Angstgegner

We kennen het allemaal. Dingen die we liever niet doen, maar die wel moeten gebeuren. Die eerste keer spreken voor een groot publiek, studeren voor een belangrijk examen of een lastig gesprek voeren met je baas. Bij het idee alleen breken de zweetdruppels je al uit. De horror! Stiekem heb je er ook een keer akelig over gedroomd. Je besluit het nog even uit te stellen. ‘Want dat kan ik toch niet’, zucht je sip. Iets van een mug een olifant maken.

IMG_4245Daar komt het op neer. Ook sporters krijgen te maken met onzekerheden. Zo zijn er tegenstanders met wie ze liever niet de strijd aangaan. Een tegenstander waarvan ze bang zijn te verliezen nog voor de wedstrijd is begonnen. Die angst is meestal ontstaan door uitslagen in eerdere confrontaties. Een Angstgegner heet dat in sporttermen. Een bekend voorbeeld van iemand met een Angstgegner was Vitas Gerulaitis, een tennisser in de jaren zeventig. Hij won veel, maar Jimmy Connors was zijn Angstgegner. Van hem kon hij niet winnen. Op een gegeven moment had hij zestien keer achter elkaar van Connors verloren. Toen hij de partij daarna eindelijk won, verzuchtte hij: ‘Niemand verslaat Gerulaitis zeventien keer op rij.’

Het lopen van een 10 kilometer wedstrijd is voor mij een absolute Angstgegner. Sinds ik vier jaar geleden begon met het lopen van marathons heb ik een fobie ontwikkeld voor deze afstand. Ik presteerde nooit optimaal. Door al die duurtrainingen merkte ik dat ik langzamer werd op kortere afstanden. Ik draaide pas warm na de 10 kilometer en de winst kwam pas als de rest moe werd. Een erg fijne tactiek voor een marathon, dat zeker. Alleen begon ik het sprintwerk te missen. Daar moest ik iets aan doen. Ik had mijn moeder toch al beloofd in 2017 maar één marathon te lopen.

Een mooie gelegenheid om de tweede helft van het jaar aan mijn snelheid te werken. Na Rotterdam besluit ik de focus volledig op de kortere afstanden te leggen. Dat blijkt geen gemakkelijke opgave te zijn: ik moet transformeren van een diesel naar een motor die meteen snel optrekt. Mijn trainer Harrie maakt een ambitieus en soms spartaans schema. Op het hardloopmenu staan veel tempoloopjes, bloktrainingen en intervalsessies.

IMG_5251Natuurlijk kan het onvermijdelijke niet uitblijven. Ik moet vlammen op de 10 kilometer. Harrie hamert er altijd op dat een 10 kilometertijd de basis is voor een solide marathon. De opdracht is om onder de 45 minuten te lopen. Oef, dat is bijna een minuut sneller dan mijn beste tijd tot nu toe. In juni krijg ik mijn eerste kans. Op een snikhete avond doe ik mee met een loopje bij mij in de regio. Alles wat er mis kan gaan, gaat ook mis: te snel starten, niet goed aanhaken en te slap aanzetten in de bochten. Mijn streeftijd haal ik niet. Sterker nog, ik heb in geen jaren zo slecht gelopen.

Mijn zelfvertrouwen krijgt een flinke deuk. Eind augustus mag ik het nog eens proberen op die gevreesde afstand. Daar zie ik natuurlijk enorm tegenop. Dat doemdenken krijg ik er niet meer uit. Ook niet een paar dagen voor de wedstrijd.  Loopvriendin Hedwig begrijpt me gelukkig. We leerden elkaar twee jaar geleden kennen in New York, een dag nadat we daar allebei de marathon hadden gelopen. Hedwig is net als ik ook meer een langeafstandsloopster. We zitten op dezelfde hardloopgolflengte. Toen ik haar destijds vroeg hoe ze haar marathon had beleefd, beschreef ze het precies zoals ik het ook had gevoeld. Hoe synchroon kun je denken?

Sindsdien appen we elkaar weleens voor belangrijke wedstrijden. Een soort peptalkgesprekken. ‘Tien kilometer is ook mijn gevreesde afstand’, bekent Hedwig. ‘Mijn trainer denkt dat ik een tijd onder de 45 minuten kan neerzetten. Dat kan ik helemaal niet’, jammer ik. ‘Natuurlijk wel, ik heb er alle vertrouwen in’, zegt ze. ‘Je hebt hier maanden hard voor getraind.’

IMG_6178En dan is het zover. Ik ga opnieuw die 10 kilometer lopen. Aan de start gieren de zenuwen door mijn lijf. De woorden van mijn moeder klinken door mijn hoofd. Als ik vroeger ergens tegenop zag, riep ze altijd: ‘Kom op gewoon doen, even je tanden op elkaar zetten.’ Als het startschot klinkt, begin ik aan mijn nachtmerrie. Een rondje van 1 kilometer en drie rondjes van 3 kilometer. Meer is het niet. Harrie staat me aan de kant aan te moedigen. Dat geeft me een boost. Rennen, rennen en nog eens rennen. Meer herinner ik me niet. Op de klok staat 44.50, een vet PR. Hiermee heb ik mijn tijd met 1 minuut en 9 seconden verbeterd. Eindelijk, na twee jaar. Ik krijg mezelf voor het eerst van mijn leven stil.

You never walk alone

‘Heb jij een hele marathon gelopen?’ Deze vraag is me de afgelopen weken regelmatig gesteld. Toegegeven, ik zie eruit als een meisje dat haar moeder net kwijt is geraakt. Niet als een marathonista. Met mijn korte pootjes zet ik twee keer zoveel pasjes. Dat voelt ook als twee keer zo hard doorstappen. Daardoor weet ik dat je soms moet strijden voordat iets een keer lukt.

