Moeder van mijn hart

Het is vandaag Moederdag. Ook is het precies 41 jaar geleden dat ik als 7 maanden oude baby de overstap maakte van Zuid-Korea naar Nederland.
IMG_3406
Mijn moeder is met afstand de belangrijkste vrouw in mijn leven. Ze is niet mijn biologische moeder, maar wel mijn mama. Ik kom niet uit haar buik, maar zo voelt het wel. Dat weet ik, dat weet zij. Vanaf het eerste moment dat ze me aankeek. Er begon toen spontaan iets te groeien. Niet in haar buik, maar in haar moederhart. Ze hield mijn hand vast en liet deze nooit meer los. Voor altijd zit ik in haar hart. Of waar haar verlangens van samensmelting en eeuwigheid zich dan ook ontwikkelen.
Wij hebben een bijzondere band. Ik lijk zelfs een beetje op haar. We zijn allebei gevoelige mensen en doorzetters. Ik wil het, dus ik kan het, denken we. Allebei mijn ouders hebben me overigens altijd gestimuleerd het beste uit mezelf te halen. Ze hebben nog steeds het volste vertrouwen in me.
IMG_6427

Mijn moeder is niet zomaar iemand, maar een sterke vrouw op wie ik helemaal vertrouw. Ze maakt me aan het lachen, heeft me zien huilen, geeft me op het juiste moment een dikke knuffel, moedigt me aan bij hardloopwedstrijden en is mijn vaste eindredacteur.

Maar bovenal: ze helpt me sterk te blijven. Ik voel een diep gevoel van echte liefde. Ze is er altijd voor me, bij de grote en kleine dingen. We delen warme momenten, maar zijn geen vriendinnen. Want ze blijft mijn moeder, ze zorgt voor een respectvolle afstand.

Ik noem haar de moeder van mijn hart. Haar hart zit in mij.

Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik zeven maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, me laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

IMG_2999Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Koreaanse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Blog familie Met papa uit SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Ben ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

De stilte voorbij

Ik ben geen moeder. Een kinderwens heb ik ook niet. Dat broedgevoel heeft er bij mij nooit ingezeten. Toch doet het iets met me als ik lees dat er ergens een baby is gevonden. In Nederland. Zomaar in een vuilnisbak, op straat of in een park. Koud en alleen. Dat raakt mij recht in het hart. Ik ril bij de gedachte dat er baby’s onnodig kunnen sterven. Misschien omdat ik weet dat het anders kan. Zelf ben ik ook een vondeling. Geboren in Zuid-Korea en herboren in Nederland. Mijn ouders gaven me hier niet alleen een huis, maar bovenal een thuis. Als ik denk aan ‘lotgenoten’ die minder gelukkig terecht zijn gekomen, voel ik een steek in mijn maag. Die machteloosheid verpulvert me.

Ik wil graag helpen. Zoals schrijfster Griet Op de Beeck in haar boek Kom hier dat ik u kus schreef: ‘Ik wou dat ik de baby’s mee kon nemen, naar daar waar levens lang en breed waren, en zinnen glinsterden op zeeën en nachten wonderlijk warm bleven.’ Een utopie? Wellicht. Maar beter dan de rauwe werkelijkheid: vondelingen die eindigen op de stort.

Kleine Anouk 2Wat is een vondeling precies? Een vondeling is een baby of jong kind dat door zijn of haar ouders wordt achtergelaten. Er worden in Nederland per jaar gemiddeld 1,5 kind te vondeling gelegd. Vaak gaat het om alleenstaande en jonge vrouwen die niet voor hun baby kunnen zorgen. Veroordeel ze niet te snel. Zoiets doen ze niet voor de lol. Ze zijn wanhopig en kunnen nergens heen. Ik voel het panikeren van deze radeloze vrouwen. Zo jammer allemaal, zo verschrikkelijk jammer. Was er maar iets dat ik kon doen.

Ik wil dat er iets verandert in Nederland. Een baby anoniem te vondeling leggen is hier strafbaar, maar is dat terecht? Dat moet anders. De Nederlandse wet zegt dat een kind recht heeft om te weten wie zijn of haar biologische ouders zijn. Wat een onzin! Ik ken mijn geboorte-ouders niet. Ben ik daardoor beschadigd? Welnee! Bovendien gaat het hier om leven en dood en niet om juridisch getouwtrek. Niet blijven bij wat ooit zo is beslist, omdat het ooit zo is beslist. Tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Mulder is zo’n revolutionair. Zij richtte in 2014 Stichting Beschermde Wieg op. Samen met haar team biedt ze een oplossing voor moeders die geen andere uitweg zien. Zij kunnen hun baby anoniem en met vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer. Ik onderstreep dat het om uitzonderlijke gevallen gaat. Zomaar je baby wegdoen is natuurlijk niet de norm.

