‘Triatlon is een beleving’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

challenge-roth5

Frank en Monique bij de Challenge Roth

Frank van Laere (58) en Monique Haans (52) uit Berkel-Enschot delen hun liefde voor elkaar en voor samen sporten. Ooit begonnen de twee met hardlopen, maar sinds een paar jaar zijn ze verslingerd aan iets anders: de triatlon. Ze deden op 17 juli mee aan de Challenge Roth in Duitsland. ‘Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar.’

Waarom zijn jullie fan van triatlons?

Frank: ‘Ik vind de variatie van drie verschillende sporten mooi. Een triatlon is een combinatiewedstrijd van zwemmen (3,8 kilometer), fietsen (180 kilometer) en hardlopen (42,2 kilometer). Het is loodzwaar, maar net als bij hardlopen is het vooral een mentale kwestie. Als je na twintig weken hard trainen over de finish komt, geeft dat veel voldoening.’

Monique: ‘Saai is het zeker niet. Welke sport biedt er meer afwisseling dan een triatlon? Het is juist fijn dat het niet uit één discipline bestaat. Weer eens iets anders dan alleen hardlopen op de weg.’

Frank: ‘We liepen vroeger veel hardloopwedstrijden, maar helaas ben ik gevoelig voor blessures. Een kennis adviseerde me om eens mee te doen met een 1/8 triatlon. Dat is de kortste afstand: 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Hij zei dat dit me kon helpen, omdat zwemmen en fietsen minder belastend zijn voor je lichaam. Waarom niet eigenlijk, dacht ik. Dus stond ik op 1 augustus 2007 aan de start van het Lingebos in Gorinchem voor mijn eerste wedstrijd.’

Monique: ‘Ja, we waren best actief in het regionale hardloopcircuit. Ik heb ook twee keer de marathon gelopen. Mijn trainer adviseerde om erbij te gaan fietsen. Dat was goed voor mijn duurvermogen en voor de variatie in de training. Tussen mijn looprondjes door zat ik te trappen op de oude fiets van Frank. Hij was ondertussen al bezig met triatlons. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Het duurde nog twee jaar voordat ik meedeed aan mijn eerste wedstrijd. Ik moest eerst beter leren zwemmen. Net als Frank liep ik een paar jaar hard, maar dit is toch echt een andere tak van sport. Als je er eenmaal eentje hebt gedaan, ben je verkocht.’

Wat is het verschil tussen een triatlon en een hardloopwedstrijd?

Frank: ‘Bij een triatlon moet je op alle onderdelen goed zijn. De kunst is om je energie te verdelen. Je moet jezelf niet kapot fietsen, want dan loop je de marathon niet goed.’

Monique: ‘Elk sportonderdeel heeft zijn eigen dimensie.’

Frank: ‘Er komt ook een stukje logistiek bij kijken. Voor een wedstrijd moeten we drie verschillende tassen inpakken en van tevoren bij drie verschillende punten afgeven.’

Monique: ‘Bij hardlopen neem je alleen je schoenen mee en loopt je je rondje naar de finish. In principe hoef je nergens anders aan te denken. Je krijgt water bij de drankposten en er staan supporters langs de kant. Een triatlon doe je helemaal alleen. Er is niemand die je helpt. Nee, als je een lekke band hebt, moet je die zelf plakken. Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar mooi.’

Frank: ‘Neem bijvoorbeeld de Alpe D’Huez triatlon. Daar is het parcours ruiger. Je zwemt in ijskoud water, fietst tegen steile hellingen aan en loopt over onverhard, geaccidenteerd terrein. Er kan van alles mis gaan. Ook ben je afhankelijk van het weer. Het is best spannend om met stortende regen en harde wind zo’n lange afstand af te leggen. Als ik tijdens een wedstrijd zie dat Monique ook veilig is, geeft mij dat rust.’

Monique en Frank: ‘Meedoen aan een triatlon is echt een beleving.’

dsc_2977

Samen het sportieve avontuur aangaan

Hoe bereiden jullie je voor op een triatlon?

