‘Met hardlopen kun je jezelf zijn’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Egmond foto Rob Glas

Losse veter moment – foto Rob Glas

Fanatiek zijn is geen zonde. Jop van der Steen (22) droomt ervan binnen een paar jaar mee te draaien met de Nederlandse hardlooptop. Daar zet de student veel voor opzij. Zijn leven bestaat uit: trainen, studeren, eten en slapen. Voor hem voelt dit niet als een opoffering. ‘Hardlopen haalt het beste bij me naar boven.’  

Hij wordt in de hardloopwereld beschouwd als één van de aanstormende talenten van ons land. Jop van der Steen is de man in vorm. Bij de Vennenloop in Oisterwijk was er afgelopen zaterdag weer winst voor de atleet uit het loopteam Runshop Greg van Hest. Hij liep een solo in 48.04. Hiermee behaalde hij zijn derde overwinning op rij in een week tijd. Op dit moment leidt hij het klassement voor de mannen senior in het Global e-wegcircuit Midden-Brabant. Uiteraard hoopt hij zijn titel van vorig jaar te prolongeren.

Thuiswedstrijd

Zo’n 5,5 jaar geleden begon Jop met hardlopen. Daarvoor heeft de pabostudent 10 jaar lang fanatiek gehockeyd, net als zijn 2 zussen. ‘Ons team in de A-jeugd bestond uiteindelijk uit 19 spelers’, blikt hij terug. ‘Dit betekende dat er elke wedstrijd 8 op de bank zaten. Hoewel ik meestal wel mocht spelen, voelde dat wisselen niet meer fijn. Toen ben ik eigenlijk per toeval in het hardlopen gerold. Ik deed elk jaar al mee aan de Tilburg Ten Miles, een thuiswedstrijd van 16,1 km die letterlijk langs mijn huis gaat. Ik was nog niet heel actief aan het rennen, maar door het hockeyen had ik wel wat snelheid en een goede conditie ontwikkeld. Toen ik 16 was liep ik ‘m ongetraind in 1:08:11. Mensen in mijn omgeving vroegen vervolgens waarom ik hier niet in verder ging.’

 

Greg van Hest

Dat leek hem wel wat. Via een omweg kwam hij in oktober 2010 terecht bij Greg van Hest. De Tilburger bracht een bezoekje aan de hardloopwinkel van de voormalig topatleet. Deze zag het talent van de jonge hardloper en nam hem op in zijn net opgerichte hardloopteam. Samen met 6 jongens van zijn leeftijd die ongeveer even snel liepen, ging Jop serieus aan de bak. ‘In principe probeer ik 9 keer per week de deur uit te gaan om te trainen’, vertelt hij. ‘Ook doe ik nog twee keer in de week aan krachttraining. Ik heb vorig jaar met mijn studie kunnen regelen dat ik extra tijd krijg om te trainen. Hierdoor hoop ik nog meer uit mijn sport te halen.’

Foto Kees Snepvangers

In de strijd van de wedstrijd met Greg van Hest – foto Kees Snepvangers

Top 8

Voor 2016 legt Jop de lat weer een beetje hoger. Zijn ambities steekt hij niet onder stoelen of banken: ooit hoopt hij de beste te worden. Samen met zijn mentor Greg heeft hij een masterplan opgesteld om over 2 jaar proberen mee te draaien met de nationale hardlooptop. Daarvoor streeft hij naar een aantal straffe tijden. Komend jaar wil hij zijn huidige persoonlijke records aanscherpen op de 5 km (15.25), 10 km (31.25), 15 km (47:30), 10 EM (52.18) en de halve marathon (1:08:53). Van daaruit wil hij ieder jaar steeds iets verder gaan opbouwen. Jop: ‘Hoe langer de afstand, hoe beter ik erin kom. Ik denk dan ook dat de halve marathon mijn sterkste afstand is. Hopelijk lukt het om de nationale top 8 te halen. Daarvoor moet ik een tijd van 1:05:30 kunnen lopen. Er is nog een lange weg te gaan, maar niks is onmogelijk. Als ik ergens voor ga, wil ik er alles uithalen wat er in zit.’