Nu wordt de Beschermde Wieg mogelijk vervolgd. Een malicieus spel met een groep vrijwilligers die niets hebben misdaan. We hoeven de moeders in kwestie geen absolutie te verlenen. Maar we moeten de dingen niet gewoon laten gebeuren en voorbij laten gaan. Het rechtssysteem in Nederland zal niet van de ene op de andere dag veranderen. Om het bespreekbaar te maken in de Tweede Kamer zijn er 40.000 handtekeningen nodig. Ik hoop dat die handtekeningen er komen.

Recente portretfoto Anouk - fotocredit Aad MeijerIk strijd nu voor het eerst mee voor iets wat me na aan het hart ligt. Ook wel een beetje eng. Maar toch. Sommige verlangens zijn sterker dan alle angsten. Misschien dat er ooit een dag komt dat alles anders is. Een wereld waarin moeders hun baby niet in de vuilnisbak of een sporttas hoeven achter te laten, maar een uitweg hebben. Dat vondeling zijn niet meer iets raars is. Mensen geen gezichten meer trekken alsof je examen doet in het vak waar je echt niet sterk in bent. Babykamers legaal worden gemaakt. En het niet meer strafbaar is om baby’s te redden van een onnodige dood. Hoe mooi zou het zijn als er nergens meer een taboe op rust. Hopelijk zijn we de stilte snel voorbij.

Help je ons mee 40.000 handtekeningen op te halen? Teken hier de petitie. Vervolg moeder en Stichting Beschermde Wieg niet!

Wees gelukkig

Apple Announces Launch Of New Tablet ComputerSamen met mijn bioscoopvriendin Dewi ging ik vorige week naar de film Steve Jobs. Verrassend genoeg raakte de biografie over boegbeeld en medeoprichter van Apple me. Poef, recht in het hart. Niet zijn weg naar de top intrigeerde me, maar de worsteling met zijn verlatings- en bindingsangst. Voor wie het misschien nog niet wist: Steve Jobs was geadopteerd. Onder druk van haar ouders stond zijn biologische moeder hem direct na zijn geboorte af. Ze studeerde nog en wist dat ze niet voor haar baby kon zorgen. Dat gegeven liep als een rode draad door zijn leven. Op een gegeven moment vraagt hij zich in de film hardop af: ‘Waarom voelen geadopteerde mensen zich vaak in de steek gelaten in plaats van uitgekozen?’

De woorden van Steve Jobs dwarrelen na de voorstelling nog door mijn hoofd. Ook ik voel me anders, wat aparter dan de rest. Adoptie blijft voor veel mensen toch iets bijzonders. Daar heb ik nu vrede mee. Als ik thuis in de spiegel kijk, staart er een gelukkig weesje terug. Mijn vader en moeder liepen over van liefde. Nog steeds. Als ze me zien, denken ze net als bij mijn broers: je bent van ons, hoort bij ons. Dat geeft elke ouder een onbeschrijflijk gevoel. Ik mag mezelf gelukkig prijzen.

Te vondeling worden gelegd is voor iedereen anders. Elke vondeling beleeft dit op zijn of haar eigen manier. Het onderwerp is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Integendeel: ook in Nederland worden baby’s op straat gedumpt. In de krant lees ik regelmatig dat wanhopige vrouwen hun baby achterlaten in een vuilnisbak. Met de komst van de eerste babykamers in Nederland storten journalisten zich op vondelingen die hun verhaal willen vertellen. Deze verhalen komen recht uit hun hart. Ze stellen zich kwetsbaar op. Ze spreken over het meeste persoonlijke: zichzelf.

BLog wees gelukkig 16Journalisten weten ook mij te vinden. Via Google komen ze terecht op mijn blog. Het afgelopen jaar krijg ik drie keer een interviewverzoek. Zo ontvang ik vorige maand een mailtje van een studente journalistiek. Of ze me vragen mag stellen over mijn adoptie. Ze schrijft een groot achtergrondartikel over de opening van de babykamer in Zwolle. Haar stelling komt neer op: zijn babykamers wel of niet oké? Ze belicht netjes alle partijen in deze verhitte discussie. Het verbaast me dat ze mij wil spreken. Ik heb geen zielig verhaal, ben niet ontwricht en ook niet blijvend op zoek naar mijn ‘echte’ moeder.

Wat wil ze dan horen? Hoe goed en gelukkig ik terecht ben gekomen? Ik ben van de generatie vrouwen voor wie werk een baan is, die nooit zijn uitgeleerd, ambitie hebben, wat van de wereld hebben gezien en stijl belangrijker vinden dan mode. Is dat typisch westers? Waarschijnlijk wel. Het is in ieder geval wel wie ik ben. Koreanen schijnen nogal competitief te zijn ingesteld en happig om zich te blijven ontwikkelen. Laten dat net twee van mijn kerneigenschappen te zijn. Dat ben ik dus ook.