IMG_4885Op 7 april liep ik marathon nummer zeven, in mijn geliefde Rotterdam. Toen ik de finish aantikte, gierde er een tsunami aan emoties door mijn lijf. Het was alsof ik uit een dolle rit in de achtbaan stapte. Want het blijft natuurlijk een teringend lopen. Ik dacht 42 kilometer lang aan van alles. Aan het blessureleed van vorig jaar. Aan vieze gelletjes. Aan de afwas. Aan frietjes met veel mayonaise.

Op de hoek van de Coolsingel, bij de 41 kilometer zag ik mijn trainer Harrie staan. Ik zag de twinkeling in zijn ogen. We wisten allebei dat het goed zat. Al die maanden keihard werken aan iets waar we allebei ontzettend in geloofden, was werkelijkheid geworden. En hoe. Ik wist mijn PR met ruim drie minuten aan te scherpen: 3.39.12.

Hoewel ik er nu zeven op mijn naam heb staan, blijft het lopen van een marathon speciaal. Ik ben niet gezegend met bergen looptalent, dus moet ik er veel voor doen. Het komt helaas niet vanzelf aanwaaien. Bij elke marathon begin je weer vanaf nul. Je bent zo goed als je laatste prestatie. Ik wilde daarom die nare bijsmaak van de marathon in Berlijn wegspoelen. Geen man met de hamer meer. Niet meer bijna afhaken bij de 28 kilometer. Ik was teleurgesteld in mezelf en zat daarna maanden in een helse hardloopdip.

Blog You never walk alone - Coolsingel

Dat moest deze marathon anders. In aanloop naar Rotterdam heb ik de hulp ingeschakeld van een aantal lieve mensen: een loopcoach, een personal trainer, een fysiotherapeut en een masseur. Het is tof om een team van professionals achter je te hebben staan. Een marathon lopen doe je niet alleen. Ik niet tenminste.

Als ik eenmaal iets wil, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. Ik heb me maandenlang de pleuris gewerkt. Naast vier keer in de week trainen, ging ik ook twee keer per week naar de sportschool. Dat was best pittig voor een amateurtje met een fulltime baan aan de andere kant van het land. Het voelde vaak als drie slagen in de rondte squatten, van links naar rechts en van onder naar boven.

Er waren dagen dat ik het echt niet meer leuk vond. Het ging namelijk niet meteen van een leien dakje. Pas na een paar maanden merkte ik vooruitgang. Ik werd fitter, sneller en viel prompt vijf kilo af. Maar de belangrijkste les die ik had geleerd was om gewoon mijn leven te leiden. Niet te veel nadenken. Toen ik weer begon te genieten van het lopen en blij was met wat ik had in het leven, ging het vanzelf beter.

Blog You never walk alone - met RudiardIk kijk met een glimlach terug op mijn vrijwillige sportmartelingen. Het werd loon naar werken. Ik loop nu een half decennium marathons en deze laatste in Rotterdam vind ik mijn mooiste tot nu toe. Dat was het moment waarop alles klopte. Wat een euforie! Ik voelde die dag iets ongewoons, het heet gelukkig zijn. Na afloop flaneerde ik trots met mijn medaille over de Coolsingel. Het bewijs dat ik mee had gedaan. Aan een hele.

Boston is the dream

Herken je dat? Dat je het warm krijgt van iets dat je heel graag wilt? Fit zijn als Dafne Schippers bijvoorbeeld. Wie wil dat nu niet? Supersterk, superslank en supersnel. Waar kan ik tekenen! Zo’n lijf als dat van onze sprintkoningin krijg je natuurlijk niet zomaar. Voor haar topprestaties moet ze diep gaan. Elke dag bikkelen om beter te worden. Een ijzeren discipline heb je nodig. Geen wijntjes, minder koekjes en veel groenten. Elke dag twee keer keihard trainen, of je daar nu zin in hebt of niet. De lat ligt torenhoog.

IMG_2826De snelste vrouw op aarde word ik niet (meer). Dat is natuurlijk ook nooit mijn doel geweest. Net als de meesten van jullie ben ik gewoon een recreatieve loper. Wel eentje met ambities. Op mijn eigen niveau.

In een van mijn eerdere blogs vertelde ik over mijn plan om de World Marathon Majors te lopen. Alle zes. Na New York liep ik op 25 september de Berlin Marathon. Daar kan ik kort over zijn. Het was loodzwaar! Ik kwam de Man met de Hamer tegen. Die had ik sinds mijn eerste marathon in 2013 niet meer gezien. Na de 25 kilometer viel mijn plan in duigen.

Teleurstelling hoort er ook bij. In Berlijn liep het niet zo gesmeerd als ik gewend ben. Een marathon lopen is namelijk soms over je pijngrens heengaan. De truc is om jezelf te vermannen. Rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik heb op karakter de resterende 17 kilometer uitgelopen. Die medaille heb ik alsnog met trots om mijn nek gehangen. Wir haben es geschafft!

blog-boston-berlijn-met-medailleIk wil nu meedoen met die van Boston. Editie 2018, om precies te zijn. En dat is niet zo makkelijk. Het is de enige marathon waar je je als loper voor moet kwalificeren. Een elitemarathon dus. De lat ligt hoog, want de organisatie hanteert rappe kwalificatietijden. Alleen de beste recreatielopers mogen meedoen. Je hebt ofwel bergen talent nodig, ofwel heel veel overtuiging en doorzettingsvermogen. Tja, ik moet dus voor optie twee gaan.

In april 2018 ben ik veertig jaar. Ik moet dan binnen nu en een jaar een marathon van onder de 3 uur en 45 minuten lopen. Er dingen veel lopers mee naar een startbewijs dus de concurrentie is groot. Daarom adviseert de organisatie om ruim onder je vereiste tijd te zitten. Tijdens de kwalificatie van dit jaar moesten de lopers 2,5 minuut sneller zijn om zeker te zijn van deelname.