Frank: ‘Toen Monique en ik begonnen, zijn we lid geworden van een triatlonvereniging. Daar trainen we ook op het zwemonderdeel. Als je wilt meedoen aan een triatlon, moet je goed kunnen zwemmen. De beste triatleten komen vaak uit de zwemwereld. In het begin konden we niet veel meer dan de schoolslag. Daarom zijn we samen op zwemles gegaan. Op latere leeftijd iets nieuws leren is best lastig. We zijn in aanloop naar de triatlon een paar keer per week in het water te vinden.’

Monique: ‘Zwemmen is het moeilijkste, maar tegelijk ook het meest spectaculaire onderdeel. Het is een gevecht met het water.’

Frank: ‘Doordat je met 1.200 mensen tegelijk het water in duikt, kom je terecht in een kolkende massa. Het voelt alsof je in een wasmachine bent beland.’

Monique: ‘Er gaat veel tijd zitten in de voorbereiding. Je bent zo het hele weekend kwijt. Frank en ik hebben geen kinderen, dus we zitten in de positie dat dit makkelijker kan.’

Frank: ‘We trainen twintig weken lang, negen keer in de week: drie keer zwemmen, drie keer fietsen en drie keer hardlopen. De laatste twee maanden van de training staat geheel in het teken van de sport.’

8e9f97b5-98d2-425d-b11f-d815c3174c32

Samen met mijn helden Frank, Monique en hond Sjakie op de foto

IJzeren discipline?

Monique: ‘Zeker, je zet er veel dingen voor opzij. Je moet er wel lol in hebben. Trainen voor een triatlon is anders dan een rondje van tien kilometer lopen.’

Frank: ‘Als we een lange training doen, maken we er een leuke dag van. Soms doen we mee met een toertocht. Dat zijn uitgezette routes, te vergelijken met de trainingslopen voor de marathon.’

Monique: ‘Wat het juist zo leuk maakt, is dat we samen het avontuur aangaan. Samen erop uit, samen mooie dingen beleven. Als ik niemand had om mee te trainen, denk ik niet dat ik dit zou doen.’

Frank: ‘Het is fijn om samen onze passie voor triatlon te delen. Je kunt goed je verhaal aan elkaar kwijt. In de auto kunnen we nog urenlang een wedstrijd analyseren.’

Triatlon of hardlopen?

Frank en Monique: ‘We hoeven gelukkig niet te kiezen. Het is goed met elkaar te combineren. Als het past in ons schema, doen we gezellig mee met een hardloopwedstrijd.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Circle of life

Er zijn van die momenten dat je niet weet wat je moet zeggen. Soms staat de woordenstroom even stil. Zoals vandaag. Ik sprak een van mijn liefste vriendinnen. Zij ontving het nieuws dat je niet wilt horen: haar vader is ongeneeslijk ziek. Kanker. Aan zijn darmkanaal met uitzaaiingen naar de lever.

Mijn vriendin vertelde deze diagnose terwijl ik in de trein zat. Geen ideale locatie voor een persoonlijk gesprek. Ik belde haar daarom thuis meteen op. Wat zeg je in zo’n geval? Er viel geen pijnlijke stilte, het was gewoon stil. Natuurlijk overheerste bij haar intens verdriet. Ze wist het nog maar net. ‘Ik ben boos en voel me tegelijk ook machteloos’, zei ze. Er restte mij niets anders dan simpelweg mijn medeleven te tonen.

IMG_0040Zoiets zet je aan het denken. Aan de circle of life. De enige zekerheid in het leven is de dood. We weten het allemaal. Zelf vind ik dat behoorlijk eng. Ik ben niet alleen bang om te sterven, maar vrees sinds klein meisje al voor de dag dat mijn naasten heen gaan. Je hoopt altijd dat zoiets vredig gaat gebeuren. Zoals mijn stokoude oma die gewoon in haar slaap stierf. Helaas is dat voor de meeste mensen niet weggelegd.

