‘Hardlopen is voor iedereen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

20091128 152300

Jacques over de finish in Athene

Dit wordt het jaar van Jacques Kusters. De eigenaar van Runnersworld Tilburg (54) ziet op 28 mei zijn hardloopsprookje uitkomen. Hij organiseert dan de eerste marathon in zijn stad. ‘Het wordt een feest voor alle lopers en supporters.’

‘Ik herinner het me nog goed. Het was onze eerste werkdag. Samen met mijn vrouw was ik op weg naar onze nieuwe hardloopwinkel. Ik zei: Wat is Tilburg toch een mooie sportstad. Zou het niet geweldig zijn als hier ooit een marathon zou komen? We keken elkaar aan en zaten de rest van de rit zwijgend in de auto. Die marathongedachte heb ik nooit meer losgelaten.’

 Groen licht

Zeven jaar later wordt zijn droom werkelijkheid. Eind december krijgt Jacques het groene licht om de eerste marathon in Tilburg te organiseren. Speciaal voor dit project richt hij de stichting Marathon Tilburg 2017 op. Zo kan de ondernemer het werk voor de marathon scheiden van zijn winkel. Het bestuur bestaat uit vijf personen en vergadert elke vrijdagavond om 20 uur. Een van de eerste agendapunten is het prikken van een datum. ‘We wilden het evenement graag in het voorjaar houden. Zelf vind ik het heerlijk om in de winter te trainen voor een marathon. Daardoor heb ik altijd met plezier gelopen in Rotterdam. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik hier aan terugdenk.’

14595822_1118597424861048_2081802752136891652_n

Met Jacques en zijn dochter Marjolein in de winkel

Kookwekker

Jacques heeft inmiddels 20 marathons op zijn erelijst staan. Hij kan zich geen leven zonder hardlopen voorstellen. Hardlopen maakt hem gelukkig en hij gunt iedereen dat geluksgevoel. Als er mensen om zijn advies vragen, helpt hij graag. Zo kwam er een tijdje terug een vrouw in de winkel die glunderend naar zijn schoenen staart. ‘Ze wil graag leren hardlopen, maar denkt niet dat het iets voor haar is. Tuurlijk wel, zeg ik. Hardlopen is voor iedereen. Ik doe het gewoon, roept ze, en koopt een paar hardloopschoenen. Als ze drie kilometer kan lopen, gaat ze zichzelf trakteren op een hardloophorloge. Voordat het zover is, neemt ze nog een kookwekker mee. Ik heb haar op weg geholpen en nu loopt ze 5 kilometer aan een stuk.’

Enthousiaste vrijwilligers

Heel Tilburg kijkt uit naar de eerste stadsmarathon. Jacques weet dan al snel een club van enthousiaste vrijwilligers van lopers en niet-hardlopers om zich heen te verzamelen. Ze helpen onder andere met flyeren, het parcours verkennen, het geven van hardlooptrainingen en schrijven van blogs. ‘We willen met zijn allen Tilburg op de kaart zetten. De marathon wordt een feest voor iedereen: bewoners, supporters, winkeliers, sponsoren, de gemeente, horecaondernemers en natuurlijk de lopers zelf.’

Er is volgens Jacques maar één nadeel aan de Marathon van Tilburg: ‘Ik mag als organisator zelf niet meedoen. Tja, daarom loop ik dit jaar weer in Rotterdam.’

Advertenties

‘Op de trails ben ik thuis’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

10

Diederik en hond Charlie / foto Sander Tangen

Diederik van Hoogstraten (47) rent jarenlang fanatiek mee met de snelle jongens in Central Park. Totdat een hardnekkige blessure roet in het eten gooit en hij weer opnieuw moet leren hardlopen. De Nederlandse journalist verruilt de betonnen wegen van New York voor de zandpaden van LA. In zijn nieuwe boek ‘Los’ vertelt hij hoe hij zich ontwikkelt van hardlooptornado naar trailrunner. ‘Ik probeer graag dingen waarvan ik niet weet of ze mogelijk zijn.’