Enfin, ik dwaal af. Ik stem toe met het interview. Eén van de redenen dat ik meewerk is de grondige aanpak van de studente journalistiek. Dat lijkt me niet zo eenvoudig bij zo’n beladen onderwerp. Tot mijn verbazing lees, hoor en zie ik mensen van betrokken partijen met elkaar bakkeleien. De emoties lopen hoog op. Er lijkt zich een tweestrijd te ontwikkelen. Partijen die zich in mijn ogen aan dezelfde zijde horen te scharen, staan opeens lijnrecht tegenover elkaar. Babykamers moeten worden verboden, vindt ook de Kinderombudsman. Want: als vrouwen anoniem bevallen zijn ze niet meer te traceren. Kinderen hebben het recht om te weten wie hun biologische moeder is.

IMG_4915In dit soort heikele kwesties is het nooit zwart-wit. De kortste afstand tussen twee punten is niet altijd een rechte lijn. Waarom redetwisten over leven en dood? Een baby heeft recht op een leven. Dat moet niet teniet worden gedaan, omdat de naam van de moeder niet bekend is. Je creëert zo nare situaties. Liefde betekent soms opoffering. Mijn eigen adoptie zie ik als een herinnering aan een  moeder die ik nooit heb gekend.

Veroordeel de moeder dus niet te snel. Dat ze haar kind afstaat, betekent niet dat ze er niet van houdt. Je kind weggeven doet een moeder niet zomaar. Wanhoop drijft mensen soms tot rare acties. Hoe kun je nu rationeel handelen in een emotionele toestand? Laat haar bevallen in een veilige omgeving. En ja, dat mag wat mij betreft anoniem. Moet een baby dan kort na de geboorte in een vuilnisbak gedumpt worden omdat de radeloze moeder geen uitweg ziet? Stelt u zich toch eens voor wat het betekent als je te horen krijgt dat je de eerste uren van je leven op een dump moest doorbrengen in plaats van in een beschermde wieg.

Begrijpt u me niet verkeerd. Het afstammingsrecht is mooi, maar de wereld vergaat niet als je niet weet wie je biologische ouders zijn. Ik hoef mijn bloedlijn niet te kennen om mezelf beter te voelen. Mijn moeder zegt altijd: wees gelukkig. En dat ben ik ook. Je hebt geen invloed op het nest waarin je terecht komt. Wat je er vervolgens mee doet, is wel aan jou. Maak er dus het beste van.

Dat doe ik zeker. Ik ben één van die vondelingen die zich voelt uitgekozen en niet verstoten. Adoptie kan je leven veranderen, vond ook Steve Jobs. Want zo zei hij: ‘I wanted to meet my biological mother… mostly to thank her, because I’m glad I didn’t end up as an abortion. She was twenty-three and she went through a lot to have me.’

Het vergeten kind

Hallo moeder uit Korea,

Ik heb er een nieuwe hartsvriendin bij. Ze heet Joan. We werken allebei op het ministerie. Ja, ik denk dat je haar wel mag. Het is een lieve en goedlachse collega. Net als ik heeft ze zwarte lokken, spleetoogjes en kuiltjes in haar wangen. Joan is ook geadopteerd. Sterker nog: ze is in Zuid-Korea geboren.

De vriendschap is nog pril. Toch voelen we ons vanaf het eerste moment met elkaar verbonden. Mijn chingu Joan is deze zomer een maand naar haar familie in Korea geweest. Zij wel. Zoals je weet, hoeft dat voor mij niet. Haar vader en moeder leven niet meer. Om een lang verhaal kort te houden. De oudste broer heeft haar jaren geleden opgespoord. Daar wil ik je graag over vertellen, mailt ze me vlak voor vertrek. We spreken af na de zomer samen te lunchen.

Op een regenachtige dag in september zitten 2 vrolijke Koreaantjes tegenover elkaar. Ik verheug me op de vakantieverhalen van Joan. Ondertussen eten we samen witte rijst met hete saus. ‘Eerlijk gezegd ben ik blij hier in Nederland te wonen’, begint ze. ‘In Korea was ik huisvrouw geworden, of in ieder geval een tamme vrouw.’ Ik knik. Dat lijkt me nogal wiedes. Was jij ook gedwee mama? Mijn ogen zijn op Joan gericht. Ik verwacht een ik-ben-een-sterke-vrouw betoog. Iets wat ik uiteraard zal toejuichen. Wat ze me gaat vertellen, overdondert me totaal.

Blog Het vergeten kind - Met JoanNa de Koreaanse oorlog heerst er grote armoede in het land. Ouders gaan tot het uiterste om hun kinderen een betere toekomst te geven. Dat dwingt hen vaak tot drastische acties. Alles om te overleven. Daar weet jij waarschijnlijk alles van. Joan is 6 jaar als ze met haar jongere broertje en zusje naar Nederland komt. Haar 2 oudere broers en zus blijven achter in Korea, bij de biologische ouders. Mijn vriendin ziet haar familie op jonge leeftijd uiteenvallen. Dat zal niet de eerste keer zijn.