Er zijn vandaag de dag nog te veel ziektes waar nog geen levenselixer voor bestaat. Zo is maagkanker de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Iets waar ik nooit eerder bij stilstond. Er zijn ook andere vormen van maag- en darmziekten. Mijn loopmaatje Conor heeft bijvoorbeeld de chronische darmziekte colitis ulcerosa. We delen onze passie voor hardlopen en spreken elkaar daar bijna dagelijks over. Toen hij vroeg of ik hem wilde helpen geld op te halen voor het goede doel, aarzelde ik geen moment.

Conor and Anouk745x419Samen doen Conor en ik op zondag 4 september mee met de Tilburg Ten Miles. Hoe mooi is dat om 16,1 kilometer te lopen voor het goede doel in onze eigen stad. Dat doen we in een blauw shirt van de Maag Lever Darm Stichting. Met deze hardlooploopwedstrijd willen we meer bekendheid geven aan mensen met een chronische darmziekte. We zamelen geld in voor nieuw onderzoek om mensen met maag- darm en leverproblemen verder te helpen.

Het geeft een goed gevoel om mijn passie voor hardlopen nu in te zetten voor anderen. Eigenlijk was ik nooit zo sportief, maar toen ik 5,5 jaar geleden met rennen begon, wist ik dat ik mijn sport had gevonden. ‘Running is the greatest metaphor for life, because you get out of it what you put into it.’ Deze uitspraak van Oprah verwoordt precies hoe het voor mij is. Hardlopen geeft mij het gevoel dat ik leef. En zo is de cirkel weer rond.

Wil je mij sponsoren? Dat kan door een donatie te geven via mijn pagina op de website van de MLD Stichting. Ik beloof op 4 september met mijn hart te lopen.

‘Hardlopen is soms slim rekenen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Singelloop.jpg

Frank tijdens de Singelloop van Breda

Met vijftig halve en tien hele marathons op zijn naam kent Frank Peek (46) de klappen van de zweep. De hardloper uit Oosterhout gaat volgende maand zijn ultieme uitdaging aan: de Jungfrau Marathon. Op 10 september hoopt hij in goede gezondheid de top van de Zwitserse berg te bereiken. ‘Dit is mijn Mount Everest.’

‘Soms laat mijn agenda het niet toe om na het werk te trainen. Dan is het tijd voor plan B. Ik zet mijn wekker om 5.20 uur en ren dan in alle vroegte een rondje. Niet altijd even makkelijk, maar dat neem ik voor lief. Als ik iets in mijn hoofd heb, zet ik me er voor de volle honderd procent voor in.’

Met Frank Posbankloop

Samen meedoen aan de Posbankloop in 2015

Avontuurlijke lopers

Frank Peek gaat recht op zijn doel af. Op tijd fit zijn voor de Jungfrau Marathon in Zwitserland. Met slechts 4.000 startbewijzen is dit een gewilde race onder de avontuurlijke lopers. Dat betekent voor de loper uit Oosterhout 16 weken lang vier keer in de week trainen. Zijn dagen bestaan grotendeels uit eten, rennen, werken en slapen. Hij laat er dingen voor staan, maar niet ten koste van alle gezelligheid. ‘Ik ben een Bourgondiër en houd van het goede leven. Natuurlijk probeer ik gezond te eten, maar af en toe een wijntje of biertje moet kunnen. Anders ben ik te gefocust en dan gaat het vaak mis.’

Potsdam na training

Even bijkomen na een training in Potsdam

Wensenlijstje

Het idee om mee te doen aan de Jungfrau Marathon ontstond twee jaar geleden. Samen met een paar loopmaatjes van atletiekclub Scorpio riep Frank gekscherend dat ze ‘m gingen lopen. En afspraak is afspraak. ‘De Jungfrau heeft altijd op mijn wensenlijstje gestaan. Het is net even een andere marathon. We starten op 500 meter en eindigen op 2.100 meter. De hoogste bergtop reikt tot 4.158 meter en het hoogste punt op de route is 2.300 meter. Je loopt 42 kilometer door een prachtige omgeving. Het gaat dus niet om het neerzetten van een toptijd, maar om het genieten. Snel rennen wordt ook lastig, want je moet veel klauteren, klimmen en wandelen. Een mooie uitdaging waar ik veel zin in heb.’