‘Het voelt fantastisch als ik om 5.30 uur opsta en voor het ontbijt al 1,5 uur heb gelopen. Eerlijk gezegd ben ik wel bevoorrecht in Los Angeles. Ik trek mijn hardloopschoenen aan, doe mijn rugzakje om en loop de deur uit. Ik kom op de meest magnifieke plekken ter wereld, ren over ruige bergpaden en geniet van grootse uitzichten. Elke stap is anders. Na ontelbare kilometers in de stadsjungle voel ik me ontketend in deze groene weelde.’

King of the world

Zo onthaast als Diederik van Hoogstraten nu leeft, zo gehaast sjeest hij jarenlang door de straten van New York. In die tijd luidt zijn renmantra: snel sneller snelst. De Amerikacorrespondent rent zes dagen per week, maakt deel uit van de hechte loopgemeenschap in Central Park en loopt vier marathons onder de 3.15 uur. ‘Ik ging als een trein en voelde me King of the world. Was ik opnieuw verslaafd, aan hardlopen? Ik heb jarenlang gevochten tegen mijn overmatige nicotine- en alcoholconsumptie. Ach, liever deze gezonde gewoonte dan de zelfverachting van weleer.’

dvh_coast4

Genieten van de natuur / foto Joey Ray

Moe

En dan, patsboem, slaat het noodlot toe. In het voorjaar van 2011 voelt Diederik dat zijn lijf moe is. Hij breekt een botje in zijn voet en zit vijf maanden thuis. Daar blijft het niet bij. Er volgen meer blessures en zijn zelfvertrouwen verdwijnt. De pijn wordt heviger en de dokters weten niet of hij ooit nog kan hardlopen. ‘Nooit meer rennen! Ik wilde niet stoppen of rusten. Nog erger vond ik dat de hoogste versnelling moeilijker te vinden was tijdens de wekelijkse intervaltrainingen. Ik kon maar moeilijk verkroppen dat rennen er niet meer in zat. Als bankzitter vond ik mezelf niet goed genoeg meer. Verwoed probeerde ik het hoofd boven water te houden, positief te blijven, de waarde in te zien van wandelen en fietsen.’

Droge wildernis

In Hollywoodfilms gaat de ommekeer vlot, maar dat geldt niet voor de filmjournalist. Voet en rug zijn in orde, maar het lijf blijft haperen na de tropenjaren van intense training. Op de harde weg lopen lukt niet meer. Wie is hij als hij niet meer kan hardlopen? In semipermanente state van misère besluit Diederik in 2013 naar Los Angeles te verhuizen. Misschien dat de zon en het optimisme van Californië uitkomst kunnen bieden. En dat gebeurt. Hij maakt kennis met het trailrunnen en leert op een andere manier bewegen. Eentje die minder belastend is voor zijn lichaam. ‘Het is hardlopen, maar dan van de weg af. Dat kan zijn in de duinen, bergen of bossen. In de droge wildernis rond Los Angeles vond ik rust op de zandpaden. Ik sloot me aan bij de Trailrunners Club. Mijn nieuwe hardloopvrienden verwelkomden me met open armen. Hun tempo lag lager, de ondergrond was zachter, de competitiedrang minder scherp. Trailrunner, ultrarunner zou ik worden.’

Vertrouwensband

Op en om de trails ontdekt Diederik samen met zijn hond Charlie een hele nieuwe wereld. De Nederlander besluit zijn ervaringen op papier vast te leggen. In zijn boek ‘Los’ vertelt hij over zijn ontmoetingen met internationale toplopers en doodgewone recreanten. ‘Ik heb kennis gemaakt met mensen van allerlei pluimage die elkaar vinden in een intense liefde voor de natuur en het langeafstandslopen. Dokters, huisvrouwen, wiskundigen, gepensioneerden. Onder traillopers bestaat een vanzelfsprekende vertrouwensband. Op de bergpaden worden vriendschappen gesloten die elders niet makkelijk te vinden zijn. De natuur biedt ons de ruimte om onszelf te zijn.’