Op een ochtend zit Joan met haar ouders, broertje en zusje in de bus naar de stad. Dat is de dag dat haar leven voorgoed verandert. Joan voelt dat er iets gaat gebeuren. Haar vader en moeder gedragen zich anders dan normaal. ‘Ze vertellen ons dat de tijd is gekomen om bij een “oom en tante” in een ander land te gaan wonen’, blikt Joan terug. ‘Daar denk ik verder niet bij na. Ik ben een gehoorzaam kind. Als we bij een groot gebouw aankomen, gaan mijn ouders even naar het toilet. Ze komen ons nooit meer ophalen.’

Mijn maag krimpt ineen. Volgens Joan moet het ook vreselijk geweest zijn voor haar moeder. Ik kijk haar verbaasd aan. Het blijft stil. Dan gaat ze verder: ‘Het afstaan van haar 3 jongste kinderen was niet haar eigen idee. Ze heeft dit nooit gewild. Je moet weten dat mijn familie erg traditioneel is. In Korea is het oudste familielid de baas. Of in ieder geval de man. De dag dat mijn moeder ons achterliet, stierf haar hart van binnen. Sindsdien heeft ze nooit meer gelachen. Dat hoorde ik later van mijn oudste broer. Hij is inmiddels zelf overleden. Mijn vader heeft op zijn manier verdriet gehad en later ook spijt.’ Werd jij ook gedwongen mij weg te geven mama?

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk babyTerug naar het kindertehuis. Joan en haar broertje en zusje zijn ‘wees’ geworden. Echt snappen doet ze het niet. Plotseling vervult ze de rol van vader, moeder en grote zus tegelijk. ‘Ik voel veel maar mag niet breken’, fluistert ze. ‘Mijn broertje is een baby en krijgt nog altijd borstvoeding. Ik moet dus voor melk zorgen. Elke dag kijk ik om me heen naar vrouwen met grote tieten. Ik vraag of hij aan de borst mag. Er werkt een vrouw in het kindertehuis die hem wel wil voeden. Dat is dan in ieder geval geregeld.’

Na een enkele weken wordt het drietal geadopteerd door een jong stel uit Nederland. Met hun nieuwe moeder klikt het niet. ‘Het voelde vanaf het begin niet goed’, vertelt Joan. ‘Moet je voorstellen dat je van de ene op de andere dag in een wildvreemd land terecht komt. Ik mis mijn eigen mama verschrikkelijk. Opeens staat er de naam Johanna in mijn paspoort. De mensen uit het dorp noemen me liefkozend Johanneke. In Korea at ik 3 keer per dag rijst en hier krijg ik boterhammen met pindakaas, en melk.’ Bij dat laatste trek ik een vies gezicht. ‘Gelukkig pas je je als kind snel aan’, zegt ze.

Na 3 jaar gaan de nieuwe ouders van Joan scheiden. Weer wordt er een gezin uit elkaar gerukt. De vrouw neemt haar broertje mee en de meiden komen weer in een kindertehuis terecht. Deze keer in Rotterdam. Uiteindelijk brengen Joan en haar zusje de rest van hun kinderjaren door bij een oom en tante in Rijswijk. Zij nemen de 2 nichtjes liefdevol op in hun gezin. ‘Daar leer ik voor het eerst hoe het voelt om ergens bij te horen’, vertelt ze. ‘Dat familiegevoel had ik erg gemist.’

Blog Het vergeten Kind - boekenleggerIk ben onder de indruk van Joan. Het verhaal van haar zoektocht naar een eigen thuis raakt me diep. Zelf heb ik geen herinneringen aan jou. Dat vind ik prima zo. De volgende dag geeft Joan me een cadeautje uit Korea. Het is een boekenlegger met daarop een traditionele Koreaanse jurk. Ik stop het in de biografie van Madeleine Albright. Een souvenir aan een geboorteland waar ik weinig van af weet. Opeens schiet me iets te binnen wat ik je nog altijd wil voorleggen. Ooit las ik ergens: ‘Het is niet de taak van een kind om van de ouders te houden. Maar van de ouders om van het kind te houden.’ Ik hoop dat jij dat ook zo voelt. Een kind afstaan doe je vast niet voor je lol.

Ik ben ervan overtuigd dat niet iedereen halsoverkop mag adopteren. Sommige mensen zijn nu eenmaal niet in de wieg gelegd voor het ouderschap. De pleegmoeder van Joan kon het niet aan. Ze besefte niet dat het hard werken is om een ontheemd kind weer een veilig thuis te geven. Je hebt daar ook een bepaald inlevingsvermogen voor nodig. Dat schattige Chineesje heeft vaak al veel meegemaakt en neemt zijn bagage mee naar Nederland. Niet alle weesjes hebben het geluk een nieuw huis te vinden. Zij brengen de rest van hun jeugd in het weeshuis door. Ook zij verdienen een kans op een beter leven. Ik ben blij dat jij me die mogelijkheid hebt gegeven, eomeoni.

