Angstgegner

We kennen het allemaal. Dingen die we liever niet doen, maar wel moeten gebeuren. Die eerste keer spreken voor een groot publiek, studeren voor een belangrijk examen of een lastig gesprek voeren met je baas. Bij het idee alleen breken de zweetdruppels je al uit. De horror! Stiekem heb je er ook een keer akelig over gedroomd. Je besluit het nog even uit te stellen. ‘Want dat kan ik toch niet’, zucht je sip. Iets van een mug een olifant maken.

IMG_4915

Lachen tijdens een regenbui (Den Haag juli 2017)

Daar komt het op neer. Ook sporters krijgen te maken met onzekerheden. Zo zijn er tegenstanders met wie ze liever niet de strijd aangaan. Een tegenstander waarvan ze bang zijn te verliezen nog voor de wedstrijd is begonnen. Die angst is meestal ontstaan door uitslagen in eerdere confrontaties. Een Angstgegner heet dat in sporttermen. Een bekend voorbeeld van iemand met een Angstgegner was Vitas Gerulaitis, een tennisser in de jaren zeventig. Hij won veel, maar Jimmy Connors was zijn Angstgegner. Van hem kon hij niet winnen. Op een gegeven moment had hij zestien keer achter elkaar van Connors verloren. Toen hij de partij daarna eindelijk won, verzuchtte hij: ‘Niemand verslaat Gerulaitis zeventien keer op rij.’

Het lopen van een 10 kilometer wedstrijd is voor mij een absolute Angstgegner. Sinds ik vier jaar geleden begon met het lopen van marathons heb ik een fobie ontwikkeld voor deze afstand. Ik presteerde nooit optimaal. Door al die duurtrainingen merkte ik dat ik langzamer werd op kortere afstanden. Ik draaide pas warm na de 10 kilometer en de winst kwam pas als de rest moe werd. Een erg fijne tactiek voor een marathon, dat zeker. Alleen begon ik het sprintwerk te missen. Daar moest ik iets aan doen. Ik had mijn moeder toch al beloofd in 2017 maar 1 marathon te lopen.

IMG_3094

In de strijd (Galgenloop juni 2017)

Een mooie gelegenheid om de tweede helft van het jaar aan mijn snelheid te werken. Na Rotterdam besluit ik de focus volledig op de kortere afstanden te leggen. Dat blijkt geen gemakkelijke opgave te zijn: ik moet transformeren van een diesel naar een motor die meteen snel optrekt. Mijn trainer Harrie maakt een ambitieus en soms spartaans schema. Op het hardloopmenu staan veel tempoloopjes, bloktrainingen en intervalsessies.

Natuurlijk kan het onvermijdelijke niet uitblijven. Ik moet vlammen op de 10 kilometer. Harrie hamert er altijd op dat een 10 kilometertijd de basis is voor een solide marathon. De opdracht is om onder de 45 minuten te lopen. Oef, dat is bijna een minuut sneller dan mijn beste tijd tot nu toe. In juni krijg ik mijn eerste kans. Op een snikhitte avond doe ik mee met een loopje bij mij in de regio. Alles wat er mis kan gaan, gaat ook mis: te snel starten, niet goed aanhaken en te slap aanzetten in de bochten. Mijn streeftijd haal ik niet. Sterker nog, ik heb in geen jaren zo slecht gelopen.

IMG_2826

Dwars Door Dongen (juni 2017) was geen succes, maar lachte wel naar mijn moeder

Mijn zelfvertrouwen krijgt een flinke deuk. Eind augustus mag ik het nog eens proberen op die gevreesde afstand. Daar zie ik natuurlijk enorm tegenop. Dat doemdenken krijg ik er niet meer uit. Ook niet een paar dagen voor de wedstrijd. Loopvriendin Hedwig begrijpt me gelukkig. We leerden elkaar twee jaar geleden kennen in New York, een dag nadat we daar allebei de marathon hadden gelopen. Hedwig is net als ik ook meer een langeafstandsloopster. We zitten op dezelfde hardloopgolflengte. Toen ik haar destijds vroeg hoe ze haar marathon had beleefd, beschreef ze het precies zoals ik het ook had gevoeld. Hoe synchroon kun je denken?

Sindsdien appen we elkaar weleens voor belangrijke wedstrijden. Een soort peptalkgesprekken. ‘Tien kilometer is ook mijn gevreesde afstand’, bekent Hedwig. ‘Mijn trainer denkt dat ik een tijd onder de 45 minuten kan neerzetten. Dat kan ik helemaal niet’, jammer ik. ‘Natuurlijk wel, ik heb er alle vertrouwen in’, zegt ze. ‘Je hebt hier maanden hard voor getraind.’

