Wereldkind

Kleine Anouk 9Als adoptiekind bof je maar. Je krijgt niet alleen een extra paar ouders cadeau, maar ook een bonusverhaal over je afkomst. Bijna elk kind herinnert zich nog de dag dat hun ouders de ‘waarheid’ vertellen. Het-waar-kom-ik-vandaan-verhaal en jij-bent-geadopteerd-uitleg. Zodat je antwoord kunt geven als mensen vragen: weet je het al?

Tja, ik weet het al bijna mijn hele leven. Gelukkig hebben mijn ouders er nooit een geheim van gemaakt dat ik ben geadopteerd. Ze waren altijd heel open en geen enkele vraag was taboe. Alleen stelde ik er nooit eentje, niet echt. Daar had ik nooit behoefte aan. Tot gisteravond. Ik sprak mijn moeder aan de telefoon en vuurde de ene vraag na de andere op haar af. Mijn moeder vertelde toen dat ze in haar dagboek een aantal bijzondere anekdotes uit die begintijd had genoteerd. We waren net verhuisd van de Randstad naar Brabant. Ik was een praatgrage peuter met bolle wangen en een natuurlijke drang om de baas te spelen over de kinderen uit de straat.

Op 6 april 1981 schreef ze: ‘We waren op verjaardagsvisite bij Rianne. Een nichtje van haar kwam binnen en stelde op zeer directe wijze een aantal vragen. Nichtje: Waar komt zij vandaan? Ik antwoordde: Van de overkant, daar wonen wij. Daar nam het nichtje geen genoegen mee en vroeg: Nee, waar komt ze vandaan? Ze ziet er anders uit dan jij. Ik antwoordde: Uit Korea. Het nichtje was nog steeds niet tevreden en zei: Waarom is zij niet in Korea gebleven? Op dat moment vond Anouk het welletjes en sprak: Nou, omdat ik naar mijn papa en mama toe wilde. Hier had het nichtje geen weerwoord op.’

Zou ik toen echt hebben beseft dat ik was geadopteerd? Vast niet. Het is net als tafeltjes uit je hoofd leren. Je kent de Met mamagetallenreeksen maar het echt snappen doe je niet. Het hebben van 2 moeders vond ik vooral erg cool. En handig voor als het mij uitkwam. Zoals die keer dat ik weer eens door mijn twee grote broers werd gepest. Twee lange blonde jongens versus een ukkepuk van nog geen drie. We waren op de terugweg van een vakantie in Zwitserland. Ik was het beu en riep: ‘Ik heb 2 mama’s en jullie lekker maar eentje!’ Voor het eerst in mijn leven kreeg ik ze stil.

Zelf raak ik nog steeds sprakeloos van de persoonlijke vragen die wildvreemde mensen soms stellen. Ook mijn ouders waren in mijn jeugd regelmatig het ‘lijdend voorwerp’. FAQ’s waren: Kunnen jullie geen kinderen krijgen? En: Voelt het wel eigen? Of: Zijn jullie niet bang dat het niet klikt? Dit noem ik geen gezonde nieuwsgierigheid meer. Het is op het brutale af. Andere ouders wordt toch ook niks gevraagd? Op geen enkel kind, geadopteerd of biologisch eigen, staat een niet-goed-geld-terug garantie.

Voor als u het wilt weten. Mijn ouders konden kinderen krijgen en zaten in de luxe positie dat ze nog een baby konden adopteren, mij dus. Dat deden ze uit de overtuiging dat alle kinderen het recht hebben op een thuis. Het was midden jaren ’70 toen ze op tv beelden zagen van kinderen uit Bangladesh die omkwamen van de honger. Mijn moeder zat met tranen in haar ogen voor de buis gekluisterd. Ze zei tegen mijn vader: ‘Die kinderen hebben toch ook een warm bed, eten en een huis nodig. Maar je kunt ze toch moeilijk uit hun land weghalen, ver weg van hun ouders?’ Van buitenlandse adoptie hadden mijn vader en moeder toen nog nooit gehoord.

Net terug van SchipholEen paar weken later waren ze op bezoek bij hun oude buren. Daar hoorden ze voor het eerst dat je kinderen uit verre landen kon adopteren. Een echtpaar van een paar huizen verderop had een kindje uit Colombia geadopteerd. Toen mijn ouders thuis kwamen, haastte mijn vader zich naar boven en belde hij deze bijzondere mensen op om meer te horen over adoptie. Zo kwamen ze in contact met de stichting Wereldkinderen en meldden ze zich aan voor adoptie. Na 3 jaar van intakegesprekken, informatieavonden, bezoeken van de kinderbescherming en veel geduld kregen ze hun derde kindje. Een dochter van 7 maanden.