Je dochter uit Nederland

Bloedbroeders

Lieve Lars en Sven,

Blog broederliefde - in de buggy‘To know one is to love one’, zingt Stevie Wonder. Bij ons is dat humor, herkenning en Formule I. Vooral dat laatste brengt ons dichter tot elkaar. Herinneren jullie je nog dat we bij papa en mama op zondagmiddag achter de buis gekluisterd zaten? Het waren de gloriedagen van Ferrari en ‘Schumi’. We woonden toen al jaren niet meer thuis, maar keken tijdens het raceseizoen het liefst samen naar de snelle jongens in hun supersonische racebolides. Een kopje thee drinken met onze ouders? Best. Na de race, dat was nogal wiedes. Veel is er niet veranderd. Toen we onlangs bij mama op bezoek waren, opperde Lars nog doodleuk dat we best even naar de Grand Prix konden kijken. Op Moederdag nota bene. Zaten we daar met zijn allen aan de taart. Gelukkig nam mama het sportief op. Ze zei gekscherend dat er maar drie zotjes in de familie zijn.

Tja, grote broers. Bijkomend voordeel: ik heb er twee beschermengelen bij. Maakt me dat een gelukkiger mens? Nee, dat niet. Wel een mazzelaar. Vroeger kreeg ik net iets meer aandacht. Ik beken, dat vond ik best tof. Natuurlijk speelde ik jullie graag tegen elkaar uit. Achter dat engelengezicht zat een gewiekst kind. Rondrijden in de buggy vond ik geweldig. Jullie duwden me om beurten de kamer door. Met verve. Alsof jullie hoogstpersoonlijk een Ferrari Testarossa bestuurden.

Het moest voor jullie wel bijzonder zijn geweest om een zusje uit een ver land erbij te krijgen. Adoptie was in de jaren ’70 toch nog iets aparts. In die tijd schreef mama in haar dagboek: De eerste dagen volgen Lars en Sven alles vol belangstelling. Ze wijken niet van je zijde. Je broers zijn stapelgek op je. We hadden gedacht dat ze jaloers zouden worden op de aandacht die jij kreeg, maar dat is niet zo. Sven zoent je de hele dag, Lars verzorgt je meer. Hij voelt zich erg groot met zijn kleine zusje. Je vond het prachtig, want je lachte veel naar hem. Sven is vreselijk trots op elke vordering die je maakt en vertelt dat aan iedereen die maar luisteren wil. Hij overdrijft er ook wel bij.

IMG_3409Onze band was vanaf de eerste dag goed, nog steeds. We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar tonen genoeg interesse in elkaars reilen en zeilen. De laatste jaren doen we meer leuke dingen met elkaar: uit eten, borrelen of samen naar Breda Live gaan. Zelf bewaar ik vooral fijne herinneringen aan de periode waarin we regelmatig met zijn drietjes naar de bios gingen. We haalden het grappigste in elkaar naar boven. Krankzinnig en geestig waren we in de zaal. Beetje tof tegen elkaar lopen doen. Ik lag dan vaak te schuddebuiken van het lachen. Malle jongens! Humor houdt ons op de been.

Net als alle broers en zussen kennen wij ook onze ups en downs. We kunnen bijvoorbeeld streng tegen elkaar uitvallen. Soms lopen de emoties hoog op en vliegen we uit de bocht. Het is niet altijd even makkelijk om als kleine ninja tegen jullie op te boksen. Tijdens een woordenwisseling verlies ik vaak het overzicht. Kleine dingen worden opeens ingewikkeld en dan raak ik in paniek. Ons geduld raakt vlug op, maar de boosheid is snel over. Onze stop & go penalty’s duren nooit lang. Vaak lopen we even weg, tanken bij en gaan weer op goede voet met elkaar verder. Zelfs tijdens lastige momenten proberen we achteraf altijd de humor van een situatie in te zien.

Blog broederliefde - IJmuidenJullie zijn soms echte stomme broers, vooral vroeger. Ik heb weleens gewenst dat ik een grote zus had, ik zeg het eerlijk. Maar we zijn er voor elkaar, no matter what. Als één van ons onrecht wordt aangedaan, zijn we heel territoriaal. Daar herkennen we elkaar in. Maak geen ruzie met Team Bakker. Voor jullie heb ik alles over. Ik loop er 100 kilometer voor als het moet. Want: jullie zijn namelijk wel mijn stomme broers. Ik deel misschien niet hetzelfde DNA, maar voel me voor altijd met jullie verbonden. Ons bloed stroomt door hetzelfde hart. De broederliefde zit er, rotsvast.

Jullie kleine zusje

Banger hart

Onbaatzuchtige liefde, zo moet de band zijn tussen ouders en kind. Helaas gaat dit niet altijd op. U kent in uw omgeving misschien wel mensen die geen contact meer hebben met hun vader en moeder. Verjaardagspartijtjes worden vermeden en kleinkinderen groeien op zonder hun opa en oma te leren kennen. Hartverscheurend. Het is soms haast ondraaglijk, omdat het je angstig maakt, en verdrietig. Wat moet je daarmee, met die gevoelens, als het proces zo groot en onomkeerbaar lijkt? Uit onmacht verbreken veel kinderen alle banden met hun ouders, maar de navelstreng wordt niet doorgeknipt.

IMG_2987Aan je familie zit je vast. Als kind kun je niet van je ouders scheiden. Zoiets is toch ook onmogelijk, dacht ik altijd. Totdat ik in mijn studententijd een stukje in de krant las over een jonge vrouw die haar adoptie juridisch liet terugdraaien. Van de ouders die zich 20 jaar geleden over haar ontfermden, wilde ze voorgoed af. Ze was slechts een paar jaar ouder dan ik en ook van Koreaanse origine. Wat was het geval: adoptie kan op grond van artikel 231 (Boek 1) van het Burgerlijk Wetboek ongedaan worden gemaakt. Of ‘herroepen’, zoals het daar heet, want het gaat om het terugdraaien van een juridisch besluit, niet om het veranderen van een biologisch feit. Maar er is een streng beperkende voorwaarde aan verbonden. Het verzoek moet door de geadopteerde worden ingediend niet eerder dan 2 jaren en niet later dan 3 jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. Tussen je 20e en 21e dus. Raar maar waar.

Voor het eerst ging ik echt serieus nadenken over mijn eigen adoptie. Ik zat op de journalistenschool en het verhaal van deze vrouw borrelde in mijn gedachten. Wat een wereld van verschil, dacht ik. Mijn ouders brachten me juist bij dat je je hart helemaal kunt openen voor iemand die totaal anders is dan jij. Het Nieuwsgierige Aagje in mij domineerde en brutaal nam ik contact op met haar advocaat mr. Miel Koomen. In zijn bijna 30-jarige carrière heeft hij ruim 15.000 adoptiezaken afgehandeld. Omdat ik zelf was geadopteerd, stemde hij uiteindelijk in met een interview. Met veel overredingskracht lukte het me ook om een afspraak te maken met de geadopteerde vrouw, Nancy heette ze toen. Naar verluid heeft ze na de scheiding van haar ouders haar Koreaanse naam weer aangenomen. Van wat Nancy en haar advocaat destijds precies vertelden, herinner ik me helaas niet zo veel. Maar dat ik ze ooit heb gesproken, heeft me nooit meer losgelaten.

IMG_4965Na ruim zeventien jaar drinken mr. Koomen en ik samen weer een Haags bakkie. Die dag zit ik er niet meer als een naïef schoolmeisje, maar als een gelijkwaardige gesprekpartner. Hij grinnikt om de naam The Running Ninja en praat openhartig over zijn werk. ‘Soms is er gewoon geen klik’, zegt hij. ‘Die chemie moet er wel zitten. Net zoals je dat ook hebt met andere dingen in het leven zoals je partner of met je vrienden. Je weet van tevoren niet wat voor kind je in huis haalt, zowel genetisch als emotioneel niet. In mijn omgeving zie ik veel gezinnen waarin het goed gaat, maar soms verloopt het iets minder soepel. Opeens gaat er een schuifpui dicht en omringt het kind zichzelf met dubbel glas.’

Bij Nancy weet ik niet precies hoe het is gegaan. Ik ken alleen haar kant van het verhaal. ‘Ze werd gekleineerd en gediscrimineerd door haar eigen ouders’, vertelt advocaat Koomen. ‘Ze scholden haar uit voor spleetoog en riepen dat ze dankbaar moest zijn voor haar adoptie.’ Allemachtig, het lijkt me verschrikkelijk als je eigen vader en moeder zulke nare dingen over je zeggen. Welke ouders doen nu zoiets? Daar bestaat geen enkel excuus voor. Ik begrijp hoe naar het is om je afgewezen en verraden te voelen. Dat je dan wilt vluchten en uit zelfbescherming die ‘kunstmatige’ band met die mensen doorsnijdt.

Toch heb nooit begrepen waarom deze vrouw haar adoptie heeft laten herroepen. Hoewel ik sympathiseer met Nancy, profileer ik me als journalist het liefst als Zwitserland. Ik probeer neutraal te blijven en zweer trouw aan het hoor- en wederhoorprincipe. Er zijn altijd twee kanten van een verhaal te vertellen. Natuurlijk weet ik dat geadopteerde kinderen vaak emotioneel beschadigd zijn. We leven intuïtief en de intensiteit van de emotie is sterk. Een aantal van ons lijdt aan het geen-bodemsyndroom en treiteren hun adoptieouders net zo lang totdat de bom barst. Woede en teleurstelling is voor hen bekend terrein. Wat van jou is, is niet meer van mij. Op hun familienaam kunnen ze niet trots zijn. Als ik die naam niet meer heb dan is alles goed, moet Nancy gedacht hebben.

Kleine Anouk aan telefoonDat is natuurlijk niet zo. Het gaat haar leven niet veranderen. Verdriet verdient een antwoord, maar soms is er geen. Dat is het leven: je ergens bij neerleggen, niet alles is te lijmen. Denk niet dat ik nooit met dingen wil gooien. Ik weet wat dat voor woede is. Niemand is immuun voor het nieuws dat je bent afgestaan door je eigen moeder. Maar ik heb het verdriet omarmd, want in deze wereld worden we al genoeg beheerst door angst. De angst om te verliezen, niet goed genoeg te zijn, alleen te zijn, alleen oud te worden, eenzaam te sterven. Door die angst vergeten we te leven. Maar dat bange meisje ben ik niet meer. Want een ding heb ik na 37 jaar geleerd: familie is sterker als je aan dezelfde kant staat. Geërfd van mijn adoptieouders.

Spleetoog

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is er de mooiste van heel het land? Ik was vroeger al een beetje ijdel. Verder gedroeg ik me voorbeeldig en schopte nooit stennis. Alleen als het op mode aankwam, liet ik me gelden. Ooit brulde ik als een kleine satan de hele straat bij elkaar, omdat mijn moeder wilde dat ik een bepaald kledingstuk aandeed. Enkel omdat die jurk in mijn ogen zó vorig jaar was.

Kleine-Anouk---voor-de-spiegelDe mini-fashionista in mij was geboren. Ik vind het heerlijk om me te verkleden. Het liefst honderd keer per dag. Op mijn vierde paradeerde ik in de woonkamer al rond op de hakken van mijn moeder. Ik weet nog goed dat het me in een bepaalde sfeer bracht, alsof ik in een film speelde. Er is niks zo mooi als jezelf met kleding te transformeren tot wie je wilt zijn. En ik wilde het liefste een prinses zijn met gouden lokken en lelieblanke huid.

Dit is geen lofzang op de ijdelheid, maar een voorbeeld van de zoektocht naar mijn identiteit. Op de kleuterschool begon ik me bezig te houden met mijn afkomst. Wanneer ik niet met de Barbies speelde of mijn kappersambities op onschuldige slachtoffers botvierde, zat ik achter mijn meisjeskaptafel. Urenlang kon ik naar mijn spiegelbeeld staren. Ik hield hele gesprekken met mezelf. Soms probeerde ik via mijn moeder iets meer over mezelf te weten te komen. Waarom heb ik spleetogen? Mag ik ook geel haar? Heb ik iets van jou geërfd? Daar had ik het als ukkepuk erg druk mee.

Iets waar denk ik veel adoptiekinderen in hun jeugd mee worstelen, is hun uiterlijk. Niet zozeer de wens om de knapste te zijn, maar de ijdele hoop er gewoon bij te horen. Net als iedereen om me heen voel ik me een oer-Hollands mens. Alleen ben ik een kaaskop van binnen en een spleetoog van buiten. Zoiets schept verwarring. Mijn ouders zijn blanke Nederlanders. Ik ben 100 procent NL opgevoed en voel me totaal geen Koreaanse. In onze vinexwijk was ik aanvankelijk jarenlang de enige ‘buitenlander’. Eigenlijk heb ik een hele blanke jeugd gehad. Aan Koreaanse vriendinnetjes deed ik niet. Mijn BFF’s waren keurige hockeymeisjes met Olily bloesjes en 501-spijkerbroeken. Van Koreaanse jongens moest ik niks hebben.

Misschien was dit onbewust wel onderdeel van mijn heimelijke verlangen blank te zijn. Op school hoorde ik er nooit echt bij. Klasgenoten scholden me uit voor spleetoog. Kinderen in de wijk spraken me aan met ‘rare Chinees’ en noemden me ‘vieze loempia’. Ze riepen dat mijn vader en moeder niet mijn echte ouders konden zijn. ‘Was ik maar gewoon wit’, mijmerde ik vaak tegen mijn spiegelbeeld. Want: met blonde haren en blauwe ogen kon ik gewoon opgaan in de massa. Dan hoefde ik me nooit meer zo eenzaam en verdrietig te voelen. In de ogen van een adoptiekind is een blank uiterlijk het medicijn tegen alles wat niet klopt in onze maatschappij.

IMG_5136Dit is een utopie, weet ik nu. Ik ben simpelweg niet doorsnee. Waar iedereen linksaf slaat, ga ik rechts. Gelukkig ontdek ik steeds meer wie ik ben, ook de stoere kant in mezelf. Zo liet ik twee weken geleden mijn lange lokken kortwieken. Niet iedereens kopje thee, maar wel mijn smaakje. Het leven draait voor mij nu om authenticiteit, niet meer om mooie grote blauwe kijkers. Alleen wijzelf kunnen ervoor zorgen dat we ons sterk en mooi voelen. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik alles niet meer zo zwart-wit, maar staart er een blije Ninja terug. Zoals mijn filmheldin Audrey Hepburn ooit zei: ‘I believe in pink…I believe in kissing, kissing a lot…and I believe that happy girls are the prettiest girls.’

Retour afzender

Als het over adoptie gaat hanteer ik altijd de botte bijl. Toegegeven, ik ben niet echt onder de indruk van terug-naar-mijn-roots-verhalen. Dat is wat ik mezelf jarenlang heb wijsgemaakt. Iets met dingen heel hard roepen totdat je er zelf in gaat geloven.

Als kleuter was ik namelijk wél gefascineerd door mijn afkomst. Uit het oude dagboek van mijn moeder blijkt dat Korea één van mijn favoriete gespreksonderwerpen was. Op 6 april 1981 schreef ze: ‘Anouk laat zien dat ze ook op 1 poot kan lopen, net als een ooievaar. Die ene poot intrigeert haar. Ze vraag er van alles over. Ook of hij op 1 poot staat als hij kindjes heeft. Dan zegt ze ineens: “Kindjes in Korea willen naar hun papa en mama toe. Uh (huilachtig), mijn papa en mama zijn dood. Uh, ik wil naar mijn papa en mama toe.” Geen idee wat hier de directe aanleiding voor was. Waarschijnlijk krijgt ze heel wat te horen. Ze is ook bezig met haar afkomst. Ze is het er niet mee eens dat ze niet uit mijn buik komt. Het is ook vreemd, naar mijn gevoel komt ze wel uit mijn buik. Hoewel ik toch beter zou moeten weten.’

Kleine Anouk kopie

Mensen in mijn omgeving weten dat ik blokkeer wanneer ze het onderwerp adoptie aansnijden. Doen ze dat toch dan krijgen ze een venijnige blik toegeworpen. Ze kijken dus wel uit. Mijn goede vriendin Susan trekt zich hier weinig van aan. Ze is fan van mijn killer heels, maar wars van mijn dodende blik. Een paar weken geleden mailde ze me een link van een artikel uit de New York Times. ‘Als je je verveelt…dit kwam ik tegen’, schrijft ze. ‘Als ik Korea zie staan, denk ik aan jou.’ Potverdorie, mompel ik als ik de URL open en zie dat het een lang verhaal is van 17 kantjes.

Het artikel gaat over een generatie geadopteerde mensen uit Zuid-Korea die niet kunnen aarden in hun ‘nieuwe’ land. Het merendeel van deze twintigers en dertigers komt uit de VS. Ze emigreren terug naar Seoul in de hoop daar wel een connectie te vinden. Met de Koreaanse cultuur, met hun biologische familie en met andere geadopteerde lotgenoten. Korea is hun echte thuis. Als je in hun hart kon kijken zie je pijn. De pijn van er niet toe doen, van niet goed genoeg zijn, van verstoten zijn. Ze verlangen naar hun ‘echte’ moeder en voelen een soort van loyaliteit jegens haar. Dat snap ik. Ook ik voel soms een onbekend en onontdekt verdriet. Mijn biologische moeder heeft me tenslotte 37 jaar geleden in de steek gelaten. Als ik toen kon praten, zou ik vast schreeuwen: ‘Blijf bij me! Laat me niet in de steek.’ Natuurlijk doet dat iets met je, maar mijn hart breekt echt niet met een droge knak.

Den Haag juli 2013Na het lezen van het artikel was ik met stomheid geslagen. Waarom wil je in hemelsnaam terug emigreren naar Zuid-Korea? Ik voel geen drang om een vreemd alfabet te bestuderen, taekwondo te leren of Koreaanse karaoke te zingen. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om een ticket te kopen. Voor mij geen retour afzender. Natuurlijk realiseer ik me dat mijn Koreaanse broeders en zusters het hele adoptiegebeuren anders ervaren en behoefte hebben aan nazorg. Ik probeer me oprecht in hen te verplaatsen. Een ultieme poging om mezelf open te stellen voor andere ideeën.

Maar toch. Stel je voor dat ik me wel zou interesseren voor mijn adoptie en de hele mikmak. Dan moet ik toch hoognodig het volgende afvragen. Los je dingen op door een enkele reis naar Korea te boeken? Wil je iets tastbaars dat je in een doosje kunt stoppen en af en toe tevoorschijn haalt wanneer je het moeilijk hebt. Dat is toch volstrekt zinloos. Moet ik verlamd van angst en narigheid zijn omdat de vrouw die me heeft gebaard mijn leven uitliep en ik niks kon doen? Je kunt niet eeuwig op zoek gaan naar antwoorden die er niet zijn. Wat heb je eraan? Niets. Kop op en wees niet langer dat zielige weesje met verlatingsangst.

Soms moeten dingen zo zijn. Het is zoals het is, en daar ben ik blij mee. Ik wil het leven van nu vieren. Mijn moeder de oren van haar kop af kletsen of samen met mijn vader onze lievelingsserie House of Cards analyseren. Vroeger droomde ik dat ik stiekem een prinsesje was en ooit werd opgehaald door mijn moeder, de koningin. Als ik mijn ouders nu zie denk ik: fijn dat ze er nog zijn. Ik heb zin om van de week boerenkool bij ze te gaan eten.