IMG_6178

Eindelijk die droomtijd op de 10 km (Baarle-Nassau augustus 2017)

En dan is het zover. Ik ga opnieuw die 10 kilometer lopen. Aan de start gieren de zenuwen door mijn lijf. De woorden van mijn moeder klinken door mijn hoofd. Als ik vroeger ergens tegenop zag, riep ze altijd: ‘Kom op gewoon doen, even tanden op elkaar zetten.’ Als het startstort klinkt, begin ik aan mijn nachtmerrie. Een rondje van 1 kilometer en drie rondjes van 3 kilometer. Meer is het niet. Harrie staat me aan de kant aan te moedigen. Dat geeft me een boost. Rennen, rennen en nog eens rennen. Meer herinner ik me niet. Op de klok staat 44.50, een vet PR. Hiermee heb ik mijn tijd met 1 minuut en 9 seconden verbeterd. Eindelijk, na twee jaar. Ik krijg mezelf voor het eerst van mijn leven stil.

Advertenties

You never walk alone

‘Heb jij een hele marathon gelopen?’ Deze vraag is me de afgelopen weken regelmatig gesteld. Toegegeven, ik zie eruit als een meisje dat haar moeder net kwijt is geraakt. Niet als een marathonista. Met mijn korte pootjes zet ik twee keer zoveel pasjes. Dat voelt ook als twee keer zo hard doorstappen. Daardoor weet ik dat je soms moet strijden voordat iets een keer lukt.

Blog superwoman - pink lady 1Op 7 april liep ik marathon nummer zeven, in mijn geliefde Rotterdam. Toen ik de finish aantikte, gierde er een tsunami aan emoties door mijn lijf. Het was alsof ik uit een dolle rit in de achtbaan stapte. Want het blijft natuurlijk een tering end lopen. Ik dacht 42 kilometer lang aan van alles. Aan het blessureleed van vorig jaar. Aan vieze gelletjes. Aan de afwas. Aan frietjes met veel mayonaise.

Op de hoek van de Coolsingel, bij de 41 kilometer zag ik mijn trainer Harrie staan. Ik zag de twinkeling in zijn ogen. We wisten allebei dat het goed zat. Al die maanden keihard werken aan iets waar we allebei ontzettend in geloofden, was werkelijkheid geworden. En hoe. Ik wist mijn PR met ruim drie minuten aan te scherpen: 3.39.12.

Blog You never walk alone - Coolsingel

De laatste meters op de Coolsingel

Hoewel ik er nu zeven op mijn naam heb staan, blijft het lopen van een marathon speciaal. Ik ben niet gezegend met bergen looptalent, dus moet ik er veel voor doen. Het komt helaas niet vanzelf aanwaaien. Bij elke marathon begin je weer vanaf nul. Je bent zo goed als je laatste prestatie. Ik wilde daarom die nare bijsmaak van de marathon in Berlijn wegspoelen. Geen man met de hamer meer. Niet meer bijna afhaken bij de 28 kilometer. Ik was teleurgesteld in mezelf en zat daarna maanden in een helse hardloopdip.

Dat moest deze marathon anders. In aanloop naar Rotterdam heb ik de hulp ingeschakeld van een aantal lieve mensen: een loopcoach, een personal trainer, een fysiotherapeut en een masseur. Het is tof om een team van professionals achter je te hebben staan. Een marathon lopen doe je niet alleen. Ik niet tenminste.

Blog You never walk alone - met Harrie

Met mijn hardloopcoach Harrie

Als ik eenmaal iets wil, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. Ik heb me maandenlang de pleuris gewerkt. Naast vier keer in de week trainen, ging ik ook twee keer per week naar de sportschool. Dat was best pittig voor een amateurtje met een fulltime baan aan de andere kant van het land. Het voelde vaak als drie slagen in de rondte squatten, van links naar rechts en van onder naar boven.

Er waren dagen dat ik het echt niet meer leuk vond. Het ging namelijk niet meteen van een leien dakje. Pas na een paar maanden merkte ik vooruitgang. Ik werd fitter, sneller en viel prompt vijf kilo af. Maar de belangrijkste les die ik had geleerd was om gewoon mijn leven te leiden. Niet te veel nadenken. Toen ik weer begon te genieten van het lopen en blij was met wat ik had in het leven, ging het vanzelf beter.

Ik kijk met een glimlach terug op mijn vrijwillige sportmartelingen. Het werd loon naar werken. Ik loop nu een half decennium marathons en deze laatste in Rotterdam vind ik mijn mooiste tot nu toe. Dat was het moment waarop alles klopte. Wat een euforie! Ik voelde die dag iets ongewoons, het heet gelukkig zijn. Na afloop flaneerde ik trots met mijn medaille over de Coolsingel. Het bewijs dat ik mee had gedaan. Aan een hele.

‘Hardlopen is voor iedereen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

20091128 152300

Jacques over de finish in Athene

Dit wordt het jaar van Jacques Kusters. De eigenaar van Runnersworld Tilburg (54) ziet op 28 mei zijn hardloopsprookje uitkomen. Hij organiseert dan de eerste marathon in zijn stad. ‘Het wordt een feest voor alle lopers en supporters.’

‘Ik herinner het me nog goed. Het was onze eerste werkdag. Samen met mijn vrouw was ik op weg naar onze nieuwe hardloopwinkel. Ik zei: Wat is Tilburg toch een mooie sportstad. Zou het niet geweldig zijn als hier ooit een marathon zou komen? We keken elkaar aan en zaten de rest van de rit zwijgend in de auto. Die marathongedachte heb ik nooit meer losgelaten.’

 Groen licht

Zeven jaar later wordt zijn droom werkelijkheid. Eind december krijgt Jacques het groene licht om de eerste marathon in Tilburg te organiseren. Speciaal voor dit project richt hij de stichting Marathon Tilburg 2017 op. Zo kan de ondernemer het werk voor de marathon scheiden van zijn winkel. Het bestuur bestaat uit vijf personen en vergadert elke vrijdagavond om 20 uur. Een van de eerste agendapunten is het prikken van een datum. ‘We wilden het evenement graag in het voorjaar houden. Zelf vind ik het heerlijk om in de winter te trainen voor een marathon. Daardoor heb ik altijd met plezier gelopen in Rotterdam. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik hier aan terugdenk.’

14595822_1118597424861048_2081802752136891652_n

Met Jacques en zijn dochter Marjolein in de winkel

Kookwekker

Jacques heeft inmiddels 20 marathons op zijn erelijst staan. Hij kan zich geen leven zonder hardlopen voorstellen. Hardlopen maakt hem gelukkig en hij gunt iedereen dat geluksgevoel. Als er mensen om zijn advies vragen, helpt hij graag. Zo kwam er een tijdje terug een vrouw in de winkel die glunderend naar zijn schoenen staart. ‘Ze wil graag leren hardlopen, maar denkt niet dat het iets voor haar is. Tuurlijk wel, zeg ik. Hardlopen is voor iedereen. Ik doe het gewoon, roept ze, en koopt een paar hardloopschoenen. Als ze drie kilometer kan lopen, gaat ze zichzelf trakteren op een hardloophorloge. Voordat het zover is, neemt ze nog een kookwekker mee. Ik heb haar op weg geholpen en nu loopt ze 5 kilometer aan een stuk.’

Enthousiaste vrijwilligers

Heel Tilburg kijkt uit naar de eerste stadsmarathon. Jacques weet dan al snel een club van enthousiaste vrijwilligers van lopers en niet-hardlopers om zich heen te verzamelen. Ze helpen onder andere met flyeren, het parcours verkennen, het geven van hardlooptrainingen en schrijven van blogs. ‘We willen met zijn allen Tilburg op de kaart zetten. De marathon wordt een feest voor iedereen: bewoners, supporters, winkeliers, sponsoren, de gemeente, horecaondernemers en natuurlijk de lopers zelf.’

Er is volgens Jacques maar één nadeel aan de Marathon van Tilburg: ‘Ik mag als organisator zelf niet meedoen. Tja, daarom loop ik dit jaar weer in Rotterdam.’

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Blog familie Met papa uit SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Blog familie met mama PapendrechtBen ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

‘Op de trails ben ik thuis’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

10

Diederik en hond Charlie / foto Sander Tangen

Diederik van Hoogstraten (47) rent jarenlang fanatiek mee met de snelle jongens in Central Park. Totdat een hardnekkige blessure roet in het eten gooit en hij weer opnieuw moet leren hardlopen. De Nederlandse journalist verruilt de betonnen wegen van New York voor de zandpaden van LA. In zijn nieuwe boek ‘Los’ vertelt hij hoe hij zich ontwikkelt van hardlooptornado naar trailrunner. ‘Ik probeer graag dingen waarvan ik niet weet of ze mogelijk zijn.’

‘Het voelt fantastisch als ik om 5.30 uur opsta en voor het ontbijt al 1,5 uur heb gelopen. Eerlijk gezegd ben ik wel bevoorrecht in Los Angeles. Ik trek mijn hardloopschoenen aan, doe mijn rugzakje om en loop de deur uit. Ik kom op de meest magnifieke plekken ter wereld, ren over ruige bergpaden en geniet van grootse uitzichten. Elke stap is anders. Na ontelbare kilometers in de stadsjungle voel ik me ontketend in deze groene weelde.’

King of the world

Zo onthaast als Diederik van Hoogstraten nu leeft, zo gehaast sjeest hij jarenlang door de straten van New York. In die tijd luidt zijn renmantra: snel sneller snelst. De Amerikacorrespondent rent zes dagen per week, maakt deel uit van de hechte loopgemeenschap in Central Park en loopt vier marathons onder de 3.15 uur. ‘Ik ging als een trein en voelde me King of the world. Was ik opnieuw verslaafd, aan hardlopen? Ik heb jarenlang gevochten tegen mijn overmatige nicotine- en alcoholconsumptie. Ach, liever deze gezonde gewoonte dan de zelfverachting van weleer.’

dvh_coast4

Genieten van de natuur / foto Joey Ray

Moe

En dan, patsboem, slaat het noodlot toe. In het voorjaar van 2011 voelt Diederik dat zijn lijf moe is. Hij breekt een botje in zijn voet en zit vijf maanden thuis. Daar blijft het niet bij. Er volgen meer blessures en zijn zelfvertrouwen verdwijnt. De pijn wordt heviger en de dokters weten niet of hij ooit nog kan hardlopen. ‘Nooit meer rennen! Ik wilde niet stoppen of rusten. Nog erger vond ik dat de hoogste versnelling moeilijker te vinden was tijdens de wekelijkse intervaltrainingen. Ik kon maar moeilijk verkroppen dat rennen er niet meer in zat. Als bankzitter vond ik mezelf niet goed genoeg meer. Verwoed probeerde ik het hoofd boven water te houden, positief te blijven, de waarde in te zien van wandelen en fietsen.’

Droge wildernis

In Hollywoodfilms gaat de ommekeer vlot, maar dat geldt niet voor de filmjournalist. Voet en rug zijn in orde, maar het lijf blijft haperen na de tropenjaren van intense training. Op de harde weg lopen lukt niet meer. Wie is hij als hij niet meer kan hardlopen? In semipermanente state van misère besluit Diederik in 2013 naar Los Angeles te verhuizen. Misschien dat de zon en het optimisme van Californië uitkomst kunnen bieden. En dat gebeurt. Hij maakt kennis met het trailrunnen en leert op een andere manier bewegen. Eentje die minder belastend is voor zijn lichaam. ‘Het is hardlopen, maar dan van de weg af. Dat kan zijn in de duinen, bergen of bossen. In de droge wildernis rond Los Angeles vond ik rust op de zandpaden. Ik sloot me aan bij de Trailrunners Club. Mijn nieuwe hardloopvrienden verwelkomden me met open armen. Hun tempo lag lager, de ondergrond was zachter, de competitiedrang minder scherp. Trailrunner, ultrarunner zou ik worden.’

Vertrouwensband

Op en om de trails ontdekt Diederik samen met zijn hond Charlie een hele nieuwe wereld. De Nederlander besluit zijn ervaringen op papier vast te leggen. In zijn boek ‘Los’ vertelt hij over zijn ontmoetingen met internationale toplopers en doodgewone recreanten. ‘Ik heb kennis gemaakt met mensen van allerlei pluimage die elkaar vinden in een intense liefde voor de natuur en het langeafstandslopen. Dokters, huisvrouwen, wiskundigen, gepensioneerden. Onder traillopers bestaat een vanzelfsprekende vertrouwensband. Op de bergpaden worden vriendschappen gesloten die elders niet makkelijk te vinden zijn. De natuur biedt ons de ruimte om onszelf te zijn.’

Bergopwaarts

Onder de Californische zon bloeit Diederik op. Al snel gaat niet alleen ieder zandpad, maar ook de rest van zijn leven bergopwaarts. Hij trouwt met zijn grote liefde Kelly, werkt als razende reporter in Hollywood en geniet van het lopen in de natuur. ‘Ik kan het iedereen aanraden van de gebaande paden af te wijken. Trailrunnen is toegankelijk voor iedereen. Je hoeft geen ultralange afstanden af te leggen om te genieten van de natuur. Ook mensen die niet van plan zijn zich suf te trainen, kennen de lokroep van het paadje dat in de verte omhoog kringelt.’

‘Als ik ren, voel ik me superwoman’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

img_1898

Always on the run

Ze is dol op de hazelnootcappuccino van Starbucks, designerschoenen en de Brabantse gezelligheid. Maar waar Chantel de Lange (36) echt geen dag zonder kan, is hardlopen. Iets wat de Zuid-Afrikaanse loopster al deed voordat ze vorig jaar met haar gezin naar Nederland verhuisde. ‘Hardlopen is een goede manier om vrienden te maken.’ 

‘In Kaapstad trainde ik al hard. Dat deed ik zes dagen per week, soms wel twee keer per dag. Vanwege de warmte liep ik om 6.00 uur in de ochtend een rondje. Net als in Nederland is hardlopen daar een populaire sport. Alleen speelt alles zich vroeger op de dag af, ook de wedstrijden. En cross lopen wij meestal op blote voeten. Er zijn in Zuid-Afrika veel meer snelle lopers. Daardoor is het wel moeilijker om als gewone recreant op het podium te komen. Je moet bijna wereldrecords breken. Vrouwen zetten tijden neer van rond de 33, 34 minuten.’

Baie trots

Op het hoogste podium staan, vindt Chantel de Lange dan ook niet vanzelfsprekend. Uitzinnig van vreugde was de blondine toen ze deze zomer drie regionale wedstrijden in Nederland won. ‘Ik was baie trots’, vertelt ze. ‘Het voelde als een beloning voor maandenlang hard werken. Niet alleen de sportieve prestatie overheerste, maar ook de algehele euforie. Hardlopen maakt me gelukkig. Mijn Nederlandse loopvrienden lieten me snel thuis voelen.’

Nederlandse voorouders

Chantel woont precies één jaar in Nederland. Samen met haar man en drie kinderen emigreerde ze eind 2015 van Kaapstad naar Tilburg. De Zuid-Afrikaanse wilde graag terug naar haar roots: hier kwamen haar voorouders vandaan. Ze heeft nog steeds familie in Brabant wonen. ‘Mijn opa sprak Nederlands tegen ons. Ik heb me altijd verbonden gevoeld met Nederland. Toen ik een paar jaar geleden de halve marathon in Amsterdam liep, wist ik het: ik wil verhuizen naar dit mooie land.’

img_1914

Girls run the world

Tilburg Road Runners

Een nieuwe start voor de familie De Lange, ook op hardloopgebied. Chantel had vanwege de kinderen al 4,5 jaar niet meer gelopen. In haar nieuwe woonplaats pakte ze het rennen weer op. Via haar oom kwam ze in contact met een loopgroep met wie ze op zondagochtend meeliep. De speedstergirl merkte dat ze het rennen nog niet was verleerd en sloot zich al snel aan bij de Tilburg Road Runners.

 Vriendschappen

Tijdens de baansessies leerde ze Carlo kennen. Mede dankzij zijn hulp kreeg ze haar snelheid terug. ‘Carlo was op dat moment geblesseerd en stelde voor om samen te trainen. Heel graag, dacht ik. Samen lopen is toch veel leuker.’ Via de marathongroep Greg van Hest kwam ze in contact met een leuke club lopers met wie ze regelmatig een duurloopje doet. ‘Hardlopen is een goede manier om nieuwe mensen te leren kennen. Ik vind het geweldig om op deze manier zulke bijzondere vriendschappen op te bouwen.’

Vol energie

Zolang Chantel zich kan herinneren, hoort hardlopen in haar leven. Het zit in haar DNA. Op school was ze al actief: baan (100, 200, 400), cross country en schoolwedstrijden. Eigenlijk vindt ze alle afstanden leuk, van 5 kilometer tot een marathon. ‘Als ik ren, voel ik me superwoman. Ik voel me sterk en zit vol energie. Op dat moment kan ik alles aan.’

Bucketlist

Hoewel de speedstergirl langzaam haar oude vorm weer terug krijgt, loopt ze niet te hard van stapel. Ze wil zich voorlopig verder richten op het verbeteren van haar 10 kilometer. Als dat goed zit, wil ze nog een keer een marathon lopen. En dat is niet zomaar iets wat op haar bucketlist staat. Want zo zegt ze: ‘Ik ben erg vastberaden. Als ik iets wil, ga ik er honderd procent voor. Don’t call it a dream, call it a plan.’

Boston is the dream

Herken je dat? Dat je het warm krijgt van iets dat je heel graag wilt? Fit zijn als Dafne Schippers bijvoorbeeld. Wie wil dat nu niet? Supersterk, superslank en supersnel. Waar kan ik tekenen!

Zo’n lijf als dat van onze sprintkoningin krijg je natuurlijk niet zomaar. Voor haar topprestaties moet ze diep gaan. Elke dag bikkelen om beter te worden. Een ijzeren discipline heb je nodig. Geen wijntjes, minder koekjes en veel groenten. Elke dag twee keer keihard trainen, of je daar nu zin in hebt of niet. De lat ligt torenhoog.blog-boston-berlijn-voor-de-startDe snelste vrouw op aarde word ik niet (meer). Dat is natuurlijk ook nooit mijn doel geweest. Net als de meesten van jullie ben ik gewoon een recreatieve loper. Wel eentje met ambities. Op mijn eigen niveau.

In een van mijn eerdere blogs vertelde ik over mijn plan om de World Marathon Majors te lopen. Alle zes. Na New York liep ik op 25 september de Berlin Marathon. Daar kan ik kort over zijn. Het was loodzwaar! Ik kwam de Man met de Hamer tegen. Die had ik sinds mijn eerste marathon in 2013 niet meer gezien. Na de 25 kilometer viel mijn plan in duigen.

Teleurstelling hoort er ook bij. In Berlijn liep het niet zo gesmeerd als ik gewend ben. Een marathon lopen is namelijk soms over je pijngrens heengaan. De truc is om jezelf te vermannen. Rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik heb op karakter de resterende 17 kilometer uitgelopen. Die medaille heb ik alsnog met trots om mijn nek gehangen. Wir haben es geschafft!blog-boston-berlijn-met-medailleIk wil nu meedoen met die van Boston. Editie 2018, om precies te zijn. En dat is niet zo makkelijk. Het is de enige marathon waar je je als loper voor moet kwalificeren. Een elitemarathon dus. De lat ligt hoog, want de organisatie hanteert rappe kwalificatietijden. Alleen de beste recreatielopers mogen meedoen. Je hebt ofwel bergen talent nodig, ofwel heel veel overtuiging en doorzettingsvermogen. Tja, ik moet dus voor optie twee gaan.

In april 2018 ben ik veertig jaar. Ik moet dan binnen nu en een jaar een marathon van onder de 3 uur en 45 minuten lopen. Er dingen veel lopers mee naar een startbewijs dus de concurrentie is groot. Daarom adviseert de organisatie om ruim onder je vereiste tijd te zitten. Tijdens de kwalificatie van dit jaar moesten de lopers 2,5 minuut sneller zijn om zeker te zijn van deelname.blog-boston-op-schipholDus er wacht een zware taak. Ik heb me daarom vorige week ingeschreven voor de marathon van Rotterdam 2017. Dat betekent een strakke tijd neerzetten in Rotjeknor. Twee keer zat ik lange tijd op koers, maar op 9 april 2017 wil ik eindelijk onder die magische 3.40 lopen. Driemaal is scheepsrecht.

Boston is the dream! Voor wat extra motivatie heb ik mezelf getrakteerd op een speciaal boekje. Hierin kan ik mijn doelen noteren. En de stappen die ik ga zetten om deze te bereiken. Want: ‘A goal without a plan is just a wish.’ Zo wil ik deze keer topfit zijn voordat ik eind december aan mijn marathonschema begin. Ik heb een personal trainer ingeschakeld om me de komende drie maanden af te beulen.blog-boston-marathontrainingGelukkig vind ik sporten geen straf. Ik deed onlangs in een tijdschrift een test om te zien welke type sport of work-out voor mij het beste zou werken. Volgens de uitslag viel ik onder de categorie reiziger of loner: ‘compact en doelgericht zijn woorden die jou aanspreken. Daarom is hardlopen jouw sport.’ Mensen drukken me regelmatig op het hart dat ik moet genieten van het hardlopen. Dit is mijn manier.

Enfin, ik hoop dat ik me de komende maanden kan klaarstomen voor marathon nummer zeven. Mezelf gezond en fit houden. Het beste uit mezelf halen. Dat is een race die ik zeker wil winnen.