Prinses

Hieronder vindt u mijn speech die ik uitsprak tijdens het symposium van de Beschermde Wieg (Dordrecht 3 november 2017). 

Lieve vrienden van de Beschermde Wieg,

Meisjes willen allemaal prinses worden. Ik wist als meisje zeker dat ik er één was. De koningin, mijn echte moeder, zou mij op een dag vast komen halen. Dan zei ik tegen mama: ‘Ik ga naar mijn andere moeder toe.’ Verder dan het eind van de straat kwam ik niet.

In werkelijkheid legde mijn geboortemoeder mij op de stoep van het politiebureau in Seoul. Toen ik 7 maanden was, vloog ik met de KLM van Seoul naar Amsterdam. Vanaf dat moment begon ik aan mijn geslaagde integratie. Een kaaskop met spleetoogjes en ongeveer de enige Nederlander die niet met stokjes kan eten.

IMG_7643

Spreken tijdens het symposium

Ik ben een vondeling. En daar ben ik blij mee. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil. Ze hebben me opgevoed, laten zien hoe je met tegenslag omgaat en bovenal, ze hebben me geleerd lief te hebben.

Ik ben dan ook erg blij dat zij in de zaal zitten. Mam, pap, ik houd van jullie. We hebben misschien niet hetzelfde bloed, maar het stroomt wel door hetzelfde hart.

Adoptie blijft voor velen iets geks. En onder de radar hangt altijd de vraag of adoptie niet zielig is. Mijn antwoord luidt volmondig ‘nee’. De uitleg is best simpel.

  • Ik ben niet bezig met mijn afkomst.
  • Ik ben niet op zoek naar mijn geboortemoeder.
  • Ik ben gewoon gelukkig met mijn familie, mijn vrienden en verre van zielig.

Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verloochen mijn afkomst niet. Maar van binnen ben ik Tilburgs, Brabants of Nederlands. Afhankelijk van de situatie. Maar in ieder geval geen greintje Koreaans.

Ik kan niet iemand missen die ik nooit heb gekend. Mijn geboortemoeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Als ik dat vroeger zei, keken mensen raar op. En vervolgens schaamde ik me dan een beetje.

IMG_3365

Kleine Ninja

Natuurlijk denk ik er wel eens over na hoe mijn leven was geweest als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen?

Vorig jaar zag ik een film over een geadopteerd jongetje uit India. Die film trof mij recht in het hart. Ik realiseerde me hoe het voor andere geadopteerde kinderen kan zijn.

  • Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is.
  • Die willen weten waar ze vandaan komen.
  • Die willen weten op wie ze het meest lijken.

Vooral als ze nog wel herinneringen hebben aan hun leven daar. Als ze weten hoe het was om kind te zijn in een ander land.

Vroeg of laat komt er een dag dat je erachter komt dat je niet alle levensvragen kunt beantwoorden. Dan heb je twee keuzes: je kunt gaan mokken of je kunt dat gewoon accepteren. Mijn optimistische ik kiest voor simpelweg accepteren.

Ik ben gelukkig. Voor mij hoeft die speurtocht naar de biologische roots niet. Ik ben gelukkig met mijn leven in Nederland. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn, zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

Toch heeft de adoptie ook bij mij sporen nagelaten. Ik heb extreme verlatingsangst. Als peuter raakte ik in paniek als mijn moeder even de woonkamer uitliep.

  • Ik volgde haar als een havik.
  • Ik verbreek nooit vriendschappen of relaties.
  • Ik ben juist bang dat mijn vriendinnen of mijn vriend mij verlaten.

En ja, als kind haatte ik mijn spleetogen. De andere kinderen lachten me uit. Ik wilde ook grote blauwe ogen en een lange blonde vlecht. Net als mijn vriendinnetjes.

IMG_7645

In de Dordtse Trinitatiskapel

Maar, verwacht u geen zielig verhaal over mij. Dit zijn de ergste sporen van mijn adoptie. Erger wordt het niet.

