Seoul Sista deel 3: Shanghai Surprise

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

China is als een goede fles wijn. In het begin moet je wennen aan de smaak, maar na een paar slokken weet je de smaak te waarderen. Zoals onze Chinese tafelgenoot van handelshuis Optiver tijdens de lunch zei: ‘Je moet China begrijpen.’

IMG_1557

De studiereisgroep heeft daar aanvankelijk wat moeite mee. Met temperaturen van ruim 35 graden is het overdag peentjes zweten. Door de taalbarrière voelen we ons soms net Bill Murray in de film ‘Lost in translation’. Dat mag de pret niet drukken. Vier dagen is te kort om alles te ontdekken en onze zintuigen draaien dan ook overuren: eendenflippers in de stoofpot, roggelende en spugende Chinezen op straat en een heuse marktplaats waar ouders een partner voor hun kinderen zoeken. Shanghai is werelds met de bekende wolkenkrabbers, maar ook verrassend knus met haar Franse wijk. En dan die fenomenale skyline.

Ook in deze hub voor financiën en handel bezoeken we verschillende instanties. Op het Nederlandse consulaat leren we meer over het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) dat buitenlandse bedrijven steunt die internationale activiteiten in Nederland opzetten of uitbreiden. De Nederlandse mannen van Optiver vertellen over flitshandel op de Chinese beurzen. Met behulp van algoritmen en geavanceerde apparatuur sluiten ze honderden deals per seconde en proberen ze te profiteren van kleine prijsverschillen. Onze fiscalisten ontmoeten hun vakgenoten van Ernst & Young en samen sluiten we de kennisreeks af met een bezoek aan de Haven van Shanghai.

Twee werkbezoeken springen eruit. Veel studiereisgenoten waarderen het bezoek aan het Shanghai Institutes for International Studies (SIIS), een prestigieuze denktank die is verbonden aan het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Op basis van eigen onderzoek adviseren zij centrale en decentrale overheden over internationale politiek en economie. We bespreken met de adjunct-directeur van het instituut en vier wetenschappers de samenwerking tussen China en Europa, de economie, de economische diplomatie en de handelsrelatie met de VS. Ze zijn opmerkelijk open over de zwakkere kanten van China, maar laten ook duidelijk blijken dat het land nog veel ambities heeft. De Chinezen willen de economie verder openen, maar wel op hun eigen voorwaarden en tempo.

Bij FrieslandCampina vertelt de financieel directeur over de Nederlandse zuivelinvasie in China. Zo legt hij uit dat een Chinees kind door de eenkindpolitiek, die tot 2015 van kracht was, zes ouders heeft (twee ouders en vier grootouders) die het allerbeste voor hun oogappel willen. ‘Ze vinden voedselveiligheid belangrijk, dus ook goede voeding. Geld speelt geen rol. Zonder blikken of blozen betalen ze 50 euro voor een blik melkpoeder.’

Ook onze landgenoot beaamt dat China een grote speler wil worden in de wereldeconomie. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want de economie kende de afgelopen 20 jaar een gigantische groeispurt en groeit nog steeds. Aan de Chinese instelling zal het niet liggen. ‘Chinezen zijn competitief en enorm gedreven. Als ze een mogelijkheid zien, gaan ze er direct voor. While we chat they act.’

IMG_1506Na 15 werkbezoeken zit het er op. Het is ons niet gelukt het mysterie van het Verre Oosten te ontrafelen, maar we hebben wel een onuitwisbare indruk gekregen van twee Aziatische metropolen. De sluimerende mist die de hele studiereis boven ons hangt, geeft haar een passend oosters tintje.

Seoul Sista deel 2: Noord en Zuid

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Seoul en al zijn indrukken zijn nieuw voor iedereen: Koreaanse overbeleefdheid, smogmondkapjes en verwarmde wc-brillen. Dat Koreanen geen Haags kwartiertje kennen, ervaren we tijdens onze excursie naar de gedemilitariseerde zone tussen noord en zuid. De militairen bewaken streng de grens en onze reisleidster met militaire precisie de tijd. Wanneer we drie minuten te laat bij de bus arriveren, kan ze haar irritatie amper verbergen. Te laat komen, doe je dus niet in Zuid-Korea.

IMG_1019Tijdens ons verblijf leren we niet alleen meer over de Koreaanse cultuur, maar bezoeken ook diverse instanties. We krijgen overal een warm welkom, al moeten de Koreanen wel wennen aan de Nederlandse directheid. Bij de Bank of Korea spreken we over prijsstabiliteit, financiële markten en omgang met Noord-Korea en in het nationale parlement krijgen we een inkijkje in de historie van het land. Tijdens ons bezoek aan de National Tax Service (NTS) gaat het over de Koreaanse belastingmoraal die net als in Nederland hoog ligt. De NTS verhuisde in 2014 van Seoul naar Sejong, omdat de Koreaanse overheid de dominantie van Seoul wil inperken en de bedrijvigheid van andere regio’s bevorderen.

