‘Hardlopen is gezond oud worden’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Interview Born To Run - Kees Verhoeven foto 1

Gepensioneerd zijn betekent voor Kees Verhoeven (65) niet dat hij achter de geraniums zit. De Brabander rent het liefst elke dag en staat nog elke week aan de start van een wedstrijd. Op de hardloopteller dit jaar staan meer dan 4000 kilometers. ‘Ik vind het belangrijk om op mijn leeftijd fit te blijven.’

Kees Verhoeven voelt zich in zijn element als hij door de Regte Heide rent, een stukje ongerepte natuur vlak achter zijn huis. Het verbaast hem nog steeds dat zoiets moois slechts 5 minuten lopen van hem vandaan ligt. De loper uit Goirle kent het gebied als zijn broekzak. Zo komt hij op plekken die zelfs bij dorpsgenoten onbekend zijn. ‘De omgeving en de dieren zijn hier prachtig’, vertelt hij met een glimlach. ‘Het ziet er elke week weer anders uit, vooral in het voorjaar. Mijn favoriete stuk ligt bij het riviertje de Oude Leij. Dit moeras hebben ze 5 jaar geleden in de oude staat teruggebracht, met houten vlonders en al. Er staat ook een vogelhut in de buurt. Het liefst loop ik met andere mensen, want dan kun je samen genieten van alle natuurwonderen om je heen.’

Run Together 

Daar heeft de Brabander sinds zijn pensioen alle tijd voor. Als Kees niet traint, maakt hij regelmatig een tochtje door de Regte Heide op zijn mountainbike. Bijvoorbeeld om een route uit te stippelen voor de Run Together lopen van ProRun. Het doel van deze lopen is om mensen kennis te laten maken met een natuurgebied bij een van de lopers in de buurt. Iedereen mag meedoen. Samen met de hardloopsite organiseert hij op 2 januari weer een duurloopje door zijn geliefde stukje hei. ‘Dat blijft een schitterende ronde’, roept Kees enthousiast. ‘We lopen met maximaal 20 mensen in een rustig tempo. Als voorloper neem ik de leiding en er blijft altijd een fietser achteraan om de groep bij elkaar te houden. Het is de moeite waard een keer mee te doen.’

Interview Born to Run - Kees Verhoeven foto 2

Middenvelder

Tot afgelopen voorjaar liep Kees elke dag, maar dat heeft hij op aanraden van zijn trainer teruggebracht tot 5 keer per week. Daar moest de loper in het begin wel aan wennen, want stilzitten kan hij niet. Sportief is de pensionaris dan ook altijd al geweest. Hij heeft jarenlang fanatiek gevoetbald. Als middenvelder ontwikkelde hij een hoop loopvermogen. Dat bleef niet onopgemerkt. Zijn zwagers vroegen tijdens de zomerstop van 1984 of hij een keer mee ging naar hun hardlooptraining. ‘Dat leek me wel wat’, blikt hij terug. ‘Ik wilde graag blijven bewegen. Dus waarom niet een keer een paar rondjes mee rennen. Het ging super goed. Liep ik de helft van de mannen er uit. Ze zeiden op de atletiekclub: “Kees, je hebt talent!” Het voetbalseizoen heb ik afgemaakt en ben daarna verder gegaan met hardlopen.’

Interview Born to Run - Kees Verhoeven foto 3

Competitief

Na 6 weken rende Kees zijn eerste wedstrijd. Er volgden nog honderden loopjes, 6 marathons en een aantal podiumplaatsen. Dat deed hij niet onverdienstelijk: 2.55.59 (marathon), 1 uur en 19 min (halve marathon), 59:15 (10 EM), 35.42 (10 km). ‘Ik was erg fanatiek en competitief’, bekent hij. ‘In die tijd bestond mijn leven uit trainen en wedstrijden lopen. Voor mij betekende rennen mijn blik op oneindig zetten en er keihard voor gaan. De sport heette toch niet voor niets hard lopen. Alles draaide toen om de prestaties. Ik loop nog steeds elke week een wedstrijd, maar de druk van toen voel ik gelukkig niet meer.’