Zelf heb ik geen broedgevoelens. Toch weet ik dat kinderen krijgen iets moois is. Het is een geschenk waar elke aspirant-ouder van droomt. Of je ze nu zelf baart of adopteert, het is jouw kind. Bonus: Als adoptiekind ben je zonder twijfel gewenst. Geen garantie nodig, wist u dat al?

 

Daddy cool

Met papa Zwitserland JPGPapa: Boodschappen Aldi en AH totaal €8,30
Ik: Ok, bedankt maak het geld over
Papa: Leuke blog trouwens over de marathon. Kan zo in de NRC
Ik: Dat zou te gek zijn, ooit

WhatsApp
Lang leve de iPhone! Mijn vader (72) en ik communiceren in dit digitale tijdperk voornamelijk via de WhatsApp, want dat vindt hij makkelijker. Bang voor nieuwe technieken is de beste man niet. Integendeel, hij omarmt het. Als iets nog praktischer kan, is hij de eerste om het nieuwste foefje te leren. Ontdekt hij weer een nieuwe app? Dan vertelt hij me daar meteen over. Dat vind ik geestig. Mijn vader en ik hebben ook heus weleens real life contact. We wonen niet ver van elkaar vandaan, ongeveer 2 km van deur tot deur. Dat is 9 minuten hardlopen, 5 minuten fietsen of 18 minuten wandelen.

Ontvlambaar
Het voelt prettig dat ik mijn familie dichtbij me heb. De band met mijn ouders is dan wel niet van bloed, maar wel hecht. Vroeger dacht iedereen dat ik meer verknocht was aan mijn moeder. Het steekt me nog steeds dat mensen zo snel met hun mening klaar stonden. Ik ben een moederskindje .Toch kan ik absoluut niet zonder mijn vader. Papa is er altijd voor mij. Ik besef dat elke dochter zijn ups en downs kent met haar vader. We zijn allebei koppig, trots en ontvlambaar. Dat heeft in het verleden vaak gebotst. Wat heb ik de longen uit mijn lijf geschreeuwd als ik mijn zin niet kreeg (best vaak). En smijten met deuren bracht ik eigenhandig naar een nieuwe dimensie.

Met papa

Respect
Ondanks die puberaanvallen kijk ik terug op een fijne jeugd. Ik ben opgegroeid met een vader die dicht bij zichzelf staat. Daar heb ik veel van geleerd: respect voor anderen maar wel de ruimte kunnen opeisen om jezelf te kunnen zijn. Soms had ik wel momenten dat ik het minder leuk vond, maar dat was altijd kort. Dan dacht ik: Moet dat nou? Ja, dat moet want zo is hij nu eenmaal.

Verhuisbusje
Sinds ik geen behoefte meer heb om te rebelleren, waardeer ik mijn vader des te meer. Want diezelfde vader zat vroeger elke vrijdagavond in zijn auto te wachten om mij, twee straten verderop uiteraard, op te halen van de disco. Papa reed onvermoeibaar met een verhuisbusje van de ene naar de andere studentikoze woning. Ook zette hij zonder mopperen op zaterdagochtend vroeg zijn wekker om met mij op een rustige parkeerplaats het inparkeren nog eens extra te oefenen. En hij plakte ontelbare fietsbanden voor mij. Zijn CV puilt uit: chauffeur, verhuizer, schilder, klusjesman, rijinstructeur en fietsenmaker, maar bovenal vader.

Vietnamese loempiaatjes
Ja, ik ben dol op hem. Eerlijk gezegd laat ik dat niet vaak genoeg blijken. Onze band bestaat vooral uit samen dingen doen, het delen van het kleine geluk. Mijn vader en ik hebben samen een aantal voorliefdes: nieuwe recepten uitproberen, voetbal, tennis en shoppen. Toen ik het huis al uit was, deden we nog altijd elke week samen boodschappen bij de grote Albert Heijn. We maakten er dan een feestje van. Na afloop trakteerde ik ons op Vietnamese loempiaatjes, met extra veel hete saus. Als ik wilde weten hoe ik dat lekkere ovengerecht met paksoi moest maken, belde ik niet mijn moeder maar mijn vader. Hij nam me mee naar mijn eerste voetbalwedstrijd in het Willem II stadion en samen trotseerden we de houten tribunes in Ahoy toen we Krajicek zagen winnen tijdens het ABN AMRO toernooi.

Onderonsje papa ProvencePerfecte jeans
Groot pluspunt: mijn vader houdt ook van shoppen en geeft het beste kledingadvies. Het maakt niet uit in welke winkel je met hem bent. Uit een vol rek spot hij feilloos de perfecte jeans of vist net dat ene kekke jasje eruit dat je outfit wat meer sjeu geeft. Zijn fashion sense is van onschatbare waarde. Als papa zegt dat iets mooi staat, dan is dat zo. Dan is het basta. En ook fijn, je bent meteen klaar.