Dus er wacht een zware taak. Ik heb me daarom vorige week ingeschreven voor de marathon van Rotterdam 2017. Dat betekent een strakke tijd neerzetten in Rotjeknor. Twee keer zat ik lange tijd op koers, maar op 9 april 2017 wil ik eindelijk onder die magische 3.40 lopen. Driemaal is scheepsrecht.

IMG_1139Boston is the dream! Voor wat extra motivatie heb ik mezelf getrakteerd op een speciaal boekje. Hierin kan ik mijn doelen noteren. En de stappen die ik ga zetten om deze te bereiken. Want: ‘A goal without a plan is just a wish.’ Zo wil ik deze keer topfit zijn voordat ik eind december aan mijn marathonschema begin. Ik heb een personal trainer ingeschakeld om me de komende drie maanden af te beulen.

Gelukkig vind ik sporten geen straf. Ik deed onlangs in een tijdschrift een test om te zien welke type sport of work-out voor mij het beste zou werken. Volgens de uitslag viel ik onder de categorie reiziger of loner: ‘compact en doelgericht zijn woorden die jou aanspreken. Daarom is hardlopen jouw sport.’ Mensen drukken me regelmatig op het hart dat ik moet genieten van het hardlopen. Dit is mijn manier.

Enfin, ik hoop dat ik me de komende maanden kan klaarstomen voor marathon nummer zeven. Mezelf gezond en fit houden. Het beste uit mezelf halen. Dat is een race die ik zeker wil winnen.

Immer gerade aus

Ik verdwaal overal, ondanks het navigatiesysteem op mijn telefoon. Vooral in het buitenland ben ik de klos. Mijn strategie luidt dan ook: loop langs de hoofdweg van het lokale dorp en ga via dezelfde weg weer terug.

Van de zomer in Italië was het weer raak. Ik dacht alleen wel een rondje te kunnen lopen. Een beetje malle gedachte natuurlijk. Dat leek wonderwel een paar kilometer goed te gaan. Totdat ik een dolle hond achter me aan kreeg en besloot om via een andere weg terug te gaan. Mijn ouders moesten me komen halen. Bleek ik slechts een paar honderd meter van ons vakantiehuisje te zijn gestrand.

IMG_5419Tja, ik heb totaal geen richtingsgevoel. Waar iedereen rechtsaf slaat, ga ik links. Ik raak zelfs nog de weg kwijt in mijn eigen wijk. Kaartlezen is ook nooit een hobby van me geweest. Honderd jaar geleden, toen er nog geen Google Maps bestond, brak het zweet me al uit bij de gedachte. Gelukkig had ik vriendinnen met meer GPS-genen dan ik. Zij namen tijdens onze stedentrips ferm het voortouw. Ik liep braaf achter ze aan.

Dat doe ik nog steeds tijdens de lange duurlopen. Er is altijd wel een hardloopmaatje dat een mooie route kent. Zelf lukt me dat niet. Ik speel op veilig en loop altijd binnen de bebouwde kom. Te bang om van de weg af te raken. Eigen rondjes zijn nooit langer dan 22 kilometer. Verder gaat mijn radar niet.

Toen ik net begon met hardlopen, stond ik doodsangsten uit om mee te doen aan een wedstrijdje. De avond voor de grote dag kon ik niet slapen. Geen faalangst, maar angst om te verdwalen. Samen met mijn vader verkende ik het parcours van tevoren met de auto. Ook heb ik eens de dag ervoor de hele route gefietst, voor het geval dat…

IMG_5136En die angst was niet geheel ongegrond. Tijdens een van mijn eerste loopjes was ik hevig in competitie met een andere loopster. In het heetst van de strijd sloeg ik verkeerd af. Op miraculeuze wijze haalde ik haar later alsnog in.

Dit soort incidenten brengen me steeds meer van de kaart. Ik raak gestrest om altijd maar in een doolhof te moeten navigeren. Ik las gelukkig onlangs in een tijdschrift dat ik niet de enige malloot ben. Vrouwen schijnen over het algemeen minder ruimtelijk inzicht en richtingsgevoel te hebben. Met af en toe een omweg kan ik prima leven, maar van die vrouwelijke onzekerheid wil ik wel af.

Daar moest ik snel iets aan doen, besloot ik deze zomer. Direct na mijn fiasco in Italië begon ik met mijn marathonschema voor Berlijn. De afgelopen drie maanden heb ik rondjes gemaakt van boven de 22 kilometer. Mijn vaste routes bestaan uit rechte lijnen en vaste hoeken. Heel saai, maar voor mij efficiënt. Op deze manier verdwaal ik tenminste niet. Ik vind het dan ook niet erg om vaak hetzelfde rondje te lopen.

Gelukkig zijn de straten in Berlijn recht en lang. Mijn navigatie zegt: immer gerade aus.

Rokjesdag

Toen ik 17 was, zag ik haar voor het eerst op tv. Tennisster Mary Pierce uit Frankrijk. Waar iedere vrouw destijds in een wit rokje over de baan liep, trok zij haar eigen plan. Deze blondine had flaneren in elegante tennisrokjes- en jurkjes tot kunst verheven. In die tijd was ik volkomen verslaafd aan tennis. Als Mary moest spelen, maakte ik aantekeningen. Zo wilde ik er later, als ik ooit zou gaan sporten, ook uitzien.

IMG_6156Een onrealistische droom, concludeerde ik al snel. In werkelijkheid leek ik totaal niet op die tennisgodin. Zij was twee koppen groter, had een jaloersmakende lange vlecht en ellenlange benen. Nu, twintig jaar later, ben ik nog steeds geen evenbeeld van mijn jeugdidool. Ik meet 1,55, heb kledingmaat 36 en schoenmaat 35. Wel delen Mary en ik een liefde voor mode. Met de jaren heb ik geleerd wat me wel en niet staat. Broeken met een hoge taille bijvoorbeeld, kunnen niet. Dan blijft er bij mij geen bovenlijf over. Wat wel bij me past? Hardlooprokjes!

