daar word ik wel even stil van. Het onderwerp kruipt steeds dieper onder mijn huid. Een baby in een vuilnisbak breekt elk mensenhart in duizend stukken. Ook die van mij. Het gebeurt niet snel dat iets me zo bij de keel grijpt. Een soort babyluikje, wat moet ik daar nou van vinden?

Zelf ben ik 37 jaar geleden in Zuid-Korea te vondeling gelegd. Op de stoep van het politiebureau. Zie het als het babyluikje van de jaren ‘70. In die tijd waren er veel ongehuwde moeders die hun baby afstonden. Volgens een artikel in de New York Times deden ze dit vaak niet uit vrije wil, maar onder druk van hun familie. Soms bracht een oma of tante de baby naar het kindertehuis of naar een, vaak illegaal, adoptiebureau. Er ging veel geld om in deze wereld vol geheimen. De jonge Koreaanse vrouwen lieten het allemaal met een stalen gezicht gebeuren. Er is nu eenmaal geen ruimte voor gevoel als je je kind afstaat. Ik denk oprecht dat informatie en veilige plekken de kans op dumpen van een baby verkleinen. Natuurlijk kun je niet iedereen helpen, maar wat de Beschermde Wieg doet is een nobel begin. Er zullen altijd moeders zijn die hun pasgeboren kind te vondeling leggen of zomaar ergens achterlaten. Mijn omma wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een veilige plek. Wat zij heeft gedaan, zie ik als een daad van liefde, moed en zorg.

De afgelopen weken spookte die ene gevreesde zin weer door mijn hoofd: ben ik zielig? Na het contact met Ingrid, is mijn hoofd als een gek gaan malen. Er is voor beide kanten iets te zeggen. Na lang wikken en wegen kom ik tot het volgende ‘poldermodel’:

Anouk op redactieJPGNee < Hier in Nederland ben ik uitgegroeid tot een nieuwsgierige journalist met de liefste ouders en een leuk leven. Als ik in Zuid-Korea was gebleven, had ik bijvoorbeeld nooit kennis gemaakt met het Nederlands. Niet Nederland, maar de Nederlandse taal bleek mijn land te zijn. Het is mijn taal. Het is zo mooi dat je iets hebt waarmee je jezelf kenbaar kunt maken. Waarin je al zoekende naar het juiste woord, kunt overbrengen wie je bent, wat je voelt, waarnaar je verlangt, wat je mist. Ik besefte pas vorig jaar dat ik toch iets heftigs had meegemaakt. Ik ben toen woorden gaan opschrijven, die woorden werden Facebookberichten: vervolgens schreef ik voor mijn blog en ging ik echt over mijn leven vertellen. De behoefte om te schrijven werd groter dan ikzelf. Ik moest woorden vinden, anders zou ik verdrinken. Ik ben niet vernederlandst, ik ben Nederlands.

Vroeger met mamaJa < Ik heb verlatingsangst. In het kwadraat. Typisch iets voor geadopteerde kinderen. Hoewel ik pas zeven maanden was toen ik naar Nederland kwam, nam ik toch een rugzakje bagage mee. Ach, baby’s en kleuters, die hebben geen idee zeggen ze, die weten nog niet wat afscheid is. Ik wel. Loslaten is niet echt mijn ding. Ik vond het als ukkepuk al niet fijn wanneer mijn moeder wegging. Naar de keuken, naar de supermarkt, naar de wc. Niet realiserend dat dit maar eventjes was, liep ik haar als een puppy achterna. Ook durfde ik lange tijd geen innige relaties of vriendschappen aan te gaan, want dat kon zomaar voorbij zijn. Mensen zag ik als passanten, niet als blijvertjes. Dus ja, ik ben bang om in de steek te worden gelaten. Dat is soms wel even slikken, maar dat hoort erbij. Ook de mensen die je voortdurend om je heen wilt hebben, zijn er soms een poosje niet. Geen wonden op mijn huid, wel littekens op mijn ziel. Je voelt het aan de knuffel die ik je zal geven.

Naar een eenduidig antwoord gis ik nog steeds. Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Het is zoals het is. Dat bedenk ik me terwijl ik in de trein naar buiten staar. Every little thing is gonna be alright, zingt Bob Marley door mijn koptelefoon. Het KNMI waarschuwt die dag voor gevaarlijk en onstuimig weer in het hele land. Ik maak me geen zorgen. Sterke bomen buigen niet, die blijven bij weer en wind staan.