In de lens
Is hij trots op mij? Dat denk ik wel. Hij laat het zo nu en dan blijken, zonder woorden. Wanneer ik ergens een wedstrijdje moet lopen, is hij er bijna altijd bij. Hij is mijn trouwste fan aan de zijlijn. Als begenadigd amateurfotograaf heeft hij de meest prachtige foto’s van mij in actie gemaakt. Als je goed inzoomt, zie je de emotie in mijn gezicht. Want ik kijk dan in de lens, naar papa.

Onvolprezen held
Gek genoeg, denk ik nooit na over mijn biologische vader in Zuid-Korea. Het is zelfs nog nooit in me opgekomen. Misschien omdat ik ook niks mis. De afgelopen 36 jaar was ik natuurlijk weleens ziek, verliefd, eenzaam, woedend of gelukkig. Daarover moest ik urenlang bellen en beppen met mijn moeder, maar mijn vader gaf me de stille kracht om er altijd het beste van te maken. Lief, grappig, trouw en een onvolprezen held: mijn vader.

Kaaskop

Berlijn - Team OranjeEr heerst Oranjekoorts in ons land: hevig en hardnekkig. Ook in mijn vinexwijk wordt massaal gejuicht. Sommige buurtgenoten doen dat in een Roy Donders juichpak, maar het ouderwetse oranje shirt blijft ook on trend. Mijn neefje en nichtjes vinden het WK-voetbal waanzinnig interessant. Ze stuiteren het liefst als juichhamsters door de woonkamer. Ja, we houden allemaal van Oranje.

Afgelopen zondag was ik op bezoek bij mijn broer. Nederland moest die avond tegen Mexico spelen voor een plek in de kwartfinale. Toen ik binnenkwam stormde mijn neefje (7) op me af, met in zijn kielzog een blond jongetje van zijn leeftijd. Het zoontje van de vriendin van papa, wist hij me te vertellen. Twee nieuwsgierige ogen keken me aan. ‘Dit is de zus van Sven’, vertelt zijn moeder die zich inmiddels bij ons heeft gevoegd. Het jongetje kijkt me verward aan. ‘Anouk is geadopteerd, net zoals ons overbuurmeisje. Zij komt uit China.’ Het jongetje knikt. Ondertussen recht mijn neefje zijn rug en legt zijn armpjes in zijn zij. ‘Jij komt ook uit China, mijn juf ook’, zegt hij stellig. ‘Nee, ik ben geboren in Korea’, antwoord ik. Hij schudt zijn hoofd. ‘Dat land ligt vlakbij China’, probeer ik. ‘Vooruit dan maar’, roept mijn neefje en rent snel weg om met zijn vriendje te gaan voetballen.

Het klinkt misschien ook niet overtuigend, bedenkt ik me later. Ik sta op dit moment volop in het leven, maar met een stigma. Als 36-jarige ongetrouwde vrouw met een andere huidskleur val ik op. Ik voel me nog altijd Het Bijzondere Kind van vroeger. Overal waar ik kom willen mensen weten waar ik vandaan kom. Ik antwoord op de automatische piloot dat ik in Korea ben geboren. Noord of Zuid, vraagt een enkeling nog weleens verder.

Tijdens mijn werkstage in Berlijn raakte ik op een dag in gesprek met iemand die een tijdje in mijn geboorteland heeft gewoond. De beste man vertelde enthousiast dat hij een paar woordjes Koreaans sprak. En Seoul vond hij een echte wereldstad. Ik voel me best gevleid dat wildvreemde mensen interesse tonen in mijn afkomst. Ze tonen tenslotte hiermee interesse in mij. Toch kost het me steeds meer moeite om oprecht een leuk gesprek te beginnen over mijn roots.

Berlijn - westrijd NL vs Australie op ambassadeHome is where the heart is. Of nog meer micro: je eigen leefcommunie in een stad, een Kietz noemen ze dat in Berlijn. Ik ben niet zwart, geel of wit, maar een kaaskop met spleetogen. Zolang ik me kan herinneren juich ik voor Oranje, Team Holland. Het is dit WK nog geen enkele keer in me opgekomen het Zuid-Koreaanse voetbalelftal voor de buis aan te moedigen. Eén van mijn hardloopmaatjes, een rasechte Tilburger, is getrouwd met een Surinaamse vrouw. Ze delen hun passie voor koken: hij kookt in de weekenden Surinaamse gerechten, zij doordeweeks Hollandse pot.

Het is een mooi iets dat we leven in een maatschappij met culturele diversiteit. Ik sluit mijn ogen niet voor raciale kwesties, vaak onderhuids, waar we nog steeds mee te kampen hebben. Waren we maar voor even kleurenblind. Zoals de Nederlandse zangheld Thé Lau zo treffend zingt: ‘Iedereen is van de wereld, en de wereld is van iedereen.’ Zo is dat. Wij geadopteerde wezens zijn geen bijzondere kinderen, maar wel wereldkinderen.