20.000 kilometer

Zijn gedrevenheid heeft Frank ver gebracht. Net als in zijn werk wil hij met hardlopen zijn doelen bereiken. Hij registreert alle hardloopgegevens in een Excel bestand: afstand, tijd, tempo, hartslag, kosten startbewijs. Zo liep de Brabantse loper vorig jaar 2.600 kilometer en dit jaar verwacht hij zelfs boven de 2.750 kilometer uit te komen. Sinds zijn start in 2003 heeft hij meer dan 20.000 kilometer bij elkaar gerend. ‘Ik ben dol op cijfertjes en statistieken. Hardlopen is soms slim rekenen. Ik zie in een oogopslag hoeveel ik per jaar loop en of er een stijgende lijn in zit. Daardoor probeer ik ook slimmer te lopen.’

PicMonkey Collage 2

Frank on the run

Mijlpaal

Hoewel Frank onderweg regelmatig op zijn Garmin kijkt, geniet hij van elke stap die hij zet. Hardlopen is zijn passie en hij hoopt het nog lang te mogen doen. Het geeft hem een gevoel van vrijheid om de deur uit te gaan en te rennen. ‘Als ik straks op de top van de Jungfrau sta, voel ik me euforisch. Dan ben ik trots dat het me is gelukt en dankbaar voor mijn gezondheid. Ik hoop tot mijn zestigste nog hele marathons te lopen. En volgens mijn berekeningen moet ik honderd halve marathons kunnen halen. Dat zou een mooie mijlpaal zijn.’

Rokjesdag

Toen ik 17 was, zag ik haar voor het eerst op tv. Tennisster Mary Pierce uit Frankrijk. Waar iedere vrouw destijds in een wit rokje over de baan liep, trok zij haar eigen plan. Deze blondine had flaneren in elegante tennisrokjes- en jurkjes tot kunst verheven. In die tijd was ik volkomen verslaafd aan tennis. Tenminste naar het kijken ervan. Als Mary moest spelen, maakte ik aantekeningen. Zo wilde ik er later, als ik ooit zou gaan sporten, ook uitzien.

Een onrealistische droom, concludeerde ik al snel. In werkelijkheid leek ik totaal niet op die tennisgodin. Zij was twee koppen groter, had een jaloersmakende lange vlecht en ellenlange benen. Nu, twintig jaar later, ben ik nog steeds geen evenbeeld van mijn jeugdidool. Ik meet 1,55, heb kledingmaat 36 en schoenmaat 34. Wel delen Mary en ik een liefde voor mode. Met de jaren heb ik geleerd wat me wel en niet staat. Broeken met een hoge taille bijvoorbeeld, kunnen niet. Dan blijft er bij mij geen bovenlijf over. Wat wel bij me past? Hardlooprokjes!

Blog Rokjesdag - Drunense Duinen

Aloha! 

Dat zelfvertrouwen had ik vroeger niet. Ik was bang dat mensen me als een kleuter zagen. Schoenen met hakken moest ik van mezelf aan. Torenhoog. Sneakers of sportieve schoenen droeg ik nooit. De horror. Daar voelde ik me ongemakkelijk bij. Zoals mannen dat gevoel hebben als ze naast hun vriendin met UGGS lopen. Of zoals vrouwen die zich niet zonder make-up op straat durven te tonen.

Enfin, kleine mannen compenseren hun lengte vaak met een grote auto. Ik doe dat met hardlooprokjes. Ik ben er dol op, vind ze comfortabel zitten en heb zelfs het gevoel er sneller door te gaan lopen. Velen van jullie weten dat en spreken me daarop aan. ‘Fantastisch om te zien dat vrouwen zich zelfs serieus druk maken over wat ze tijdens een marathon zullen dragen’, zoals een van mijn online hardloopkennissen het een paar maanden terug verwoordde. Hallo-ho, laat ik een vooroordeel rechtzetten: mijn hardlopen neem ik bloedserieus.