Bergopwaarts

Onder de Californische zon bloeit Diederik op. Al snel gaat niet alleen ieder zandpad, maar ook de rest van zijn leven bergopwaarts. Hij trouwt met zijn grote liefde Kelly, werkt als razende reporter in Hollywood en geniet van het lopen in de natuur. ‘Ik kan het iedereen aanraden van de gebaande paden af te wijken. Trailrunnen is toegankelijk voor iedereen. Je hoeft geen ultralange afstanden af te leggen om te genieten van de natuur. Ook mensen die niet van plan zijn zich suf te trainen, kennen de lokroep van het paadje dat in de verte omhoog kringelt.’

‘Als ik ren, voel ik me superwoman’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

img_1898

Always on the run

Ze is dol op de hazelnootcappuccino van Starbucks, designerschoenen en de Brabantse gezelligheid. Maar waar Chantel de Lange (36) echt geen dag zonder kan, is hardlopen. Iets wat de Zuid-Afrikaanse loopster al deed voordat ze vorig jaar met haar gezin naar Nederland verhuisde. ‘Hardlopen is een goede manier om vrienden te maken.’ 

‘In Kaapstad trainde ik al hard. Dat deed ik zes dagen per week, soms wel twee keer per dag. Vanwege de warmte liep ik om 6.00 uur in de ochtend een rondje. Net als in Nederland is hardlopen daar een populaire sport. Alleen speelt alles zich vroeger op de dag af, ook de wedstrijden. En cross lopen wij meestal op blote voeten. Er zijn in Zuid-Afrika veel meer snelle lopers. Daardoor is het wel moeilijker om als gewone recreant op het podium te komen. Je moet bijna wereldrecords breken. Vrouwen zetten tijden neer van rond de 33, 34 minuten.’

Baie trots

Op het hoogste podium staan, vindt Chantel de Lange dan ook niet vanzelfsprekend. Uitzinnig van vreugde was de blondine toen ze deze zomer drie regionale wedstrijden in Nederland won. ‘Ik was baie trots’, vertelt ze. ‘Het voelde als een beloning voor maandenlang hard werken. Niet alleen de sportieve prestatie overheerste, maar ook de algehele euforie. Hardlopen maakt me gelukkig. Mijn Nederlandse loopvrienden lieten me snel thuis voelen.’

Nederlandse voorouders

Chantel woont precies één jaar in Nederland. Samen met haar man en drie kinderen emigreerde ze eind 2015 van Kaapstad naar Tilburg. De Zuid-Afrikaanse wilde graag terug naar haar roots: hier kwamen haar voorouders vandaan. Ze heeft nog steeds familie in Brabant wonen. ‘Mijn opa sprak Nederlands tegen ons. Ik heb me altijd verbonden gevoeld met Nederland. Toen ik een paar jaar geleden de halve marathon in Amsterdam liep, wist ik het: ik wil verhuizen naar dit mooie land.’

img_1914

Girls run the world

Tilburg Road Runners

Een nieuwe start voor de familie De Lange, ook op hardloopgebied. Chantel had vanwege de kinderen al 4,5 jaar niet meer gelopen. In haar nieuwe woonplaats pakte ze het rennen weer op. Via haar oom kwam ze in contact met een loopgroep met wie ze op zondagochtend meeliep. De speedstergirl merkte dat ze het rennen nog niet was verleerd en sloot zich al snel aan bij de Tilburg Road Runners.

