Retour afzender

 

Kleine Anouk kopieAls het over adoptie gaat hanteer ik altijd de botte bijl. Toegegeven, ik ben niet echt onder de indruk van terug-naar-mijn-roots-verhalen. Dat is wat ik mezelf jarenlang heb wijsgemaakt. Iets met dingen heel hard roepen totdat je er zelf in gaat geloven.

Als kleuter was The Running Ninja namelijk wél gefascineerd door haar afkomst. Uit het oude dagboek van mijn moeder blijkt dat Korea één van mijn favoriete gespreksonderwerpen was. Op 6 april 1981 schreef ze: ‘Anouk laat zien dat ze ook op 1 poot kan lopen, net als een ooievaar. Die ene poot intrigeert haar. Ze vraag er van alles over. Ook of hij op 1 poot staat als hij kindjes heeft. Dan zegt ze ineens: “Kindjes in Korea willen naar hun papa en mama toe. Uh (huilachtig), mijn papa en mama zijn dood. Uh, ik wil naar mijn papa en mama toe.” Geen idee wat hier de directe aanleiding voor was. Waarschijnlijk krijgt ze heel wat te horen. Ze is ook bezig met haar afkomst. Ze is het er niet mee eens dat ze niet uit mijn buik komt. Het is ook vreemd, naar mijn gevoel komt ze wel uit mijn buik. Hoewel ik toch beter zou moeten weten.’

Den Haag juli 2013Mensen in mijn omgeving weten dat ik blokkeer wanneer ze het onderwerp adoptie aansnijden. Doen ze dat toch dan krijgen ze een venijnige blik toegeworpen. Ze kijken dus wel uit. Mijn goede vriendin Susan trekt zich hier weinig van aan. Ze is fan van mijn killer heels, maar wars van mijn dodende blik. Een paar weken geleden mailde ze me een link van een artikel uit de New York Times. ‘Als je je verveelt…dit kwam ik tegen’, schrijft ze. ‘Als ik Korea zie staan, denk ik aan jou.’ Potverdorie, mompel ik als ik de URL open en zie dat het een lang verhaal is van 17 kantjes.

Het artikel gaat over een generatie geadopteerde mensen uit Zuid-Korea die niet kunnen aarden in hun ‘nieuwe’ land. Het merendeel van deze twintigers en dertigers komt uit de VS. Ze emigreren terug naar Seoul in de hoop daar wel een connectie te vinden. Met de Koreaanse cultuur, met hun biologische familie en met andere geadopteerde lotgenoten. Korea is hun echte thuis. Als je in hun hart kon kijken zie je pijn. De pijn van er niet toe doen, van niet goed genoeg zijn, van verstoten zijn. Ze verlangen naar hun ‘echte’ moeder en voelen een soort van loyaliteit jegens haar. Dat snap ik. Ook ik voel soms een onbekend en onontdekt verdriet. Mijn biologische moeder heeft me tenslotte 37 jaar geleden in de steek gelaten. Als ik toen kon praten, zou ik vast schreeuwen: ‘Blijf bij me! Laat me niet in de steek.’ Natuurlijk doet dat iets met je, maar mijn hart breekt echt niet met een droge knak.

Na het lezen van het artikel was ik met stomheid geslagen. Waarom wil je in hemelsnaam terug emigreren naar Zuid-Korea? IkKleine Anouk 8 voel geen drang om een vreemd alfabet te bestuderen, taekwondo te leren of Koreaanse karaoke te zingen. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om een ticket te kopen. Voor mij geen retour afzender. Natuurlijk realiseer ik me dat mijn Koreaanse broeders en zusters het hele adoptiegebeuren anders ervaren en behoefte hebben aan nazorg. Ik probeer me oprecht in hen te verplaatsen. Een ultieme poging om mezelf open te stellen voor andere ideeën.

Vroeger drinkpauze met mamaMaar toch. Stel je voor dat ik me wel zou interesseren voor mijn adoptie en de hele mikmak. Dan moet ik toch hoognodig het volgende afvragen. Los je dingen op door een enkele reis naar Korea te boeken? Wil je iets tastbaars dat je in een doosje kunt stoppen en af en toe tevoorschijn haalt wanneer je het moeilijk hebt. Dat is toch volstrekt zinloos. Moet ik verlamd van angst en narigheid zijn omdat de vrouw die me heeft gebaard mijn leven uitliep en ik niks kon doen? Je kunt niet eeuwig op zoek gaan naar antwoorden die er niet zijn. Wat heb je eraan? Niets. Kop op en wees niet langer dat zielige weesje met verlatingsangst.

Soms moeten dingen zo zijn. Het is zoals het is, en daar ben ik blij mee. Ik wil het leven van nu vieren. Mijn moeder de oren van haar kop af kletsen of samen met mijn vader onze lievelingsserie House of Cards analyseren. Vroeger droomde ik dat ik stiekem een prinsesje was en ooit werd opgehaald door mijn moeder, de koningin. Als ik mijn ouders nu zie denk ik: fijn dat ze er nog zijn. Ik heb zin om van de week boerenkool bij ze te gaan eten.

50 tinten roze

Running Hart van Brabantloop 2014‘You may have to fight a battle more than once to win it’, aldus Margaret Thatcher. Wat een unieke persoonlijkheid vond ik haar. Ik was absoluut geen fan, maar respecteerde de vrouw wel om haar lef, doorzettingsvermogen en scherpe oneliners. Ze kreeg zelfs 2 eigen werkwoorden: Thatcherisme en Handbagging. De oud-premier gebruikte haar stevige zwarte tas als geheim wapen. Tijdens kabinetsvergaderingen zette ze de tas op tafel. Soms zwaaide ze er dreigend mee. Je moet het de onverbiddelijke Iron Lady nageven: ze was koers- en stijlvast. Zoals ze zelf zei: ‘This lady is not for turning.’ Ze liet een onuitwisbare indruk achter op het internationale politieke toneel.

Daar droomt The Running Ninja ook van: doen wat je het liefste doet en je door niemand laten tegenhouden. Hoe tof zou het zijn als ik van mijn passie voor hardlopen mijn beroep kan maken? Is het niet waanzinnig als ik over een paar jaar kan leven van mijn eigen website? Wie weet word ik wel grenzeloos populair. Niets is onmogelijk. Maar laat ik niet te hard van stapel lopen. Ik moet mijn alter ego eerst fatsoenlijk introduceren in de regionale hardloopwereld.

Kruikenloop 2015 2En wat is er mooier dan hier op Valentijnsdag mee te beginnen? Daarom deed ik afgelopen zaterdag voor de eerste keer mee aan de Kruikenloop, 3 rondjes van 5 km. De enige wedstrijd waar maf verkleed zijn juist gewenst is. Ondanks mijn afkeer van carnaval deed ik toch een keer gek. Een kennisje van mij had speciaal voor deze gelegenheid een roze ninja-masker gemaakt. Bijna 800 zotte lopers gingen om klokslag 11:11 van start. Mijn rokje, masker en ik hadden een goede dag. Een paar mensen aan de kant scandeerden zelfs mijn naam. Misschien liep ik daardoor wel een nieuw PR van 1:11:36. Samen hebben we er hopelijk voor gezorgd dat mensen ons niet snel zullen vergeten.

Dat is wat ik het komende jaar voor ogen heb: naamsbekendheid. Je moet opvallen. Ik ben namelijk niet het allermooiste meisje of de snelste renster. Wat ik wel heb is een eigen stijl. Mijn hardloopmaatjes herkennen mij niet alleen aan mijn ‘aparte loopje’, maar ook aan mijn outfits. Het liefst draag ik 50 tinten roze. Zelf zie ik me graag als een pink lady en kijk altijd om me heen voor meer inspiratie. Ik draag dus niet per se wat in de mode is, maar wat bij me past. Mode is andermans stijl.

Een eigen stijl is de meest efficiënte manier om uiting te geven aan je persoonlijkheid. Daar hebben we behoefte aan. Via Facebook, Instagram en andere social media delen we honderden foto’s van elkaar. Door voor een opvallendere stijl te kiezen, geef je een duidelijke boodschap. Je laat zien wie je bent of wie je wilt zijn. Eens je hebt gevonden wat je staat, blijf hier dan bij. Net zoals Margaret Thatcher en haar zwarte handtas onafscheidelijk waren.

Running medaille 7HeuvelenloopRoze, dat is mijn handelskenmerk geworden. Ik moet toegeven dat dit niet altijd mijn lievelingskleur is geweest. Als kind was ik nooit zo fan van roze. Ik had geen roze strikjes, geen roze dekbed en geen roze broodtrommeltje. Maar op de een of andere manier voel ik me juist prettig in roze hardloopkleren. Gek, want in het dagelijkse leven draag ik vooral zwart.

Mijn pink crush begon 1,5 jaar geleden toen ik mijn eerste hardlooprokje kocht bij de dames van Hiphardlopen.nl. Hun kleding heeft een hoge feelgood factor. Het dragen van de kleurrijke rokjes en broekjes zorgt voor een instant blij gevoel. Er leuk uitzien zorgt er vaak voor dat ik sneller ga hollen. Ik word dus oprecht blij van mijn hardloopoutfits. Als je iets draagt waar je vrolijk van wordt, dan straal je dat ook uit. In een roze hardlooprokje voel ik me niet uniek, wel heel cool. Pink is not just a color, it’s an attitude!

Zielig

Er is in mijn leven altijd de vraag die misschien nooit wordt uitgesproken, maar die onder-de-radar toch blijft hangen: is het niet zielig dat je bent geadopteerd? En of ik me hier wel thuis voel, krijg ik er als bonusvraag vaak bij.

Vroeger Zandvoort met grote pantoffels

Met dit soort prangende vragen hield ik me nooit bezig. Tot vorige maand. Ik krijg dan een mailtje van oud-collegaatje Ingrid. We hebben in een ver verleden samen op het secretariaat van een farmaceut gewerkt. Allebei bedrijven we nu een andere tak van sport: ik in de journalistiek, zij in de wereld van interieur & design. In haar vrije tijd is ze vrijwilliger bij de Beschermde Wieg. Deze stichting zet zich in voor de opening van babyhuizen en vondelingenkamers. In een speciale ruimte staat een wiegje waar wanhopige moeders die geen andere uitweg meer zien, anoniem hun baby kunnen achterlaten. Jawel, u leest het goed. Ook in ons land wonen vrouwen die hun kind noodgedwongen in alle eenzaamheid en onder slechte omstandigheden ter wereld brengen.

Enfin, Ingrid overrompelt me met de directheid van haar mailtje. Om met de deur in huis te vallen: wat vind ik van dit initiatief? Eronder staat een linkje van een YouTube filmpje waarin bekende Nederlanders vertellen waar de stichting voor staat. Daar word ik wel even stil van. Het onderwerp kruipt steeds dieper onder mijn huid. Een baby in een vuilnisbak breekt elk mensenhart in duizend stukken. Ook die van mij. Het gebeurt niet snel dat iets me zo bij de keel grijpt. Een soort babyluikje, wat moet ik daar nou van vinden?

Anouk in De PontZelf ben ik 37 jaar geleden in Zuid-Korea te vondeling gelegd. Op de stoep van het politiebureau. Zie het als het babyluikje van de jaren ‘70. In die tijd waren er veel ongehuwde moeders die hun baby afstonden. Volgens een artikel in de New York Times deden ze dit vaak niet uit vrije wil, maar onder druk van hun familie. Soms bracht een oma of tante de baby naar het kindertehuis of naar een, vaak illegaal, adoptiebureau. Er ging veel geld om in deze wereld vol geheimen. De jonge Koreaanse vrouwen lieten het allemaal met een stalen gezicht gebeuren. Er is nu eenmaal geen ruimte voor gevoel als je je kind afstaat. Ik denk oprecht dat informatie en veilige plekken de kans op dumpen van een baby verkleinen. Natuurlijk kun je niet iedereen helpen, maar wat de Beschermde Wieg doet is een nobel begin. Er zullen altijd moeders zijn die hun pasgeboren kind te vondeling leggen of zomaar ergens achterlaten. Mijn ‘omma’ wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een veilige plek. Wat zij heeft gedaan, zie ik als een daad van liefde, moed en zorg.

De afgelopen weken spookte die ene gevreesde zin weer door mijn hoofd: ben ik zielig? Na het contact met Ingrid, is mijn hoofd als een gek gaan malen. Als een echte weegschaal heb ik gewikt en gewogen, gemaald en getobd. Er is voor beide kanten iets te zeggen. Ik kom tot het volgende ‘poldermodel’:

Anouk op redactieJPGNee < Hier in Nederland ben ik uitgegroeid tot een nieuwsgierige journalist met de liefste ouders en een leuk leven. Als ik in Zuid-Korea was gebleven, had ik bijvoorbeeld nooit kennis gemaakt met het Nederlands. Niet Nederland, maar de Nederlandse taal bleek mijn land te zijn. Het is mijn taal. Het is zo mooi dat je een vehikel hebt waarmee je jezelf kenbaar kunt maken. Waarin je al zoekende naar het juiste woord, kunt overbrengen wie je bent, wat je voelt, waarnaar je verlangt, wat je mist. Ik besefte pas vorig jaar dat ik toch iets heftigs had meegemaakt. Ik ben toen woorden gaan opschrijven, die woorden werden Facebookberichten: vervolgens schreef ik voor mijn blog en ging ik echt over mijn leven vertellen. De behoefte om te schrijven werd groter dan ikzelf. Ik moest woorden vinden, anders zou ik verdrinken. Ik ben niet vernederlandst, ik ben Nederlands.

Vroeger met mamaJa < Ik heb verlatingsangst. In het kwadraat. Typisch iets voor geadopteerde kinderen. Hoewel ik pas 7 maanden was toen ik naar Nederland kwam, nam ik toch een klein rugzakje bagage mee. Ach, baby’s en kleuters, die hebben geen idee zeggen ze, die weten nog niet wat afscheid is. Ik wel. Loslaten is niet echt mijn ding. Ik vond het als ukkepuk al niet fijn wanneer mijn moeder wegging. Naar de keuken, naar de supermarkt, naar de wc. Niet realiserend dat dit maar eventjes was, liep ik haar als een puppy achterna. Ook durfde ik lange tijd geen innige relaties of vriendschappen aan te gaan, want dat kon zomaar voorbij zijn. Mensen zag ik als passanten, niet als blijvertjes. Dus ja, ik ben bang om in de steek te worden gelaten. Dat is soms wel even slikken, maar dat hoort erbij. Ook de mensen die je voortdurend om je heen wilt hebben, zijn er soms een poosje niet. Geen wonden op mijn huid, wel littekens op mijn ziel. Je voelt het aan de knuffel die ik je zal geven.

Naar een eenduidig antwoord gis ik nog steeds. Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Het is zoals het is. Dat bedenk ik me terwijl ik in de trein naar buiten staar. ‘Every little thing is gonna be alright’, zingt Bob Marley door mijn koptelefoon. Het KNMI waarschuwt die dag voor gevaarlijk en onstuimig weer in het hele land. Ik maak me geen zorgen. Sterke bomen buigen niet, die blijven bij weer en wind staan.

Born to run

Jump runningThe Running Ninja heeft een niet te stuiten roeping: het lopen van de marathon van New York. Deze droom staat bovenaan mijn bucket list. Sterker: het was de reden om 4 jaar geleden te beginnen met hardlopen. Het lijkt me waanzinnig om in mijn roze rokje met 50.000 hardlopers over de straten van Manhattan te zweven.

Voor mijn werk heb ik een paar maanden in New York gewoond. Dat maakt het voor mij extra bijzonder. I heart NYC! Hier bruist en suist het, dag en nacht. Alle mensen die iets groots willen doen, komen naar The Big Apple. Het is een stad waar elke cultuur aanwezig is, zodat het lijkt alsof het de hele wereld in één stad is. Ik kijk met een glimlach terug op mijn tijd als New Yorker.

Dus heb ik me net ingeschreven voor de loting van de TCS New York City Marathon. De kans dat ik één van de gelukkige mensen ben die een startbewijs krijgt, is klein. Iedereen wil op 1 november de ultieme runner’s high ervaren: vanaf de start op Staten Island via Brooklyn, Queens en The Bronx naar de finish in Central Park. Vorig jaar deed ik ook mee, maar viste achter het net. Tja, dat was te wijten aan de helaasheid der dingen.

Enfin, dit jaar pak ik het radicaal anders aan. Ik laat mijn geluk niet afhangen van een grabbelton. Als ik niet word ingeloot, New York Marathonkoop ik een kant-en-klare marathonreis naar New York. Daar hangt een duur prijskaartje aan, maar dat geld sprokkel ik zelf bij elkaar. Ik werk sinds begin dit jaar als freelance journalist voor ProRun. Met het schrijven over rennen, ga ik mijn hardloopdroom sponsoren. Voor mijn droom zet ik alles opzij: cold turkey geen soaps meer kijken, shoptegoed bevriezen en heel veel extra schrijfmeters maken. Ik mevrouw-gat-in-de-hand heb zelfs een speciale spaarrekening geopend. Jazeker, die 3000 euro piep ik binnen. Operatie New York is niet iets wat ik per se nodig heb, maar waar ik wel ongelooflijk veel plezier aan ga beleven.

Born to RunToch knijp ik ‘m een beetje. Het lijkt op papier een krankzinnig idee. Pfff, is het lopen van 2 marathons per jaar niet absurd? Ga ik dit allemaal wel bolwerken? Neem ik niet te veel hooi op mijn vork? Snel denk ik aan het cadeau dat mijn collega’s me gaven nadat ik mijn eerste marathon had gelopen. Een mok met daarop de tekst: ‘Anouk born to run’. Ik merk dat ik er extra strijdlust van krijg. Hallo New York, stad van de onbegrensde mogelijkheden.

Wie in zijn dromen niet vliegt, komt nooit van de grond. Het is toch het allerleukste om jezelf doelen te stellen die onmogelijk lijken en ze dan door hard te werken te halen? Ik leg me dus niet neer bij minder als meer mogelijk is. Wie mij straks over de finish ziet dartelen, weet dat ik mijn Amerikaanse droom heb waargemaakt. Onmogelijkheid bestaat niet. Punt.