Blog Rokjesdag start Bosloop 2

Pink Ninja

Hoe dan ook, zweten doe ik het liefst in stijl en voor een marathon trakteer ik mezelf altijd op iets nieuws. Dat doe ik bij Else en Jenne van Hiphardlopen.nl, mijn favoriete onlinewinkel voor kekke hardlooprokjes en toffe topjes. Last van keuzestress heb ik nooit als ik daar winkel. Ik heb simpelweg het gevoel dat ik al die hippe rokjes moet adopteren. Mijn kledingkast puilt inmiddels uit met exemplaren in allerlei kleuren en motiefjes.

Achter elk van mijn rokjes zit een persoonlijk verhaal. Ik kan u precies vertellen bij welke wedstrijd ik welke outfit droeg. Zo droeg ik mijn eerste rokje drie jaar geleden tijdens de halve marathon van Eindhoven. Een geweldige wedstrijd waar ik een nieuw PR liep. Een dag voor de wedstrijd slenterde ik met een vriendin over de expo in het Beursgebouw. En toen hing ie daar, dat ene roze rokje. Aan het rek van de stand van Else en Jenne. Ik was verkocht. Trouwens, de gehele collectie mocht zo mijn winkelmandje in: fris, tikje stoer en bovenal erg leuk.

Ziet u, hardlooprokjes zijn voor mij meer dan een fashionstatement. Er kleven ook mooie herinneringen aan. Ze brengen me terug naar mijn jeugd. Als ik mijn roze exemplaar draag, voel ik me voor even Mary Pierce. Ik kan een glimlach dan nauwelijks onderdrukken. Iets wat volgens mij nooit uit de mode raakt.

‘Lopen met vrouwen geeft een boost’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.’

Training duurloopje

Natalie on the run

Natalie Sinke (41) doet zondag voor de derde keer mee aan de Ladies Run in Rotterdam. Als geen ander weet ze hoe moeilijk het is het roer om te gooien. De Zeeuwse loopster viel 45 kilo af en is nu in de vorm van haar leven. ‘Ik wil vrouwen steunen en inspireren om actiever en fitter te worden.’

Samen met meer dan 11.000 vrouwen staat Natalie zondag 29 mei aan de start in Ahoy. Net als vorig jaar loopt ze de 7,5 kilometer van de Rotterdamse Ladies Run. De hardloopster uit Vlissingen heeft zin in dit evenement. ‘Alles is roze: de start, de borden, de boog, de finish, de shirts. Echt enorm cliché, maar het werkt aanstekelijk. Met duizenden andere vrouwen lopen, geeft een enorme boost.’

Atletieknest

Natalie reis samen met haar vader Sjaak naar Rotterdam. Hij is één van haar trouwste supporters. Van hem heeft ze haar passie voor hardlopen geërfd. Ze komt uit een echt atletieknest. Haar ouders sportten vroeger op hoog niveau: vader Sinke was een tienkamper en triatleet, moeder Sinke deed aan verspringen en sprinten. ‘Er is mij verteld dat ik met vier maanden al in de kinderwagen op de atletiekbaan stond’, gniffelt ze. ‘Toen ik vier jaar was, liep ik mijn eerste prestatieloopje. Als pupil en junior deed ik mee aan alle afstanden. Dat combineerde ik met discuswerpen en het lopen van triatlons. Wegens knieproblemen moest ik op mijn twaalfde stoppen. Ik heb daarna jarenlang nauwelijks meer gesport.’

Meer bewegen en bewust eten

Pas in 2011 pakte Natalie de draad weer op. Dat was geen gemakkelijke klus, want ze woog toen flink wat zwaarder. Met fitnessen viel ze wel af, maar de pondjes kwamen er ook net zo hard aan. Dus besloot ze het over een andere boeg te gooien. Ze begon met een online programma en schakelde later personal trainer Michel in. In totaal viel de Zeeuwse 45 kilo af. Verantwoord en in etappes. De visie van Michel was simpel: meer bewegen en bewust eten.