Meester Jop

De jonge loper heeft weliswaar vertrouwen in zijn eigen kunnen, maar is tegelijkertijd ook realistisch. ‘Mijn studie geef ik niet op’, zegt hij stellig. ‘Ik zit nog niet in de positie om op één paard te wedden. Als er door bijvoorbeeld een blessure iets misgaat, heb ik helemaal niks meer. Bovendien vind ik het harstikke leuk om voor de klas te staan. De interesse en waardering die ik van de leerlingen krijg, niet alleen als sporter maar ook als meester Jop, waardeer ik enorm.’

Vriendschap

Voor zijn hardloopdroom moet Jop veel opzij zetten. Zijn leven bestaat uit trainen, studeren, eten, weer trainen en slapen. Er is weinig tijd voor andere dingen. Het voelt echter niet als een opoffering. Want zo legt hij uit: ‘Ik mis het niet dat ik niet elk weekend op stap kan gaan. Er is niet iets dat ik niet kan doen, maar wel zou willen.’ Met loopmaatjes Lauran Beijens, Dennis de Freytas en Björn Koreman heeft hij een hechte vriendschap opgebouwd. Niet alleen delen de jongens een passie voor rennen, maar ze zitten ook in hetzelfde schuitje. ‘Je maakt samen veel mee en dat schept een bijzondere band. Tijdens de duurlopen praten we ook over privé dingen. Daarnaast maken we veel lol, het is soms 12 kilometer lang lachen. Ook buiten trainingen trekken we met elkaar op.’

Met Dennis zweefmoment

Met loopmaatje Dennis de Freytas (l)

Instagram

In zijn spaarzame vrije tijd vindt Jop het leuk om zijn passie voor hardlopen te delen via social media. Op Instagram plaatst hij regelmatig een hardloopfoto. Het mooie hieraan vindt hij dat je er mensen van over de hele wereld mee kunt bereiken. Met bijna 1.050 volgers lukt hem dat al aardig. ‘Mijn sport is niet gebonden aan grenzen of niveaus’, aldus Jop. ‘Met hardlopen kun je gewoon jezelf zijn. Iedereen kan op zijn eigen manier 5 kilometer rennen. Ik geniet er elke dag weer van. Het haalt het beste in me naar boven. Je mag me er ’s nachts voor wakker maken.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Jackpot

Er was eens een meisje met een roze rokje. Ze hield van hardlopen, zat vol ambitie en was niet vies van hard werken. Natuurlijk fantaseerde ze weleens over het winnen van de jackpot om vervolgens te emigreren naar een klein paradijsje op aarde. Een beetje dromerig was het meisje wel, maar niet geheel onrealistisch. Dit jaar wilde ze graag knallen tijdens de marathon. Om precies te zijn die in Rotterdam. Haar favoriete marathon.

Als het meisje ergens haar zinnen op had gezet, ging ze voortvarend aan de slag. Aan half werk deed ze niet, behalve aan halve marathons. Ze schreef zich op 1 oktober direct in voor de marathon in de Maasstad. Diezelfde week klopte ze aan bij haar trainer Harrie. ‘Wil je me helpen met het lopen van een goede tijd’, vroeg ze. ‘Wat is je streeftijd’, wilde hij weten. ‘Ik droom van een 3.40 op de klok’, antwoordde het meisje. ‘Daarvoor moet je flink aan de bak. Mits je daartoe bereid bent, acht ik het niet onmogelijk’, concludeerde hij.

Blog Jackpot - op de Erasmusbrug

Rotterdam bounce!