 Vriendschappen

Tijdens de baansessies leerde ze Carlo kennen. Mede dankzij zijn hulp kreeg ze haar snelheid terug. ‘Carlo was op dat moment geblesseerd en stelde voor om samen te trainen. Heel graag, dacht ik. Samen lopen is toch veel leuker.’ Via de marathongroep Greg van Hest kwam ze in contact met een leuke club lopers met wie ze regelmatig een duurloopje doet. ‘Hardlopen is een goede manier om nieuwe mensen te leren kennen. Ik vind het geweldig om op deze manier zulke bijzondere vriendschappen op te bouwen.’

Vol energie

Zolang Chantel zich kan herinneren, hoort hardlopen in haar leven. Het zit in haar DNA. Op school was ze al actief: baan (100, 200, 400), cross country en schoolwedstrijden. Eigenlijk vindt ze alle afstanden leuk, van 5 kilometer tot een marathon. ‘Als ik ren, voel ik me superwoman. Ik voel me sterk en zit vol energie. Op dat moment kan ik alles aan.’

Bucketlist

Hoewel de speedstergirl langzaam haar oude vorm weer terug krijgt, loopt ze niet te hard van stapel. Ze wil zich voorlopig verder richten op het verbeteren van haar 10 kilometer. Als dat goed zit, wil ze nog een keer een marathon lopen. En dat is niet zomaar iets wat op haar bucketlist staat. Want zo zegt ze: ‘Ik ben erg vastberaden. Als ik iets wil, ga ik er honderd procent voor. Don’t call it a dream, call it a plan.’

‘Triatlon is een beleving’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

challenge-roth5

Frank en Monique bij de Challenge Roth

Frank van Laere (58) en Monique Haans (52) uit Berkel-Enschot delen hun liefde voor elkaar en voor samen sporten. Ooit begonnen de twee met hardlopen, maar sinds een paar jaar zijn ze verslingerd aan iets anders: de triatlon. Ze deden op 17 juli mee aan de Challenge Roth in Duitsland. ‘Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar.’

Waarom zijn jullie fan van triatlons?

Frank: ‘Ik vind de variatie van drie verschillende sporten mooi. Een triatlon is een combinatiewedstrijd van zwemmen (3,8 kilometer), fietsen (180 kilometer) en hardlopen (42,2 kilometer). Het is loodzwaar, maar net als bij hardlopen is het vooral een mentale kwestie. Als je na twintig weken hard trainen over de finish komt, geeft dat veel voldoening.’

Monique: ‘Saai is het zeker niet. Welke sport biedt er meer afwisseling dan een triatlon? Het is juist fijn dat het niet uit één discipline bestaat. Weer eens iets anders dan alleen hardlopen op de weg.’

Frank: ‘We liepen vroeger veel hardloopwedstrijden, maar helaas ben ik gevoelig voor blessures. Een kennis adviseerde me om eens mee te doen met een 1/8 triatlon. Dat is de kortste afstand: 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Hij zei dat dit me kon helpen, omdat zwemmen en fietsen minder belastend zijn voor je lichaam. Waarom niet eigenlijk, dacht ik. Dus stond ik op 1 augustus 2007 aan de start van het Lingebos in Gorinchem voor mijn eerste wedstrijd.’

Monique: ‘Ja, we waren best actief in het regionale hardloopcircuit. Ik heb ook twee keer de marathon gelopen. Mijn trainer adviseerde om erbij te gaan fietsen. Dat was goed voor mijn duurvermogen en voor de variatie in de training. Tussen mijn looprondjes door zat ik te trappen op de oude fiets van Frank. Hij was ondertussen al bezig met triatlons. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Het duurde nog twee jaar voordat ik meedeed aan mijn eerste wedstrijd. Ik moest eerst beter leren zwemmen. Net als Frank liep ik een paar jaar hard, maar dit is toch echt een andere tak van sport. Als je er eenmaal eentje hebt gedaan, ben je verkocht.’

Wat is het verschil tussen een triatlon en een hardloopwedstrijd?

Frank: ‘Bij een triatlon moet je op alle onderdelen goed zijn. De kunst is om je energie te verdelen. Je moet jezelf niet kapot fietsen, want dan loop je de marathon niet goed.’

Monique: ‘Elk sportonderdeel heeft zijn eigen dimensie.’

Frank: ‘Er komt ook een stukje logistiek bij kijken. Voor een wedstrijd moeten we drie verschillende tassen inpakken en van tevoren bij drie verschillende punten afgeven.’

Monique: ‘Bij hardlopen neem je alleen je schoenen mee en loopt je je rondje naar de finish. In principe hoef je nergens anders aan te denken. Je krijgt water bij de drankposten en er staan supporters langs de kant. Een triatlon doe je helemaal alleen. Er is niemand die je helpt. Nee, als je een lekke band hebt, moet je die zelf plakken. Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar mooi.’

Frank: ‘Neem bijvoorbeeld de Alpe D’Huez triatlon. Daar is het parcours ruiger. Je zwemt in ijskoud water, fietst tegen steile hellingen aan en loopt over onverhard, geaccidenteerd terrein. Er kan van alles mis gaan. Ook ben je afhankelijk van het weer. Het is best spannend om met stortende regen en harde wind zo’n lange afstand af te leggen. Als ik tijdens een wedstrijd zie dat Monique ook veilig is, geeft mij dat rust.’

Monique en Frank: ‘Meedoen aan een triatlon is echt een beleving.’

dsc_2977

Samen het sportieve avontuur aangaan

Hoe bereiden jullie je voor op een triatlon?

Frank: ‘Toen Monique en ik begonnen, zijn we lid geworden van een triatlonvereniging. Daar trainen we ook op het zwemonderdeel. Als je wilt meedoen aan een triatlon, moet je goed kunnen zwemmen. De beste triatleten komen vaak uit de zwemwereld. In het begin konden we niet veel meer dan de schoolslag. Daarom zijn we samen op zwemles gegaan. Op latere leeftijd iets nieuws leren is best lastig. We zijn in aanloop naar de triatlon een paar keer per week in het water te vinden.’

Monique: ‘Zwemmen is het moeilijkste, maar tegelijk ook het meest spectaculaire onderdeel. Het is een gevecht met het water.’

Frank: ‘Doordat je met 1.200 mensen tegelijk het water in duikt, kom je terecht in een kolkende massa. Het voelt alsof je in een wasmachine bent beland.’

Monique: ‘Er gaat veel tijd zitten in de voorbereiding. Je bent zo het hele weekend kwijt. Frank en ik hebben geen kinderen, dus we zitten in de positie dat dit makkelijker kan.’

Frank: ‘We trainen twintig weken lang, negen keer in de week: drie keer zwemmen, drie keer fietsen en drie keer hardlopen. De laatste twee maanden van de training staat geheel in het teken van de sport.’

8e9f97b5-98d2-425d-b11f-d815c3174c32

Samen met mijn helden Frank, Monique en hond Sjakie op de foto

IJzeren discipline?

Monique: ‘Zeker, je zet er veel dingen voor opzij. Je moet er wel lol in hebben. Trainen voor een triatlon is anders dan een rondje van tien kilometer lopen.’

Frank: ‘Als we een lange training doen, maken we er een leuke dag van. Soms doen we mee met een toertocht. Dat zijn uitgezette routes, te vergelijken met de trainingslopen voor de marathon.’

Monique: ‘Wat het juist zo leuk maakt, is dat we samen het avontuur aangaan. Samen erop uit, samen mooie dingen beleven. Als ik niemand had om mee te trainen, denk ik niet dat ik dit zou doen.’

Frank: ‘Het is fijn om samen onze passie voor triatlon te delen. Je kunt goed je verhaal aan elkaar kwijt. In de auto kunnen we nog urenlang een wedstrijd analyseren.’

Triatlon of hardlopen?

Frank en Monique: ‘We hoeven gelukkig niet te kiezen. Het is goed met elkaar te combineren. Als het past in ons schema, doen we gezellig mee met een hardloopwedstrijd.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

‘Hardlopen is soms slim rekenen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Singelloop.jpg

Frank tijdens de Singelloop van Breda

Met vijftig halve en tien hele marathons op zijn naam kent Frank Peek (46) de klappen van de zweep. De hardloper uit Oosterhout gaat volgende maand zijn ultieme uitdaging aan: de Jungfrau Marathon. Op 10 september hoopt hij in goede gezondheid de top van de Zwitserse berg te bereiken. ‘Dit is mijn Mount Everest.’

‘Soms laat mijn agenda het niet toe om na het werk te trainen. Dan is het tijd voor plan B. Ik zet mijn wekker om 5.20 uur en ren dan in alle vroegte een rondje. Niet altijd even makkelijk, maar dat neem ik voor lief. Als ik iets in mijn hoofd heb, zet ik me er voor de volle honderd procent voor in.’

Met Frank Posbankloop

Samen meedoen aan de Posbankloop in 2015

Avontuurlijke lopers

Frank Peek gaat recht op zijn doel af. Op tijd fit zijn voor de Jungfrau Marathon in Zwitserland. Met slechts 4.000 startbewijzen is dit een gewilde race onder de avontuurlijke lopers. Dat betekent voor de loper uit Oosterhout 16 weken lang vier keer in de week trainen. Zijn dagen bestaan grotendeels uit eten, rennen, werken en slapen. Hij laat er dingen voor staan, maar niet ten koste van alle gezelligheid. ‘Ik ben een Bourgondiër en houd van het goede leven. Natuurlijk probeer ik gezond te eten, maar af en toe een wijntje of biertje moet kunnen. Anders ben ik te gefocust en dan gaat het vaak mis.’

Potsdam na training

Even bijkomen na een training in Potsdam

Wensenlijstje

Het idee om mee te doen aan de Jungfrau Marathon ontstond twee jaar geleden. Samen met een paar loopmaatjes van atletiekclub Scorpio riep Frank gekscherend dat ze ‘m gingen lopen. En afspraak is afspraak. ‘De Jungfrau heeft altijd op mijn wensenlijstje gestaan. Het is net even een andere marathon. We starten op 500 meter en eindigen op 2.100 meter. De hoogste bergtop reikt tot 4.158 meter en het hoogste punt op de route is 2.300 meter. Je loopt 42 kilometer door een prachtige omgeving. Het gaat dus niet om het neerzetten van een toptijd, maar om het genieten. Snel rennen wordt ook lastig, want je moet veel klauteren, klimmen en wandelen. Een mooie uitdaging waar ik veel zin in heb.’

20.000 kilometer

Zijn gedrevenheid heeft Frank ver gebracht. Net als in zijn werk wil hij met hardlopen zijn doelen bereiken. Hij registreert alle hardloopgegevens in een Excel bestand: afstand, tijd, tempo, hartslag, kosten startbewijs. Zo liep de Brabantse loper vorig jaar 2.600 kilometer en dit jaar verwacht hij zelfs boven de 2.750 kilometer uit te komen. Sinds zijn start in 2003 heeft hij meer dan 20.000 kilometer bij elkaar gerend. ‘Ik ben dol op cijfertjes en statistieken. Hardlopen is soms slim rekenen. Ik zie in een oogopslag hoeveel ik per jaar loop en of er een stijgende lijn in zit. Daardoor probeer ik ook slimmer te lopen.’

PicMonkey Collage 2

Frank on the run

Mijlpaal

Hoewel Frank onderweg regelmatig op zijn Garmin kijkt, geniet hij van elke stap die hij zet. Hardlopen is zijn passie en hij hoopt het nog lang te mogen doen. Het geeft hem een gevoel van vrijheid om de deur uit te gaan en te rennen. ‘Als ik straks op de top van de Jungfrau sta, voel ik me euforisch. Dan ben ik trots dat het me is gelukt en dankbaar voor mijn gezondheid. Ik hoop tot mijn zestigste nog hele marathons te lopen. En volgens mijn berekeningen moet ik honderd halve marathons kunnen halen. Dat zou een mooie mijlpaal zijn.’

‘Lopen met vrouwen geeft een boost’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.’

Training duurloopje

Natalie on the run

Natalie Sinke (41) doet zondag voor de derde keer mee aan de Ladies Run in Rotterdam. Als geen ander weet ze hoe moeilijk het is het roer om te gooien. De Zeeuwse loopster viel 45 kilo af en is nu in de vorm van haar leven. ‘Ik wil vrouwen steunen en inspireren om actiever en fitter te worden.’

Samen met meer dan 11.000 vrouwen staat Natalie zondag 29 mei aan de start in Ahoy. Net als vorig jaar loopt ze de 7,5 kilometer van de Rotterdamse Ladies Run. De hardloopster uit Vlissingen heeft zin in dit evenement. ‘Alles is roze: de start, de borden, de boog, de finish, de shirts. Echt enorm cliché, maar het werkt aanstekelijk. Met duizenden andere vrouwen lopen, geeft een enorme boost.’

Atletieknest

Natalie reis samen met haar vader Sjaak naar Rotterdam. Hij is één van haar trouwste supporters. Van hem heeft ze haar passie voor hardlopen geërfd. Ze komt uit een echt atletieknest. Haar ouders sportten vroeger op hoog niveau: vader Sinke was een tienkamper en triatleet, moeder Sinke deed aan verspringen en sprinten. ‘Er is mij verteld dat ik met vier maanden al in de kinderwagen op de atletiekbaan stond’, gniffelt ze. ‘Toen ik vier jaar was, liep ik mijn eerste prestatieloopje. Als pupil en junior deed ik mee aan alle afstanden. Dat combineerde ik met discuswerpen en het lopen van triatlons. Wegens knieproblemen moest ik op mijn twaalfde stoppen. Ik heb daarna jarenlang nauwelijks meer gesport.’

Meer bewegen en bewust eten

Pas in 2011 pakte Natalie de draad weer op. Dat was geen gemakkelijke klus, want ze woog toen flink wat zwaarder. Met fitnessen viel ze wel af, maar de pondjes kwamen er ook net zo hard aan. Dus besloot ze het over een andere boeg te gooien. Ze begon met een online programma en schakelde later personal trainer Michel in. In totaal viel de Zeeuwse 45 kilo af. Verantwoord en in etappes. De visie van Michel was simpel: meer bewegen en bewust eten.

Zwaar afzien

Over haar strijd tegen de kilo’s zegt Natalie: ‘Ik sloeg zo’n tien tot twaalf jaar geleden mijn eerste slag. Daarna kwam ik weer aan en verloor vervolgens weer wat gewicht. Sinds ik met Michel train, heeft hij het programma nog meer op mij afgestemd. Daarnaast werk ik met looptrainer Robert. Het is zwaar afzien met die mannen, maar het harde werken loont. Ik voel me fit, sterk en ben ook sneller geworden.’

IMG_5086

Met vader Sjaak

Rokje

Sinds ze zo veel is afgevallen, past Natalie ook weer in leuke kleren. Als ze in de spiegel kijkt, moet ze nog altijd wennen aan haar slanke silhouet. De oversized sportbroeken gingen de deur uit en maakten plaats voor een nieuwe garderobe. Tijdens het hardlopen kun je haar uittekenen in een rokje of jurkje. Het liefste draagt ze er eentje in haar lievelingskleuren roze of paars. Altijd net iets anders dan de rest. ‘Vrouwen dragen sportkleding allang niet meer alleen om in te sporten. Je mag best laten zien wie je bent.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Rennen met een hart

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Blog Born to Run Michael Beenhakker

Duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers doen komend Pinksterweekend mee met de Roparun. Directeur Michael Beenhakker (41) reist het parcours af om alle kanjers te supporteren. Naast zijn werk voor de stichting trekt de Rotterdammer zelf ook regelmatig zijn hardloopschoenen aan. ‘Als ik mezelf in de spiegel zie, staart er een hardloper terug.’