Zwaar afzien

Over haar strijd tegen de kilo’s zegt Natalie: ‘Ik sloeg zo’n tien tot twaalf jaar geleden mijn eerste slag. Daarna kwam ik weer aan en verloor vervolgens weer wat gewicht. Sinds ik met Michel train, heeft hij het programma nog meer op mij afgestemd. Daarnaast werk ik met looptrainer Robert. Het is zwaar afzien met die mannen, maar het harde werken loont. Ik voel me fit, sterk en ben ook sneller geworden.’

IMG_5086

Met vader Sjaak

Rokje

Sinds ze zo veel is afgevallen, past Natalie ook weer in leuke kleren. Als ze in de spiegel kijkt, moet ze nog altijd wennen aan haar slanke silhouet. De oversized sportbroeken gingen de deur uit en maakten plaats voor een nieuwe garderobe. Tijdens het hardlopen kun je haar uittekenen in een rokje of jurkje. Het liefste draagt ze er eentje in haar lievelingskleuren roze of paars. Altijd net iets anders dan de rest. ‘Vrouwen dragen sportkleding allang niet meer alleen om in te sporten. Je mag best laten zien wie je bent.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Rennen met een hart

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Blog Born to Run Michael Beenhakker

Duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers doen komend Pinksterweekend mee met de Roparun. Directeur Michael Beenhakker (41) reist het parcours af om alle kanjers te supporteren. Naast zijn werk voor de stichting trekt de Rotterdammer zelf ook regelmatig zijn hardloopschoenen aan. ‘Als ik mezelf in de spiegel zie, staart er een hardloper terug.’

Michael Beenhakker weet hoe het is om iemand te verliezen. Op 16 januari plaatste hij het volgende op Facebook:Kanker is klote. Begin dit jaar is mijn leeftijds- en middelbare schoolgenootje overleden. Op zo’n moment realiseer ik me dat kanker niets te maken heeft met winnen of verliezen, maar met wel of geen geluk hebben. Want als iemand gevochten heeft, dan is zij het wel.’

10418955_10208834527361984_625910221062755314_nSchrijnend

Hoewel Michael er nu dagelijks mee te maken krijgt, blijft de dood hem raken. De directeur van de stichting Roparun herinnert zich zijn begintijd nog goed: ‘Belde er een vader op die een vakantiebungalow moest afzeggen, omdat zijn zoontje was overleden. Heel schrijnend. Toen ik ophing, was ik echt heel emotioneel. In de loop der jaren leerde ik beter met dit soort gesprekken om te gaan, maar normaal wordt het nooit. Kinderen horen niet te sterven.’

Mooie pruik

Dat gevoel van machteloosheid vindt de Rotterdammer verschrikkelijk. Als kind kon hij al niet tegen onrecht. ‘Op de kleuterschool zat er een meisje bij me in de klas met kanker’, herinnert hij zich. ‘Ze liep rond met een kaal hoofd en de andere kinderen staarden haar aan. Dat vond ik zielig. Had ze maar een mooie pruik dacht ik.’ Misschien is het dan ook niet zo verwonderlijk dat Michel in 2007 een baantje bij de stichting Roparun vond. Een stichting die het leven van kankerpatiënten zo aangenaam mogelijk wil maken. Onder meer door het ondersteunen van ruim 200 doelen: van vakantiebungalows voor zieke kinderen tot het ontwikkelen van speelgoed en meefinancieren van hospices. ‘We kunnen deze mensen niet genezen, maar hun leven wel een beetje beter maken’, aldus Michael.