Op de grote dag zelf verliep alles lange tijd op rolletjes. Tot de 35 kilometer holde het meisjes keurig volgens schema. Toen gingen haar benen verzuren. En hoe. Ze kreeg lichte kramp en haar rondetijden zakten als een kaartenhuis ineen. Opgeven kon ze echter niet. ‘Voor Leentje, Harrie en de jongens’, spookte het de laatste 7 kilometer en 195 meter door haar hoofd. Hiermee doelde ze op Lee Towers, haar trainer, haar vriend & haar hond. Een grapje van haar en haar lief. Daarmee refereerden de twee aan de hoofdpersoon van de film De Marathon. ‘Ik doe het voor hen. Die marathon zal ik godverdomme uitlopen.’

Er was dus maar één optie: doorgaan. Tot aan de laatste snik. Het meisje zette haar verstand op nul en versloeg zo de ‘Man de Hamer’. Na 3 uur, 42 minuten en 16 seconden kwam ze over de finish. Met een prachtig nieuw PR. Niet de gewenste streeftijd, maar dat vond ze niet erg. Nee, die lag dit jaar net buiten bereik. Desondanks had ze een super mooie tijd neergezet. Toch? Of was het beenvriendelijker geweest als ze de eerste helft iets langzamer had gelopen? Dan hield ze meer energie over om de laatste 10 kilometer een extra tandje bij te zetten. Hey stop! Niet doen. Dat was achteraf geklets. Als het niet gaat zoals het moet, gaat het zoals het gaat. Iets wat het meisje ook besefte.

Na de wedstrijd belde ze met haar trainer. ‘Gefeliciteerd! Ik ben trots op je’, zei hij. ‘Wat heb je een mooie vlakke race gelopen. Moet je wel iets bekennen. Toen ik je eindtijd zag, kreeg ik een brok in mijn keel.’ Stilte. Het meisje knikte ondertussen instemmend. Nog vol van haar geleverde prestatie, besefte ze niet dat niemand dit kon zien. ‘Ben je teleurgesteld dat je niet je gedroomde 3.40 hebt gehaald’, klonk het aan de andere kant van de lijn. ‘Nee, absoluut niet. Dit is wat er vandaag in zat. Meer kon ik niet doen. Ik ben een gelukkig mens’, kakelde ze terug.

Terwijl ze dit zei, constateerde ze dat ze in clichés sprak. Iets wat ze doorgaans verafschuwde. Soit, soms zijn die clichés nu eenmaal waar. Ooit had ze er eentje in een tijdschrift gelezen die haar sindsdien was bijgebleven. Van Oprah nota bene. De talkshow koningin zei: ‘Running is the greatest metaphor for life, because you get out of it what you put into it.’

Blog Jackpot Metafoor

Een uitspraak waarmee het meisje zich kon identificeren. Tuurlijk, ze had 16 weken hard gezwoegd om zich klaar te stomen voor de marathon. Maar ze wist ook dat veel afhankelijk was van de vorm van de dag. Soms heb je ook een beetje geluk nodig. En op 10 april 2016 leek alles te lukken.

Met een groot glas Gin & Tonic genoot ze na van haar Rotterdamse triomf. Ze bleek later die avond ook haar slag te hebben geslagen bij de Staatsloterij: 20 euro. Ka-ching! Het voelde echter alsof ze de Jackpot had gewonnen. Het meisje leefde nog lang en gelukkig.

Me, myself & I

Toen ik 5 jaar geleden begon met hardlopen, droomde ik ervan ooit mee te kunnen doen met de grote jongens. Vandaag de dag kom ik nog steeds niet op gelijke hoogte. Letterlijk niet. Die toplopers houd ik natuurlijk niet bij, maar op een goede dag passeer ik wel een rappe recreant. Meestal op de lange afstanden. Zeg vanaf 25 kilometer of meer. Ze zijn dan weleens verbaasd. Ingehaald worden door een onderdeurtje. Zo raakte ik vorige maand bij een marathontraining voor Rotterdam in gesprek met een mede-hardloper. ‘Ik herken jou wel’, zegt hij lachend. ‘Aan je rokje. Jij had me vorig jaar ingehaald bij de 30 van Tilburg. Bij de eindsprint. Dat vergeet ik niet meer.’