En ja, ik ken ook andere verhalen over geadopteerde kinderen. Een kennis van me heeft lang geleden drie zusjes uit het buitenland geadopteerd. Ze waren al wat ouder en enorm getraumatiseerd. Ze vertelde me dat het nooit meer echt helemaal goed zal komen met haar inmiddels volwassen dochters. Hun leven is een chaos. Ze kampen alle drie met psychische problemen. Ik vind het moedig en lief van haar.

Het moederinstinct van mijn kennis gaf haar de moed zich over de drie zusjes te ontfermen, tot op de dag van vandaag. Daarmee heeft ze hen een leven gegeven. Een leven dat vaak moeilijk is. Maar hun bloed stroomt door hetzelfde hart.

Dat moederinstinct heb ik nooit gehad. Maar mijn hart breekt in duizend stukjes als ik lees dat er ergens in Nederland een baby is gevonden. Op straat, in een park, of achter een vuilnisbak. Koud en alleen. Dat baby’s in ons land onnodig sterven, die machteloosheid verpulvert me. Iedere baby heeft recht op leven. Ook als het kind ongewenst is. Ook als de naam van de moeder onbekend is.

Het is tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Muller is zo’n revolutionair. Zij richtte drie jaar geleden de Beschermde Wieg op. Met haar team helpt ze moeders die geen uitweg meer zien. Bij hen kunnen die moeders baby’s anoniem en in vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer.

IMG_7648

Nieuwsbericht in het AD, katern Dordrecht

Dappere Barbara, het is niet altijd even makkelijk voor je geweest.

  • Je stuitte op veel weerstand.
  • Je hebt doorgezet waar anderen zouden zijn gestopt.
  • Je hebt een beladen onderwerp bespreekbaar gemaakt.

Van harte gefeliciteerd met de derde verjaardag van de Beschermde Wieg. Jullie zijn inmiddels een flinke peuter.

En uiteraard, een kind te vondeling leggen is niet de norm. Maar mijn geboortemoeder wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een zo veilig mogelijke plek. Wat zij deed was een daad van liefde, moed en zorg. Had zij de Beschermde Wieg maar gehad. Want dan had zij zeker geweten dat ik in liefdevolle handen zou komen.

Ik wil het taboe van de vondeling doorbreken.

Lang niet iedereen begrijpt het werk van de Beschermde Wieg. En lang niet iedereen keurt goed waar de mensen erachter voor staan. De mens is immers bang voor het onbekende. Wist u dat mensen bij de eerste stoomtrein bang waren dat koeien in de wei naast het spoor geen melk meer zouden geven? Achteraf vielen de gevolgen best mee.

Daarom vraag ik Nederland: zet uw angst opzij en open uw hart.

We hoeven de moeders in kwestie heus geen absolutie te verlenen. Maar wel veiligheid, ondersteuning en de zekerheid dat hun baby een toekomst heeft/in goede handen komt.

Het rechtssysteem verandert niet van de ene op de andere dag. De Beschermde Wieg heeft 40.000 handtekeningen nodig om de vondelingenkamer in de Tweede Kamer op de agenda te zetten. Daar help ik graag aan mee.

IMG_7644

De waslijn met rompertjes symboliseert de 442 moeders die de Beschermde Wieg heeft kunnen helpen

Daarom zet ik me in voor de Beschermde Wieg. Jullie willen immers levens redden. Van de baby’s die als vondeling beginnen, maar ook de levens van jonge, vaak alleenstaande, wanhopige moeders.

Wanhoop drijft mensen soms tot het onvoorstelbare.

Afstand doen van je eigen kind is geen teken van gebrek aan liefde. Die liefde beweegt moeders juist om een kind in uitzonderlijke gevallen te vondeling te leggen. Dus oordeel niet te snel. En ik?

  • Ik strijd mee, om ervoor te zorgen dat geen enkele baby het leven begint in een sporttas.
  • Ik strijd mee voor een uitweg voor radeloze moeders.
  • Ik strijd mee voor legale vondelingenkamers.