Michael Beenhakker weet hoe het is om iemand te verliezen. Op 16 januari plaatste hij het volgende op Facebook:Kanker is klote. Begin dit jaar is mijn leeftijds- en middelbare schoolgenootje overleden. Op zo’n moment realiseer ik me dat kanker niets te maken heeft met winnen of verliezen, maar met wel of geen geluk hebben. Want als iemand gevochten heeft, dan is zij het wel.’

10418955_10208834527361984_625910221062755314_nSchrijnend

Hoewel Michael er nu dagelijks mee te maken krijgt, blijft de dood hem raken. De directeur van de stichting Roparun herinnert zich zijn begintijd nog goed: ‘Belde er een vader op die een vakantiebungalow moest afzeggen, omdat zijn zoontje was overleden. Heel schrijnend. Toen ik ophing, was ik echt heel emotioneel. In de loop der jaren leerde ik beter met dit soort gesprekken om te gaan, maar normaal wordt het nooit. Kinderen horen niet te sterven.’

Mooie pruik

Dat gevoel van machteloosheid vindt de Rotterdammer verschrikkelijk. Als kind kon hij al niet tegen onrecht. ‘Op de kleuterschool zat er een meisje bij me in de klas met kanker’, herinnert hij zich. ‘Ze liep rond met een kaal hoofd en de andere kinderen staarden haar aan. Dat vond ik zielig. Had ze maar een mooie pruik dacht ik.’ Misschien is het dan ook niet zo verwonderlijk dat Michel in 2007 een baantje bij de stichting Roparun vond. Een stichting die het leven van kankerpatiënten zo aangenaam mogelijk wil maken. Onder meer door het ondersteunen van ruim 200 doelen: van vakantiebungalows voor zieke kinderen tot het ontwikkelen van speelgoed en meefinancieren van hospices. ‘We kunnen deze mensen niet genezen, maar hun leven wel een beetje beter maken’, aldus Michael.

Lach en een traan

Dat is ook de gedachte achter de jaarlijkse Roparun: rennen voor het goede doel. Over een paar dagen doen er weer duizenden lopers, fietsers en vrijwilligers mee. Ze leggen dan in teamverband, binnen 48 uur, meer dan 500 kilometer af van Parijs of Hamburg naar de magische Coolsingel. Michael reist het parcours af om iedereen een hart onder de riem te steken. Hij weet wat voor mooi avontuur de Roparunners beleven. Zelf deed hij van 2004 tot en met 2007 als loper mee. ‘De Roparun is echt een teamprestatie’, vindt hij. ‘Het is een reis met een lach en een traan. Veel deelnemers kennen iemand in hun omgeving die kanker heeft of eraan is overleden. Onderweg kunnen de emoties oplopen. Maar uiteindelijk is iedereen trots om samen over de finish te komen.’

Genieten

Als medewerker van de stichting kan Michael zelf niet meer meedoen aan de estafetteloop. Dat mist hij stiekem wel een beetje. Hardlopen noemt de Rotterdammer het leukste dat er is. Iets dat hij al ruim 16 jaar met veel plezier doet. Hij beschouwt het echter niet als vanzelfsprekend. Samen met een vriend was hij in 2008 aan het trainen voor de marathon van New York. Op een dag viel zijn loopmaatje neer en moest met spoed naar het ziekenhuis. Daar schrok hij van en besloot zich voor alle zekerheid ook eens te laten testen. ‘Kwamen de artsen erachter dat ik een aangeboren hartafwijking had’, vertelt hij. ‘Moesten we allebei ons loopavontuur laten schieten. Uiteindelijk heb ik ‘m twee jaar later alsnog gelopen. Ik denk hier nog vaak aan terug en waardeer het leven des te meer. Voor mij is het sleutelwoord: genieten.’