Gezond & fit

De jaren van eeuwige strijd heeft hij ver achter zich gelaten. Snelle tijden doen er minder toe. Nu geniet hij tijdens zijn loopjes vooral van de omgeving en van de mensen. ‘Wijsheid komt vast met de jaren’, grapt hij. ‘Als je ouder word, krijg je meer oog voor de schoonheid van de natuur. Dat geeft me veel energie en zo blijf ik me jong voelen. Ik vind het belangrijk om op mijn leeftijd fit te blijven. Daar helpt het rennen natuurlijk ook bij. Ik eet verder goed, ga op tijd naar bed en beweeg elke dag. Hardlopen is gezond oud worden. Daarom houd ik het ook al meer dan 30 jaar vol.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl
Advertenties

Met hardlopen viel ik 40 kilo af

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

12063457_1637998773116450_5429351106025873791_n

Lekker en veel eten stond centraal in het leven van Karen Marcus-Bliekendaal (35). Smullen doet de loopster uit Amersfoort nog steeds, maar wél op haar eigen manier. Door over te stappen op een gezonde levensstijl raakte ze van haar darmklachten en overgewicht af. ‘Ik wilde graag rennen, maar was nog te dik.’

Ze is gek op havermout, salades en smoothies. Sommige lezers kennen haar misschien van haar website Karen’s Kitchen. Naast kokerellen is de foodie met Zuid-Amerikaanse roots verslaafd aan hardlopen. Een goede combinatie vindt ze zelf. ‘De meeste inspiratie voor nieuwe recepten krijg ik als ik een rondje loop door de polder’, bekent Karen. ‘Tijdens het rennen voel ik me helemaal zen en bedenk dan vaak de gaafste recepten. Vaak hol ik dan snel weer naar huis. Ik moet meteen de keuken in, anders ben ik het kwijt. Er ligt standaard een kookschriftje op het aanrecht waarin ik mijn brouwsels opschrijf.’

Gifbelt

Zo gezond is Karen niet altijd geweest. Lekker en veel eten stond centraal in haar leven. Sporten deed de Amersfoortse niet. Ze volgde weleens een dieet, maar dat had enkel het ongewenste jojo-effect. ‘Als ik in de spiegel keek, baalde ik’, vertelt ze. ‘Ik was diep ongelukkig met mezelf en voelde me geen fitte moeder. Al heel mijn leven had ik last van mijn darmen en lag daardoor vaak in het ziekenhuis. Dan was ik weer van huis weg om te worden gereset. Tijdens een van die bezoekjes las ik het boek “Van giftbelt tot tempel”. Dat gaat over bewuster eten. Toen wist ik: Er moet iets gebeuren. Ik moet beter voor mijn lichaam zorgen.’ 

Dik op de bank

Na de geboorte van haar zoon (4), gooide Karen het roer om. Ze wilde graag het goede voorbeeld geven aan hem en haar dochter (9). Stapje voor stapje maakte de loopster kennis met een nieuwe en gezonde manier van leven. De vette happen werden vervangen door sapjes en salades. Ondertussen begon ze voorzichtig met hardlopen, aangestoken door haar man. ‘Hij trainde toen voor de halve marathon’, blikt ze terug. ‘Kwam hij voldaan en bezweet thuis, terwijl ik dik op de bank zat. Dan was ik wel een beetje jaloers. Zelf wilde ik ook zo graag rennen, maar durfde nog niet. Ik schaamde me vanwege mijn figuur.’

Stoute schoenen

De drempel om buiten te joggen, bleef voor Karen lange tijd hoog. Maar ze trok de stoute hardloopschoenen aan en deed 2 keer per week haar trainingsrondje. Ze merkte dat het steeds beter ging en dat gaf haar moed. Desondanks kreeg de kersverse loopster veel nare opmerkingen naar haar hoofd geslingerd. Karen: ‘Dan staarden mensen me aan of begonnen ze over me te roddelen. Tijdens mijn eerste wedstrijd zeiden 2 mannen tegen elkaar: “Als ik er zo zou uitzien, had ik nooit meegedaan. Al dat gewicht dat je extra moet meesjouwen.” Ze dachten dat ik het niet hoorde, maar dat deed ik dus wel. Ik heb me er niks van aangetrokken en de 10 kilometer uitgelopen. Toen ik over de finish kwam, had ik tranen in mijn ogen. Voor mezelf had ik bewezen dat je met overgewicht toch iets kunt bereiken.’

Interview Born to Run Karen Marcus Bliekendaal - aankondiging Facebook

4 seizoenen

Nu 3,5 jaar later is ze 40 kilo lichter. Naar eigen zeggen is ze een ander en beter mens geworden: een fitte moeder, een leuke echtgenote en liever voor zichzelf. Van haar darmklachten is Karen inmiddels af. Als ze niet was afgevallen, had ze niet de vrouw kunnen zijn die ze nu is. Ze heeft eindelijk de energie om leuke dingen te doen met haar zoon en dochter. Zeker als het zonnetje schijnt. ‘Fietsen we met zijn drietjes naar de polder’, roept ze enthousiast. ‘Ge-nie-ten is dat! Vroeger was ik me niet bewust van mijn omgeving. Zo merkte ik amper het verschil tussen de 4 seizoenen, omdat ik altijd binnen zat. Ook lukte het me toen nooit om op school mee te helpen met activiteiten. Maar nu sta ik vooraan met de sportdag van mijn kinderen. Het voelt fantastisch om deze simpele dingen eindelijk samen te kunnen delen.’

Opgeheven hoofd

Door het hardlopen staat Karen veel positiever in het leven. Ze kijkt terug op een fantastisch jaar. ‘In 2015 heb ik dingen bereikt waar ik trots op ben’, vertelt ze. ‘Dingen waarvan ik vroeger dacht dat die buiten mijn bereik lagen. Zo ben lid ik geworden van een atletiekvereniging. Het trainen in groepsverband heeft me veel gebracht: een goede conditie, leuke loopmaatjes en een hoop zelfvertrouwen. Voor ik het wist liep ik mijn eerste halve marathon. Als ik nu door de polder ren of aan de start sta van een wedstrijdje, loop ik met opgeheven hoofd.’

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl

Wees gelukkig

Apple Announces Launch Of New Tablet Computer

Samen met mijn bioscoopvriendin Dewi ging ik vorige week naar de film Steve Jobs. Verrassend genoeg raakte de biografie over boegbeeld en medeoprichter van Apple me. Poef, recht in het hart. Niet zijn weg naar de top intrigeerde me, maar de worsteling met zijn verlatings- en bindingsangst. Voor wie het misschien nog niet wist: Steve Jobs was geadopteerd. Onder druk van haar ouders stond zijn biologische moeder hem direct na zijn geboorte af. Ze studeerde nog en wist dat ze niet voor haar baby kon zorgen. Dat gegeven liep als een rode draad door zijn leven. Op een gegeven moment vraagt hij zich in de film hardop af: ‘Waarom voelen geadopteerde mensen zich vaak in de steek gelaten in plaats van uitgekozen?’

De woorden van Steve Jobs dwarrelen na de voorstelling nog door mijn hoofd. Ook ik voel me anders, wat aparter dan de rest. Adoptie blijft voor veel mensen toch iets bijzonders. Daar heb ik nu vrede mee. Als ik thuis in de spiegel kijk, staart er een gelukkig weesje terug. Mijn vader en moeder liepen over van liefde. Nog steeds. Als ze me zien, denken ze net als bij mijn broers: je bent van ons, hoort bij ons. Dat geeft elke ouder een onbeschrijflijk gevoel. Ik mag mezelf gelukkig prijzen.

Te vondeling worden gelegd is voor iedereen anders. Elke vondeling beleeft dit op zijn of haar eigen manier. Het onderwerp is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Integendeel: ook in Nederland worden baby’s op straat gedumpt. In de krant lees ik regelmatig dat wanhopige vrouwen hun baby achterlaten in een vuilnisbak. Met de komst van de eerste babykamers in Nederland storten journalisten zich op vondelingen die hun verhaal willen vertellen. Deze verhalen komen recht uit hun hart. Ze stellen zich kwetsbaar op. Ze spreken over het meeste persoonlijke: zichzelf.

Journalisten weten ook mij te vinden. Via Google komen ze terecht op mijn blog. Het afgelopen jaar krijg ik drie keer een interviewverzoek. Zo ontvang ik vorige maand een mailtje van een studente journalistiek. Of ze me vragen mag stellen over mijn adoptie. Ze schrijft een groot achtergrondartikel over de opening van de babykamer in Zwolle. Haar stelling komt neer op: zijn babykamers wel of niet oké? Ze belicht netjes alle partijen in deze verhitte discussie. Het verbaast me dat ze mij wil spreken. Ik heb geen zielig verhaal, ben niet ontwricht en ook niet blijvend op zoek naar mijn ‘echte’ moeder.

Wat wil ze dan horen? Hoe goed en gelukkig ik terecht ben gekomen? Ik ben van de generatie vrouwen voor wie werk een baan is, die nooit zijn uitgeleerd, ambitie hebben, wat van de wereld hebben gezien en stijl belangrijker vinden dan mode. Is dat typisch westers? Waarschijnlijk wel. Het is in ieder geval wel wie ik ben. Koreanen schijnen nogal competitief te zijn ingesteld en happig om zich te blijven ontwikkelen. Laten dat net twee van mijn kerneigenschappen te zijn. Dat ben ik dus ook.

Enfin, ik dwaal af. Ik stem toe met het interview. Eén van de redenen dat ik meewerk is de grondige aanpak van de studente journalistiek. Dat lijkt me niet zo eenvoudig bij zo’n beladen onderwerp. Tot mijn verbazing lees, hoor en zie ik mensen van betrokken partijen met elkaar bakkeleien. De emoties lopen hoog op. Er lijkt zich een tweestrijd te ontwikkelen. Partijen die zich in mijn ogen aan dezelfde zijde horen te scharen, staan opeens lijnrecht tegenover elkaar. Babykamers moeten worden verboden, vindt ook de Kinderombudsman. Want: als vrouwen anoniem bevallen zijn ze niet meer te traceren. Kinderen hebben het recht om te weten wie hun biologische moeder is.

Blog wees gelukkig 8In dit soort heikele kwesties is het nooit zwart-wit. De kortste afstand tussen twee punten is niet altijd een rechte lijn. Discussies juich ik toe, maar deze keer uit ik mijn twijfels. Waarom redetwisten over leven en dood? Een baby heeft het recht op een leven. Dat moet niet teniet worden gedaan, omdat de naam van de moeder niet bekend is. Je creëert zo nare situaties. Liefde betekent soms opoffering. Mijn eigen adoptie zie ik als een herinnering aan het verlies van de moeder die ik nooit heb gekend.

Veroordeel de moeder dus niet te snel. Dat ze haar kind afstaat, betekent niet dat ze er niet van houdt. Je kind weggeven doet een moeder niet zomaar. Wanhoop drijft mensen soms tot rare acties. Hoe kun je nu rationeel handelen in een emotionele toestand? Laat haar bevallen in een veilige omgeving. En ja, dat mag wat mij betreft anoniem. Moet een baby dan kort na de geboorte in een vuilnisbak gedumpt worden omdat de radeloze moeder geen uitweg ziet? Stelt u zich toch eens voor wat het betekent als je te horen krijgt dat je de eerste uren van je leven op een dump moest doorbrengen in plaats van in een beschermde wieg.

Begrijpt u me niet verkeerd. Het afstammingsrecht is mooi, maar de wereld vergaat niet als je niet weet wie je biologische ouders zijn. Ik hoef mijn bloedlijn niet te kennen om mezelf beter te voelen. Mijn moeder zegt altijd: wees gelukkig. En dat ben ik ook. Je hebt geen invloed op het nest waarin je terecht komt. Wat je er vervolgens mee doet, is wel aan jou. Maak er dus het beste van.

BLog wees gelukkig 16Dat doe ik zeker. Ik ben één van die vondelingen die zich voelt uitgekozen en niet verstoten. Adoptie kan je leven veranderen, vond ook Steve Jobs. Want zo zei hij: ‘I wanted to meet my biological mother… mostly to thank her, because I’m glad I didn’t end up as an abortion. She was twenty-three and she went through a lot to have me.’

Team Anouk

Trots op AnoukMijn ‘guilty pleasure’ is het kijken van The Voice of Holland. Zangeres Anouk Teeuwe is één van de coaches. In tegenstelling tot mijn beroemde naamgenoot heb ik mijn softe momenten. Eigenlijk best vaak. Ik zet dan een suikerzoet nummer op repeat en geniet van mijn zelfmedelijden. Sterker nog, je kunt me dan echt uitwringen.

Onlangs had ik zo’n moment. De recensies over mijn laatste hardloopartikel waren verdeeld. Ik kreeg de volle laag op internet van een verontwaardigde lezer. Zijn kritiek was er eentje onder de gordel. Daar raakte ik van ondersteboven. Ik ga geen discussies meer online aan, maar besloot deze meneer toch van een antwoord te voorzien. Ik plaatste een luchtige opmerking. Niet op de inhoud, maar op het gevoel.

Voor mij voelde dat als een glorieuze overwinning. Ik was eindelijk voor mezelf opgekomen. Kalm en beheerst. Al heel mijn leven vecht ik tegen mezelf en de rest van de wereld. Wel in stilte. In het echie durfde ik dat nooit. Tijdens discussies stond ik er plompverloren bij. Ik deed dan pinnig of juist stil, omdat ik onzeker was. Al die stoere en flitsende mensen om me heen leken zo adrem. Ik dacht: ‘Ze vreten me op.’ Het enige wat ik wilde was dat iedereen me aardig vond. Erbij horen. Zoeken naar bevestiging. Daar ging ik behoorlijk ver in. Zo ver dat ik mezelf steeds meer begon te verliezen. Ik vond mezelf te oninteressant, niet leuk genoeg en durfde vaak gewoon niet. Als je iets vaak genoeg inprent, ga je er uiteindelijk zelf in geloven. Elke dag. Jaar in jaar uit.

Als ik mee zou doen aan The Voice, deed ik er alles aan om 4 stoelen voor me te laten omdraaien. Vroeger had ik misschien voor de mildere Marco gekozen, maar nu zou ik steevast voor Anouk gaan. Anouk- stem als een nachtegaal, tong als een mes- is goed voor wat reuring in showbizzland. Ik vind haar een wereldwijf. Karakteristiek en kolderiek, één van mijn favoriete zangeressen. Haar stem beperkt zich niet alleen tot zingen, ben je betoeterd. Nee, zij kiest niet voor schijnheiligheid, maar voor eerlijkheid. Dat heel Nederland over haar heen valt, deert haar niet.

Enfin, ik dwaal af. Terug naar mijn zelfreflectie. Dat kon zo niet langer. Ik merkte dat ik daardoor gigantisch blokkeerde. Een paar maanden geleden besloot ik hier korte metten mee te maken. Ik las in een tijdschrift het volgende: ‘Wie wil zoekt een mogelijkheid. Wie niet wil zoekt een reden.’ Via een collega kwam ik in contact met een coach. Ons kennismakingsgesprek herinner ik me als de dag van gisteren. Een zelfverzekerde, ietwat streng ogende dame stelde zich aan me voor. Trudy heette ze. Mijn nieuwe coach gaf me een ferme handdruk. Doodsbang was ik. ‘Kun je iets over jezelf vertellen?’, vroeg ze. Als een malle begon ik te ratelen. ‘Maar wie ben je nu echt’, was haar enige reactie. We praatten beleefd wat verder over mijn werk. Ik merkte dat de automatische piloot zijn werk deed. ‘Heb je ook hobby’s?’, klonk het opeens.

Uit het niets veerde ik op. Ik vertelde over mijn passie voor hardlopen. Over mezelf dus. Dat ik niet altijd voor de gebaande paden kies. Want zo zei ik: ‘Met hardlopen kleur ik graag buiten de lijntjes. Het kleinste lopertje van het veld is niet bang om op te vallen in fel roze. Ik deed voorheen altijd wat mijn vader zei, wat mijn moeder wilde, wat mijn leraren verwachtten, wat mijn broers riepen, wat mijn vriendinnen deden. Met hardlopen heb ik mijn eigen twist.’ Trudy keek me aan. Haar strenge gezicht was verdwenen. Ik besefte dat ik haar strengheid verwarde met kundigheid. ‘Zodra je over hardlopen praat ga je helemaal stralen’, merkt ze op. ‘Zo moet je het ook doen in de andere aspecten van je leven.’

Blog Team Anouk - peace

Toen ik 1,5 uur later haar kantoor verliet, duizelde het me. Waar was ik aan begonnen? Er volgden nog 5 ontmoetingen. Vergis je niet, het waren heftige sessies. Schrap het woord comfortabel maar uit je vocabulaire. Alles wat je eng vindt, schakel je tijdelijk uit. Het is ronduit naar als een buitenstaander de vinger feilloos op de zere plek legt. Toch lukte het om me open op te stellen en de storm der opbouwende kritiek te doorstaan. Beter nog: ik deed meteen iets met de handvaten die mijn coach aanreikte. Niet slecht voor een koppig onderdeurtje.

Blog Team Anouk blond haarMisschien maak ik al jaren geen lichamelijk groeispurt meer, maar van binnen blijf ik mezelf ontwikkelen. Daar ben ik ben trots op. Authenticiteit is je eigen auteursrecht. Pas op mijn 38e heb ik het gevoel dat ik iets kan. Ik loop marathons, schrijf alleen nog maar over wat ik mooi vind en durf tegenwoordig zelfs slechtnieuwsgesprekken te voeren. En toch faal ik nog regelmatig. Want de weg vinden in een voor mij onbekende stad, lukt me nog steeds niet. Zo kwam ik vorige week te laat op een belangrijke bijeenkomst die ik als journalist moest verslaan. Puur en alleen omdat ik was verdwaald.

Blog Team Anouk - EU ambassadeursconferentie

Mijn leercurve is een steile, maar stimulerende klim. Maar het levert me ook al wat op. Vorige week werd er potverdorie gewoon naar me geluisterd. Voor het eerst luid en duidelijk. Nota bene door een gerespecteerde vakgenoot. Iemand tegen wie ik onwijs opkijk. Dat klinkt misschien raar, maar ik vond het fijn om bij mezelf te merken dat ik inmiddels ook verstand van zaken heb, en dat andere mensen dat erkennen. Net als bij mijn beroemde naamgenoot zit niet iedereen te wachten op mijn relaas. Dat zeggen ze niet, maar je hoort ze denken: ‘Top, die kleine opdonder weet het beter.’ Niet meer panikeren. Ik wil zelf die confrontatie aangaan. Want dat zijn de momenten waarop je groeit. Liever niet zo bits als de controversiële Anouk, maar wel hoppa jezelf laten horen. Je rimpels verdwijnen niet, maar jemig, wat voelt dat goed.