Dat zelfvertrouwen had ik vroeger niet. Ik was bang dat mensen me als een kleuter zagen. Schoenen met hakken moest ik van mezelf aan. Torenhoog. Sneakers of sportieve schoenen droeg ik nooit. De horror. Daar voelde ik me ongemakkelijk bij. Zoals mannen dat gevoel hebben als ze naast hun vriendin met UGGS lopen. Of zoals vrouwen die zich niet zonder make-up op straat durven te vertonen.

Afijn, kleine mannen compenseren hun lengte vaak met een grote auto. Ik doe dat met hardlooprokjes. Ik ben er dol op, vind ze comfortabel zitten en heb zelfs het gevoel er sneller door te gaan lopen. Velen van jullie weten dat en spreken me daarop aan. ‘Fantastisch om te zien dat vrouwen zich zelfs serieus druk maken over wat ze tijdens een marathon zullen dragen’, zoals een van mijn online hardloopkennissen het een paar maanden terug verwoordde. Hallo, laat ik een vooroordeel rechtzetten: mijn hardlopen neem ik bloedserieus.

IMG_2652

Hoe dan ook, zweten doe ik het liefst in stijl en voor een marathon trakteer ik mezelf altijd op iets nieuws. Dat doe ik bij Else en Jenne van Hiphardlopen.nl, mijn favoriete onlinewinkel voor kekke hardlooprokjes en toffe topjes. Last van keuzestress heb ik nooit als ik daar winkel. Ik heb simpelweg het gevoel dat ik al die hippe rokjes moet adopteren. Mijn kledingkast puilt inmiddels uit met exemplaren in allerlei kleuren en motiefjes.

Achter elk van mijn rokjes zit een persoonlijk verhaal. Ik kan u precies vertellen bij welke wedstrijd ik welke outfit droeg. Zo droeg ik mijn eerste rokje drie jaar geleden tijdens de halve marathon van Eindhoven. Een geweldige wedstrijd waar ik een nieuw PR liep. Een dag voor de wedstrijd slenterde ik met een vriendin over de expo in het Beursgebouw. En toen hing ie daar, dat ene roze rokje. Aan het rek van de stand van Else en Jenne. Ik was verkocht. Trouwens, de gehele collectie mocht zo mijn winkelmandje in: fris, tikje stoer en bovenal erg leuk.

Ziet u, hardlooprokjes zijn voor mij meer dan een fashion statement. Er kleven ook mooie herinneringen aan. Ze brengen me terug naar mijn jeugd. Als ik mijn roze exemplaar draag, voel ik me voor even Mary Pierce. Ik kan een glimlach dan nauwelijks onderdrukken. Iets wat volgens mij nooit uit de mode raakt.

Jackpot

Er was eens een meisje met een roze rokje. Ze hield van hardlopen, zat vol ambitie en was niet vies van hard werken. Natuurlijk fantaseerde ze weleens over het winnen van de jackpot om vervolgens te emigreren naar een klein paradijsje op aarde. Een beetje dromerig was het meisje wel, maar niet geheel onrealistisch. Dit jaar wilde ze graag knallen tijdens de marathon. Om precies te zijn die in Rotterdam. Haar favoriete marathon.

Running Kaaienloop 2014 foto 2 DSC_8770Als het meisje ergens haar zinnen op had gezet, ging ze voortvarend aan de slag. Aan half werk deed ze niet, behalve aan halve marathons. Ze schreef zich op 1 oktober direct in voor de marathon in de Maasstad. Diezelfde week klopte ze aan bij haar trainer Harrie. ‘Wil je me helpen met het lopen van een goede tijd’, vroeg ze. ‘Wat is je streeftijd’, wilde hij weten. ‘Ik droom van een 3.40 op de klok’, antwoordde het meisje. ‘Daarvoor moet je flink aan de bak. Mits je daartoe bereid bent, acht ik het niet onmogelijk’, concludeerde hij.

Op de grote dag zelf verliep alles lange tijd op rolletjes. Tot de 35 kilometer holde het meisjes keurig volgens schema. Toen gingen haar benen verzuren. En hoe. Ze kreeg lichte kramp en haar rondetijden zakten als een kaartenhuis ineen. Opgeven kon ze echter niet. ‘Voor Leentje, Harrie en de jongens’, spookte het de laatste 7 kilometer en 195 meter door haar hoofd. Hiermee doelde ze op Lee Towers, haar trainer, haar vriend & haar hond. Een grapje van haar en haar lief. Daarmee refereerden de twee aan de hoofdpersoon van de film De Marathon. ‘Ik doe het voor hen. Die marathon zal ik godverdomme uitlopen.’

Er was dus maar één optie: doorgaan. Tot aan de laatste snik. Het meisje zette haar verstand op nul en versloeg zo de ‘Man de Hamer’. Na 3 uur, 42 minuten en 16 seconden kwam ze over de finish. Met een prachtig nieuw PR. Niet de gewenste streeftijd, maar dat vond ze niet erg. Nee, die lag dit jaar net buiten bereik. Desondanks had ze een super mooie tijd neergezet. Toch? Of was het beenvriendelijker geweest als ze de eerste helft iets langzamer had gelopen? Dan hield ze meer energie over om de laatste 10 kilometer een extra tandje bij te zetten. Hey stop! Niet doen. Dat was achteraf geklets. Als het niet gaat zoals het moet, gaat het zoals het gaat. Iets wat het meisje ook besefte.