Lach en een traan

Dat is ook de gedachte achter de jaarlijkse Roparun: rennen voor het goede doel. Over een paar dagen doen er weer duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers mee. Ze leggen dan in teamverband, binnen 48 uur, meer dan 500 kilometer af van Parijs of Hamburg naar de magische Coolsingel. Michael reist het parcours af om iedereen een hart onder de riem te steken. Hij weet wat voor mooi avontuur de Roparunners beleven. Zelf deed hij van 2004 tot en met 2007 als loper mee. ‘De Roparun is echt een teamprestatie’, vindt hij. ‘Het is een reis met een lach en een traan. Veel deelnemers kennen iemand in hun omgeving die kanker heeft of eraan is overleden. Onderweg kunnen de emoties oplopen. Maar uiteindelijk is iedereen trots om samen over de finish te komen.’

Genieten

Als medewerker van de stichting kan Michael zelf niet meer meedoen aan de estafetteloop. Dat mist hij stiekem wel een beetje. Hardlopen noemt de Rotterdammer het leukste dat er is. Iets dat hij al ruim 16 jaar met veel plezier doet. Hij beschouwt het echter niet als vanzelfsprekend. Samen met een vriend was hij in 2008 aan het trainen voor de marathon van New York. Op een dag viel zijn loopmaatje neer en moest met spoed naar het ziekenhuis. Daar schrok hij van en besloot zich voor alle zekerheid ook eens te laten testen. ‘Kwamen de artsen erachter dat ik een aangeboren hartafwijking had’, vertelt hij. ‘Moesten we allebei ons loopavontuur laten schieten. Uiteindelijk heb ik ‘m twee jaar later alsnog gelopen. Ik denk hier nog vaak aan terug en waardeer het leven des te meer. Voor mij is het sleutelwoord: genieten.’

 

‘Met hardlopen kun je jezelf zijn’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Egmond foto Rob Glas

Losse veter moment – foto Rob Glas

Fanatiek zijn is geen zonde. Jop van der Steen (22) droomt ervan binnen een paar jaar mee te draaien met de Nederlandse hardlooptop. Daar zet de student veel voor opzij. Zijn leven bestaat uit: trainen, studeren, eten en slapen. Voor hem voelt dit niet als een opoffering. ‘Hardlopen haalt het beste bij me naar boven.’  

Hij wordt in de hardloopwereld beschouwd als één van de aanstormende talenten van ons land. Jop van der Steen is de man in vorm. Bij de Vennenloop in Oisterwijk was er afgelopen zaterdag weer winst voor de atleet uit het loopteam Runshop Greg van Hest. Hij liep een solo in 48.04. Hiermee behaalde hij zijn derde overwinning op rij in een week tijd. Op dit moment leidt hij het klassement voor de mannen senior in het Global e-wegcircuit Midden-Brabant. Uiteraard hoopt hij zijn titel van vorig jaar te prolongeren.

Thuiswedstrijd

Zo’n 5,5 jaar geleden begon Jop met hardlopen. Daarvoor heeft de pabostudent 10 jaar lang fanatiek gehockeyd, net als zijn 2 zussen. ‘Ons team in de A-jeugd bestond uiteindelijk uit 19 spelers’, blikt hij terug. ‘Dit betekende dat er elke wedstrijd 8 op de bank zaten. Hoewel ik meestal wel mocht spelen, voelde dat wisselen niet meer fijn. Toen ben ik eigenlijk per toeval in het hardlopen gerold. Ik deed elk jaar al mee aan de Tilburg Ten Miles, een thuiswedstrijd van 16,1 km die letterlijk langs mijn huis gaat. Ik was nog niet heel actief aan het rennen, maar door het hockeyen had ik wel wat snelheid en een goede conditie ontwikkeld. Toen ik 16 was liep ik ‘m ongetraind in 1:08:11. Mensen in mijn omgeving vroegen vervolgens waarom ik hier niet in verder ging.’

