Stoere diplomaat

Na 40 jaar stopt het BZblad, het personeelsmagazine van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tenminste in de old school papieren vorm. In het nieuwe jaar gaan we onder een andere naam volledig digitaal. Ik heb onwijs veel mooie, leuke en bijzondere artikelen mogen schrijven. Mijn creatieve brein draaide 3,5 jaar overuren. Wat fijn dat ik met zoveel eigen ideeën aan de slag mocht gaan. Lees hieronder mijn mooiste herinnering aan het BZblad. 

Traing-Anouk-BakkerWat vliegen de 365 dagen van een jaar toch snel voorbij. Om alle mooie herinneringen niet te vergeten, zette ik begin 2012 een lege pot op een strategische plek in mijn huis. Elke keer als er iets leuks gebeurde, schreef ik het op een briefje en stopte dat in die pot. Aan het einde van het jaar, onder de kerstboom, trok ik een fles bubbels open en nam alle geluksmomenten nog eens rustig door. Eén kaartje sprong er uit: mijn allereerste reportage voor het BZblad.

Voor het zomernummer deed ik in 2012 mee aan de 5-daagse training ‘Diplomaat in crisisgebied’. Locatie: de School voor Vredesmissies op legerplaats de Harskamp. Samen met 8 andere BZ-collega’s liet ik me door de militairen van Defensie drillen tot een stoere diplomaat die kan overleven op hoog risico posten. Met één verschil: mijn medecursisten gingen daadwerkelijk naar een crisisgebied, ik bleef veilig achter in Den Haag.

Ik kijk terug op een bijzondere trainingsweek. Het was goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling en tegelijk ook een ware slijtageslag. Want jemig, je hebt zware trainingen en militaire trainingen. Op de Veluwe leerden we normaal te reageren op abnormale situaties. Niet geschikt voor watjes en luxepaarden. Geen warme douche, geen comfortabel bed, geen mobiele telefoons. We maakten dagen van 16 uur, waarin uiteenlopende oefeningen in het veld en lessen in de tent elkaar in rap tempo opvolgden. Als groep deden we dingen die we nooit zelf hoopten mee te maken. Zoals mijn vaste trainingsmaatje het verwoordde: ‘Je kunt iets honderd keer op PowerPoint zien, maar het is toch anders als je zelf achter de beveiligingsjongens door de bossen rent. Of met je knieën op de grond zit met een geweer op je gericht bij een roadblock.’

Poeh, dat was dus behoorlijk heftige materie. Het viel dan ook niet mee. Ik voelde me een klein meisje in een grote wereld. Als je 2 turven hoog bent, is het dragen van een XL kogelvrij vest al een hele workout. En die helm, ge-wel-dig. Ik deed dingen die ik alleen kende uit films, zoals leren schieten. Met een groot geweer, welteverstaan. Ik schrok me het leplazarus! Mijn sterkste wapen bleek uiteindelijk mijn kwetsbaarheid te zijn. Door het volgen van de gehele training, beschouwden mijn medecursisten en de militaire staf me niet als een toeschouwer. Ik hoorde er echt bij, was één van hen. Net als iedereen moest ik ook zwoegen, zweten en afzien. Samen sleepten we elkaar door het zware trainingskamp heen.

Toen ik die vrijdagmiddag met mijn diploma op zak het militaire terrein afliep, was ik eigenlijk wel een beetje trots. Sterker nog, het voelde als een persoonlijke overwinning. Daar in het Veluwse landschap heb ik een groeispurt in mijn ontwikkeling gemaakt. Ik was niet alleen een betere journalist geworden, maar ook een echte diplomaat. Dat euforische gevoel, dat moest ik eerst zelf ervaren. Het was dé adrenalinstoot die ik zo hard nodig had. Om een stap voorwaarts te maken, moet je soms je evenwicht verliezen. Een kwestie van soms letterlijk vallen, opstaan en weer doorgaan. En geloof me, aantekeningen maken in een kogelvrij vest en met helm op is een vak apart…

P.S. Ik sta op de foto in de ‘karakteristieke’ houding (dat vond de fotograaf zo typerend aan mij die week)

Advertenties

#selfie

SelfieHet onderstaande redactioneel schreef ik voor het BZblad 2 dat op 11 april 2014 verscheen.

Toen ik 16 was stierf mijn opa. Ik hield zielsveel van hem. Hij overleed op een woensdag in mei. Mijn broer had hem die zondag ervoor nog gebeld. Hij wilde weten hoe-ie de befaamde griesmeelpudding moest maken, hét familierecept. ‘Wil je opa spreken’, vroeg mijn broer. ‘Nee, we zien hem volgende week. Ik wil dit programma afkijken’, mompelde ik terug. Drie dagen later was hij dood. Mijn schuldgevoel was intens. Ik voelde me een egoïst.

Na 20 jaar ben ik geen steek veranderd. Samen met bijna 17 miljoen landgenoten vind ik het belangrijk om me-time 24/7 door te trekken. Hét woord van 2013 was niet voor niets selfie. We maken foto’s van onszelf met onze telefoon en weten niet hoe snel we deze viraal in première moeten laten gaan. Via Facebook, Twitter of voor hipsters Instagram. De selfie van tv-host Ellen DeGeneres tijdens de Oscars van vorige maand werd 3,2 miljoen keer geretweet.

Wat is het toch met dat hedendaagse hedonisme? Natuurlijk zijn er ook de Bob Geldofs en Angelina Jolies van deze wereld. En houd je stoelriemen vast, dat zijn echt niet alleen geitenwollensokkers of publiciteitsgeile celebrities. Zo neemt de organisatie Worldmapping uit Nijmegen jongeren mee naar ontwikkelingslanden om iets bij te dragen aan hun wereldbeeld (pagina 14). Het sneue imago dat aan ontwikkelingssamenwerking leek te kleven, is er bij jongeren van af. Sterker nog: helpen met lesgeven aan kinderen in Zuid-Afrika of waterputten bouwen in Malawi heeft status gekregen. Andere mensen helpen is cool.

Er is geen geluk in de uitverkoop op Marktplaats, maar we kunnen wel ons steentje bijdragen. Dus vraag maandagochtend eens aan je collega hoe zijn of haar weekend was. Lees: niet na één zin weer over jezelf beginnen. Of informeer eens waar die stagiair al die maanden aan werkt. Hiermee bezorg je de ander een weergaloos gevoel en kickstart je de lente met een glimlach. Dat is niet alleen integer, maar ook oprecht.