Blog Jackpot - marathon Erasmusbrug 5Na de wedstrijd belde ze met haar trainer. ‘Gefeliciteerd! Ik ben trots op je’, zei hij. ‘Wat heb je een mooie vlakke race gelopen. Moet je wel iets bekennen. Toen ik je eindtijd zag, kreeg ik een brok in mijn keel.’ Stilte. Het meisje knikte ondertussen instemmend. Nog vol van haar geleverde prestatie, besefte ze niet dat niemand dit kon zien. ‘Ben je teleurgesteld dat je niet je gedroomde 3.40 hebt gehaald’, klonk het aan de andere kant van de lijn. ‘Nee, absoluut niet. Dit is wat er vandaag in zat. Meer kon ik niet doen. Ik ben een gelukkig mens’, kakelde ze terug.

Terwijl ze dit zei, constateerde ze dat ze in clichés sprak. Iets wat ze doorgaans verafschuwde. Soit, soms zijn die clichés nu eenmaal waar. Ooit had ze er eentje in een tijdschrift gelezen die haar sindsdien was bijgebleven. Van Oprah nota bene. De talkshow koningin zei: ‘Running is the greatest metaphor for life, because you get out of it what you put into it.’

Een uitspraak waarmee het meisje zich kon identificeren. Tuurlijk, ze had 16 weken hard gezwoegd om zich klaar te stomen voor de marathon. Maar ze wist ook dat veel afhankelijk was van de vorm van de dag. Soms heb je ook een beetje geluk nodig. En op 10 april 2016 leek alles te lukken.

Blog Jackpot - marathon Coolsingel 2Met een groot glas Gin & Tonic genoot ze na van haar Rotterdamse triomf. Ze bleek later die avond ook haar slag te hebben geslagen bij de Staatsloterij: 20 euro. Ka-ching! Het voelde echter alsof ze de Jackpot had gewonnen. Het meisje leefde nog lang en gelukkig.

Me, myself & I

Toen ik 5 jaar geleden begon met hardlopen, droomde ik ervan ooit mee te kunnen doen met de grote jongens. Vandaag de dag kom ik nog steeds niet op gelijke hoogte. Letterlijk niet. Die toplopers houd ik natuurlijk niet bij, maar op een goede dag passeer ik wel een rappe recreant. Meestal op de lange afstanden. Zeg vanaf 25 kilometer of meer. Ze zijn dan weleens verbaasd. Ingehaald worden door een onderdeurtje. Zo raakte ik vorige maand bij een marathontraining voor Rotterdam in gesprek met een mede-hardloper. ‘Ik herken jou wel’, zegt hij lachend. ‘Aan je rokje. Jij had me vorig jaar ingehaald bij de 30 van Tilburg. Bij de eindsprint. Dat vergeet ik niet meer.’

IMG_3094Voor veel buitenstaanders ben ik die oriëntaalse hardloopster. Dat kleine meisje in het roze. Een Mega Mindy. Die rennende Ninja. Of een rare Chinees. Tenminste, dat zijn de woorden van een snotaap van een jaar of 11. Hiervoor moeten we een paar weken terug in de tijd. Het jongetje bivakkeert met zijn klas op de atletiekbaan. Elke keer wanneer ik voorbij kom joggen, klinkt er een zacht gelach. Mijn kleine plaaggeest stoot zijn klasgenootje aan. Hij roept: ‘Daar loopt een Chinees!’ Hij begint te marcheren en zwaait zijn armen overdreven de lucht in. Een stoere poging mij te imiteren. Dat hij zelf het enige getinte kind in de groep is, beschouw ik als mijn ironie.

Tussen ons gezegd: ik geniet stiekem van de verraste gezichten als ik mensen vertel dat ik aan hardlopen doe. Zelfs mijn trainer Harrie vraagt het zich weleens af. ‘Hoe krijg je die kracht toch uit dat kleine lijfje van jou geperst’, roept hij weleens gekscherend. Op een zonnige maandagochtend in maart denkt hij het antwoord te weten. Ik kom hem tegen bij ons in de wijk. We blikken samen terug op de wedstrijd van de dag ervoor. Volgens traditie deed ik mee aan de 30 van Tilburg. Een mooie test voor Rotterdam. Enfin, Harrie heeft 30 kilometer achter me gefietst waardoor hij mijn looptechniek heeft kunnen bestuderen. ‘Je landde geen enkele keer op je hielen ’, constateert hij. ‘Is dat goed’, vraag ik hem aarzelend. ‘Jazeker. Op deze manier ga je effectiever met je krachten om. Die lange afstanden liggen jou wel.’ Landen op mijn voorvoeten. Zoiets aardigs heeft nog nooit iemand over mijn lopen gezegd. Ik ben er de hele dag blij van geweest.

Mijn geslaagde generale repetitie komt precies op het juiste moment. Lange tijd ben ik bang dat ik tekort schiet in snelheid. Het kost me de grootste moeite om het gewenste marathontempo aan te meten. Dikwijls denk ik weemoedig terug aan vorig jaar. En het jaar daarvoor. Toen leek alles beter te gaan. De vorm laat dus op zich wachten, maar is er net op tijd. Het zelfvertrouwen heb ik terug. Kracht zit ‘m niet alleen in een fysiek perfect lichaam, maar ook in je hoofd. De weg naar Rotterdam verloopt dus met vallen en opstaan. Soms ook letterlijk. Zo beleef ik recent nog een spannend moment. Tijdens de laatste testloop van 35 kilometer maak ik een harde smak op mijn knieën. Gelukkig blijft de schade beperkt. Mijn enige prioriteit is om nu alles heel te houden.

Blog Me, Myself & I - Testloop Breda 30 km foto 3Over precies een week is het eindelijk zo ver. Ik loop dan dé wedstrijd van het jaar. Daar heb ik 16 weken keihard voor getraind. Ik wil dolgraag knallen in Rotterdam. Laten zien wat ik kan. Zeker na de teleurstelling van vorig jaar. Dat betekent een extra scheut gas geven. Bij die gedachte gieren de zenuwen al door mijn lijf. Tijdens de marathon moet ik het zelf doen. Helemaal alleen. Zonder de hulp van mijn trainer. Zonder de steun van mijn loopmaatjes. Best eng. Maar ik ben er klaar voor.