Ik strijd voor een wereld waarin het geen taboe is om een vondeling te zijn. Hopelijk kunnen we de doodse stilte van het taboe achter ons laten.

Lieve mensen,

Ik had u vanmiddag graag een sprookje verteld. Over een prinses. Maar ik ben geen prinses.

  • Ik ben wie ik ben.
  • Ik ben Anouk, met een gouden familie en geweldige vrienden.
  • Ik ben Anouk, en ik bracht mijn eerste uren door op een Seoulse stoep.

Ik heb vrede met het besluit van mijn geboortemoeder om me te vondeling te leggen.

Omdat ik het kan zien als een daad van opoffering.

Als een daad van liefde.

Dank u wel!

Draag je de Beschermde Wieg net als ik een warm hart toe? Steun de stichting met een donatie. Of steun ons met de aankoop van een van de boeken van Barbara Muller. De gehele opbrengst gaat naar de stichtingen.
Advertenties

Angstgegner

We kennen het allemaal. Dingen die we liever niet doen, maar wel moeten gebeuren. Die eerste keer spreken voor een groot publiek, studeren voor een belangrijk examen of een lastig gesprek voeren met je baas. Bij het idee alleen breken de zweetdruppels je al uit. De horror! Stiekem heb je er ook een keer akelig over gedroomd. Je besluit het nog even uit te stellen. ‘Want dat kan ik toch niet’, zucht je sip. Iets van een mug een olifant maken.

IMG_4915

Lachen tijdens een regenbui (Den Haag juli 2017)

Daar komt het op neer. Ook sporters krijgen te maken met onzekerheden. Zo zijn er tegenstanders met wie ze liever niet de strijd aangaan. Een tegenstander waarvan ze bang zijn te verliezen nog voor de wedstrijd is begonnen. Die angst is meestal ontstaan door uitslagen in eerdere confrontaties. Een Angstgegner heet dat in sporttermen. Een bekend voorbeeld van iemand met een Angstgegner was Vitas Gerulaitis, een tennisser in de jaren zeventig. Hij won veel, maar Jimmy Connors was zijn Angstgegner. Van hem kon hij niet winnen. Op een gegeven moment had hij zestien keer achter elkaar van Connors verloren. Toen hij de partij daarna eindelijk won, verzuchtte hij: ‘Niemand verslaat Gerulaitis zeventien keer op rij.’

Het lopen van een 10 kilometer wedstrijd is voor mij een absolute Angstgegner. Sinds ik vier jaar geleden begon met het lopen van marathons heb ik een fobie ontwikkeld voor deze afstand. Ik presteerde nooit optimaal. Door al die duurtrainingen merkte ik dat ik langzamer werd op kortere afstanden. Ik draaide pas warm na de 10 kilometer en de winst kwam pas als de rest moe werd. Een erg fijne tactiek voor een marathon, dat zeker. Alleen begon ik het sprintwerk te missen. Daar moest ik iets aan doen. Ik had mijn moeder toch al beloofd in 2017 maar 1 marathon te lopen.

IMG_3094

In de strijd (Galgenloop juni 2017)

Een mooie gelegenheid om de tweede helft van het jaar aan mijn snelheid te werken. Na Rotterdam besluit ik de focus volledig op de kortere afstanden te leggen. Dat blijkt geen gemakkelijke opgave te zijn: ik moet transformeren van een diesel naar een motor die meteen snel optrekt. Mijn trainer Harrie maakt een ambitieus en soms spartaans schema. Op het hardloopmenu staan veel tempoloopjes, bloktrainingen en intervalsessies.

Natuurlijk kan het onvermijdelijke niet uitblijven. Ik moet vlammen op de 10 kilometer. Harrie hamert er altijd op dat een 10 kilometertijd de basis is voor een solide marathon. De opdracht is om onder de 45 minuten te lopen. Oef, dat is bijna een minuut sneller dan mijn beste tijd tot nu toe. In juni krijg ik mijn eerste kans. Op een snikhitte avond doe ik mee met een loopje bij mij in de regio. Alles wat er mis kan gaan, gaat ook mis: te snel starten, niet goed aanhaken en te slap aanzetten in de bochten. Mijn streeftijd haal ik niet. Sterker nog, ik heb in geen jaren zo slecht gelopen.

IMG_2826

Dwars Door Dongen (juni 2017) was geen succes, maar lachte wel naar mijn moeder

Mijn zelfvertrouwen krijgt een flinke deuk. Eind augustus mag ik het nog eens proberen op die gevreesde afstand. Daar zie ik natuurlijk enorm tegenop. Dat doemdenken krijg ik er niet meer uit. Ook niet een paar dagen voor de wedstrijd. Loopvriendin Hedwig begrijpt me gelukkig. We leerden elkaar twee jaar geleden kennen in New York, een dag nadat we daar allebei de marathon hadden gelopen. Hedwig is net als ik ook meer een langeafstandsloopster. We zitten op dezelfde hardloopgolflengte. Toen ik haar destijds vroeg hoe ze haar marathon had beleefd, beschreef ze het precies zoals ik het ook had gevoeld. Hoe synchroon kun je denken?

Sindsdien appen we elkaar weleens voor belangrijke wedstrijden. Een soort peptalkgesprekken. ‘Tien kilometer is ook mijn gevreesde afstand’, bekent Hedwig. ‘Mijn trainer denkt dat ik een tijd onder de 45 minuten kan neerzetten. Dat kan ik helemaal niet’, jammer ik. ‘Natuurlijk wel, ik heb er alle vertrouwen in’, zegt ze. ‘Je hebt hier maanden hard voor getraind.’

IMG_6178

Eindelijk die droomtijd op de 10 km (Baarle-Nassau augustus 2017)

En dan is het zover. Ik ga opnieuw die 10 kilometer lopen. Aan de start gieren de zenuwen door mijn lijf. De woorden van mijn moeder klinken door mijn hoofd. Als ik vroeger ergens tegenop zag, riep ze altijd: ‘Kom op gewoon doen, even tanden op elkaar zetten.’ Als het startstort klinkt, begin ik aan mijn nachtmerrie. Een rondje van 1 kilometer en drie rondjes van 3 kilometer. Meer is het niet. Harrie staat me aan de kant aan te moedigen. Dat geeft me een boost. Rennen, rennen en nog eens rennen. Meer herinner ik me niet. Op de klok staat 44.50, een vet PR. Hiermee heb ik mijn tijd met 1 minuut en 9 seconden verbeterd. Eindelijk, na twee jaar. Ik krijg mezelf voor het eerst van mijn leven stil.

You never walk alone

‘Heb jij een hele marathon gelopen?’ Deze vraag is me de afgelopen weken regelmatig gesteld. Toegegeven, ik zie eruit als een meisje dat haar moeder net kwijt is geraakt. Niet als een marathonista. Met mijn korte pootjes zet ik twee keer zoveel pasjes. Dat voelt ook als twee keer zo hard doorstappen. Daardoor weet ik dat je soms moet strijden voordat iets een keer lukt.

Blog superwoman - pink lady 1Op 7 april liep ik marathon nummer zeven, in mijn geliefde Rotterdam. Toen ik de finish aantikte, gierde er een tsunami aan emoties door mijn lijf. Het was alsof ik uit een dolle rit in de achtbaan stapte. Want het blijft natuurlijk een tering end lopen. Ik dacht 42 kilometer lang aan van alles. Aan het blessureleed van vorig jaar. Aan vieze gelletjes. Aan de afwas. Aan frietjes met veel mayonaise.