Voor veel buitenstaanders ben ik die oriëntaalse hardloopster. Dat kleine meisje in het roze. Een Mega Mindy. Die rennende Ninja. Of een rare Chinees. Tenminste, dat zijn de woorden van een snotaap van een jaar of 11. Hiervoor moeten we een paar weken terug in de tijd. Het jongetje bivakkeert met zijn klas op de atletiekbaan. Elke keer wanneer ik voorbij kom joggen, klinkt er een zacht gelach. Mijn kleine plaaggeest stoot zijn klasgenootje aan. Hij roept: ‘Daar loopt een Chinees!’ Hij begint te marcheren en zwaait zijn armen overdreven de lucht in. Een stoere poging mij te imiteren. Dat hij zelf het enige getinte kind in de groep is, beschouw ik als mijn ironie.

Tussen ons gezegd: ik geniet stiekem van de verraste gezichten als ik mensen vertel dat ik aan hardlopen doe. Zelfs mijn trainer Harrie vraagt het zich weleens af. ‘Hoe krijg je die kracht toch uit dat kleine lijfje van jou geperst’, roept hij weleens gekscherend. Op een zonnige maandagochtend in maart denkt hij het antwoord te weten. Ik kom hem tegen bij ons in de wijk. We blikken samen terug op de wedstrijd van de dag ervoor. Volgens traditie deed ik mee aan de 30 van Tilburg. Een mooie test voor Rotterdam. Enfin, Harrie heeft 30 kilometer achter me gefietst waardoor hij mijn looptechniek heeft kunnen bestuderen. ‘Je landde geen enkele keer op je hielen ’, constateert hij. ‘Is dat goed’, vraag ik hem aarzelend. ‘Jazeker. Op deze manier ga je effectiever met je krachten om. Die lange afstanden liggen jou wel.’ Landen op mijn voorvoeten. Zoiets aardigs heeft nog nooit iemand over mijn lopen gezegd. Ik ben er de hele dag blij van geweest.

 

Mijn geslaagde generale repetitie komt precies op het juiste moment. Lange tijd ben ik bang dat ik tekort schiet in snelheid. Het kost me de grootste moeite om het gewenste marathontempo aan te meten. Dikwijls denk ik weemoedig terug aan vorig jaar. En het jaar daarvoor. Toen leek alles beter te gaan. De vorm laat dus op zich wachten, maar is er net op tijd. Het zelfvertrouwen heb ik terug. Kracht zit ‘m niet alleen in een fysiek perfect lichaam, maar ook in je hoofd. De weg naar Rotterdam verloopt dus met vallen en opstaan. Soms ook letterlijk. Zo beleef ik recent nog een spannend moment. Tijdens de laatste testloop van 35 kilometer maak ik een harde smak op mijn knieën. Gelukkig blijft de schade beperkt. Mijn enige prioriteit is om nu alles heel te houden.

Over precies een week is het eindelijk zo ver. Ik loop dan dé wedstrijd van het jaar. Daar heb ik 16 weken keihard voor getraind. Ik wil dolgraag knallen in Rotterdam. Laten zien wat ik kan. Zeker na de teleurstelling van vorig jaar. Dat betekent een extra scheut gas geven. Bij die gedachte gieren de zenuwen al door mijn lijf. Tijdens de marathon moet ik het zelf doen. Helemaal alleen. Zonder de hulp van mijn trainer. Zonder de steun van mijn loopmaatjes. Best eng. Maar ik ben er klaar voor.

De geschiedenis voltrekt zich op 10 april weliswaar voor mijn ogen, maar krijgt pas vorm in de tijd. Geen Keniaanse tijd, maar wel eentje waar ik trots op kan zijn. Ik streef naar progressie, niet naar perfectie. Hopelijk sprint ik naar een mooi PR. Kleine meisjes met grote dromen komen vaak verder dan je denkt.