De geschiedenis voltrekt zich op 10 april weliswaar voor mijn ogen, maar krijgt pas vorm in de tijd. Geen Keniaanse tijd, maar wel eentje waar ik trots op kan zijn. Ik streef naar progressie, niet naar perfectie. Hopelijk sprint ik naar een mooi PR. Kleine meisjes met grote dromen komen vaak verder dan je denkt.

Operatie sixpack

Op een dag word je wakker en weet je het: ik wil een sixpack. De kerstgedachte bleef dit jaar bij mij iets te lang hangen. Vooral aan buik en heupen. Ik vind sixpack toffer klinken dan zadeltassen. Dat heeft een nare bijsmaak. En ik ben juist dol op lekker eten. Toen ik  begon met hardlopen vlogen de kilo’s er van af. Een maand op rantsoen deed de truc. Helaas blijkt dat niet meer zo gemakkelijk te gaan.

Blog Rokjesdag - station BredaIk ben liever geen kiloknaller, maar een kilometerknaller. Vanaf volgende week begin ik daarom echt. Herkenbaar? Ik steek mijn hand in de lucht. Mijn buikje is niet flinterdun en super strak. Nog niet. Jazeker, in mijn dromen ben ik een XS-je. In het echte leven moet ik tienduizend uur zwoegen om mijn liflafjes te laten verdwijnen. Ik las op internet dat met 1 kilo eraf je 1 minuut sneller rent. Nog meer reden om fit, strak & verantwoord te leven. In de praktijk komt dat neer op Rust, Reinheid en Regelmaat. Oftewel op tijd naar bed, gezond eten en stress vermijden. Nieuwe energie voor lichaam, hoofd en hart.

Aan ambitie ontbreekt het bij mij niet. Ik ben een meisje met een missie. Er valt in mijn ogen altijd iets te wensen. Mijn honger naar een groots en meeslepend leven is niet te stillen. Meer, beter, mooier, gekker, interessanter. Dus niet alleen die 6 blokjes in mijn buik. Nee, ik wil nog iets anders bereiken. Het begon allemaal vorige maand tijdens een informatieavond bij Run2Day in Breda. Ik was daar om meer te horen over de marathon van Berlijn. Op 25 september ga ik 42 kilometer lopen over het snelste parcours van de wereld. Samen met die van New York staat deze marathon bovenaan mijn hardloop bucket list.

Enfin, terug naar de presentatie. De mensen van de hardloopwinkel vertelden super enthousiast over de 6 grootste marathons, de zogeheten Major 6: New York, Berlijn, Chicago, Boston, Londen en Tokio. Een eliterijtje. De grand slams van de marathonsport. U voelt ‘m misschien al aankomen…. Inderdaad, ik wil ze allemaal gaan lopen. Dat is mijn ultieme droom. New York heb ik afgelopen jaar gelopen en vink ik alvast af. Berlijn komt eraan. Samen met mijn vriendin Esmah reis ik in 2017 af naar Chicago. Dan zit ik al op de helft. Een mede-hardloper vatte de informatieavond leuk samen: ‘Fijne reeks. Dat is een mooie sixpack.’

Blog operatie sixpack work out DC CompanyEn zo is de cirkel rond. Nou ja, liever plat dus. Er staan mooie marathonavonturen op stapel. Ik heb zin in het nieuwe hardloopjaar. Laat ik niet op zaken vooruit lopen. Mijn focus ligt nu op de marathon van Rotterdam. Dat vergt mijn volledige aandacht. Na de lichte teleurstelling van vorig jaar wil ik me dolgraag revancheren. Ik verkeerde toen in een bloedvorm. Zo zeker was ik ervan mijn PR (3.45.42) te verbeteren. Helaas gooide een hardnekkig griepvirus mijn plannen overhoop. Tijdens de marathon liep ik op halve kracht en hoestend haalde ik de finish op de Coolsingel. Met terugwerkende kracht dringt het nu pas tot me door dat ik niet mag klagen met mijn tijd van 3.46.25, slechts 43 seconden langzamer.

Ik heb grootse plannen voor 10 april. Om te slagen in mijn ambities heb ik de hulp ingeschakeld van mijn looptrainer Harrie. De beste man heeft me al 3 keer zien finishen in Rotjeknor. Hij weet hoe ik loop. Hij kent mijn tijden. Hij kent mijn sterke en zwakke punten. Hij beseft hoe graag ik wil knallen. Maar bovenal: hij schenkt mij het vertrouwen waar ik naar verlang. Het eerste wat Harrie zei was: ‘Het is hard werken, Anouk. Je krijgt het niet voor niks.’ Zijn woorden blijven hangen. Als een tegeltjeswijsheid staan ze getatoeëerd in mijn geheugen. Niks in mijn leven komt me aanwaaien. Voor alles wat ik wil bereiken, moet ik keihard zwoegen. Dat is altijd zo geweest. Voor mijn strikdiploma, voor mijn middelbare schoolexamens, voor mijn journalistenpapiertje, voor een fit lichaam en nu weer voor een marathon.

Er is dus werk aan de winkel. Ik ging vlak voor kerstmis voortvarend van start met mijn marathonschema. Helaas had de griep me dit jaar ook te pakken. Hardlopen stond even op een lager pitje. Ik ben weer hersteld, maar begin te twijfelen. Aan mezelf. Ik voel de druk om te presteren. De persoon die terug staart in de spiegel is mijn grootste tegenstander. Het is jij tegen jezelf. Geloof in eigen kunnen is belangrijk. Ik moet het zelf doen.