Op de Yonsei Universiteit vertelt professor Sang-young Rhyu over de chaebols, grote, door families gecontroleerde conglomeraten zoals Samsung, Hyundai en LG. De chaebols dragen de groei van de Zuid-Koreaanse economie, maar er is ook kritiek. Zo maken chaebols het ondernemerschap moeilijk en verdringen ze kleinere bedrijven. Bovendien oefenen de chaebols van oudsher veel invloed uit op de politiek en dit leidt regelmatig tot schandalen. Zo trad president Park Geun-hye in 2017 af vanwege corruptie en werd veroordeeld tot 24 jaar cel.

Het werkbezoek aan Saejowi maakt op veel reisgenoten de meeste indruk. Saejowi is een ngo die streeft naar een verenigd Korea en daanaast Noord-Koreaanse ‘overlopers’ helpt met het inburgeringproces in Zuid-Korea. Sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) zijn ruim 30.000 Noord-Koreanen overgelopen naar het zuiden. Ongeveer tien keer zo velen zijn naar China gevlucht. De cijfers zijn verre van volledig, want van veel vluchtelingen wordt niks meer vernomen.

Wij maken kennis met drie van hen. Als de dames openhartig vertellen, luistert de groep ademloos. Een van de vrouwen stak in 2009 via China de grens over, op zoek naar haar vermiste zoon en dochter. Na bijna tien jaar heeft ze hen nog altijd niet gevonden. Haar buurvrouw kon haar ogen niet geloven toen ze in Zuid-Korea arriveerde: ‘We leerden op school dat Zuid-Korea bestond uit alleen maar daklozen. Toen bleek ik plots in een land met schone straten en verlichte gebouwen te zijn.’

IMG_0834

De oudste dame had een goede positie in het leger, maar keerde samen met haar vader het communistische regime de rug toe. ‘Mijn vader wilde voor zijn dood terugkeren naar zijn geboortedorp in Zuid-Korea, maar dat mocht niet van het regime. Daarop besloten we in China familie te ontmoeten. Alleen de Noord-Koreanen kwamen hier achter en sloten ons samen op.’ In de gevangenis moest ze toezien hoe haar vader gemarteld werd. Een maand later overleed hij.

Spijt van haar vlucht heeft ze niet. Wel dat ze nooit Engels heeft geleerd. In het leger kon ze alleen Russisch volgen. ‘Ik zou zo graag mijn verhaal met jullie willen delen, zonder vertaling van de tolk.’

 In de derde en laatste blog lees je meer over onze indrukken van Shanghai.

Stoere diplomaat

Na 40 jaar stopt het BZblad, het personeelsmagazine van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tenminste in de old school papieren vorm. In het nieuwe jaar gaan we onder een andere naam volledig digitaal. Ik heb onwijs veel mooie, leuke en bijzondere artikelen mogen schrijven. Mijn creatieve brein draaide 3,5 jaar overuren. Wat fijn dat ik met zoveel eigen ideeën aan de slag mocht gaan. Lees hieronder mijn mooiste herinnering aan het BZblad. 

Traing-Anouk-BakkerWat vliegen de 365 dagen van een jaar toch snel voorbij. Om alle mooie herinneringen niet te vergeten, zette ik begin 2012 een lege pot op een strategische plek in mijn huis. Elke keer als er iets leuks gebeurde, schreef ik het op een briefje en stopte dat in die pot. Aan het einde van het jaar, onder de kerstboom, trok ik een fles bubbels open en nam alle geluksmomenten nog eens rustig door. Eén kaartje sprong er uit: mijn allereerste reportage voor het BZblad.

Voor het zomernummer deed ik in 2012 mee aan de 5-daagse training ‘Diplomaat in crisisgebied’. Locatie: de School voor Vredesmissies op legerplaats de Harskamp. Samen met 8 andere BZ-collega’s liet ik me door de militairen van Defensie drillen tot een stoere diplomaat die kan overleven op hoog risico posten. Met één verschil: mijn medecursisten gingen daadwerkelijk naar een crisisgebied, ik bleef veilig achter in Den Haag.

Ik kijk terug op een bijzondere trainingsweek. Het was goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling en tegelijk ook een ware slijtageslag. Want jemig, je hebt zware trainingen en militaire trainingen. Op de Veluwe leerden we normaal te reageren op abnormale situaties. Niet geschikt voor watjes en luxepaarden. Geen warme douche, geen comfortabel bed, geen mobiele telefoons. We maakten dagen van 16 uur, waarin uiteenlopende oefeningen in het veld en lessen in de tent elkaar in rap tempo opvolgden. Als groep deden we dingen die we nooit zelf hoopten mee te maken. Zoals mijn vaste trainingsmaatje het verwoordde: ‘Je kunt iets honderd keer op PowerPoint zien, maar het is toch anders als je zelf achter de beveiligingsjongens door de bossen rent. Of met je knieën op de grond zit met een geweer op je gericht bij een roadblock.’

