Met open armen

 

Statiefoto ons gezinWaar praten mensen het liefste over? Juist ja, zichzelf. Ik ook. Alleen niet over mijn adoptie. Als mensen ernaar vragen, valt het gesprek dood. Ik voel me de levende versie van de stiltecoupé van de NS. Dag mevrouw spraakwater! De journaliste die dagelijks met onbekenden spreekt, klapt dan dicht. Ik wil op zo’n moment iets gemeenschappelijks vinden, niet het andere benadrukken en met een mond vol tanden stotteren. Het overwinnen van mijn verwondering. Ik probeer het gesprek te kantelen naar een ander onderwerp. Minder diepgang, minder emotie, politiek desnoods.

Zo vroeg een collega onlangs of ik dat nieuwe tv-programma ‘Met open armen’ weleens had gezien. Nee, dus met frisse tegenzin heb ik het vorige week gekeken. Bleh, met Natasja Froger. Die overdreven vriendelijke presentatrice die zo van drama houdt, laten we daar niet om heen draaien. Natas volgt de zoektocht van stellen die jarenlang op een wachtlijst staan om een kindje te adopteren. De aankomende papa’s en mama’s vertellen oprecht, lief en welja soms ook ontroerend over hoop, verlangen en angst. Mevrouw Froger zoekt vooral naar het bijzondere verhaal van deze mensen en drukt ze nog net geen doosje met tissues onder hun Hollandse neus.
Het moment suprême is natuurlijk wanneer de blije ouders het kindje in hun armen sluiten. Het kersverse gezin gaat helemaal op in het nieuwe geluk. Voor even bestaat de buitenwereld niet. Daar werkt de regisseur vakkundig naar toe. Lekker inzoomen op dat schattige peuterhoofdje en focussen op twee volwassen mensen die daar wel een beetje emotioneel van worden.

Kleine Anouk met balDit soort sentimentele tv is duidelijk niet mijn kopje thee. De gesuikerde laag om het programma heen vind ik niet nodig. Voor mij doet een traantje-weg-pinkende-Natasja Froger niets. Adoptie is geen tearjerker. Als volwassen geadopteerde vrouw wil ik er vooral lucht in brengen, humor en ook lol. Reflectie jazeker, daar heb ik dan wel weer wat mee. Begrijpt u me niet verkeerd. Het is best bijzonder voor adoptieouders om hun kindje voor het eerst met open armen te ontvangen. Maar geldt dat niet voor alle ouders? Vergelijk dat ophaalmoment met een natuurlijke bevalling. Je adoptiekindje vasthouden voelt als een geboorte. Het enige verschil is dat dit kindje uit een vliegtuig komt en niet uit een buik.

Voor mijn moeder voelde het ook bijzonder. Ze heeft mijn allereerste dag in Nederland beschreven in haar dagboek. Laten we bij het begin beginnen en terugspoelen naar 12 mei 1978. Met haar toestemming deel ik een passage uit haar memoires: ‘Anouk, het is moeilijk alles op een rijtje te zetten. We waren zo vol van je. Het meest logische lijkt me, met de eerste dag te beginnen. We gingen vroeg naar bed, maar konden geen oog dicht doen. Het was ook zo moeilijk, jij daar ergens hoog in de lucht op weg naar ons, en wij wachtend op het moment dat we op konden staan om naar je toe te gaan. Weer moet ik huilen bij de herinnering. Toen je op Schiphol aankwam, had je er een reis van ongeveer 30 uur opzitten. Wij stonden ’s nachts om 4 uur op, bang als wij waren om te laat te komen. Op Schiphol moesten we samen met de andere ouders, broertjes en zusjes nog een tijd wachten. In de perskamer was het tjokvol. Toch werd er weinig gepraat. Iedereen was zenuwachtig en erg geëmotioneerd. Ineens was er babygehuil en kwam het eerste broertje en zusje, daarna kwamen twee zusjes en toen kwam jij. Je lag heel stil in mijn armen, maar bij het zien van anderen begon je te huilen. Gauw zijn we naar een rustiger plekje gegaan. Het bleek dat je dorst had. Papa, Lars en Sven zijn snel je fles gaan warmen. Ik bleef wat op en neer met je lopen. Dat vond je fijn. Zodra je je buik vol had, kregen wij je eerste lachje te zien. We hebben tijden met je zitten keutelen, zijn daarna op zoek gegaan naar de fotograaf en hebben je tenslotte verschoond. Als één der laatsten vertrokken we. Toen we in de parkeergarage uit de lift stapten, stonden daar opa en oma te wachten. Het werden drukke dagen. Het huis was vol bloemen, er kwamen felicitatiekaartjes en je werd overstelpt met kadootjes. Je was vriendelijk tegen iedereen. Je lachte lief.’