 

Greg van Hest

Dat leek hem wel wat. Via een omweg kwam hij in oktober 2010 terecht bij Greg van Hest. De Tilburger bracht een bezoekje aan de hardloopwinkel van de voormalig topatleet. Deze zag het talent van de jonge hardloper en nam hem op in zijn net opgerichte hardloopteam. Samen met 6 jongens van zijn leeftijd die ongeveer even snel liepen, ging Jop serieus aan de bak. ‘In principe probeer ik 9 keer per week de deur uit te gaan om te trainen’, vertelt hij. ‘Ook doe ik nog twee keer in de week aan krachttraining. Ik heb vorig jaar met mijn studie kunnen regelen dat ik extra tijd krijg om te trainen. Hierdoor hoop ik nog meer uit mijn sport te halen.’

Foto Kees Snepvangers

In de strijd van de wedstrijd met Greg van Hest – foto Kees Snepvangers

Top 8

Voor 2016 legt Jop de lat weer een beetje hoger. Zijn ambities steekt hij niet onder stoelen of banken: ooit hoopt hij de beste te worden. Samen met zijn mentor Greg heeft hij een masterplan opgesteld om over 2 jaar proberen mee te draaien met de nationale hardlooptop. Daarvoor streeft hij naar een aantal straffe tijden. Komend jaar wil hij zijn huidige persoonlijke records aanscherpen op de 5 km (15.25), 10 km (31.25), 15 km (47:30), 10 EM (52.18) en de halve marathon (1:08:53). Van daaruit wil hij ieder jaar steeds iets verder gaan opbouwen. Jop: ‘Hoe langer de afstand, hoe beter ik erin kom. Ik denk dan ook dat de halve marathon mijn sterkste afstand is. Hopelijk lukt het om de nationale top 8 te halen. Daarvoor moet ik een tijd van 1:05:30 kunnen lopen. Er is nog een lange weg te gaan, maar niks is onmogelijk. Als ik ergens voor ga, wil ik er alles uithalen wat er in zit.’

Meester Jop

De jonge loper heeft weliswaar vertrouwen in zijn eigen kunnen, maar is tegelijkertijd ook realistisch. ‘Mijn studie geef ik niet op’, zegt hij stellig. ‘Ik zit nog niet in de positie om op één paard te wedden. Als er door bijvoorbeeld een blessure iets misgaat, heb ik helemaal niks meer. Bovendien vind ik het harstikke leuk om voor de klas te staan. De interesse en waardering die ik van de leerlingen krijg, niet alleen als sporter maar ook als meester Jop, waardeer ik enorm.’

Vriendschap

Voor zijn hardloopdroom moet Jop veel opzij zetten. Zijn leven bestaat uit trainen, studeren, eten, weer trainen en slapen. Er is weinig tijd voor andere dingen. Het voelt echter niet als een opoffering. Want zo legt hij uit: ‘Ik mis het niet dat ik niet elk weekend op stap kan gaan. Er is niet iets dat ik niet kan doen, maar wel zou willen.’ Met loopmaatjes Lauran Beijens, Dennis de Freytas en Björn Koreman heeft hij een hechte vriendschap opgebouwd. Niet alleen delen de jongens een passie voor rennen, maar ze zitten ook in hetzelfde schuitje. ‘Je maakt samen veel mee en dat schept een bijzondere band. Tijdens de duurlopen praten we ook over privé dingen. Daarnaast maken we veel lol, het is soms 12 kilometer lang lachen. Ook buiten trainingen trekken we met elkaar op.’

Met Dennis zweefmoment

Met loopmaatje Dennis de Freytas (l)

Instagram

In zijn spaarzame vrije tijd vindt Jop het leuk om zijn passie voor hardlopen te delen via social media. Op Instagram plaatst hij regelmatig een hardloopfoto. Het mooie hieraan vindt hij dat je er mensen van over de hele wereld mee kunt bereiken. Met bijna 1.050 volgers lukt hem dat al aardig. ‘Mijn sport is niet gebonden aan grenzen of niveaus’, aldus Jop. ‘Met hardlopen kun je gewoon jezelf zijn. Iedereen kan op zijn eigen manier 5 kilometer rennen. Ik geniet er elke dag weer van. Het haalt het beste in me naar boven. Je mag me er ’s nachts voor wakker maken.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl