Groeten uit Holland

Every time you find some humor in a difficult situation you winHallo andere mama,

We kennen elkaar niet. Mijn naam is Anouk Bakker, je dochter. Lief spleetoogje, buitenbeentje, modemeisje, journalist, hardlooptornado. Dat is mijn tijdlijn in een notendop. In die volgorde. Net als jij had ik een fijn en onbezorgd leven gepland, maar onderweg moest ik mijn plannen veranderen. Ondanks mijn gebrek aan navigatie, rijd ik niet zomaar een doodlopende straat in. Ik keer om en rijd terug. Maar daar later meer over. Stoer als ik ben, heb ik mijn gevoelens voor jou 36 jaar geparkeerd. Het raakt me dat ik geen herinneringen aan je heb. Met een baby in je armen voelde je vast wanhoop toen je besefte dat je niet voor me kon zorgen. Je hebt me afgestaan voor adoptie en de naweeën van jouw beslissing heb ik gevoeld. Geen wraakgevoelens, wel verlatingsangst.

Iets anders waar mijn emotie van opvliegt, is onrecht. Als ik terugkijk op mijn jeugd zijn dat discriminatie en pesten. Ik groeide op in een helaas niet kleurenblinde wereld, in een land ver van jou vandaan. Ik was dat Chineesje waar iedereen een mening over had. Daardoor wist ik al jong hoe het is als je anders bent en mensen een mening over je hebben. Mijn kinderjaren waren prettig. Ik was gelukkig en had veel vrienden. Daar kwam abrupt een einde aan toen ik de naar de middelbare school ging. Van de ene op de andere dag werd ik gepest. Ik degradeerde van populair naar pispaal. Ik was een tiener die probeerde te overleven. Elke ochtend stond ik op, stapte op mijn fiets en probeerde genoeg kracht te vinden om de arena vol pestkoppen te trotseren. Schrijven hield me op het rechte pad. Het moeilijkste was dat ik geen vrienden had. Als ik een toverstafje had dan wenste ik dat ik me niet meer alleen zou voelen. ‘Snap niet dat mensen zo slecht kunnen zijn. Was ik maar in één zwiep van alle pijn af’, schreef ik in mijn dagboek. Ik was toen 14 jaar.

De ommekeer kwam tijdens mijn studie. Ik kreeg onverwacht een steuntje in de rug van mijn docent journalistiek. In mijn ogen was hij een schrijfhoogheid. Hij zei wat ik sinds mijn strikdiploma niet meer had gehoord: ‘Je hebt talent.’ Toen realiseerde ik me dat ik kon opgeven of omhoog krabbelen. Ik koos voor het laatste. Door iemand zijn fout, wilde ik niet anders over mezelf denken. Jij zou me vast een knuffel hebben gegeven, zoals moeders doen. Ondanks mijn helse schooltijd bleef ik altijd positief. Het was belangrijker om elke dag te lachen dan te huilen. De drie magische woorden van mijn docent journalistiek gaven me net dat ene zetje in de juiste richting. Ik was net 20 jaar en stond voor een kruispunt. Ik wist dat er meer was in het leven. Dus toen bedacht ik me dat ik kon opgeven of weer omhoog krabbelen. Door iemand zijn fout, ga ik niet anders over mezelf denken. Ik wil niet boos blijven op de wereld en verbitterd raken. Ik haat mijn plaaggeesten niet. Jij zou me vast wijze raad hebben gegeven. Iets van: als je het zelf niet doet, doet een ander het ook niet.

Dat ik nooit heb opgegeven is misschien wel dapperste wat ik ooit heb gedaan. En daarvoor, mam, moet ik je de hand schudden. Bedankt voor de bagage, jouw erfenis aan mij. Doordat jij niet voor mij kon zorgen, heb ik geleerd dat zelf te doen. Ik ben geen einzelgänger meer, maar een gelukkige Kaaskop met spleetoogjes. Zonder het label adoptiekind of pispaal. Jouw dochter gaat het ver schoppen. Ik draag mijn eerste Pulitzerprijs aan jou op. Ja, je mag dan best een traantje wegpinken.

Je dochter

Moederdag

Het is Met mama-3Moederdag. Morgen is het precies 36 jaar geleden dat ik als 7 maanden oude baby de overstap maakte van Zuid-Korea naar Nederland. Ik ruilde de rijstkommen in voor de boerenkool. Als ‘allochtoon’ had ik helemaal geen inburgeringscursus nodig. Ik omhelsde het Wilhelmus, de tompoezen, het huisje aan zee, de Appie en Jip en Janneke. Een ‘Chineesje’ van buiten en een kaaskop van binnen. Mensen vroegen, vragen en blijven vragen of ik niet terug wil naar Zuid-Korea en of ik mijn ECHTE moeder niet wil ontmoeten. Het antwoord is nee en nee. Het is zoals het is. Ik heb de allerliefste mama van de wereld. Mijn adoptie was de beste transfer van 1978.

Free your mind

free-your-mindMijn favoriet: ‘Wat spreek jij goed Nederlands.’

Meest bizarre: ‘Weet je, jij komt dan wel uit China, maar ik zie jou niet als een Chinees. Je bent gewoon een van ons.’

Newsflash: I’m not your f***ing China doll.

Alles draait om huidskleur. Of je nu Koreaans, Marokkaans of  Surinaams bent. We maken soms rare sprongen en benadrukken dan het verschil in ras. Uit trots, uit angst en voor respect. Iedereen heeft zijn eigen verhaal.

Bij mij komt racisme nog dagelijks voor. Net nog. Vanmiddag fietste ik door de regen in mijn vinexwijk. Een groepje jongens van een jaar of elf begonnen spontaan de hele menukaart van het lokale Chinese afhaalrestaurant op te sommen. Ik kreeg een flashback naar de eerste keer dat ik te maken kreeg met racisme. Toen ik een jaar of zes was, werd ik voor het eerst spleetoog genoemd. Als een langspeelplaat die is blijven steken, moet ik deze en 530 andere ongepaste termen al dertig jaar aanhoren.

Geweld doet fysiek pijn, racisme raakt je rechtstreeks in je hart. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, maar wel een levenslange verbazing. Geen tranen, maar wel sarcasme. Zelfspot in plaats van zelfmedelijden. Toch is en blijft het niet oké.

Racisme op de hoek van de straat, het bestaat dus. Maar dat kan toch niet in een hoogontwikkeld land als Nederland? Ja, ook hier. Zolang mensen hoogst verbaasd reageren dat ik zo keurig Nederlands spreek. Dat ik een hogere opleiding heb genoten. En al helemaal niet dat ik vegetariër ben, want ‘jullie eten toch alles, ook hond?’ Dat je Aziatisch van buiten bent, maar een kaaskop van binnen. Het is minder pijnlijk dan letterlijk worden aangevallen. Maar kwetsend is het wel als mensen zo bewust zoeken naar de verschillen, met als doel zichzelf, vaak volkomen onterecht, beter, mooier of sterker te voelen. Free your mind! De ik-stop-mensen-graag-in-hokjes-cultuur in Nederland baart me zorgen. Zolang mensen onnozel blijven, pas ik in het hokje: ‘Ik ben oké, jij bent een sukkel.’

P.S. Ik ben Koreaans, niet Chinees.