Blog Me, Myself & I - hardloopselfie

Waarom ik dit dan toch allemaal doe? Simpel. Hardlopen is een verslaving. Dan voel ik dat ik leef. Het is wat je uit een wedstrijd meeneemt. Dat onoverwinnelijke gevoel. Niemand neemt dat van je af. Dat is alles dat ik ooit heb gewild: passie, trots en zelfvertrouwen. Niet voor mijn trainer, niet voor mijn ouders of vriend, maar voor mezelf.

Ik ben niet meer het schuchtere meisje dat ik ooit was. Toen zat ik dagdromend uit het klaslokaal te staren. Nu maak ik mijn dromen waar. Hardlopen staat symbool voor de vrouw die ik vandaag de dag ben. Ik wil zo lang mogelijk doen wat ik het liefste doe. Zoals Rocky Balbao zegt in de film Creed: ‘cento anni, 100 years.’ Wel graag met 6 roestvrije blokjes.

Blessuretijd

Ik geloof niet in een God, maar ben wél bijgelovig. Geen zwarte katten, niet onder een ladder lopen en altijd afkloppen. Want geloven in iets geeft houvast. Maakt het leven net wat leuker. Soms moet het gewoon zo zijn. Ridge en Brooke komen altijd bij elkaar en Madonna blijft Queen of Pop. Tijdens de marathon in New York ben ik blij en vooral opgelucht. Wat een wonder dat ik zo ontspannen kan rennen. Alsof er een engeltje op mijn schouders meeloopt. Mijn Amerikaanse droom krijgt een onverwacht spiritueel tintje.

Marathon New York met Michiel HollanderDat gebeurt halverwege de rit, op de grens tussen Queens en Manhattan. Ik heb net mijn Himalaya beklommen: de Queensborough Brigde. Eén van de vijf bruggen die alle marathonlopers moeten trotseren. Net als alles in de VS is ook deze brug van serieus grote proporties. Er lijkt geen einde aan te komen. Elke renner krijgt er mee te maken: het breekpunt in de wedstrijd. Van binnen vervloek ik alles wat God verboden heeft. Wat een Mother F*cker! Waarom doe ik mee aan een marathon die van begin tot eind heuvelachtig is? Mijn lichaam lijdt. Ik vecht tegen mijn demonen. Tegen de man met de hamer. Tegen mijn blessure. De pijn aan mijn enkels voelt ondraaglijk.

Als een zombie kom ik aan op First Avenue. Terug in Manhattan. Terwijl de warme zonnestralen op mijn afgepeigerde lichaam schijnen, verdwijnen de laatste wolken in de lucht. En dan zie ik hem staan. Tussen de honderden supporters aan de kant. Die ene Amerikaanse man. Hij houdt enthousiast een groot spandoek omhoog. Het staat er in zwarte blokletters: Pain is temporary, pride is forever. Ik beschouw het als een teken. Voor een paar seconden ben ik pijnvrij en zweef over het asfalt. Langs het waanzinnige publiek dat me over mijn dip heen tilt.

Symbolisch geef ik mezelf een schop onder mijn kont. Ondertussen flitsen er allerlei gedachten door me heen. Mijn voorbereiding op de marathon is niet optimaal. Lange afstanden heb ik niet getraind. De avond van tevoren leek het er op dat ik niet zou kunnen meedoen. Ik loop weliswaar voor de pacer van 3:45, maar mijn blessure begint steeds meer op te spelen. Mijn Garmin-horloge lijkt ook niet te werken. Controle over de wedstrijd heb ik niet meer. Is dat een ander teken? Laat de controle helemaal varen en geniet van dit mooie avontuur, prent ik mezelf in. Voor een loopster die het liefst op tijd rent, is dit een lastige opgave.

Marathon New York voor de startGeen tijd voor zelfmedelijden. Opgeven is geen optie. Ik kies voor de medaille om mijn nek. Als ik het 16 miles-punt bereik, besef ik dat het nog maar 10 miles is tot aan de finish. Nog even een Tilburg Ten Miles lopen, roep ik. Mijn thuiswedstrijd. Deze gedachte helpt. Voordat ik het weet, nader ik Central Park. Het einde is in zicht. De laatste 3 miles weet ik nog een beetje te versnellen. Op mijn iPod zingt Alicia Keys over haar stad. Mijn favoriete nummer allertijden. Achteraf hoor ik dat de zangeres ook de marathon heeft gelopen. Is zij mijn beschermengel?

Jawel hoor, ik loop met pijn 26.2 miles uit. Tegen alle verwachtingen in finish ik ruim onder de 4 uur. De vrijwilligers van de New York Road Runners klappen voor me. Een aardige mevrouw hangt die felbegeerde gouden medaille om mijn nek. Ik voel me een held. Dat vind ik zo leuk aan de Amerikanen. Iedereen wordt onthaald als een winnaar. Niemand vraagt naar je tijd. Zo hoort het ook. Dat is hardlopen.

De afgelopen dagen zijn een achtbaan met een lach, een traan en vooral veel plezier. Ik glimlach nog steeds van trots. Hardlopen zit in mijn hart. Voor het eerst loop ik een wedstrijd op karakter. Met een blessure hol ik de marathon der marathons in 3.55.26. In het knaloranje. En dat in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Door de stad die nooit slaapt.

IMG_2180Dat doet iets met me. Bij de start stromen de tranen over mijn wangen. Alles raakt me. Hoe bijzonder is het dat ik als Nederlander mag meedoen aan het grootste loopevenement ter wereld? Dat besef ik ook na afloop. Ik voel me nederig en dankbaar. De emoties van de afgelopen maanden komen eruit. Ik huil uit bij mijn loopmaatje Arjan. Ook hij houdt het niet droog.

New York was klaar voor het onderdeurtje uit Tilburg. Het is misschien niet mijn makkelijkste of snelste marathon, maar wél de allermooiste. Dit pakt niemand meer van me af. Ik ben een New York Marathon finisher! Daar ben ik trots op. Als beloning mag ik shoppen op Fifth Avenue. Daar trakteer ik mezelf op een designer handtas. Die andere kers op de taart. God bless America!

