Seoul Sista deel 3: Shanghai Surprise

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

China is als een goede fles wijn. In het begin moet je wennen aan de smaak, maar na een paar slokken weet je de smaak te waarderen. Zoals onze Chinese tafelgenoot van handelshuis Optiver tijdens de lunch zei: ‘Je moet China begrijpen.’

IMG_1557

De studiereisgroep heeft daar aanvankelijk wat moeite mee. Met temperaturen van ruim 35 graden is het overdag peentjes zweten. Door de taalbarrière voelen we ons soms net Bill Murray in de film ‘Lost in translation’. Dat mag de pret niet drukken. Vier dagen is te kort om alles te ontdekken en onze zintuigen draaien dan ook overuren: eendenflippers in de stoofpot, roggelende en spugende Chinezen op straat en een heuse marktplaats waar ouders een partner voor hun kinderen zoeken. Shanghai is werelds met de bekende wolkenkrabbers, maar ook verrassend knus met haar Franse wijk. En dan die fenomenale skyline.

Ook in deze hub voor financiën en handel bezoeken we verschillende instanties. Op het Nederlandse consulaat leren we meer over het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) dat buitenlandse bedrijven steunt die internationale activiteiten in Nederland opzetten of uitbreiden. De Nederlandse mannen van Optiver vertellen over flitshandel op de Chinese beurzen. Met behulp van algoritmen en geavanceerde apparatuur sluiten ze honderden deals per seconde en proberen ze te profiteren van kleine prijsverschillen. Onze fiscalisten ontmoeten hun vakgenoten van Ernst & Young en samen sluiten we de kennisreeks af met een bezoek aan de Haven van Shanghai.

Twee werkbezoeken springen eruit. Veel studiereisgenoten waarderen het bezoek aan het Shanghai Institutes for International Studies (SIIS), een prestigieuze denktank die is verbonden aan het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Op basis van eigen onderzoek adviseren zij centrale en decentrale overheden over internationale politiek en economie. We bespreken met de adjunct-directeur van het instituut en vier wetenschappers de samenwerking tussen China en Europa, de economie, de economische diplomatie en de handelsrelatie met de VS. Ze zijn opmerkelijk open over de zwakkere kanten van China, maar laten ook duidelijk blijken dat het land nog veel ambities heeft. De Chinezen willen de economie verder openen, maar wel op hun eigen voorwaarden en tempo.

Bij FrieslandCampina vertelt de financieel directeur over de Nederlandse zuivelinvasie in China. Zo legt hij uit dat een Chinees kind door de eenkindpolitiek, die tot 2015 van kracht was, zes ouders heeft (twee ouders en vier grootouders) die het allerbeste voor hun oogappel willen. ‘Ze vinden voedselveiligheid belangrijk, dus ook goede voeding. Geld speelt geen rol. Zonder blikken of blozen betalen ze 50 euro voor een blik melkpoeder.’

Ook onze landgenoot beaamt dat China een grote speler wil worden in de wereldeconomie. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want de economie kende de afgelopen 20 jaar een gigantische groeispurt en groeit nog steeds. Aan de Chinese instelling zal het niet liggen. ‘Chinezen zijn competitief en enorm gedreven. Als ze een mogelijkheid zien, gaan ze er direct voor. While we chat they act.’

IMG_1506Na 15 werkbezoeken zit het er op. Het is ons niet gelukt het mysterie van het Verre Oosten te ontrafelen, maar we hebben wel een onuitwisbare indruk gekregen van twee Aziatische metropolen. De sluimerende mist die de hele studiereis boven ons hangt, geeft haar een passend oosters tintje.