Perfecte jurk

‘Mevrouw Bakker?’, klinkt het opeens. Het is dinsdagochtend en het regent buiten. Ik ben op het gemeentehuis om een nieuw paspoort aan te vragen. Terwijl de schelle vrouwenstem door de wachtruimte tettert, sta ik op en loop naar balie 1. De dame aan de andere kant van het bureau kijkt verbaasd op. ‘Eh, mevrouw Bakker?’ Ik rol met mijn ogen. ‘Goedemorgen, Anouk Bakker’, zeg ik en steek mijn hand uit. ‘Maar u bent….’, stamelt ze. ‘Is Bakker uw getrouwde naam?’, probeert ze nog. Ik was net 18.

Vroeger met kinderwagenZo gaat het al 37 jaar. Iedereen herkent mij, alleen niet in combinatie met mijn naam. Anouk vind ik stom, simpel en te gewoontjes. Als kind droomde ik van een andere voornaam. Eentje die mooier was, meer mij. Misschien Serena, Julia of Madonna? De drempel lag niet hoog. Toen ik wat ouder was, hoopte ik gewoon een geschikte achternaam te trouwen. Sergi Bruguera, Paolo Maldini, Leonardo DiCaprio. De shortlist bleek een tikkeltje ambitieus.

Uiteindelijk koos ik niet voor een verstandshuwelijk met een man plus mooie familienaam, maar voor een alter ego. Toen ik vorig jaar begon met mijn blog, besloot ik een andere naam te gebruiken. De keuze was verrassend snel gemaakt. Ik noemde mezelf The Running Ninja. Het is een verwijzing naar de twee onderwerpen waar ik over wilde gaan schrijven: hardlopen en adoptie. Ik vond het catchy, origineel en bovenal herkenbaar. Eindelijk een naam die bij me past. The Running Ninja blijft goed hangen in mijn omgeving. Loopmaatjes herkennen me niet meer alleen aan mijn loopje en roze outfits, maar scanderen tijdens wedstrijden vrolijk mijn hardloopnaam. Op mijn werk weten ze mijn echte naam niet meer. Zelfs mijn moeder noemde me onlangs liefkozend ninja.

Anouk SiennaToch ben ik achteraf blij dat ik mijn originele naam niet heb veranderd. Mijn naam voelt zo eigen dat ik het zelfs raar vind als ik een andere Anouk tegenkom. Alsof je jezelf roept. Een vreemde die jouw naam heeft gepikt. Anouk Bakker is een jurk die bij me past. Mijn Koreaanse naam Hye-Jin staat symbool voor die mooie riem bij de jurk waarmee je graag pronkt. The Running Ninja maakt de outfit af. Niet iedereen vindt het trouwens een mooie jurk. ‘Anouk Bakker, dat is toch een aparte naam voor jou?’, zei de gemene vrouw achter de gemeentebalie destijds tegen me. Op een snedig antwoord zit ik nog te broeden.

Met open armen

Waar praten mensen het liefste over? Juist ja, zichzelf. Dat doe ik ook. Alleen praat ik niet over mijn adoptie. Als mensen ernaar vragen, valt het gesprek dood. Dan voel ik me de levende versie een NS-stiltecoupé. Dag mevrouw spraakwater! De journalist die dagelijks met onbekenden spreekt, klapt dan dicht. Ik probeer het gesprek te kantelen naar een ander onderwerp. Minder diepgang, minder emotie, politiek desnoods.

Statiefoto ons gezinZo vroeg een collega onlangs of ik dat nieuwe tv-programma ‘Met open armen’ weleens had gezien. Nee, dus met frisse tegenzin heb ik het vorige week gekeken. Bleh, met Natasja Froger. Die overdreven vriendelijke presentatrice die zo van drama houdt, laten we daar niet om heen draaien. Natas volgt de zoektocht van stellen die jarenlang op een wachtlijst staan om een kindje te adopteren. De aankomende papa’s en mama’s vertellen oprecht, lief en welja soms ook ontroerend over hoop, verlangen en angst. Mevrouw Froger zoekt vooral naar het bijzondere verhaal van deze mensen en drukt ze nog net geen doosje met tissues onder hun Hollandse neus.
Het moment suprême is natuurlijk wanneer de blije ouders het kindje in hun armen sluiten. Het kersverse gezin gaat helemaal op in het nieuwe geluk. Voor even bestaat de buitenwereld niet. Daar werkt de regisseur vakkundig naar toe. Lekker inzoomen op dat schattige peuterhoofdje en focussen op twee volwassen mensen die daar wel een beetje emotioneel van worden.