Cruise control

Winston Churchill zei ooit: ‘Success is not final, failure is not fatal: it’s the courage to continue that counts’. Deze woorden van de voormalige Britse premier spoken de laatste dagen regelmatig door mijn hoofd. Ik kamp namelijk met wat fysieke tegenslag. Vorige week kreeg ik plotseling hevige steken in mijn rechterenkel. Ook aan mijn linkerenkel knaagt het. Net op de valreep van New York.

Komt dit nog goed? De tijd dringt. Morgen vertrek ik naar Manhattan. Als journalist werk ik dagelijks met deadlines. Toegegeven: meestal haal ik deze op het nippertje. Maar een blessure is andere koek. Hier heb ik geen controle over. De fysio doet wat hij kan, maar meer dan rekken en strekken gaat zijn werk niet. Hij tapet vanmiddag mijn enkels nog in. Meedoen aan de marathon moet volgens hem lukken. Uiteindelijk is het mijn beslissing, zegt hij. Wel adviseert hij me het na de marathon over een andere boeg te gooien. En toen zei hij de 2 gevreesde woorden: langzaam & rustig. Ik mag een paar maanden geen wedstrijden rennen.

Blog Cruise Control - ik en Esmah laatste trainingKak, ik moet vanaf volgende week een tandje terug doen. Fysiek en geestelijk. Misschien ook niet zo raar. Ik kijk terug op een bewogen jaar. De schaarse vrije tijd die ik had, benutte ik om te freelancen. Met mijn schrijfsels financierde ik de reis naar New York. Mijn leven bestond uit: werken, forenzen, interviewen, schrijven, trainen en wedstrijden lopen. Slapen deed ik amper. Op miraculeuze wijze ging dat lange tijd goed. Alles lukte. Ik deed mee aan de marathon van Rotterdam, ontdekte de magie van de Roparun en liep af en toe een nieuw PR.

Ondertussen raakte ik met mezelf in de knoop. Missie New York was niet altijd leuk voor mijn vriend. We zien elkaar al weinig, en de afgelopen maanden nog minder. Ook op het werk veranderde er veel. Stilzitten zat er niet bij. De prijs die ik betaalde voor mijn hardloopambitie was hoog. Toen ik in september meedeed aan de Vredesloop in Den Haag kwam de ommekeer. Het parcours van 10 km voelde aan als een marathon. Ik genoot niet meer van het lopen. Moe, moeier, vermoeid was ik. In mijn hoofd had ik een dieptepunt bereikt. De motor leek op. Dat ik nog een redelijke tijd had neergezet, verbaasde me dan ook enorm.

In de trein naar huis dacht ik terug aan waar ik stond toen ik net begon. Als ik vroeger dacht aan later, had ik nooit kunnen bedenken dat ik een fervent hardloopster zou worden. Laat staan een marathonista. Hoe trots was ik toen ik mijn eerste wedstrijdje holde. Wat een boost kreeg ik na mijn eerste keer Rotterdam. Uitzinnige vreugde voelde ik bij mijn 3:45-prestatie het jaar erop. Dat enthousiasme wilde ik weer voelen. Nog diezelfde avond heb ik heel mijn agenda leeggemaakt. Geen freelancewerk meer. Niet meer elke week een blog. Meer rust in mijn hoofd.

Blog Cruise Control - ik en Esmah verbondEen stapje terug doen, is soms de juiste zet. De adrenaline stroomt langzaam weer door mijn lichaam. Ik heb er zin in. Qua conditie zit ik gebeiteld. Ik heb heel het jaar door getraind. De vaart zit er in. In mijn hoofd zit het ook weer goed. Het is nu vooral een medisch dingetje. Tijdens de marathon kan ik niet plankgas vooruit. Zoals het er nu uit ziet, mag ik blij zijn als ik de eindstreep haal. Dat knaagt aan me. Dat doet pijn. Ik ben een streber. Lopen zonder tijd vind ik gewoon niet leuk. Zoiets voelt als een pizza Hawaii zonder ananas.

Dat mag de pret niet drukken. Aan de vooravond van mijn loopavontuur begint het tot me door te dringen hoe bijzonder ik het allemaal vind. Met één van mijn beste vriendinnen ga ik naar The Big Apple. Samen gaan we onze Amerikaanse droom najagen. Ik herinner me nog goed dat we fantaseerden om mee te doen aan de marathon van New York. Het is niet bij woorden gebleven. Na 2 jaar gaat het eindelijk gebeuren. Twee kleine loopstertjes staan op 1 november aan de start van het grootste loopevenement ter wereld. Ik wil dit prachtige hardloopfeest voor geen goud missen.

Voor zondag stel ik dus mijn plannen bij. Tijd is bij wijze van uitzondering nu niet meer mijn voornaamste doel. Heel ‘onorthodox’ ga ik puur voor het uitlopen. Ik ga die finish halen. Al moet ik kruipend over die eindstreep. Hardloopjargon als negatieve split, koolhydraten stapelen en vals plat gooi ik overboord. Ik probeer een eigen ontspannen ritme te vinden en daar houd ik aan vast. Niet meer een droomtijd rennen, maar genieten van een droomrace in mijn favoriete stad. In cruise control.

Blog PR - Drunense DuinenIk vertrouw op het waanzinnige publiek in New York. Een overdosis Amerikaans optimisme kan ik goed gebruiken. De New Yorkers weten als geen ander hoe ze hun lopers moeten aanmoedigen. Duizenden mensen die ‘Yes, you can do it!’ scanderen. Ik ga naar ze zwaaien en lachen. Natuurlijk geeft dat geen garanties voor een pijnvrije 42 km. Waarschijnlijk bijt ik verschillende keren door de zure appel heen. Niet zomaar eentje, maar The Big Apple!