Advertenties

Seoul Sista deel 2: Noord en Zuid

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Seoul en al zijn indrukken zijn nieuw voor iedereen: Koreaanse overbeleefdheid, smogmondkapjes en verwarmde wc-brillen. Dat Koreanen geen Haags kwartiertje kennen, ervaren we tijdens onze excursie naar de gedemilitariseerde zone tussen noord en zuid. De militairen bewaken streng de grens en onze reisleidster met militaire precisie de tijd. Wanneer we drie minuten te laat bij de bus arriveren, kan ze haar irritatie amper verbergen. Te laat komen, doe je dus niet in Zuid-Korea.

IMG_1019Tijdens ons verblijf leren we niet alleen meer over de Koreaanse cultuur, maar bezoeken ook diverse instanties. We krijgen overal een warm welkom, al moeten de Koreanen wel wennen aan de Nederlandse directheid. Bij de Bank of Korea spreken we over prijsstabiliteit, financiële markten en omgang met Noord-Korea en in het nationale parlement krijgen we een inkijkje in de historie van het land. Tijdens ons bezoek aan de National Tax Service (NTS) gaat het over de Koreaanse belastingmoraal die net als in Nederland hoog ligt. De NTS verhuisde in 2014 van Seoul naar Sejong, omdat de Koreaanse overheid de dominantie van Seoul wil inperken en de bedrijvigheid van andere regio’s bevorderen.

Op de Yonsei Universiteit vertelt professor Sang-young Rhyu over de chaebols, grote, door families gecontroleerde conglomeraten zoals Samsung, Hyundai en LG. De chaebols dragen de groei van de Zuid-Koreaanse economie, maar er is ook kritiek. Zo maken chaebols het ondernemerschap moeilijk en verdringen ze kleinere bedrijven. Bovendien oefenen de chaebols van oudsher veel invloed uit op de politiek en dit leidt regelmatig tot schandalen. Zo trad president Park Geun-hye in 2017 af vanwege corruptie en werd veroordeeld tot 24 jaar cel.

Het werkbezoek aan Saejowi maakt op veel reisgenoten de meeste indruk. Saejowi is een ngo die streeft naar een verenigd Korea en daanaast Noord-Koreaanse ‘overlopers’ helpt met het inburgeringproces in Zuid-Korea. Sinds de Koreaanse oorlog (1950-1953) zijn ruim 30.000 Noord-Koreanen overgelopen naar het zuiden. Ongeveer tien keer zo velen zijn naar China gevlucht. De cijfers zijn verre van volledig, want van veel vluchtelingen wordt niks meer vernomen.

Wij maken kennis met drie van hen. Als de dames openhartig vertellen, luistert de groep ademloos. Een van de vrouwen stak in 2009 via China de grens over, op zoek naar haar vermiste zoon en dochter. Na bijna tien jaar heeft ze hen nog altijd niet gevonden. Haar buurvrouw kon haar ogen niet geloven toen ze in Zuid-Korea arriveerde: ‘We leerden op school dat Zuid-Korea bestond uit alleen maar daklozen. Toen bleek ik plots in een land met schone straten en verlichte gebouwen te zijn.’

IMG_0834

De oudste dame had een goede positie in het leger, maar keerde samen met haar vader het communistische regime de rug toe. ‘Mijn vader wilde voor zijn dood terugkeren naar zijn geboortedorp in Zuid-Korea, maar dat mocht niet van het regime. Daarop besloten we in China familie te ontmoeten. Alleen de Noord-Koreanen kwamen hier achter en sloten ons samen op.’ In de gevangenis moest ze toezien hoe haar vader gemarteld werd. Een maand later overleed hij.

Spijt van haar vlucht heeft ze niet. Wel dat ze nooit Engels heeft geleerd. In het leger kon ze alleen Russisch volgen. ‘Ik zou zo graag mijn verhaal met jullie willen delen, zonder vertaling van de tolk.’

 In de derde en laatste blog lees je meer over onze indrukken van Shanghai.

Seoul Sista deel 1: Hereniging

Terug naar mijn roots! Met Jong Financiën was ik in mei twee weken op studiereis in Seoul en Shanghai. In een drieluik blogde ik op het intranet van het ministerie over mijn dagelijkse besognes in het Verre Oosten.

Toen ik zeven maanden was, vloog ik van Seoul naar Amsterdam. Als baby was ik te vondeling gelegd op de stoep van het politiebureau in de Koreaanse hoofdstad. Mijn Nederlandse ouders en twee grote broers ontvingen me op Schiphol met open armen. Hoewel er niemand is die meer van boerenkool houdt dan ik, verloochen ik mijn Koreaanse afkomst niet.

Precies veertig jaar later vlieg ik de omgekeerde route terug. Samen met 30 collega’s van het ministerie van Financiën ben ik op studiereis in Zuid-Korea. Mijn nieuwe vrienden vragen hoe ik het vind om voor het eerst weer voet op Koreaanse bodem te zetten. Het voelt bijzonder om na veertig jaar terug te zijn in mijn geboorteplaats. Voor het eerst van mijn leven zie ik duizenden mensen bij elkaar die er hetzelfde uitzien. Dat doet iets met me. Een gevoel van saamhorigheid, van ergens bij horen. De eerste dagen lach ik naar alle Koreaanse voorbijgangers op straat.

Toen ik Seoul in 1978 verliet behoorde Zuid-Korea tot de armere landen van deze wereld. Er is in vier decennia veel veranderd. Seoul heeft zich ontwikkeld tot een moderne metropool met op elke hoek van de straat een koffietentje en hippe mensen die winkelen in luxe warenhuizen. Kranten berichten volop over een mogelijke hereniging van het Koreaanse schiereiland. De Koreanen volgen de onderhandelingen met Noord-Korea op de voet. President Moon wiens ouders uit Noord-Korea kwamen, maakt zich hard voor een hereniging. Hij hoeft geen Nobelprijs, maar wil wel vrede.

Mijn eigen hereniging loopt nog niet zoals ik had gehoopt. Ik voel me een buitenstaander. Terwijl mijn collega’s hier op handen worden gedragen, vinden de Koreanen mij een beetje raar. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Een kaaskop met spleetogen die niet met stokjes kan eten en de taal niet spreekt. De lokale mensen praten namelijk gewoon Koreaans tegen me en ik sta dan met een mond vol tanden. Ze kijken me teleurgesteld aan als blijkt dat ik ze niet versta. Misschien moeten we gewoon nog aan elkaar wennen.

Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik 7 maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643

Spreken tijdens het symposium

Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365

Kleine Ninja

Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645

In de Dordtse Trinitatiskapel

Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

IMG_7648

Nieuwsbericht in het AD, katern Dordrecht

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Seoulse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.

Angstgegner

We kennen het allemaal. Dingen die we liever niet doen, maar wel moeten gebeuren. Die eerste keer spreken voor een groot publiek, studeren voor een belangrijk examen of een lastig gesprek voeren met je baas. Bij het idee alleen breken de zweetdruppels je al uit. De horror! Stiekem heb je er ook een keer akelig over gedroomd. Je besluit het nog even uit te stellen. ‘Want dat kan ik toch niet’, zucht je sip. Iets van een mug een olifant maken.

IMG_4915

Lachen tijdens een regenbui (Den Haag juli 2017)

Daar komt het op neer. Ook sporters krijgen te maken met onzekerheden. Zo zijn er tegenstanders met wie ze liever niet de strijd aangaan. Een tegenstander waarvan ze bang zijn te verliezen nog voor de wedstrijd is begonnen. Die angst is meestal ontstaan door uitslagen in eerdere confrontaties. Een Angstgegner heet dat in sporttermen. Een bekend voorbeeld van iemand met een Angstgegner was Vitas Gerulaitis, een tennisser in de jaren zeventig. Hij won veel, maar Jimmy Connors was zijn Angstgegner. Van hem kon hij niet winnen. Op een gegeven moment had hij zestien keer achter elkaar van Connors verloren. Toen hij de partij daarna eindelijk won, verzuchtte hij: ‘Niemand verslaat Gerulaitis zeventien keer op rij.’