Poeh, dat was dus behoorlijk heftige materie. Het viel dan ook niet mee. Ik voelde me een klein meisje in een grote wereld. Als je 2 turven hoog bent, is het dragen van een XL kogelvrij vest al een hele workout. En die helm, ge-wel-dig. Ik deed dingen die ik alleen kende uit films, zoals leren schieten. Met een groot geweer, welteverstaan. Ik schrok me het leplazarus! Mijn sterkste wapen bleek uiteindelijk mijn kwetsbaarheid te zijn. Door het volgen van de gehele training, beschouwden mijn medecursisten en de militaire staf me niet als een toeschouwer. Ik hoorde er echt bij, was één van hen. Net als iedereen moest ik ook zwoegen, zweten en afzien. Samen sleepten we elkaar door het zware trainingskamp heen.

Toen ik die vrijdagmiddag met mijn diploma op zak het militaire terrein afliep, was ik eigenlijk wel een beetje trots. Sterker nog, het voelde als een persoonlijke overwinning. Daar in het Veluwse landschap heb ik een groeispurt in mijn ontwikkeling gemaakt. Ik was niet alleen een betere journalist geworden, maar ook een echte diplomaat. Dat euforische gevoel, dat moest ik eerst zelf ervaren. Het was dé adrenalinstoot die ik zo hard nodig had. Om een stap voorwaarts te maken, moet je soms je evenwicht verliezen. Een kwestie van soms letterlijk vallen, opstaan en weer doorgaan. En geloof me, aantekeningen maken in een kogelvrij vest en met helm op is een vak apart…

P.S. Ik sta op de foto in de ‘karakteristieke’ houding (dat vond de fotograaf zo typerend aan mij die week)

Die Wende

Berlijn HalloHet is mijn eerste weekend in Berlijn. Ik zit voor mijn werk 5 weken in de Duitse hoofdstad, volgens vrienden en collega’s is het hier hipper dan hip. Als een brave toerist zit ik zondag om 9:00 uur in de rode sightseeing bus, zo eentje met live commentaar. Een beetje verveeld kijk ik voor me uit. Mijn medepassagiers lijken bijna allemaal voor 1832 te zijn geboren, dragen van die afritsbroeken en fotograferen alles wat los en vast zit. Een paar lokale fossielen verdenk ik er stiekem van dat ze die ochtend gewoon niks beters te doen hadden. Onze gids heet Andreas. Een man met een ongekende zweetlucht die flauwe grappen maakt met de twee oude besjes uit Florida die achter mij zitten. En dan doe ik ook nog eens mee aan de tour door Oost-Berlijn. Dit kan niks worden, zucht ik.

De Muur
Ik vergis me. Wat ik de komende 2 uur krijg te horen, heeft de toon gezet voor mijn verdere verblijf in deze miljoenenstad. Het is iets wat me sindsdien alle dagen van de week, elk uur van de dag, elke minuut van het uur bezighoudt. Iets wat me raakt en waar ik soms om moet huilen: de val van de Muur. In Duitsland noemen ze het treffend Die Wende. Soms als je geen verwachtingen hebt, kan iets juist heel mooi zijn.

Wir sind ein Volk
Ondanks zijn valse start blijkt Andreas scherp van tong te zijn en weet hij mij van begin tot eind te boeien met memoires overBerlijn Wir sind ein Volk de roerige geschiedenis van zijn stad. ‘Moet je voorstellen dat er van de ene op de andere dag een grens door je stad, je wijk, je straat of zelfs je appartement getrokken wordt’, vertelt hij. ‘Op 13 augustus 1961 verdeelde een muur van ruim 41 km Berlijn in tweeën. Ontsnappen deed je niet zo snel, es war tödlich. Ik ken verhalen van mensen die midden op de grens woonden: hun woonkamer lag bijvoorbeeld in Oost-Berlijn en hun slaapkamer in West-Berlijn. Sommige mensen sprongen van hun balkon af in de hoop een vrije val naar het westen te maken.’ Als we ondertussen langs een gebouw rijden met daarop een muurschildering met de tekst Wir sind ein Volk voel ik een koude rilling door mijn lijf.

Littekens
De geschiedenis in Berlijn ligt ver weg, maar voelt tegelijk zo dichtbij. Al is het maar door de volle toeristenbussen die elke dag door de stad zoeven of de resten oude architectuur die het huidige straatbeeld bepalen. De mensen spoelen hun littekens weg met Milchkaffee, pullen bier en hippe cocktails. Dat verhult niet het verdriet van bijna ’n driekwart eeuw onderdrukking: eerst door de Nazi’s en aansluitend door het ministerie voor Staatsveiligheid, de Stasi.