Vroeger golfen met mamaNog steeds krijg ik kippenvel als ik dit lees. Haar dagboek zit heel, heel dicht tegen mijn ziel aan. Geen moeilijkdoenerij of krokodillentranen, maar oprechte emotie. Dat is de truc: je kunt een beetje van jezelf laten zien zonder alles bloot te geven. Hoewel ik geen fan ben van ‘Met open armen’ keur ik het programma zeker niet af. Ik denk dat het goed is om een kijkje in de keuken te geven van het adoptieproces, maar laat het kind buiten de camera. Vind je het niks? Zap! Het is gewoon een kwestie van smaak. Iedereen gaat op zijn eigen manier om met adoptie. Ik ben de Running Ninja begonnen om mijn emotie uit te drukken. Om het ijs te breken. Misschien als u mij de volgende keer aanspreekt over het geadopteerd zijn, verras ik u met mijn reactie. Ik zal niet dichtklappen. Dat beloof ik. Zolang we maar niet hoeven te praten over Natasja Froger.

Advertenties

Made in Korea

Kleine Anouk babyWeten waar je vandaan komt, is de manier om je identiteit te behouden. Ik ben Anouk Bakker, 37 jaar en een vondeling. Als baby van drie maanden ben ik afgestaan door mijn biologische moeder. Dat stond in mijn adoptiepapieren. Ik werd gevonden op de stoep voor het politiebureau in Seoel. Keurig verpakt in een schoon setje kleren en een polsbandje met daarop mijn naam en geboortedatum. Ik heette Hye-Jin Kwon en was geboren op 14 oktober 1977 in de Koreaanse hoofdstad. Mevrouw Kwon kon opgelucht adem halen: ik was veilig, ik werd gevonden. Ze wist dat ik naar het kindertehuis zou worden gebracht.

Ik was zeven maanden toen ik werd geadopteerd en heb altijd geweten dat ik een vondeling ben. Boosheid naar mijn geboortemoeder heb ik niet. Hoe kun je nu slecht praten over ouders die je nooit hebt gekend? Ze heeft het gedaan met de intentie dat ik gevonden werd, dat het goed zou komen met me. Daar ben ik van overtuigd. Het is heus niet zo dat een moeder haar kind achterlaat en nooit meer aan dat kind denkt. Die gedachte heb ik op de kleuterschool al weggebonjourd naar het land der fabelen.

Met het feit dat ik een vondeling ben, heb ik nooit problemen gehad. Ik vond het ook nooit moeilijk om erover te praten. Het is gewoon zo gebeurd en het is misschien wel mijn redding geweest. Die gedachte flitste ook door mijn hoofd toen ik vorige week het nieuwsbericht las over de twintig dagen oude baby die in Amsterdam werd gevonden in een vuilniscontainer. Een ondergrondse vuilniscontainer nota bene. Er moest iets verschrikkelijks aan de hand zijn geweest, dit kon niet zomaar gebeuren. Je kind te vondeling leggen doe je niet zomaar. Dat is een niet te bevatten noodsituatie.

Gelukkig voor mij, heeft mijn biologische moeder dat toch gedaan. Want hoe had mijn leven eruit gezien als ik niet was geadopteerd? Daar wil ik nog niet eens over nadenken. Waarschijnlijk krijg ik dan een blik in een andere wereld. Brr, het idee alleen al. Ik hou van Holland. Er is geen plek op aarde waar ik liever zou zijn opgegroeid. Ik heb u lief heerlijk landje. Toen ik hier als baby arriveerde, stond er een onzichtbaar bordje: welkom!

Kleine Anouk op schaatsenNederland ontving me met open armen en ik integreerde snel. Ik voelde me in no time thuis. Alleen mijn spleetogen herinnerden me nog aan Korea. Daarvoor moest ik een reality check doen in de spiegel. Begrijp me niet verkeerd, ik ben trots op mijn Koreaanse roots, maar diep in mijn hart ben ik toch meer een Kaaskop.

Maar hoe je het ook wendt of keert, adoptie is een verlengstuk van mijn persoonlijkheid. Het is dus maar goed dat er genoeg vrouwen op aarde zijn die kiezen voor een kind uit een vliegtuig en niet voor een kind uit hun buik. Dat is niet egoïstisch, maar realistisch. Waarom moet je per se zelf zwanger worden om je moeder te kunnen voelen? Ik vind het juist onbaatzuchtig om een weesje uit een minder bedeeld land een eerlijke kans te geven in het leven.

Enfin, ik heb dus geen zielig verhaal te vertellen. Als dreumes koketteerde ik overigens wel dagelijks dat kindjes uit Korea zielig waren. Maar daar sprak de drama Queen in mij, niet de waarheid. Adoptiekinderen zijn niet sneu, evenmin als weesjes die te vondeling zijn gelegd. Uit iets triest, ontstaat soms ook iets moois. Het is namelijk niet altijd een kwestie van geluk waar je wieg staat, maar vooral wie je uiteindelijk onder hun vleugels nemen. Als kinderen hun ouders konden kiezen, koos ik voor mijn vader en moeder. Zoals ze in Brabant zeggen: Niks mis mi.