Het lopen van een 10 kilometer wedstrijd is voor mij een absolute Angstgegner. Sinds ik vier jaar geleden begon met het lopen van marathons heb ik een fobie ontwikkeld voor deze afstand. Ik presteerde nooit optimaal. Door al die duurtrainingen merkte ik dat ik langzamer werd op kortere afstanden. Ik draaide pas warm na de 10 kilometer en de winst kwam pas als de rest moe werd. Een erg fijne tactiek voor een marathon, dat zeker. Alleen begon ik het sprintwerk te missen. Daar moest ik iets aan doen. Ik had mijn moeder toch al beloofd in 2017 maar 1 marathon te lopen.

IMG_3094

In de strijd (Galgenloop juni 2017)

Een mooie gelegenheid om de tweede helft van het jaar aan mijn snelheid te werken. Na Rotterdam besluit ik de focus volledig op de kortere afstanden te leggen. Dat blijkt geen gemakkelijke opgave te zijn: ik moet transformeren van een diesel naar een motor die meteen snel optrekt. Mijn trainer Harrie maakt een ambitieus en soms spartaans schema. Op het hardloopmenu staan veel tempoloopjes, bloktrainingen en intervalsessies.

Natuurlijk kan het onvermijdelijke niet uitblijven. Ik moet vlammen op de 10 kilometer. Harrie hamert er altijd op dat een 10 kilometertijd de basis is voor een solide marathon. De opdracht is om onder de 45 minuten te lopen. Oef, dat is bijna een minuut sneller dan mijn beste tijd tot nu toe. In juni krijg ik mijn eerste kans. Op een snikhitte avond doe ik mee met een loopje bij mij in de regio. Alles wat er mis kan gaan, gaat ook mis: te snel starten, niet goed aanhaken en te slap aanzetten in de bochten. Mijn streeftijd haal ik niet. Sterker nog, ik heb in geen jaren zo slecht gelopen.

IMG_2826

Dwars Door Dongen (juni 2017) was geen succes, maar lachte wel naar mijn moeder

Mijn zelfvertrouwen krijgt een flinke deuk. Eind augustus mag ik het nog eens proberen op die gevreesde afstand. Daar zie ik natuurlijk enorm tegenop. Dat doemdenken krijg ik er niet meer uit. Ook niet een paar dagen voor de wedstrijd. Loopvriendin Hedwig begrijpt me gelukkig. We leerden elkaar twee jaar geleden kennen in New York, een dag nadat we daar allebei de marathon hadden gelopen. Hedwig is net als ik ook meer een langeafstandsloopster. We zitten op dezelfde hardloopgolflengte. Toen ik haar destijds vroeg hoe ze haar marathon had beleefd, beschreef ze het precies zoals ik het ook had gevoeld. Hoe synchroon kun je denken?

Sindsdien appen we elkaar weleens voor belangrijke wedstrijden. Een soort peptalkgesprekken. ‘Tien kilometer is ook mijn gevreesde afstand’, bekent Hedwig. ‘Mijn trainer denkt dat ik een tijd onder de 45 minuten kan neerzetten. Dat kan ik helemaal niet’, jammer ik. ‘Natuurlijk wel, ik heb er alle vertrouwen in’, zegt ze. ‘Je hebt hier maanden hard voor getraind.’

