De hardloopconnectie

Anouk met EdwinKent u het verhaal van de 95-jarige man die rent en een wereldrecord neerzet op de 200 meter? De Brit Charles Eugster zette onlangs een fantastische tijd neer van 55.48 seconden. Hij deed dat in categorie 95+ op het British Master-toernooi in Londen. Deze krasse knar bewijst dat je nooit te oud bent om je dromen te verwezenlijken. Daar kun je niets anders dan respect voor hebben.

The Running Ninja is gevoelig voor zulke mooie verhalen. Vooral verhalen van hardlopers intrigeren me. Wie zijn zij? Wat drijft hen? Daar moet ik iets mee doen, vond ik. Toen meneer ProRun mij begin dit jaar vroeg voor hem te komen freelancen, vertelde ik hem over mijn hersenspinsels. Tijdens mijn pitchtalk voelde ik me Roald Dahl himself en kwebbelde enthousiast over mijn masterplan. ‘Is het niet leuk om elke week een loper centraal te zetten op de website? Iedereen heeft een verhaal te vertellen. Er is altijd een kwinkslag, een onverwachte insteek, een mooi relaas.’ Meneer ProRun keek me aan en zei: DOEN! Even dacht ik dat hij me verwarde met de Grote Vriendelijke Reus (GVR) in plaats van een Pink Ninja.

En zo zag mijn rubriek Born to Run op 19 januari het levenslicht. Elke zondag staat er een interview op de site waarin Met Paola Oudejaarsloop 2014recreanten vertellen waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft. Tot nu toe heb ik met 15 mensen een kopje koffie gedronken. Ik kom altijd met pen, maar zonder vragenlijst. Van tevoren weet ik niet altijd wie ze zijn en waarom ze lopen. Dat geeft niet. Al voor het eerste bakkie spot ik wat hen drijft en vind ik een opening voor een verhaal. Daar heb ik een neus voor gekregen.

Geweldig vind ik het, om met verschillende lopers te praten. Sommige critici vinden dat ik puntjes met elkaar verbindt die er niet zijn. Soit! Ik geloof dat goede verhalen gedeeld moeten worden. Deze hardloopkanjers vertellen hun verhaal en het is mijn taak om ze goed te portretteren: eerlijk en puur. Precies zoals ze zijn.

Met Janna DE Cafe feb 2015Door elkaars ervaringen uit te wisselen, krijgen lopers die in een hardloopdipje zitten misschien weer dat ene zetje dat ze juist zo nodig hebben. Ook al is het aantrekken van hun renschoenen op zo’n moment best een opgave, de hardloopverhalen verbinden ons. Ze fungeren als cement tussen hardloopjunkies, recreatieve genieters en wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er.

Als ik aan al deze lopers denk, weet ik dat hardlopen soms een conversatie is. Het moet ons niet uitputten, zou ons ook niet moeten overweldigen, het is simpelweg een van de middelen die we hebben om met elkaar in contact te komen.

Advertenties

Banger hart

Kleine Anouk op ZandvoortOnbaatzuchtige liefde, zo moet de band zijn tussen ouders en kind. Helaas gaat dit niet altijd op. U kent in uw omgeving misschien wel mensen die geen contact meer hebben met hun vader en moeder. Verjaardagspartijtjes worden vermeden en kleinkinderen groeien op zonder hun opa en oma te leren kennen. Hartverscheurend. Het is soms haast ondraaglijk, omdat het je angstig maakt, en verdrietig. Wat moet je daarmee, met die gevoelens, als het proces zo groot en onomkeerbaar lijkt? Uit onmacht verbreken veel kinderen alle banden met hun ouders, maar de navelstreng wordt niet doorgeknipt.

Aan je familie zit je vast. Als kind kun je niet van je ouders scheiden. Zoiets is toch ook onmogelijk, dacht ik altijd. Totdat ik in mijn studententijd een stukje in de krant las over een jonge vrouw die haar adoptie juridisch liet terugdraaien. Van de ouders die zich 20 jaar geleden over haar ontfermden, wilde ze voorgoed af. Ze was slechts een paar jaar ouder dan ik en ook van Koreaanse origine. Wat was het geval: adoptie kan op grond van artikel 231 (Boek 1) van het Burgerlijk Wetboek ongedaan worden gemaakt. Of ‘herroepen’, zoals het daar heet, want het gaat om het terugdraaien van een juridisch besluit, niet om het veranderen van een biologisch feit. Maar er is een streng beperkende voorwaarde aan verbonden. Het verzoek moet door de geadopteerde worden ingediend niet eerder dan 2 jaren en niet later dan 3 jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. Tussen je 20e en 21e dus. Raar maar waar.

Voor het eerst ging ik echt serieus nadenken over mijn eigen adoptie. Ik zat op de journalistenschool en het verhaal van deze vrouw Kleine Anouk aan telefoonborrelde in mijn gedachten. Wat een wereld van verschil, dacht ik. Mijn ouders brachten me juist bij dat je je hart helemaal kunt openen voor iemand die totaal anders is dan jij. Het Nieuwsgierige Aagje in mij domineerde en brutaal nam ik contact op met haar advocaat mr. Miel Koomen. In zijn bijna 30-jarige carrière heeft hij ruim 15.000 adoptiezaken afgehandeld. Omdat ik zelf was geadopteerd, stemde hij uiteindelijk in met een interview. Met veel overredingskracht lukte het me ook om een afspraak te maken met de geadopteerde vrouw, Nancy heette ze toen. Naar verluid heeft ze na de scheiding van haar ouders haar Koreaanse naam weer aangenomen. Van wat Nancy en haar advocaat destijds precies vertelden, herinner ik me helaas niet zo veel. Maar dat ik ze ooit heb gesproken, heeft me nooit meer losgelaten.

Anouk Italia in jeansNa ruim 17 jaar drinken mr. Koomen en ik samen weer een Haags bakkie. Die dag zit ik er niet meer als een naïef schoolmeisje, maar als een gelijkwaardige gesprekpartner. Hij grinnikt om de naam The Running Ninja en praat openhartig over zijn werk. ‘Soms is er gewoon geen klik’, zegt hij. ‘Die chemie moet er wel zitten. Net zoals je dat ook hebt met andere dingen in het leven zoals je danspartner of met je vrienden. Je weet van tevoren niet wat voor kind je in huis haalt, zowel genetisch als emotioneel niet. In mijn omgeving zie ik veel gezinnen waarin het goed gaat, maar soms verloopt het iets minder soepel. Opeens gaat er een schuifpui dicht en omringt het kind zichzelf met dubbel glas.’

Bij Nancy weet ik niet precies hoe het is gegaan. Ik ken alleen haar kant van het verhaal. ‘Ze werd gekleineerd en gediscrimineerd door haar eigen ouders’, vertelt advocaat Koomen. ‘Ze scholden haar uit voor spleetoog en riepen dat ze dankbaar moest zijn voor haar adoptie.’ Allemachtig, het lijkt me verschrikkelijk als je eigen vader en moeder zulke nare dingen over je zeggen. Welke ouders doen nu zoiets? Daar bestaat geen enkel excuus voor. Ik begrijp hoe naar het is om je afgewezen en verraden te voelen. Dat je dan wilt vluchten en uit zelfbescherming die ‘kunstmatige’ band met die mensen doorsnijdt.

Toch heb nooit begrepen waarom deze vrouw haar adoptie heeft laten herroepen. Hoewel ik sympathiseer met Nancy, profileer ik me als journalist het liefst als Zwitserland. Ik probeer neutraal te blijven en zweer trouw aan het hoor- en Pink Provence 2011wederhoorprincipe. Er zijn altijd twee kanten van een verhaal te vertellen. Natuurlijk weet ik dat geadopteerde kinderen vaak emotioneel beschadigd zijn. We leven intuïtief en de intensiteit van de emotie is sterk. Een aantal van ons lijdt aan het geen-bodemsyndroom en treiteren hun adoptieouders net zo lang totdat de bom barst. Woede en teleurstelling is voor hen bekend terrein. Wat van jou is, is niet meer van mij. Op hun familienaam kunnen ze niet trots zijn. Als ik die naam niet meer heb dan is alles goed, moet Nancy gedacht hebben.

Dat is natuurlijk niet zo. Het gaat haar leven niet veranderen. Verdriet verdient een antwoord, maar soms is er geen. Dat is het leven: je ergens bij neerleggen, niet alles is te lijmen. Denk niet dat ik nooit met dingen wil gooien. Ik weet wat dat voor woede is. Niemand is immuun voor het nieuws dat je bent afgestaan door je eigen moeder. Maar ik heb het verdriet omarmd, want in deze wereld worden we al genoeg beheerst door angst. De angst om te verliezen, niet goed genoeg te zijn, alleen te zijn, alleen oud te worden, eenzaam te sterven. Door die angst vergeten we te leven. Maar dat bange meisje ben ik niet meer. Want een ding heb ik na 37 jaar geleerd: familie is sterker als je aan dezelfde kant staat. Geërfd van mijn adoptieouders.

Ctr + Alt + Delete

Runner GirlIk kom er gewoon maar rond vooruit: hardlopen is niet altijd even makkelijk. Natuurlijk zou ik willen zeggen dat alles altijd op rolletjes loopt, maar dat is niet zo. Elke loper krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag. Ik praat dan niet alleen over de fysieke pijntjes, maar ook over de dingen waar niemand graag over praat: de twijfel in je hoofd, het gebrek aan zelfvertrouwen, de faalangst, de druk om te presteren.

Achter de blije foto’s, PR-verhalen en schoenenparades op social media schuilt ongezien ook klein verdriet. Op sommige ochtenden word je wakker en lukt het gewoon niet. Het liefst kruip je weer onder de wol en wens je dat je een lange winterslaap mag houden. Nee, dan staat het huilen je nader dan het lachen. Soms is hardlopen gewoon kilometers maken. Niks meer en niks minder.

Daar kan The Running Ninja over meepraten. Zeker in aanloop naar de marathon van RotterdamRunning - 30 van Tilburg 2015 is het echt afzien. De vorm van de dag is net zo veranderlijk als het Nederlandse weer. Vorige week rende ik nog de sterren van de hemel tijdens de 30 van Tilburg. Afgelopen zondag had ik een gigantische off-day. Ik liep de wekelijkse lange duurloop met lood in mijn benen, en dat 32 km lang. Het komt niet vaak voor, maar de gevreesde ‘Man met de Hamer’ stond me mooi op te wachten. Bij de 20 km sloeg hij keihard toe. Toen ik na ruim 3 uur zwoegen thuiskwam, was ik blij dat ik deze marteling kon afvinken op mijn trainingsschema. Eentje die al maanden braaf op mijn koelkast hangt en die ik trouw afwerk. Deze training was een duidelijk geval van Ctr + Alt + Delete. Dat kon ik overigens pas doen na een lang dutje op de bank.

Running - ZeelandNa een mindere dag moet ik mezelf echt oppeppen om de moed niet te verliezen. Maar hé, niks mis met af en toe een uitdaging. Je word alleen beter als je ook een keer voelt hoe het niet moet. Als iets de eerste keer niet lukt, probeer het dan nog een keer. Tegenslag maakt elke loper sterker. Want hoe naar we ons soms ook voelen, opgeven is geen optie. Vallen, opstaan en weer doorgaan, is mijn motto.

Wat ik in mijn 4-jarige loopcarrière heb geleerd is niet alleen snel hollen, maar vooral dat er meer is dan alleen dat. Hardlopen is belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Het is gebaseerd op passie en die komt bij mij in pieken en dalen. Op weg naar Rotterdam heb ik fysieke kracht nodig, maar zeker ook een mentale boost. In deze uitdagende tijden leun ik op vriendschap en vriendelijkheid. Gelukkig heb ik een vangnet van lieve loopmaatjes. We moeten elkaar er soms letterlijk doorheen trekken. Als er iemand in de put zit, zorgt de rest ervoor dat deze het gevoel voor lopen weer terugkrijgt. Dat noem ik oprechte bezorgdheid en raakt me dan ook tot op het hardloopbot.

Dus kop op, Ninja! Hou vol! De eindstreep is in zicht. De magische Coolsingel lonkt voor jou en je hardloopvrienden. Focus jeZeeland lopen op de positieve dingen. Wakker die gelukshormonen aan. Niets geeft bijvoorbeeld meer voldoening dan joggen op een mooie lenteochtend. Je huid krijgt een gezonde glow en de rest van de dag doen die blije stofjes wonderen voor je humeur. Hardlopen is bovendien de goedkoopste en meest effectieve manier om perfecte billen te kweken.

Om deze peptalk af te sluiten, citeer ik een van mijn loopmaatje. Hij zegt altijd: ‘Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus.’ Deze wijze woorden draag ik elke dag bij me. Ik gooi de handdoek dus nog niet in de ring. Die strakke billen zie ik namelijk wel zitten.

Spleetoog

Kleine-Anouk---ijsprinsesSpiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is er de mooiste van heel het land? The Running Ninja was vroeger al een beetje ijdel. Ik was een lief en braaf kind dat nooit echt stennis schopte. Alleen als het op mode aankwam, liet ik me gelden. Ooit brulde ik als een kleine satan de hele straat bij elkaar, omdat mijn moeder wilde dat ik een bepaald kledingstuk aandeed. Enkel omdat die jurk in mijn ogen zó vorig jaar was.

De mini-fashionista in mij was geboren. Ik vind het heerlijk om me te verkleden. Het liefst honderd keer per dag. Op mijn 4e paradeerde ik in de woonkamer al rond op de hakken van mijn moeder. Ik weet nog goed dat het me in een bepaalde sfeer bracht, alsof ik in een film speelde. Er is niks zo mooi als jezelf met kleding te transformeren tot wie je wilt zijn. En ik wilde het liefste een prinses zijn met gouden lokken en lelieblanke huid.

Dit is geen lofzang op de ijdelheid, maar een voorbeeld van de zoektocht naar mijn identiteit. Op de kleuterschool begon ik me bezig te houden met mijn afkomst. Wanneer ik niet met de Barbies speelde of mijn kappersambities op onschuldige slachtoffers botvierde, zat ik achter mijn meisjeskaptafel. Urenlang kon ik naar mijn spiegelbeeld staren. Ik hield hele gesprekken met mezelf. Soms probeerde ik via mijn moeder iets meer over mezelf te weten te komen. Waarom heb ik spleetogen? Mag ik ook geel haar? Heb ik iets van jou geërfd? Daar had ik het als ukkepuk erg druk mee.

Iets waar denk ik veel adoptiekinderen in hun jeugd mee worstelen, is hun uiterlijk. Niet zozeer de wens om de knapste te zijn,Kleine-Anouk---voor-de-spiegel maar de ijdele hoop er gewoon bij te horen. Net als iedereen om me heen voel ik me een oer-Hollands mens. Alleen ben ik een kaaskop van binnen en een spleetoog van buiten. Zoiets schept verwarring. Mijn ouders zijn blanke Nederlanders. Ik ben 100 procent NL opgevoed en voel me totaal geen Koreaanse. In onze vinexwijk was ik aanvankelijk jarenlang de enige ‘buitenlander’. Eigenlijk heb ik een hele blanke jeugd gehad. Aan Koreaanse vriendinnetjes deed ik niet. Mijn BFF’s waren keurige hockeymeisjes met Olily bloesjes en 501-spijkerbroeken. Van Koreaanse jongens moest ik niks hebben.

Misschien was dit onbewust wel onderdeel van mijn heimelijke verlangen blank te zijn. Op school hoorde ik er nooit echt bij. Klasgenoten scholden me uit voor spleetoog. Kinderen in de wijk spraken me aan met ‘rare Chinees’ en noemden me ‘vieze loempia’. Ze riepen dat mijn vader en moeder niet mijn echte ouders konden zijn. ‘Was ik maar gewoon wit’, mijmerde ik vaak tegen mijn spiegelbeeld. Want: met blonde haren en blauwe ogen kon ik gewoon opgaan in de massa. Dan hoefde ik me nooit meer zo eenzaam en verdrietig te voelen. In de ogen van een adoptiekind is een blank uiterlijk het medicijn tegen alles wat niet klopt in onze maatschappij.

Anouk-kort-kapsel-maart-2015Dit is een utopie, weet ik nu. Ik ben simpelweg niet doorsnee. Waar iedereen linksaf slaat, ga ik rechts. Gelukkig ontdek ik steeds meer wie ik ben, ook de stoere kant in mezelf. Zo liet ik 2 weken geleden mijn lange lokken kortwieken. Niet iedereens kopje thee, maar wel mijn smaakje. Het leven draait voor mij nu om authenticiteit, niet meer om mooie grote blauwe kijkers. Alleen wijzelf kunnen ervoor zorgen dat we ons sterk en mooi voelen. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik alles niet meer zo zwart-wit, maar staart er een blije Ninja terug. Zoals mijn filmheldin Audrey Hepburn ooit zei: ‘I believe in pink…I believe in kissing, kissing a lot…and I believe that happy girls are the prettiest girls.’

Compressiestring

Met Monique van de Ven - Ladies NightIk mis mijn allerbeste loopmaatje Monique. We liepen in 2013 samen onze eerste marathon en vorig jaar deden we het nog eens dunnetjes over. Drie weken daarna verhuisde ze naar het zonnige Californië. Voor het werk van haar man, niet vanwege een post-marathon depressie. Mijn vriendin is namelijk één van de sportiefste vrouwen die ik ken. Zo’n tien jaar geleden leerden we elkaar kennen op de lokale sportschool. Sindsdien loopt sporten als een rode draad door onze vriendschap. Spinnen, bodypumpen, Zumba, XCO en later dus hardlopen.

Monique introduceerde me in haar hardloopgroep. De lieve schat is de schakel die iedereen met elkaar verbindt. En een gezellige klets. ‘Praten tijdens het sporten is ook een work-out’, zegt ze altijd stellig. En dat is ook zo. Een marathon uitlopen met een gemiddelde spraakwaterval van 1000 woorden per minuut vind ik een knappe prestatie. Ik raak ervan in ademnood.

Hoe dan ook, wij zitten op dezelfde golflengte. Zoals het gaat met best friends vertellen we Met Monique van de Ven - halve van Drunenelkaar alles. Een geliefd onderwerp van ons is de stoelgang. Op de ochtend van de marathon bellen we gerust nog even. Ook al zien we elkaar 2 uur later. Niet alleen voor een peptalk, maar ook om te checken of het al is gelukt. Een grote boodschap voor de wedstrijd beschouwen we als een enorme opluchting. Dat is een applausje waard, vinden wij.

Het volgende verhaal krijgt dan ook zeker haar goedkeuring. Ik moest vorige week nodig naar het toilet. Natuurlijk net tijdens mijn lange duurloop. Wat een gênant moment. Het overkomt toch iedereen, hield ik mezelf voor. Ik zal niet in details treden, maar het had iets te maken met een boodschap nummer 2 en een elektriciteitskastje. Toen ik thuiskwam, wilde ik meteen Monique bellen. Maar zij woont ergens waar het 9 uur vroeger is. Zij had vast enorm om mijn poepavontuur moeten lachen.

Monique van de Ven - afscheid BosloopWat ik vooral aan mijn BFF mis, is haar onvervalste humor. Altijd het zonnetje in de groep. Ik zal nooit die zondagochtend vergeten waarin ik letterlijk buikpijn kreeg van het lachen. Samen met onze loopmaatjes van de marathongroep deden we een trainingsloop van een kilometer of 27. We waren aan het discussiëren over het nut van compressiekousen. Voor de niet-hardlopers: de compressiekousen werken preventief bij kuitklachten, spierverrekeningen en verkrampingen en kunnen helpen bij genezing. Deze hardloopsokken verminderen de schokbelasting waardoor spierschade wordt voorkomen.

Enfin, komt Monique opeens met de term compressiestring. Haar redenering: de compressiekous levert een relatief hoge druk en heeft een afnemend drukverloop van enkel tot knie. Dus de compressiestring is zeer geschikt voor mensen met aambeien. Het is eigenlijk geen rare theorie, maar natuurlijk wel eentje met een dikke knipoog.

Tja, tijdens het hardlopen krijgen lopers de meest originele ideeën. Hieruit blijkt maar weer dat wij heus niet zo serieus zijn alsHardlopen op z'n kop vaak wordt gedacht. Kilometers vreten en lachen gaan prima samen. De grap over de compressiestring sloeg in als een bom. Ons marathongroepje ziet de humor er in ieder geval van in en heeft het er nog steeds over. Eerlijk gezegd weet ik niet of er werkelijk zo’n medische string bestaat. Het werkt misschien niet tegen gênante kwaaltjes, maar geeft wel kleur aan een zware trainingsloop. Monique, mocht je er ooit patent op aanvragen. Ik wil een exemplaar in het roze.