Dit soort sentimentele tv is duidelijk niet mijn kopje thee. De gesuikerde laag om het programma heen vind ik niet nodig. Voor mij doet een traantje-weg-pinkende-Natasja Froger niets. Adoptie is geen tearjerker. Als volwassen geadopteerde vrouw wil ik er vooral lucht in brengen, humor en ook lol. Reflectie jazeker, daar heb ik dan wel weer wat mee. Begrijpt u me niet verkeerd. Het is best bijzonder voor adoptieouders om hun kindje voor het eerst met open armen te ontvangen. Maar geldt dat niet voor alle ouders? Vergelijk dat ophaalmoment met een natuurlijke bevalling. Je adoptiekindje vasthouden voelt als een geboorte. Het enige verschil is dat dit kindje uit een vliegtuig komt en niet uit een buik.

Kleine Anouk met balVoor mijn moeder voelde het ook bijzonder. Ze heeft mijn allereerste dag in Nederland beschreven in haar dagboek. Laten we bij het begin beginnen en terugspoelen naar 12 mei 1978. Met haar toestemming deel ik een passage uit haar memoires: Anouk, het is moeilijk alles op een rijtje te zetten. We waren zo vol van je. Het meest logische lijkt me, met de eerste dag te beginnen. We gingen vroeg naar bed, maar konden geen oog dicht doen. Het was ook zo moeilijk, jij daar ergens hoog in de lucht op weg naar ons, en wij wachtend op het moment dat we op konden staan om naar je toe te gaan. Weer moet ik huilen bij de herinnering. Toen je op Schiphol aankwam, had je er een reis van ongeveer 30 uur opzitten. Wij stonden ’s nachts om 4 uur op, bang als wij waren om te laat te komen. Op Schiphol moesten we samen met de andere ouders, broertjes en zusjes nog een tijd wachten. In de perskamer was het tjokvol. Toch werd er weinig gepraat. Iedereen was zenuwachtig en erg geëmotioneerd. Ineens was er babygehuil en kwam het eerste broertje en zusje, daarna kwamen twee zusjes en toen kwam jij. Je lag heel stil in mijn armen, maar bij het zien van anderen begon je te huilen. Gauw zijn we naar een rustiger plekje gegaan. Het bleek dat je dorst had. Papa, Lars en Sven zijn snel je fles gaan warmen. Ik bleef wat op en neer met je lopen. Dat vond je fijn. Zodra je je buik vol had, kregen wij je eerste lachje te zien. We hebben tijden met je zitten keutelen, zijn daarna op zoek gegaan naar de fotograaf en hebben je tenslotte verschoond. Als één der laatsten vertrokken we. Toen we in de parkeergarage uit de lift stapten, stonden daar opa en oma te wachten. Het werden drukke dagen. Het huis was vol bloemen, er kwamen felicitatiekaartjes en je werd overstelpt met cadeaus. Je was vriendelijk tegen iedereen. Je lachte lief.

Vroeger golfen met mamaNog steeds krijg ik kippenvel als ik dit lees. Haar dagboek zit heel, heel dicht tegen mijn ziel aan. Geen moeilijkdoenerij of krokodillentranen, maar oprechte emotie. Dat is de truc: je kunt een beetje van jezelf laten zien zonder alles bloot te geven. Hoewel ik geen fan ben van ‘Met open armen’ keur ik het programma zeker niet af. Ik denk dat het goed is om een kijkje in de keuken te geven van het adoptieproces, maar laat het kind buiten de camera. Vind je het niks? Zap! Het is gewoon een kwestie van smaak. Iedereen gaat op zijn eigen manier om met adoptie. Ik ben The Running Ninja begonnen om mijn emotie uit te drukken. Om het ijs te breken. Misschien als u mij de volgende keer aanspreekt over het geadopteerd zijn, verras ik u met mijn reactie. Ik zal niet dichtklappen. Dat beloof ik. Zolang we maar niet hoeven te praten over Natasja Froger.