IMG_6178

Eindelijk die droomtijd op de 10 km (Baarle-Nassau augustus 2017)

En dan is het zover. Ik ga opnieuw die 10 kilometer lopen. Aan de start gieren de zenuwen door mijn lijf. De woorden van mijn moeder klinken door mijn hoofd. Als ik vroeger ergens tegenop zag, riep ze altijd: ‘Kom op gewoon doen, even tanden op elkaar zetten.’ Als het startstort klinkt, begin ik aan mijn nachtmerrie. Een rondje van 1 kilometer en drie rondjes van 3 kilometer. Meer is het niet. Harrie staat me aan de kant aan te moedigen. Dat geeft me een boost. Rennen, rennen en nog eens rennen. Meer herinner ik me niet. Op de klok staat 44.50, een vet PR. Hiermee heb ik mijn tijd met 1 minuut en 9 seconden verbeterd. Eindelijk, na twee jaar. Ik krijg mezelf voor het eerst van mijn leven stil.

You never walk alone

‘Heb jij een hele marathon gelopen?’ Deze vraag is me de afgelopen weken regelmatig gesteld. Toegegeven, ik zie eruit als een meisje dat haar moeder net kwijt is geraakt. Niet als een marathonista. Met mijn korte pootjes zet ik twee keer zoveel pasjes. Dat voelt ook als twee keer zo hard doorstappen. Daardoor weet ik dat je soms moet strijden voordat iets een keer lukt.

Blog superwoman - pink lady 1Op 7 april liep ik marathon nummer zeven, in mijn geliefde Rotterdam. Toen ik de finish aantikte, gierde er een tsunami aan emoties door mijn lijf. Het was alsof ik uit een dolle rit in de achtbaan stapte. Want het blijft natuurlijk een tering end lopen. Ik dacht 42 kilometer lang aan van alles. Aan het blessureleed van vorig jaar. Aan vieze gelletjes. Aan de afwas. Aan frietjes met veel mayonaise.

Op de hoek van de Coolsingel, bij de 41 kilometer zag ik mijn trainer Harrie staan. Ik zag de twinkeling in zijn ogen. We wisten allebei dat het goed zat. Al die maanden keihard werken aan iets waar we allebei ontzettend in geloofden, was werkelijkheid geworden. En hoe. Ik wist mijn PR met ruim drie minuten aan te scherpen: 3.39.12.

Blog You never walk alone - Coolsingel

De laatste meters op de Coolsingel

Hoewel ik er nu zeven op mijn naam heb staan, blijft het lopen van een marathon speciaal. Ik ben niet gezegend met bergen looptalent, dus moet ik er veel voor doen. Het komt helaas niet vanzelf aanwaaien. Bij elke marathon begin je weer vanaf nul. Je bent zo goed als je laatste prestatie. Ik wilde daarom die nare bijsmaak van de marathon in Berlijn wegspoelen. Geen man met de hamer meer. Niet meer bijna afhaken bij de 28 kilometer. Ik was teleurgesteld in mezelf en zat daarna maanden in een helse hardloopdip.

Dat moest deze marathon anders. In aanloop naar Rotterdam heb ik de hulp ingeschakeld van een aantal lieve mensen: een loopcoach, een personal trainer, een fysiotherapeut en een masseur. Het is tof om een team van professionals achter je te hebben staan. Een marathon lopen doe je niet alleen. Ik niet tenminste.

Blog You never walk alone - met Harrie

Met mijn hardloopcoach Harrie

Als ik eenmaal iets wil, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. Ik heb me maandenlang de pleuris gewerkt. Naast vier keer in de week trainen, ging ik ook twee keer per week naar de sportschool. Dat was best pittig voor een amateurtje met een fulltime baan aan de andere kant van het land. Het voelde vaak als drie slagen in de rondte squatten, van links naar rechts en van onder naar boven.

Er waren dagen dat ik het echt niet meer leuk vond. Het ging namelijk niet meteen van een leien dakje. Pas na een paar maanden merkte ik vooruitgang. Ik werd fitter, sneller en viel prompt vijf kilo af. Maar de belangrijkste les die ik had geleerd was om gewoon mijn leven te leiden. Niet te veel nadenken. Toen ik weer begon te genieten van het lopen en blij was met wat ik had in het leven, ging het vanzelf beter.

Ik kijk met een glimlach terug op mijn vrijwillige sportmartelingen. Het werd loon naar werken. Ik loop nu een half decennium marathons en deze laatste in Rotterdam vind ik mijn mooiste tot nu toe. Dat was het moment waarop alles klopte. Wat een euforie! Ik voelde die dag iets ongewoons, het heet gelukkig zijn. Na afloop flaneerde ik trots met mijn medaille over de Coolsingel. Het bewijs dat ik mee had gedaan. Aan een hele.

‘Hardlopen is voor iedereen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

20091128 152300

Jacques over de finish in Athene

Dit wordt het jaar van Jacques Kusters. De eigenaar van Runnersworld Tilburg (54) ziet op 28 mei zijn hardloopsprookje uitkomen. Hij organiseert dan de eerste marathon in zijn stad. ‘Het wordt een feest voor alle lopers en supporters.’

‘Ik herinner het me nog goed. Het was onze eerste werkdag. Samen met mijn vrouw was ik op weg naar onze nieuwe hardloopwinkel. Ik zei: Wat is Tilburg toch een mooie sportstad. Zou het niet geweldig zijn als hier ooit een marathon zou komen? We keken elkaar aan en zaten de rest van de rit zwijgend in de auto. Die marathongedachte heb ik nooit meer losgelaten.’

 Groen licht

Zeven jaar later wordt zijn droom werkelijkheid. Eind december krijgt Jacques het groene licht om de eerste marathon in Tilburg te organiseren. Speciaal voor dit project richt hij de stichting Marathon Tilburg 2017 op. Zo kan de ondernemer het werk voor de marathon scheiden van zijn winkel. Het bestuur bestaat uit vijf personen en vergadert elke vrijdagavond om 20 uur. Een van de eerste agendapunten is het prikken van een datum. ‘We wilden het evenement graag in het voorjaar houden. Zelf vind ik het heerlijk om in de winter te trainen voor een marathon. Daardoor heb ik altijd met plezier gelopen in Rotterdam. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik hier aan terugdenk.’

14595822_1118597424861048_2081802752136891652_n

Met Jacques en zijn dochter Marjolein in de winkel

Kookwekker

Jacques heeft inmiddels 20 marathons op zijn erelijst staan. Hij kan zich geen leven zonder hardlopen voorstellen. Hardlopen maakt hem gelukkig en hij gunt iedereen dat geluksgevoel. Als er mensen om zijn advies vragen, helpt hij graag. Zo kwam er een tijdje terug een vrouw in de winkel die glunderend naar zijn schoenen staart. ‘Ze wil graag leren hardlopen, maar denkt niet dat het iets voor haar is. Tuurlijk wel, zeg ik. Hardlopen is voor iedereen. Ik doe het gewoon, roept ze, en koopt een paar hardloopschoenen. Als ze drie kilometer kan lopen, gaat ze zichzelf trakteren op een hardloophorloge. Voordat het zover is, neemt ze nog een kookwekker mee. Ik heb haar op weg geholpen en nu loopt ze 5 kilometer aan een stuk.’

Enthousiaste vrijwilligers

Heel Tilburg kijkt uit naar de eerste stadsmarathon. Jacques weet dan al snel een club van enthousiaste vrijwilligers van lopers en niet-hardlopers om zich heen te verzamelen. Ze helpen onder andere met flyeren, het parcours verkennen, het geven van hardlooptrainingen en schrijven van blogs. ‘We willen met zijn allen Tilburg op de kaart zetten. De marathon wordt een feest voor iedereen: bewoners, supporters, winkeliers, sponsoren, de gemeente, horecaondernemers en natuurlijk de lopers zelf.’

Er is volgens Jacques maar één nadeel aan de Marathon van Tilburg: ‘Ik mag als organisator zelf niet meedoen. Tja, daarom loop ik dit jaar weer in Rotterdam.’