Op de hoek van de Coolsingel, bij de 41 kilometer zag ik mijn trainer Harrie staan. Ik zag de twinkeling in zijn ogen. We wisten allebei dat het goed zat. Al die maanden keihard werken aan iets waar we allebei ontzettend in geloofden, was werkelijkheid geworden. En hoe. Ik wist mijn PR met ruim drie minuten aan te scherpen: 3.39.12.

Blog You never walk alone - Coolsingel

De laatste meters op de Coolsingel

Hoewel ik er nu zeven op mijn naam heb staan, blijft het lopen van een marathon speciaal. Ik ben niet gezegend met bergen looptalent, dus moet ik er veel voor doen. Het komt helaas niet vanzelf aanwaaien. Bij elke marathon begin je weer vanaf nul. Je bent zo goed als je laatste prestatie. Ik wilde daarom die nare bijsmaak van de marathon in Berlijn wegspoelen. Geen man met de hamer meer. Niet meer bijna afhaken bij de 28 kilometer. Ik was teleurgesteld in mezelf en zat daarna maanden in een helse hardloopdip.

Dat moest deze marathon anders. In aanloop naar Rotterdam heb ik de hulp ingeschakeld van een aantal lieve mensen: een loopcoach, een personal trainer, een fysiotherapeut en een masseur. Het is tof om een team van professionals achter je te hebben staan. Een marathon lopen doe je niet alleen. Ik niet tenminste.

Blog You never walk alone - met Harrie

Met mijn hardloopcoach Harrie

Als ik eenmaal iets wil, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. Ik heb me maandenlang de pleuris gewerkt. Naast vier keer in de week trainen, ging ik ook twee keer per week naar de sportschool. Dat was best pittig voor een amateurtje met een fulltime baan aan de andere kant van het land. Het voelde vaak als drie slagen in de rondte squatten, van links naar rechts en van onder naar boven.

Er waren dagen dat ik het echt niet meer leuk vond. Het ging namelijk niet meteen van een leien dakje. Pas na een paar maanden merkte ik vooruitgang. Ik werd fitter, sneller en viel prompt vijf kilo af. Maar de belangrijkste les die ik had geleerd was om gewoon mijn leven te leiden. Niet te veel nadenken. Toen ik weer begon te genieten van het lopen en blij was met wat ik had in het leven, ging het vanzelf beter.

Ik kijk met een glimlach terug op mijn vrijwillige sportmartelingen. Het werd loon naar werken. Ik loop nu een half decennium marathons en deze laatste in Rotterdam vind ik mijn mooiste tot nu toe. Dat was het moment waarop alles klopte. Wat een euforie! Ik voelde die dag iets ongewoons, het heet gelukkig zijn. Na afloop flaneerde ik trots met mijn medaille over de Coolsingel. Het bewijs dat ik mee had gedaan. Aan een hele.

‘Hardlopen is voor iedereen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

20091128 152300

Jacques over de finish in Athene

Dit wordt het jaar van Jacques Kusters. De eigenaar van Runnersworld Tilburg (54) ziet op 28 mei zijn hardloopsprookje uitkomen. Hij organiseert dan de eerste marathon in zijn stad. ‘Het wordt een feest voor alle lopers en supporters.’

‘Ik herinner het me nog goed. Het was onze eerste werkdag. Samen met mijn vrouw was ik op weg naar onze nieuwe hardloopwinkel. Ik zei: Wat is Tilburg toch een mooie sportstad. Zou het niet geweldig zijn als hier ooit een marathon zou komen? We keken elkaar aan en zaten de rest van de rit zwijgend in de auto. Die marathongedachte heb ik nooit meer losgelaten.’

 Groen licht

Zeven jaar later wordt zijn droom werkelijkheid. Eind december krijgt Jacques het groene licht om de eerste marathon in Tilburg te organiseren. Speciaal voor dit project richt hij de stichting Marathon Tilburg 2017 op. Zo kan de ondernemer het werk voor de marathon scheiden van zijn winkel. Het bestuur bestaat uit vijf personen en vergadert elke vrijdagavond om 20 uur. Een van de eerste agendapunten is het prikken van een datum. ‘We wilden het evenement graag in het voorjaar houden. Zelf vind ik het heerlijk om in de winter te trainen voor een marathon. Daardoor heb ik altijd met plezier gelopen in Rotterdam. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik hier aan terugdenk.’