Oostblok state of mind
Ik ben in een Oostblok state of mind en besluit op aanraden van mijn collega een bezoek te brengen aan Hohenschönhausen, de Berlijn busvoormalige Stasi-gevangenis iets buiten het centrum van Berlijn. Want ja, hoe de veiligheidsdienst precies opereerde wist ik tot dan toe niet. De gids zet meteen de toon als hij de rondleiding begint met de mededeling dat het DDR-regime misdaden tegen de menselijkheid pleegde, maar dan binnen de regels van een democratie. ‘It’s not a German story, but a human story’, vertelt hij in accentloos Engels. ‘It’s a story of a system which is perfect in bringing people down. The enemy thinks differently. Anyone who does not respect our border will feel the bullet.’ Kip-pen-vel.

Stadsgenoten
De afgelopen tijd heb ik indrukwekkende verhalen gehoord die laten zien dat de val van de Muur niet alleen een keerpunt in de geschiedenis is geweest, maar ook bepalend voor de levens van de mensen in Berlijn, mijn tijdelijke stadsgenoten. Culturele, politieke en raciale verschillen mogen geen barrière zijn. Stel je open voor wat anders is, denken wij nu.

Berlijn GluckskindHorror
Een paar dagen later slenter ik over een van de vele markten. Ik realiseer me dat het dit jaar 25 jaar geleden is dat de Muur viel. Opeens valt mijn oog op een schilderijtje met het woord Glückskind erop. Dit Duitse woord zet me aan het denken. In het begin voelde ik me weleens verloren en eenzaam in deze grote, wervelende en soms grauwe stad. Ik had gigantisch medelijden met mezelf als ik op mijn vrije dagen mezelf moest vermaken. Ik voelde me dan eenzaam en kwetsbaar. Alleen op het terras een wijntje drinken? De horror! Waar maakte ik me eigenlijk druk over, denk ik achteraf? Kwetsbaarheid is geen zwakte, maar een reminder dat we soms allemaal in hetzelfde schuitje zitten.

Waanzinnig
Als ik nu door de straten van Berlijn loop, vind ik mezelf een Glückskind. Gewoon de U-bahn (metro) pakken en op de bonnefooi ergens uitstappen of ’s avonds in gedachten verzonken over rivier de Spree uitkijken zijn nu mijn favoriete hobby’s. Het voelt waanzinnig, euforisch, magisch bijna. Mijn eigen Wende. Berlijn is niet alledaags, maar buitengewoon. Een stad met karakter, met ballen. Zoals Andreas van de bejaardentour stelde: ‘There is one point in your life you have to ask yourself: Do I want to be pretty or cool?Berlin, du bist wunderbar!

Material Girl

Chanel walkMadonna zong in 1984 al over leven in een materialistische wereld. Dertig jaar later draait het nog steeds om cash, coolness & couture. Althans voor mij, tot afgelopen weekend. Toen ik op ‘zwarte zaterdag’ werd beroofd van mijn handtas en in een paar seconden mijn hele materiele leven kwijtraakte. Sneller dan de bliksem inslaat, voelde ik me opeens nog kleiner dan ik al was. Geen blikschade, maar wel een knock-out in mijn zelfvertrouwen.

Ik kick nu noodgedwongen af van mijn smartphone verslaving en hang naar materialisme. Cold turkey. Geen iPhone en designertas voelt als Roy Donders zonder huispak of Ronaldo minus kam. Net als mijn jeugdidool was ik een material girl. Ik stortte me als een junk op mijn smartphone, iedere keer als het lampje flikkerde. En mijn vintage laarzen liet ik voor meer geld repareren dan waarvoor ik ze ooit had gekocht.

Mijn moeder zegt dat je overal iets positiefs in moet zien, goede of slechte ervaringen. En mama heeft altijd gelijk! Ondanks mijn boos- en hopeloosheid, besef ik maar al te goed dat het altijd erger kan en dat mensen het ergens anders op aarde veel slechter hebben. Dat het op de meeste momenten niet de oh-my-god-meest geweldige-tijd-ever was, maar gewoon prima.

Nee, ik ben niet opeens getransformeerd tot een zweverige hippie. Wel zie ik alles net iets meer in perspectief. Keep it real, zeg maar. Als ik in het weeshuis in Seoul was opgegroeid, had mijn leven er immers totaal anders uitgezien. Geen ouders, geen geld en geen liefde. Dus: Op mijn wishlist voor 2014 stond: een vintage Chaneltas en een zonvakantie op Curaçao. Ik kies nu voor hapiness – van top tot teen, inclusief een million dollar glimlach