14595822_1118597424861048_2081802752136891652_n

Met Jacques en zijn dochter Marjolein in de winkel

Kookwekker

Jacques heeft inmiddels 20 marathons op zijn erelijst staan. Hij kan zich geen leven zonder hardlopen voorstellen. Hardlopen maakt hem gelukkig en hij gunt iedereen dat geluksgevoel. Als er mensen om zijn advies vragen, helpt hij graag. Zo kwam er een tijdje terug een vrouw in de winkel die glunderend naar zijn schoenen staart. ‘Ze wil graag leren hardlopen, maar denkt niet dat het iets voor haar is. Tuurlijk wel, zeg ik. Hardlopen is voor iedereen. Ik doe het gewoon, roept ze, en koopt een paar hardloopschoenen. Als ze drie kilometer kan lopen, gaat ze zichzelf trakteren op een hardloophorloge. Voordat het zover is, neemt ze nog een kookwekker mee. Ik heb haar op weg geholpen en nu loopt ze 5 kilometer aan een stuk.’

Enthousiaste vrijwilligers

Heel Tilburg kijkt uit naar de eerste stadsmarathon. Jacques weet dan al snel een club van enthousiaste vrijwilligers van lopers en niet-hardlopers om zich heen te verzamelen. Ze helpen onder andere met flyeren, het parcours verkennen, het geven van hardlooptrainingen en schrijven van blogs. ‘We willen met zijn allen Tilburg op de kaart zetten. De marathon wordt een feest voor iedereen: bewoners, supporters, winkeliers, sponsoren, de gemeente, horecaondernemers en natuurlijk de lopers zelf.’

Er is volgens Jacques maar één nadeel aan de Marathon van Tilburg: ‘Ik mag als organisator zelf niet meedoen. Tja, daarom loop ik dit jaar weer in Rotterdam.’

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Blog familie Met papa uit SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Blog familie met mama PapendrechtBen ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

‘Op de trails ben ik thuis’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

10

Diederik en hond Charlie / foto Sander Tangen

Diederik van Hoogstraten (47) rent jarenlang fanatiek mee met de snelle jongens in Central Park. Totdat een hardnekkige blessure roet in het eten gooit en hij weer opnieuw moet leren hardlopen. De Nederlandse journalist verruilt de betonnen wegen van New York voor de zandpaden van LA. In zijn nieuwe boek ‘Los’ vertelt hij hoe hij zich ontwikkelt van hardlooptornado naar trailrunner. ‘Ik probeer graag dingen waarvan ik niet weet of ze mogelijk zijn.’

‘Het voelt fantastisch als ik om 5.30 uur opsta en voor het ontbijt al 1,5 uur heb gelopen. Eerlijk gezegd ben ik wel bevoorrecht in Los Angeles. Ik trek mijn hardloopschoenen aan, doe mijn rugzakje om en loop de deur uit. Ik kom op de meest magnifieke plekken ter wereld, ren over ruige bergpaden en geniet van grootse uitzichten. Elke stap is anders. Na ontelbare kilometers in de stadsjungle voel ik me ontketend in deze groene weelde.’

King of the world

Zo onthaast als Diederik van Hoogstraten nu leeft, zo gehaast sjeest hij jarenlang door de straten van New York. In die tijd luidt zijn renmantra: snel sneller snelst. De Amerikacorrespondent rent zes dagen per week, maakt deel uit van de hechte loopgemeenschap in Central Park en loopt vier marathons onder de 3.15 uur. ‘Ik ging als een trein en voelde me King of the world. Was ik opnieuw verslaafd, aan hardlopen? Ik heb jarenlang gevochten tegen mijn overmatige nicotine- en alcoholconsumptie. Ach, liever deze gezonde gewoonte dan de zelfverachting van weleer.’

dvh_coast4

Genieten van de natuur / foto Joey Ray

Moe

En dan, patsboem, slaat het noodlot toe. In het voorjaar van 2011 voelt Diederik dat zijn lijf moe is. Hij breekt een botje in zijn voet en zit vijf maanden thuis. Daar blijft het niet bij. Er volgen meer blessures en zijn zelfvertrouwen verdwijnt. De pijn wordt heviger en de dokters weten niet of hij ooit nog kan hardlopen. ‘Nooit meer rennen! Ik wilde niet stoppen of rusten. Nog erger vond ik dat de hoogste versnelling moeilijker te vinden was tijdens de wekelijkse intervaltrainingen. Ik kon maar moeilijk verkroppen dat rennen er niet meer in zat. Als bankzitter vond ik mezelf niet goed genoeg meer. Verwoed probeerde ik het hoofd boven water te houden, positief te blijven, de waarde in te zien van wandelen en fietsen.’

Droge wildernis

In Hollywoodfilms gaat de ommekeer vlot, maar dat geldt niet voor de filmjournalist. Voet en rug zijn in orde, maar het lijf blijft haperen na de tropenjaren van intense training. Op de harde weg lopen lukt niet meer. Wie is hij als hij niet meer kan hardlopen? In semipermanente state van misère besluit Diederik in 2013 naar Los Angeles te verhuizen. Misschien dat de zon en het optimisme van Californië uitkomst kunnen bieden. En dat gebeurt. Hij maakt kennis met het trailrunnen en leert op een andere manier bewegen. Eentje die minder belastend is voor zijn lichaam. ‘Het is hardlopen, maar dan van de weg af. Dat kan zijn in de duinen, bergen of bossen. In de droge wildernis rond Los Angeles vond ik rust op de zandpaden. Ik sloot me aan bij de Trailrunners Club. Mijn nieuwe hardloopvrienden verwelkomden me met open armen. Hun tempo lag lager, de ondergrond was zachter, de competitiedrang minder scherp. Trailrunner, ultrarunner zou ik worden.’

Vertrouwensband

Op en om de trails ontdekt Diederik samen met zijn hond Charlie een hele nieuwe wereld. De Nederlander besluit zijn ervaringen op papier vast te leggen. In zijn boek ‘Los’ vertelt hij over zijn ontmoetingen met internationale toplopers en doodgewone recreanten. ‘Ik heb kennis gemaakt met mensen van allerlei pluimage die elkaar vinden in een intense liefde voor de natuur en het langeafstandslopen. Dokters, huisvrouwen, wiskundigen, gepensioneerden. Onder traillopers bestaat een vanzelfsprekende vertrouwensband. Op de bergpaden worden vriendschappen gesloten die elders niet makkelijk te vinden zijn. De natuur biedt ons de ruimte om onszelf te zijn.’

Bergopwaarts

Onder de Californische zon bloeit Diederik op. Al snel gaat niet alleen ieder zandpad, maar ook de rest van zijn leven bergopwaarts. Hij trouwt met zijn grote liefde Kelly, werkt als razende reporter in Hollywood en geniet van het lopen in de natuur. ‘Ik kan het iedereen aanraden van de gebaande paden af te wijken. Trailrunnen is toegankelijk voor iedereen. Je hoeft geen ultralange afstanden af te leggen om te genieten van de natuur. Ook mensen die niet van plan zijn zich suf te trainen, kennen de lokroep van het paadje dat in de verte omhoog kringelt.’

‘Als ik ren, voel ik me superwoman’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

img_1898

Always on the run

Ze is dol op de hazelnootcappuccino van Starbucks, designerschoenen en de Brabantse gezelligheid. Maar waar Chantel de Lange (36) echt geen dag zonder kan, is hardlopen. Iets wat de Zuid-Afrikaanse loopster al deed voordat ze vorig jaar met haar gezin naar Nederland verhuisde. ‘Hardlopen is een goede manier om vrienden te maken.’ 

‘In Kaapstad trainde ik al hard. Dat deed ik zes dagen per week, soms wel twee keer per dag. Vanwege de warmte liep ik om 6.00 uur in de ochtend een rondje. Net als in Nederland is hardlopen daar een populaire sport. Alleen speelt alles zich vroeger op de dag af, ook de wedstrijden. En cross lopen wij meestal op blote voeten. Er zijn in Zuid-Afrika veel meer snelle lopers. Daardoor is het wel moeilijker om als gewone recreant op het podium te komen. Je moet bijna wereldrecords breken. Vrouwen zetten tijden neer van rond de 33, 34 minuten.’

Baie trots

Op het hoogste podium staan, vindt Chantel de Lange dan ook niet vanzelfsprekend. Uitzinnig van vreugde was de blondine toen ze deze zomer drie regionale wedstrijden in Nederland won. ‘Ik was baie trots’, vertelt ze. ‘Het voelde als een beloning voor maandenlang hard werken. Niet alleen de sportieve prestatie overheerste, maar ook de algehele euforie. Hardlopen maakt me gelukkig. Mijn Nederlandse loopvrienden lieten me snel thuis voelen.’

Nederlandse voorouders

Chantel woont precies één jaar in Nederland. Samen met haar man en drie kinderen emigreerde ze eind 2015 van Kaapstad naar Tilburg. De Zuid-Afrikaanse wilde graag terug naar haar roots: hier kwamen haar voorouders vandaan. Ze heeft nog steeds familie in Brabant wonen. ‘Mijn opa sprak Nederlands tegen ons. Ik heb me altijd verbonden gevoeld met Nederland. Toen ik een paar jaar geleden de halve marathon in Amsterdam liep, wist ik het: ik wil verhuizen naar dit mooie land.’

img_1914

Girls run the world

Tilburg Road Runners

Een nieuwe start voor de familie De Lange, ook op hardloopgebied. Chantel had vanwege de kinderen al 4,5 jaar niet meer gelopen. In haar nieuwe woonplaats pakte ze het rennen weer op. Via haar oom kwam ze in contact met een loopgroep met wie ze op zondagochtend meeliep. De speedstergirl merkte dat ze het rennen nog niet was verleerd en sloot zich al snel aan bij de Tilburg Road Runners.

 Vriendschappen

Tijdens de baansessies leerde ze Carlo kennen. Mede dankzij zijn hulp kreeg ze haar snelheid terug. ‘Carlo was op dat moment geblesseerd en stelde voor om samen te trainen. Heel graag, dacht ik. Samen lopen is toch veel leuker.’ Via de marathongroep Greg van Hest kwam ze in contact met een leuke club lopers met wie ze regelmatig een duurloopje doet. ‘Hardlopen is een goede manier om nieuwe mensen te leren kennen. Ik vind het geweldig om op deze manier zulke bijzondere vriendschappen op te bouwen.’

Vol energie

Zolang Chantel zich kan herinneren, hoort hardlopen in haar leven. Het zit in haar DNA. Op school was ze al actief: baan (100, 200, 400), cross country en schoolwedstrijden. Eigenlijk vindt ze alle afstanden leuk, van 5 kilometer tot een marathon. ‘Als ik ren, voel ik me superwoman. Ik voel me sterk en zit vol energie. Op dat moment kan ik alles aan.’

Bucketlist

Hoewel de speedstergirl langzaam haar oude vorm weer terug krijgt, loopt ze niet te hard van stapel. Ze wil zich voorlopig verder richten op het verbeteren van haar 10 kilometer. Als dat goed zit, wil ze nog een keer een marathon lopen. En dat is niet zomaar iets wat op haar bucketlist staat. Want zo zegt ze: ‘Ik ben erg vastberaden. Als ik iets wil, ga ik er honderd procent voor. Don’t call it a dream, call it a plan.’